Theosofische Termen

In de theosofische beweging worden termen gebruikt om aspecten van het leven aan te duiden die in het normale Nederlands moeilijker te omschrijven zijn. Vaak komen deze termen uit het Sanskriet, de heilige taal van India. Ik ben vanwege de beperkingen van HTML gedwongen om deze Sanskriet woorden zonder de gebruikelijke transliteratie weer te geven. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke Sanskriet spelling en uitspraak niet meer is af te lezen uit de woorden zoals ze hier zijn gespeld. 

In deze lijst heb ik geprobeerd volledig te zijn wat betreft de termen die op mijn website voorkomen. Ben ik wat vergeten mail mij dan. De uitleg is aangepast uit Ganesha Ganesha
Ganesha
. In dit boekje is een rijke voorraad van nog veel meer woorden met hun betekenis aan te treffen. Sommige termen komen uit H.P. Blavatsky's "De Sleutel tot de Theosofie" De sleutel tot de theosofie
De sleutel tot de theosofie
H.P. Blavatsky
dat in de hedendaagse drukken van een begrippenlijst achterin is voorzien. 

Katinka Hesselink


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A

Aditi (Sanskriet) Ongedifferentieerd, grenzeloos, de moederruimte. Moeder der goden. Zie Devamatri en Akasha.

advaitavedanta  (Sanskriet) Advaita = niet tweeheid, filosofisch weergegeven door 'monisme'.De niet dualistische school van de Vedantijnse wijsbegeerte. 

Advaita Vedanta, zoals onderricht door Sjankara, betekent dat Waarachtig Zijn van zichzelf is, het eeuwige Brahman, Één-alleen, niet veranderend en onveranderd, onverdeeld en zonder onderdelen. De 'veelheid' van de dingen bestaat door maya, schijn of illusie. Verandering berust slechts op een woord; zij is louter en alleen een naam.

In de Vedanta-filosofie wordt min of meer opzettelijk het woord 'één' voor het hoogste zelf niet gebruikt, omdat het woord en de idee 'één' als tegenpool aan de ene kant 'veel' heeft en aan de andere kant 'geen'. De basis van de Vedanta is dat het hoogste zelf noch één noch veel is, het is, zoals men zegt, niet-tweevoudig en dat wordt weergegeven door het woord advaita.
A is een ontkenning net als nee. Dvita komt van dva, dat hetzelfde betekent als het Latijnse duo, twee. Advita wil dus zeggen niet-tweevoudig.

Zie vedanta.

Akasha, Akas, (Sanskriet) Uitstralen. De universele ziel, de matrix van het heelal, ruimte, astraal licht, en vril .

artha  (Sanskriet) Geaardheid, karakter, doel; een van de factoren tot bewustzijnsontplooiing door ervaring. Zie chaturbhadra.

astraal gebied  Het gebied waarin zich de gevoelsprocessen afspelen, kamaloka.

astraal licht Universele Ziel. zie akasha.

atma, atman  (Sanskriet) Levensadem, de Universele Geest in de natuur en in de mens. De goddelijke vonk in de mens. Zie zeven beginselen en Atma in de Upanishaden

Avatara (letterlijk: degeen die neerdaalt)
In de hindoeïstische mythologie de neerdaling van een godheid op aarde in menselijke gestalte. In algemene zin, de incarnatie of vleeswording van een godheid. 

B

Bhakti: liefdevolle overgave en dienst
Rudolf Otto: ' Bhakti is geloof van liefde doordrongen dat zich in verering uitwerkt. '

Boeddha  (Sanskriet)

  1. De historische grondlegger van het Boeddhisme, Gautama Boeddha, de naam van Boeddha Siddharta Sakyamuni.
  2. Algemene naam voor ieder die nirvana bereikt heeft in het Mahayana Boeddhisme
Boeddhisme Leer van Boeddha. Volgens het Tibetaans Boeddhisme zijn er drie wegen: Hinayana, Mahayana en Vajrayana. (zie Boeddhistische Perspectieven op geluk en veiligheid. en voor teksten uit het Boeddhisme Een Boeddha Hoekje )

buddhi  (Sanskriet) Intuïtie, sluier van Atma, ten opzichte van manas een zuiverende invloed. Een van de zeven menselijke beginselen.

C

chaturbhadra  (Sanskriet) De vier factoren tot bewustzijnsontplooiing: dharma , artha , kama en moksha

D

devamatri (Sanskriet) De moeder der goden, Aditi, Prakriti .

dharma (Sanskriet) Wet, plicht, religie (zie artikel Dharma van het hart en Buddha, Dharma, Sangha)

  1. Metafysisch de grondslag waarop de schepping en de universele wetten van de natuur berusten.
  2. Individueel een factor tot bewustzijnsontplooiing.
  3. De eerste van de chaturbhadra en de trivarga .
  4. De god van waarheid. 
  5. In het Boeddhisme het volgen van de weg  van Boeddha
  6. Andere naam voor verschillende religieuze, maatschappelijke en persoonlijke plichten (svadharma's) van de mens.
dvaitavedanta  (Sanskriet) dvaita = dualisme. De dualistische school van de vedantijnse wijsbegeerte. Zie vedanta.

E

Esoterie, Esoterisch  Datgene wat verborgen is. De esoterische kennis is die kennis die verborgen is. Vaak kennis die niet in woorden uit te drukken valt. Het woord wordt ook wel gebruikt voor kennis die verborgen was en op een bepaald moment toch voor de mensen openbaar gemaakt wordt. Het esoterische pad is het pad naar binnen naar innerlijke wijsheid en inzicht, waarbij uiterlijke vormen als rituelen en geloofsuitdrukkingen steeds minder belangrijk worden doordat de werkelijkheid er achter steeds meer direct wordt waargenomen. (zie esoterische artikelen )

Evolutie  Ontwikkeling, in tegenstelling tot involutie of inwikkeling. In theosofische zin de ontwikkeling in de richting van zuiver goddelijk bewustzijn, terug naar de bron van bewustzijn. 

Exoterisch Die kennis en die vormen van omgaan met geloof die voor ieder toegankelijk zijn. Inclusief rituelen, afschermingen tussen geloven etc. In tegenstelling tot esoterie.

F

G

Guna  (Sanskriet) eigenschap, hoedanigheid. Zie triguna

H inayana boeddhisme Het Boeddhisme van het kleine vlot of vaartuig; het zuidelijke en meer conservatief Boeddhisme in tegenstelling tot het Mahayana Boeddhisme. Zie ook Boeddhistische Perspectieven op geluk en veiligheid. Uit dat artikel:

Men zegt dat de Boeddha drie verschillende benaderingen van het spirituele pad heeft aangereikt, bekend als de drie Yana's of Wegen. Deze drie zijn bekend als Hinayana of 'Weg van eenvoud', Mahayana of 'Weg van de universele mens' en Vajrayana of 'Diamanten weg'. In het Tibetaans boeddhisme … worden deze drie beschouwd als progressieve stadia in de praktijk. De eerste is bestemd voor beginners; de tweede voor gevorderden en de derde voor vergevorderde beoefenaars.
Hiërogrammatici (Gr.) De titel gegeven aan die Egyptische priesters die waren belast met het schrijven en lezen van de heilige en geheime werken. Letterlijk de "schrijvers van de geheime optekeningen". Zij waren de leermeesters van de neofieten die zich op inwijding voorbereidden. 

Involutie  Inwikkeling, in tegenstelling tot evolutie of ontwikkeling. In theosofische zin de geleidelijke omhulling van het goddelijk bewustzijn door sluiers van begoocheling en stof. 

Islamitische Termen

J

Japa : Het individueel chanten van de heilige namen van God.

Joodse termen

K

Kama (Sanskriet)

  1. Verlangen, begeerte, hunkering, een factor tot bewustzijnsontplooiing. Zie Trivarga en chaturbhadra.
  2. Liefdegod, Cupido
  3. Een van de zeven beginselen van de mens. 
Kamaloka  (Sanskriet) De begeertewereld, de lagere regionen van het astraal gebied

Karma (Sanskriet) Werking, handeling. Wet van oorzaak en gevolg. Een van de oorzaken van reincarnatie. Doorgaans betrokken niet alleen op de fysieke wereld, maar ook op handelingen in gedachten en door de woorden die we uitspreken. Zie ook mijn artikel: Karma, een overzicht.

L

Lingasharira (Sanskriet) Het ijle lichaam. In de theosofie gebruikt voor het etherisch dubbel (het vormlichaam, zie Sleutel tot de Theosofie, H.P. Blavatsky). Zie ook de zeven menselijke beginselen.


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Verdwaald? Sitekaart - VVV - spirituele boekentips - Religie en Spiritualiteit

Indische Spiritualiteit en yoga - Theosofie en spiritualiteit