De grote toespraak over zegeningen

Eens verbleef de Verhevene in het Jeta-bos. Een godheid van ongekende schoonheid naderde hem en zei:

"Vele goden en mensen hebben nagedacht over zegeningen. Zeg mij, wat zijn de allerhoogste zegeningen?"

De Boeddha antwoordde:

"Je niet inlaten met de dwazen,
omgaan met de wijzen,
de eerbiedwaardigen eren,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Op de juiste plek verblijven,
goede daden verricht hebben,
jezelf op het juiste spoor zetten,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Welbespraakt zijn, goed opgeleid,
onderlegd, bedreven in handwerk
en uiterst gedisciplineerd,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Zorgen voor moeder en vader,
zorg dragen voor vrouw en kind,
een beroep dat geen schade aanricht,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Uitmuntend gedrag, een onberispelijke handelswijze,
vrijgevigheid ten opzichte van alle verwanten
en onbaatzuchtig geven,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Een eind maken aan en je onthouden van het kwaad,
genotmiddelen vermijden,
je nijver bezighouden met deugdzame oefeningen,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Eerbiedwaardig en nederig,
tevreden en dankbaar zijn,
de Dharma horen op het juiste ogenblik,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Geduldig en gehoorzaam zijn,
omgaan met spirituele mensen,
de Dharma op het juiste ogenblik bespreken,
dit is een van de allerhoogste zegeningen.

Een streng en zuiver leven leiden,
de edele waarheden zien
en het nirvana verwezenlijken,
dit is de allerhoogste zegen.

Een geest die niet op zijn grondvesten trilt
als hij door de wereld wordt aangeraakt,
zonder verdriet, zonder smet of blaam en zeker van jezelf zijn,
dit is de allerhoogste zegen.

Zij die dit alles hebben vervuld
zijn overal onoverwinbaar,
zij vinden overal welzijn,
hun valt de hoogste zegening ten deel."


(Vrij naar de Mangala Sutta, in de vertaling van Gunaratana Mahathera.  
Nederlandse vertaling van het boekje "De leringen van Boeddha", samengesteld door Jack Kornfield, uitgegeven in Nederland door Altamira-Becht, 2000, blz. 11-13)