De eerste Mindfulness Oefening

Eerbied voor het Leven

door Thich Nhat Hanh, zie ook de boeken van Thich Nhat Hanh.

'In het besef van het lijden veroorzaakt door vernietiging van het leven, neem ik de verplichting aan om mededogen aan te kweken en te leren hoe ik het leven van mensen, dieren, planten en mineralen kan beschermen. Ik ben vastbesloten niet te doden, niet toe te laten dat anderen doden, en geen enkele vorm van doden te vergoelijken, in de wereld, noch in mijn denken, noch in mijn manier van leven.' (De eerste van de vijf aandachtsoefeningen van Thich Nhat Hanh )

Het leven is kostbaar. Het is overal, binnenin ons en overal om ons heen; het heeft zoveel vormen.

De Eerste Aandachtsoefening ontstaat uit het bewustzijn dat overal levens vernietigd worden. We zien het lijden, veroorzaakt door de vernieling van leven, en we doen de gelofte om mededogen te beoefenen en dat te gebruiken als een bron van energie voor de bescherming van mensen, dieren, planten en mineralen. De Eerste Aandachtsoefening is een oefening in mededogen, karuna -- de vaardigheid om lijden op te heffen en te transformeren. Als we lijden zien, wordt mededogen in ons geboren.

Het is belangrijk dat wij in contact blijven met het lijden van de wereld. We hebben het nodig om dat bewustzijn te voeden met velerlei middelen -- geluiden, beelden, direct contact, bezoeken, enzovoort -- om het mededogen in ons levend te houden. Maar we moeten oppassen dat we niet te veel in ons opnemen. Ieder medicijn moet men in de juiste dosis nemen. We hoeven alleen in zoverre met het lijden in contact te blijven dat we het niet vergeten, zodat mededogen in ons stroomt en een bron van energie voor onze daden is. Als we boosheid om onrecht als onze energiebron gebruiken, doen we misschien iets schadelijks, iets waar we later spijt van krijgen. Volgens het Boeddhisme is mededogen de enige bron van energie die nuttig en veilig is. Met mededogen wordt je energie uit inzicht geboren: het is geen blinde energie.

Wij mensen zijn geheel opgebouwd uit niet-menselijke elementen, zoals planten, mineralen, wolken en zonneschijn. Wil ons handelen diep en waarachtig zijn, dan moeten we het ecosysteem erin betrekken. Als het milieu wordt vernield, worden mensen ook vernietigd. Het is niet mogelijk om het menselijk leven te beschermen zonder ook het leven van dieren, planten en mineralen te beschermen. De Diamantsoetra leert ons dat het onmogelijk is om onderscheid te maken tussen bezielde en onbezielde wezens. Dit is een van de vele oude Boeddhistische teksten die een diep milieu-bewustzijn onderwijzen. Iedere beoefenaar van het Boeddhisme moet een milieubeschermer zijn. Mineralen hebben ook hun eigen leven. In Boeddhistische kloosters zingen we: 'Zowel bezielde als onbezielde wezens zullen volledige verlichting verwezenlijken.' De Eerste Richtlijn is de praktijk die alle leven beschermt, inclusief het leven van mineralen.

'Ik ben vastbesloten niet te doden, niet toe te laten dat anderen doden, en geen enkele vorm van doden in de wereld te vergoelijken, noch in mijn denken noch in mijn manier van leven.' We kunnen doden in geen enkele vorm steunen; doden kan nooit gerechtvaardigd worden. Maar niet doden is niet genoeg. We moeten ook leren hoe we anderen van doden kunnen weerhouden. We kunnen niet zeggen: 'Ik ben niet verantwoordelijk. Zij hebben het gedaan. Mijn handen zijn schoon.' Als je in Duitsland was in de Nazitijd, kon je niet zeggen: 'Zij hebben het gedaan. Ik niet.' Als je tijdens de Golfoorlog niets gedaan of gezegd hebt om te proberen aan het doden een eind te maken, heb je deze oefening niet gedaan. Zelfs al was wat je gezegd of gedaan hebt niet genoeg om de oorlog te beëindigen, het gaat erom dat je het geprobeerd hebt, met je inzicht en je mededogen.

Door slechts met je lichaam niet te doden neem je de Eerste Aandachtsoefening nog niet in acht. Als je in je denken toestaat dat het doden doorgaat, verbreek je deze oefening ook. We moeten vastbesloten zijn om het doden niet te vergoelijken, zelfs niet in onze gedachten. Volgens de Boeddha is de geest de basis van alle handelingen. Het is erg gevaarlijk om in de geest te doden. Als je bijvoorbeeld gelooft dat jouw weg de enige is voor de mensheid en dat ieder die een andere weg volgt je vijand is, zouden miljoenen mensen om dat denkbeeld vermoord kunnen worden.

Denken ligt aan alles ten grondslag. Het is van belang dat wij een oog van gewaarzijn op elk van onze gedachten richten. Zonder een juist begrip van een situatie of een persoon kunnen onze gedachten misleidend zijn en verwarring, wanhoop, boosheid of haat scheppen. Onze belangrijkste taak is om juist inzicht te ontwikkelen. Als we de aard van inter-zijn aandachtig bekijken, dat alle dingen 'inter-zijn', zullen we niet langer schuldigen zoeken, ruzie maken, en doden, en worden we vrienden met iedereen. Om geweldloosheid te beoefenen moeten we voor alles leren hoe we vreedzaam met onszelf omgaan. Als we in onszelf echte harmonie scheppen weten we hoe we moeten omgaan met familie, vrienden en bekenden.

Als we bijvoorbeeld tegen een oorlog protesteren, nemen we misschien aan dat we een vreedzaam iemand zijn, een vertegenwoordiger van de vrede, maar dat zou wel eens niet waar kunnen zijn. Als we in de diepte kijken, merken we op dat de wortels van de oorlog gelegen zijn in de onoplettende manier waarop we leven. We hebben niet genoeg zaden van vrede en begrip gezaaid in onszelf en anderen, daarom zijn we medeverantwoordelijk: 'Omdat ik geweest ben zoals ik was, zijn zij nu zoals zij zijn.' Een meer holistische benadering is de weg van het 'inter-zijn': 'Dit is zó, omdat dat zó is.' Dat is de weg van begrip en liefde. Met dit inzicht kunnen we helder zien en onze regering helder helpen zien. Dan kunnen we naar een demonstratie gaan en zeggen: 'Deze oorlog is onrechtvaardig, destructief, en onze grote natie onwaardig.' Dat is veel effectiever dan anderen boos te veroordelen. Boosheid versnelt altijd de schade.

Wij allemaal, zelfs pacifisten, hebben pijn in ons binnenste. We voelen ons boos en gefrustreerd, en we hebben iemand nodig die naar ons wil luisteren en in staat is om ons lijden te begrijpen. In de Boeddhistische iconografie is er een bodhisattva genaamd Avalokitesvara die duizend armen en duizend handen heeft, en een oog in de palm van elke hand. Duizend handen staan voor actie, en het oog in elke hand staat voor begrip. Als je een situatie of een persoon begrijpt zal alles wat je doet helpen en zal het niet nog meer lijden veroorzaken. Als je een oog in je hand hebt ben je in staat echt geweldloos te handelen.

Om geweldloosheid te beoefenen, moeten we het voor alles in onszelf beoefenen. In ieder van ons is een zekere mate van geweld en een zekere mate van geweldloosheid. Afhankelijk van de toestand waarin we verkeren, zal onze reactie meer of minder geweldloos zijn. Zelfs als we er bijvoorbeeld prat op gaan dat we vegetariër zijn moeten we toegeven dat het water waarin we onze groente koken vele kleine micro-organismen bevat. We kunnen niet volledig geweldloos zijn, maar door vegetariër te zijn gaan we in de richting van geweldloosheid. Als we naar het noorden willen kunnen we de Poolster gebruiken als onze gids, maar het is onmogelijk om bij de Poolster te komen. We spannen ons alleen in om in die richting te gaan.

Iedereen kan iets aan geweldloosheid doen, zelfs generaals in het leger. Zij kunnen, bijvoorbeeld, hun acties zo uitvoeren dat geen onschuldige mensen gedood worden. Om soldaten te helpen de geweldloze richting op te gaan, moeten we met ze in aanraking komen. Als we de werkelijkheid in twee kampen verdelen -- het gewelddadige en het geweldloze -- en in één kamp gaan staan terwijl we het andere aanvallen, zal de wereld nooit vrede kennen. We zullen dan altijd de schuld laden op diegenen van wie wij denken dat zij de oorlogen en het sociale onrecht veroorzaken, zonder de mate waarin wij zelf gewelddadig zijn te erkennen. We moeten aan onszelf werken en ook met diegenen die wij veroordelen als we echt effect willen hebben.

Het helpt nooit om een grens te trekken en sommige mensen als vijanden buiten te sluiten, zelfs als ze geweld plegen. We moeten ze met liefde in ons hart benaderen en ons best doen ze in de geweldloze richting te helpen bewegen. Wanneer we uit woede voor de vrede werken, zullen we nooit slagen. Vrede is geen doel. Het kan nooit door niet-vreedzame middelen tot stand komen.

Het belangrijkste is om geweldloosheid te worden, zodat wanneer een situatie zich voordoet, wij niet nog meer lijden veroorzaken. Om geweldloosheid te oefenen, hebben we zachtaardigheid, liefdevolle vriendschap, medeleven, vreugde en gelijkmoedigheid nodig, gericht op ons lichaam, onze gevoelens en andere mensen. Met aandacht -- de praktijk van de vrede -- kunnen we beginnen de oorlogen in onszelf te veranderen. Daar zijn technieken voor. Bewust ademhalen is er een van. Elke keer dat we ons niet op ons gemak voelen, kunnen we ophouden met waar we mee bezig zijn, even niets zeggen, en een paar keer in- en uitademen, bewust van elke inademing en elke uitademing. Als we dan nog steeds overstuur zijn kunnen we loopmeditatie gaan doen, bewust van elke langzame stap en iedere ademtocht. Door innerlijke vrede aan te kweken brengen we vrede in de samenleving tot stand. Het hangt van ons af. De vrede oefenen in onszelf houdt in dat we het aantal oorlogen tussen dit of dat gevoel, of tussen deze of die waarneming, zo klein mogelijk maken. Dan kunnen we ook met anderen echt in vrede verkeren, onder wie de leden van ons eigen gezin.

Mensen vragen mij vaak: 'En als je nu geweldloosheid beoefent en er breekt iemand in je huis in, en probeert je dochter te ontvoeren of je man te doden? Wat dan? Moet je dan nog steeds geweldloos handelen?' Het antwoord hangt af van de toestand waarin je verkeert. Als je voorbereid bent, kun je kalm en verstandig reageren, op een zo geweldloos mogelijke manier. Maar om klaar te zijn om met verstand en geweldloosheid te reageren moet je van tevoren oefenen. Je kunt er tien jaar voor nodig hebben, of langer. Als je met het stellen van de vraag wacht tot het moment van de crisis is het te laat. Een zwart-wit antwoord zou oppervlakkig zijn. Zelfs al weet je dat geweldloosheid beter is dan geweld, je zult op dat beslissende moment niet geweldloos handelen als je begrip alleen verstandelijk is en niet in je hele wezen is geďntegreerd. De vrees en boosheid in je zullen je ervan weerhouden om op de meest geweldloze manier op te treden.

We moeten elke dag in de diepte kijken om ons goed aan deze richtlijn te houden. Elke keer dat we iets kopen of nuttigen, keuren we misschien het doden in de een of andere vorm goed.

Terwijl we de bescherming beoefenen van mensen, dieren, planten en mineralen, weten we dat we onszelf beschermen. We voelen dat we voortdurend in liefdevol contact verkeren met alle soorten op de Aarde. We worden beschermd door de aandacht en de liefdevolle vriendelijkheid van de Boeddha en vele generaties Sangha's die ook deze aandachtsoefening doen. Deze energie van liefdevolle vriendelijkheid brengt ons het gevoel van veiligheid, gezondheid en vreugde, en dit wordt werkelijkheid op het moment dat we de beslissing nemen om de Eerste Aandachtsoefening aan te nemen en uit te voeren.

Medeleven voelen is niet genoeg. We moeten het leren uitdrukken. Daarom moet liefde samengaan met begrip. Begrip en inzicht laten ons zien hoe te handelen.

Onze echte vijand is vergeetachtigheid. Als we onze oplettende aandacht elke dag voeden en de zaden van vrede in onszelf en in degenen rondom ons water geven, worden we levend, en kunnen we onszelf en anderen helpen om vrede en mededogen te verwezenlijken.

Het leven is zo kostbaar, maar toch laten we ons in ons dagelijks leven meestal meegeslepen door onze vergeetachtigheid, boosheid, en zorgen. Verstrikt in het verleden kunnen we het leven niet raken in het nu. Als we werkelijk leven is alles wat we doen of aanraken een wonder. Aandacht beoefenen is terugkeren naar het leven in het nu. De Eerste Aandachtsoefening doen is eerbied voor het leven vieren. Als we de schoonheid van het leven naar waarde schatten en eren, zullen we alles doen wat in ons vermogen ligt om al het leven te beschermen.

THICH NHAT HANH is een Zen-Boeddhistische monnik, vredesactivist, geleerde en dichter. Hij is de stichter van de Van Hanh Boeddhistische Universiteit in Saigon, heeft gedoceerd aan de Columbia Universiteit en aan de Sorbonne, en woont nu in Zuid-Frankrijk. Daar tuiniert hij, werkt aan hulp voor behoeftigen, en reist over de wereld om de 'kunst van het aandachtig leven' te onderwijzen. Martin Luther King Jr. droeg hem voor voor de Nobelprijs voor de Vrede in 1967, met de woorden: ' Ik ken persoonlijk niemand die de Nobelprijs voor de Vrede meer verdient dan deze zachtmoedige monnik uit Vietnam.'
Dit artikel is een vertaling van een gedeelte uit For a Future to be Possible: Commentaries on the Five wonderful Precepts, door Thich Nhat Hanh. Copyright 1993.

Vertaling: Bart en Olga Meijer, voor Katinka Hesselink Net is 'aandachtsoefening' een aantal keer vervangen door 'mindfulness oefening'