De tweede Mindfulness Oefening
Vrijgevigheid

door Thich Nhat Hanh, zie ook de boeken van Thich Nhat Hanh.

'In het besef van het lijden veroorzaakt door uitbuiting, sociaal onrecht, stelen en onderdrukking, neem ik de verplichting aan om liefdevolle vriendelijkheid aan te kweken en te leren hoe ik voor het welzijn van mensen, dieren, planten en mineralen werkzaam kan zijn. Ik wil vrijgevigheid beoefenen door mijn tijd, energie en materiŽle hulpbronnen te delen met degenen die het echt nodig hebben. Ik ben vastbesloten om niet te stelen en me niets toe te eigenen dat eigenlijk aan anderen toebehoort. Ik zal het eigendom van anderen eerbiedigen, maar ik zal verhinderen dat anderen munt slaan uit menselijk lijden of uit het lijden van andere soorten op de Aarde.' (De tweede van de vijf aandachtsoefeningen van Thich Nhat Hanh )

Uitbuiting, sociaal onrecht en stelen doen zich voor in vele vormen. Onderdrukking is een vorm van stelen die veel lijden veroorzaakt, zowel hier als in de Derde Wereld. Zodra we ons voornemen om liefde en vriendelijkheid aan te kweken, worden liefde en vriendelijkheid in ons geboren en doen we ons uiterste best om uitbuiting, sociaal onrecht, stelen en onderdrukking te doen ophouden.

In de Eerste Aandachtsoefening hebben we het woord 'mededogen' aangetroffen. Hier vinden we de woorden 'liefde en vriendelijkheid.' Mededogen en liefdevolle vriendelijkheid zijn de twee aspecten van de liefde die de Boeddha onderwijst. Mededogen, karuna in het Sanskriet en in het Pali, is het voornemen en het vermogen om het lijden van een andere persoon of van een ander levend wezen te verlichten. Liefdevolle vriendelijkheid, maitri in het Sanskriet, metta in het Pali, is het voornemen en het vermogen om vreugde en geluk te brengen aan een ander mens of levend wezen. Shakyamuni Boeddha heeft voorspeld dat de volgende Boeddha de naam Maitreya zal dragen, de Boeddha van de Liefde.

' In het besef van het lijden veroorzaakt door uitbuiting, sociaal onrecht, stelen en onderdrukking, neem ik me voor om liefde en vriendelijkheid aan te kweken en te leren hoe ik werkzaam kan zijn voor het welzijn van mensen, dieren, planten en mineralen. ' Zelfs met maitri als energiebron in ons, is het nog steeds nodig dat we leren om in de diepte te zien om manieren te vinden om deze tot uitdrukking te brengen. Dat doen we als individu, en we leren hoe we het als volk kunnen doen. Om het welzijn van mensen, dieren, planten en mineralen te bevorderen moeten we bij elkaar komen als gemeenschap en onze toestand onderzoeken. Daarbij moeten we ons verstand aan het werk zetten en onze bekwaamheid om in de diepte te zien zodat we passende manieren kunnen ontdekken om onze maitri temidden van echte problemen tot uitdrukking te brengen.

Stel dat je degenen wilt helpen die lijden onder een dictatoriaal bewind. In het verleden heb je het misschien geprobeerd met het sturen van troepen om hun regering omver te werpen, maar je hebt geleerd dat je, als je dat doet, de dood van veel onschuldige mensen veroorzaakt, en er desondanks misschien niet in slaagt de dictator te verdrijven. Als je je oefent om dieper te kijken, met liefde en vriendschap, om een betere manier te vinden om die mensen te helpen zonder lijden te veroorzaken, besef je misschien dat de tijd voordat het land in handen van de dictator valt de beste is om te helpen. Als je de jonge mensen van dat land de gelegenheid biedt om jouw democratische wijze van regeren te leren door ze beurzen te geven om naar jouw land te komen, zou dat een goede investering zijn voor de vrede in de toekomst. Als je dat dertig jaar geleden gedaan had, was dat land van daarnet misschien nu democratisch geweest, en hoefde je ze niet te bombarderen of troepen te sturen om ze te 'bevrijden'. Dit is maar een voorbeeld hoe in de diepte kijken en leren ons kunnen helpen wegen te vinden om meer naar het principe van liefde en vriendschap te handelen. Als we wachten totdat de situatie verslechtert kan het te laat zijn. Als we de oefeningenen doen samen met politici, militairen, zakenmensen, juristen, wetgevers, kunstenaars, schrijvers en leraren, kunnen we de beste wegen vinden om mededogen, liefde en vriendschap en begrip in de praktijk te brengen.

Er is tijd nodig om vrijgevigheid te beoefenen. Misschien willen we de hongerigen helpen, maar we zitten gevangen in de problemen van ons dagelijks leven. Soms kan een pil of wat rijst het leven van een kind redden, maar we nemen de tijd niet om te helpen omdat we denken dat we die tijd niet hebben. In Ho Chi Minh Stad zijn er bijvoorbeeld straatkinderen die zichzelf 'het stof van het leven' noemen. Ze zijn dakloos en zwerven overdag over straat en slapen īs nachts onder bomen. Ze scharrelen in afvalhopen op zoek naar dingen als plastic zakken die ze voor een of twee cent per pond kunnen verkopen. De nonnen en monniken in Ho Chi Minh Stad hebben hun tempels voor deze kinderen opengesteld en als de kinderen īs morgens vier uur willen blijven -- om te leren lezen en schrijven en om te spelen met de monniken en nonnen -- krijgen ze een vegetarische lunch aangeboden. Dan kunnen ze naar de Boeddhahal gaan om een dutje te doen. (In Vietnam doen we altijd een dutje na het middageten; het is er zo warm. Toen de Amerikanen kwamen brachten ze hun gewoonte mee om acht uur te werken, van negen tot vijf. Velen van ons hebben het geprobeerd, maar we konden het niet. We hebben ons slaapje na de lunch erg nodig.)

Dan, om twee uur, wordt er weer les gegeven en met de kinderen gespeeld, en de kinderen die īs middags blijven krijgen avondeten. De tempel heeft geen plaats waar ze īs nachts kunnen slapen. In onze gemeenschap in Frankrijk steunen we deze nonnen en monniken. Het kost maar twintig cent om een kind zowel lunch als avondeten te geven, en het houdt hem van de straat, waar hij misschien sigaretten steelt, rookt, liederlijke taal gebruikt, en erg slecht gedrag leert. Door de kinderen aan te moedigen naar de tempel te gaan helpen we voorkomen dat ze misdadigers worden en later naar de gevangenis gaan. Het kost tijd om deze kinderen te helpen, niet veel geld. Er zijn zoveel eenvoudige dingen zoals dit die we kunnen doen om mensen te helpen, maar omdat we ons niet vrij kunnen maken van onze omstandigheden en onze levensstijl doen we helemaal niets. We moeten als gemeenschap bij elkaar komen en door in de diepte te zien, manieren vinden om ons vrij te maken zodat we de Tweede Aandachtsoefening in de praktijk kunnen brengen.

' Ik neem me voor om vrijgevigheid te beoefenen door mijn tijd, energie en materiŽle hulpbronnen te delen met degenen die echt in nood verkeren. ' Deze zin is duidelijk. Het gevoel van vrijgevigheid en het vermogen om vrijgevig te zijn zijn niet voldoende. We moeten onze vrijgevigheid ook tot uitdrukking brengen. Misschien hebben we het gevoel dat we geen tijd hebben om mensen gelukkig te maken -- we zeggen: 'Tijd is geld,' maar tijd is meer dan geld. Het leven is meer dan alleen tijd gebruiken om geld te verdienen. De tijd is er om te leven, om vreugde en geluk met anderen te delen. De rijken zijn vaak het minst in staat om anderen gelukkig te maken. Alleen mensen met tijd kunnen dat.

Ik ken een man genaamd Bac Sieu in de provincie Thua Thien in Vietnam, die al vijftig jaar vrijgevigheid in de praktijk brengt: hij is een levende bodhisattva. Met alleen maar een fiets bezoekt hij dorpen in dertien provincies, waarbij hij nu eens iets voor dit, dan weer voor dat gezin meebrengt. Toen ik in 1965 met hem kennismaakte was ik wat al te trots op onze School voor Maatschappelijk Werk. We waren begonnen driehonderd maatschappelijk werkers op te leiden, waaronder monniken en nonnen, om in plattelandsdorpen mensen te gaan helpen bij het herbouwen van hun huizen en het moderniseren van de plaatselijke economie, de gezondheidszorg, en het onderwijs. Uiteindelijk hadden we tienduizend maatschappelijk werkers door het hele land. Terwijl ik Bac Sieu over onze projecten vertelde keek ik naar zijn fiets en dacht dat hij met een fiets maar weinig mensen kon helpen. Maar toen de communisten de macht overnamen en onze school sloten, ging Bac Sieu door, omdat zijn werkwijze geen vorm had. Onze weeshuizen, apotheken en herhuisvestingscentra werden allemaal gesloten of overgenomen door de regering. Duizenden van onze werkers moesten met hun werk ophouden en zich verbergen. Maar Bac Sieu had niets om hem af te nemen. Hij was echt een bodhisattva, die voor het welzijn van anderen werkte. Ik voel me nu nederiger wat betreft de manieren om vrijgevigheid in de praktijk te brengen.

De oorlog maakte duizenden wezen. In plaats van geld in te zamelen om weeshuizen te bouwen zochten we mensen in het Westen om voor een kind borg te staan. We vonden gezinnen in de dorpen om elk voor een wees te zorgen, en dan stuurden we 6 dollar per maand naar dat gezin om het kind te eten te geven en het naar school te sturen. Wanneer dat maar kon, probeerden we het kind in het gezin van een tante, een oom, of een grootouder te plaatsen. Voor slechts 6 dollar kreeg het kind te eten en ging het naar school, en de andere kinderen in het gezin werden ook geholpen. Het is goed voor kinderen om in een gezin op te groeien. In een weeshuis kan het net zo zijn als in het leger -- kinderen groeien er niet natuurlijk op. Als we manieren zoeken en leren om vrijgevigheid in de praktijk te brengen, zullen we er steeds beter in worden.

' Ik ben vastbesloten niet te stelen en me niets toe te eigenen dat eigenlijk aan anderen toebehoort. Ik zal het eigendom van anderen eerbiedigen, maar ik zal anderen ervan weerhouden munt te slaan uit menselijk lijden of uit het lijden van andere soorten op de Aarde. ' Als je ťťn aandachtsoefening diepgaand naleeft, zul je ontdekken dat je ze alle vijf onderhoudt. De Eerste Aandachtsoefening gaat over het benemen van het leven; dat is een vorm van stelen -- en wel van het kostbaarste dat iemand heeft, zijn of haar leven. Als we bij de Tweede Aandachtsoefening stilstaan, zien we in dat stelen, in de vorm van uitbuiting, sociaal onrecht en onderdrukking, een vorm van doden is -- langzaam doden door uitbuiting, door het handhaven van sociaal onrecht, en door politieke en economische onderdrukking. Daarom heeft de Tweede Aandachtsoefening veel te maken met het voorschrift om niet te doden. We zien de 'inter-zijnde' aard van de eerste twee aandachtsoefeningen. Dit geldt voor alle Vijf Aandachtsoefeningen. Sommige mensen ontvangen formeel maar een of twee aandachtsoefeningen. Dat vond ik niet erg, want als je een of twee aandachtsoefeningenen diepgaand naleeft, houd je je aan alle Vijf Aandachtsoefeningen.

De Tweede Aandachtsoefening houdt in dat je niet steelt. In plaats van te stelen, uit te buiten, of te onderdrukken, beoefenen wij vrijgevigheid. In het Boeddhisme zeggen we dat er drie soorten geschenken zijn. De eerste is het geschenk van materiŽle hulpbronnen. De tweede is, mensen te helpen voor zichzelf te zorgen, ze de technologie en praktische kennis aan te bieden om op eigen benen te staan. Mensen helpen met de Dharma, zodat ze hun vrees, boosheid en depressie kunnen transformeren hoort bij de tweede soort geschenken. Het derde is het geschenk van het wegnemen van vrees. Wij zijn voor veel dingen bang. We voelen ons onveilig, bang om alleen te zijn, bang voor ziekte en dood. Om mensen te helpen zodat hun angsten ze niet kapot maken, beoefenen wij de derde soort van geven.

De Bodhisattva Avalokitesvara is iemand die dit erg goed beoefent. In het Hartsoetra leert hij ons de manier om vrees te transformeren en er bovenuit te stijgen en glimlachend op de golven van geboorte en dood te rijden. Hij zegt dat er geen maken, geen vernielen, geen zijn, geen niet-zijn, geen toenemen, geen afnemen bestaat. Dit horen helpt ons om diepgaand naar de aard van de werkelijkheid te kijken om te zien dat geboorte en dood, zijn en niet-zijn, komen en gaan, toenemen en afnemen allemaal maar ideeŽn zijn die wij aan de werkelijkheid toeschrijven, terwijl de werkelijkheid boven alle begrippen uitstijgt. Als we de interzijnde aard van alle dingen beseffen -- dat zelfs geboorte en dood maar begrippen zijn -- stijgen we boven de vrees uit.

In 1991 bezocht ik een vriend in New York die stervende was, Alfred Hassler. We hadden bijna dertig jaar met elkaar samengewerkt in de vredesbeweging. Het leek alsof Alfred op mijn komst gewacht had voordat hij zou sterven, en hij stierf slechts enkele uren na ons bezoek. Ik ging erheen met mijn naaste collega, Zuster Chan Khong (Ware Leegte).

Alfred was niet bij kennis toen we kwamen. Zijn dochter Laura probeerde hem wakker te maken, maar het lukte haar niet. Dus vroeg ik Zuster Chan Khong om het Lied van Geen Komen en Geen Gaan voor Alfred te zingen: ' Deze ogen ben ik niet, ik zit niet vast aan deze ogen. Dit lichaam ben ik niet, ik zit niet vast aan mijn lichaam. Ik ben leven zonder grenzen. Ik ben nooit geboren, ik zal nooit sterven .' Het idee is overgenomen van de Samyutta Nikaya. Ze zong zo mooi, en ik zag tranen langs de gezichten van Alfred's vrouw en kinderen stromen. Het waren tranen van begrip, helende tranen.

Plotseling kwam Alfred bij. Zuster Chan Khong begon te doen wat ze had geleerd toen ze het soetra De Lessen aan de Zieken had bestudeerd. Ze zei: 'Alfred, weet je nog die keren dat we samenwerkten?' Ze riep veel gelukkige herinneringen op aan wat we samen meegemaakt hadden, en Alfred kon ze zich allemaal herinneren. Hoewel hij kennelijk pijn had, glimlachte hij. Deze oefening bracht meteen resultaat. Als iemand zoveel lichamelijke pijn lijdt, kunnen we soms zijn lijden verlichten door de zaden van geluk die in hem zijn, water te geven. Een soort evenwicht wordt hersteld, en hij zal minder pijn voelen.

Ondertussen masseerde ik al die tijd zijn voeten, en ik vroeg hem of hij mijn hand op zijn lichaam voelde. Als je sterft, worden delen van je lichaam verdoofd, en het voelt aan alsof je die delen van je lichaam verloren hebt. Zachte, aandachtige massage geeft de stervende het gevoel dat hij leeft en dat je voor hem zorgt. Hij weet dat er liefde is. Alfred knikte, en zijn ogen leken te zeggen: ' Ja, ik voel je handen. Ik weet dat mijn voet daar is .'

Zuster Chan Khong vroeg: 'Weet je dat we veel van je geleerd hebben toen we samen leefden en werkten? Veel van ons zetten het werk voort dat jij bent begonnen. Maak je alsjeblieft geen zorgen over wat dan ook.' Ze zei hem veel zulke dingen, en hij leek minder te lijden. Op een bepaald ogenblik opende hij zijn mond en zei: 'Prachtig, prachtig.' Toen zonk hij terug in zijn slaap.

Voordat we weggingen moedigden we de familie aan om met deze handelingen door te gaan. De volgende dag hoorde ik dat Alfred slechts vijf uur na ons bezoek was overleden. Dit was een soort geschenk dat bij de derde categorie hoort. Als je mensen kunt helpen zich veilig te voelen, minder bang voor het leven, mensen, en de dood, beoefen je de derde soort geven.

Tijdens mijn meditatie had ik een prachtig beeld -- de vorm van een golf, zijn begin en zijn einde. Als de omstandigheden gunstig zijn nemen we de golf waar, en als de omstandigheden niet langer gunstig zijn, nemen we de golf niet waar. Golven zijn alleen uit water opgebouwd. We kunnen de golf niet indelen als bestaand of niet bestaand. Na wat wij de dood van de golf noemen, is er niets verloren gegaan. De golf is opgenomen in andere golven en op de een of andere manier zal de tijd de golf terugbrengen. Er is geen toenemen, afnemen, geboorte, of dood. Als we sterven en we denken dat alle anderen in leven zijn en dat wij de enige zijn die sterft, kunnen we ons ondraaglijk eenzaam voelen. Maar als we in staat zijn om honderdduizenden mensen voor ons te zien die met ons sterven, kan ons sterven sereen en zelfs vreugdevol worden. ' Ik sterf in gemeenschap. Miljoenen levende wezens sterven ook op ditzelfde moment. Ik zie mezelf samen met miljoenen andere levende wezens; we sterven in de Sangha. Tegelijkertijd komen miljoenen wezens tot leven. Wij doen dit allen samen. Ik ben geboren, ik ben stervende. Wij nemen in het hele gebeuren deel als een Sangha. ' Dat is wat ik in mijn meditatie zag. In de Hartsoetra deelt Avalokitesvara dit soort inzicht mee en helpt hij ons uit te stijgen boven vrees, verdriet en pijn. Het geschenk van het wegnemen van vrees brengt een transformatie in ons tot stand.

Het doen van de Tweede Aandachtsoefening voert de diepte in. We spreken van tijd, energie, en materiŽle hulpbronnen, maar de tijd is er niet alleen voor energie en materiŽle hulpbronnen. De tijd is er om met anderen samen te zijn -- met een stervende of met iemand die lijdt. Werkelijk er zijn, als is het maar vijf minuten, kan een heel belangrijk geschenk zijn. De tijd is er niet alleen om geld te verdienen. Hij is er om het geschenk van Dharma en het geschenk van het wegnemen van vrees voort te brengen.

THICH NHAT HANH is een Zen-Boeddhistische monnik, vredesactivist, geleerde en dichter. Hij is de stichter van de Van Hanh Boeddhistische Universiteit in Saigon, heeft gedoceerd aan de Columbia Universiteit en aan de Sorbonne, en woont nu in Zuid-Frankrijk. Daar tuiniert hij, werkt aan hulp voor behoeftigen, en reist over de wereld om de 'kunst van het aandachtig leven' te onderwijzen. Martin Luther King Jr. droeg hem voor voor de Nobelprijs voor de Vrede in 1967, met de woorden: ' Ik ken persoonlijk niemand die de Nobelprijs voor de Vrede meer verdient dan deze zachtmoedige monnik uit Vietnam.'
Dit artikel is een vertaling van een gedeelte uit For a Future to be Possible: Commentaries on the Five wonderful Precepts, door Thich Nhat Hanh. Copyright 1993.

Vertaling: Bart en Olga Meijer, voor Katinka Hesselink Net is 'aandachtsoefening' een aantal keer vervangen door 'mindfulness oefening'