Citaten uit het Boeddhisme

Zen gezegden, verhalen en Zen Wijsheid

Leerling: Wat is de essentie van Zen?

Meester: Aandacht.

Leerling: Niets meer?

Meester: Aandacht, aandacht.

Leerling: Er moet toch nog meer zijn?

Meester: Aandacht, aandacht, aandacht.

Leerling: Wat betekent aandacht?

Meester: Aandacht betekent aandacht.

Hak Hout, Draag Water

"Meester, hoe kan ik een volmaakt schilderij maken?"
"Wees volmaakt en schilder dan gewoon!"

Als een gewoon mens tot kennis komt, wordt hij een wijze.
Als een wijze tot kennis komt, wordt hij een gewoon mens.

De sneeuw valt,
elke vlok komt op zijn eigen plek neer.

Iemand vroeg een van de oude zenmeesters hem de weg naar bevrijding te leren. 

De zenmeester zei: Wie onderdrukt je?

De man die vrijheid zocht zei: Niemand onderdrukt mij. 

De zenmeester zei: Waarom verlang je dan naar bevrijding?

“26. DIALOOG IN RUIL VOOR ONDERDAK
Elke rondtrekkende monnik kan in een Zentempel verblijven mits hij met degenen die er leven een discussie over Boeddhisme begint en deze wint. Als hij verliest, moet hij verder trekken. In een tempel in het noordelijk deel van Japan woonden twee monniken, die broers waren. De oudste was geleerd, maar de jongste was dom en had maar één oog.
Er kwam een rondtrekkend monnik en vroeg om onderdak, terwijl hij hen, zoals het hoorde, uitdaagde tot een debat over de verheven leer. De oudste broer, die die dag vermoeid was van het vele studeren, droeg de jongste op zijn plaats in te nemen. ‘Vraag hem de dialoog zwijgend te houden,’ waarschuwde hij.
De jonge monnik en de vreemdeling gingen dus bij de schrijn zitten. Na korte tijd stond de reiziger op, ging naar de oudste van de broers en zei: ‘Uw jonge broer is geweldig. Hij heeft mij verslagen.’ ‘Vertel mij eens hoe het debat is verlopen,’ zei de oudste.
‘Nou,’ legde de reiziger uit, ‘eerst stak ik één vinger op, die Boeddha voorstelde, de Verlichte. Daarop stak hij twee vingers op, die Boeddha en zijn leer voorstelden. Ik stak drie vingers op, die Boeddha voorstelden, zijn leer en zijn volgelingen, die het harmonieuze leven leiden. Toen schudde hij zijn gebalde vuist voor mijn gezicht, waarmee hij wilde zeggen dat ze alle drie uit één besef voortkomen. Zo won hij, en ik heb dus niet het recht hier te blijven.’ En met deze woorden vertrok de reiziger. ‘Waar is die vent?’ vroeg de jongste, terwijl hij op zijn oudere broer af kwam rennen.
‘Ik hoor dat jij het debat hebt gewonnen.’
‘Niks gewonnen. Ik zal hem een pak slaag geven.’
‘Vertel me maar eens het onderwerp van het debat,’ zei de oudste.
‘Nou, zo gauw hij mij zag stak hij één vinger op, waarmee hij mij beledigde, want hij zinspeelde daarmee op het feit dat ik maar één oog heb. Omdat hij een vreemdeling was dacht ik, ik zal beleefd tegen hem zijn; dus stak ik twee vingers op om hem te feliciteren dat hij twee ogen had. Toen stak die onbeschofte ellendeling drie vingers op, om aan te geven dat wij samen maar drie ogen hadden. Ik werd toen kwaad en wilde hem een stomp geven, maar hij liep weg en toen was het afgelopen!’”

Citaat uit: Paul Reps: "Zen-zin, Zen-Onzin", Ankh Hermes, 1979, blz. 37.