De Vier Edele Waarheden
Traditioneel wordt deze tekst 'de eerste prediking van Boeddha' genoemd.
De Boeddha zei:
'En ik ontdekte die diepe waarheid, die zo moeilijk te doorgronden, zo moeilijk te begrijpen is, die niet louter door redeneren is te verwerven, die zo rustgevend en verheven is en alleen zichtbaar voor de wijzen.
'De wereld echter geeft zich over aan genot, vermeit zich in genot, laat zich verleiden en betoveren door genot. Waarlijk, die wezens kunnen de wet van oorzaak en gevolg, het afhankelijk ontstaan van alles amper begrijpen. Er zijn echter wezens die maar heel weinig stof op hun oogleden hebben en zij begrijpen de waarheid wel.'
Wat is nu de edele waarheid van het lijden?
Geboorte is lijden; aftakeling is lijden; de dood is lijden; verdriet,
geweeklaag, pijn, smart en wanhoop zijn lijden; niet krijgen wat je
graag wilt hebben is lijden; kortom, de vijf groepen waaruit het
bestaan is opgebouwd zijn lijden.
Wat is nu de edele waarheid van de oorsprong van het lijden?
Verlangen, dat een nieuwe wedergeboorte bewerkstelligt en, gepaard
gaande met genietingen en lustgevoelens, nu hier, dan daar, steeds
nieuwe verrukkingen vindt. Maar waar ontstaat dit verlangen en waar
schiet het wortel? Dit gebeurt waar ter wereld er maar verrukkelijke en
aangename dingen zijn. Het oog, het oor, de neus, de tong, het lichaam
en de geest zijn verrukkelijk en aangenaam. Daar ontstaat dit verlangen
en schiet het wortel.
Zichtbare dingen, geluiden, geuren, smaken, lichamelijke
indrukken en zaken die het verstand betreffen zijn verrukkelijk en
aangenaam. Daar ontstaat dit verlangen en schiet wortel.
Bewustzijn, zintuigelijke indrukken, gevoelens die
voortkomen uit gevoelsmatige indrukken, waarneming, wil, verlangen,
denken en bespiegeling zijn verrukkelijk en aangenaam. Daar onstaat
verlangen en schiet het wortel.
Wat is nou de edele waarheid van het ophouden van het lijden?
Het volkomen teloorgaan en uitdoven van dit verlangen, het verzaken en
opgeven, je ervan bevrijden en je eraan onthechten, het uitdoven van
hebzucht, haat en begoocheling. Dat heet nirvana.
Een leerling die zich aldus heeft bevrijd en in wiens
hart vrede woont, hoeft niets toe te voegen aan wat hij heeft gedaan;
er valt niets meer te doen. Zoals een vaste rots niet meer geschokt
door de wind, kunnen vormen, geluiden, geuren, smaken, contacten van
welke aard ook, het gewenste en het niet-gewenste, niet maken dat zo
iemand wankelt. Hij is standvastig van geest en bereikt de bevrijding.
Wie heeft nagedacht over alle tegenstellingen op deze
aarde en zich door niets ter wereld meer laat verstoren, wie sereen is
en vrij van woede, verdriet en verlangen, is geboorte en verval
voorbij.
Dit noem ik ontstaan, vergaan noch stilstaan, geboren worden noch sterven. Er is geen houvast, geen ontwikkeling,
geen enkel aanhechtingspunt. Dat is het eind van het lijden.
Het doel van het heilige leven bestaat dus niet uit het krijgen van
aalmoezen, het zoeken naar eer of roem of het verwerven van moraal,
concentratie en het oog van kennis. Het doel van het heilige leven is
de onaantastbare bevrijding van het hart, dat is de essentie, het
uiteindelijke doel.
Wat is nu de edele waarheid van de weg die leidt tot het ophouden van het lijden?
Je niet langer vermeien in sensuele genoegens - het lage, het gemene,
vulgaire, goddeloze, dat geen vrucht afwerpt; je niet langer ophouden
met versterving - het pijnlijke, goddeloze, dat geen vrrucht afwerpt.
Die beide extremen worden door de Volmaakte vermeden, hij heeft de middenweg gevonden en weet wat tot vrede, inzicht, nirvana leidt, namelijk
het edele achtvoudige pad
, de weg die leidt tot het ophouden van het lijden:
- Het juiste inzicht
- De juiste intentie
- De juiste spraak
- De juiste handelswijze
- Het juiste levensonderhoud
- De juiste inzet
- De juiste geesteshouding
- De juiste concentratie
Dit is de middenweg, die door de Volmaakte is ontdekt, die maakt dat je ziet en weet en die leidt tot vrede, inzicht en verlichting.
(Uit de Samytta Nikaya, in de vertaling van Nyanatiloka.
Nederlandse vertaling van het boekje "De leringen van Boeddha",
samengesteld door Jack Kornfield, uitgegeven in Nederland door Altamira-Becht, 2000, blz. 33-37)