DASABHUMIKA

De Tien Stadia van het Bodhisattva-pad

HET NEGENDE STADIUM: Goede Geest

Toen sprak Vajragarbha de volgende verzen teneinde de betekenis van dit stadium uiteen te zetten:

Hier contempleren ze met onvergelijkelijk krachtig mentaal vermogen,
Met uiterst subtiele kennis, met atoom-splijtende kennis.
En zo het esoterische Boeddharijk binnengaand
Bereiken ze het negende stadium, en worden weldoeners van de wereld.

Hun beheersing van het rijk van het mentale en hun concentratie zijn groot,
Hun ver-reikende alles-overstijgende kennis gaat alle landen binnen.
Zeker in hun kennis en kracht bevinden ze zich nu in het rijk dat "vastberadenheid van de overwinnaars" genoemd kan worden.
De toegewijde en mededogende wijzen gaan dit negende stadium binnen.

Zij die dit stadium bereiken, de dragers van Boeddha's schatten,
Weten wat goed en slecht is, en waarop "goed" noch "slecht" van toepassing is.
Ze weten wat bezoedeld en van de wereld is, en wat daaraan voorbij gaat.
Ze weten wat voorstelbaar en onvoorstelbaar is.

Ze onderzoeken wat zeker(e kennis) en onzeker is,
En koesteren de praktijken waarmee je de Drie Voertuigen kunt vervolmaken.
Ze bereiden de leringen over de stadia voor, rekening houdend met de geneigdheden en het gedrag (der wezens),
En gaan zo de wereld tegemoet.

Met verheven, subtiele gedachtenkracht dergelijk Weten volgend,
Sporen ze de spinnewebben in de mensengeest op;
Ze sporen ze op en begrijpen wie de lering kan ontvangen,
En wat het einde en het begin is.

Ze hebben een volmaakt begrip van (mentale) kwellingen, en hoe ze op elkaar inwerken, en zich manifesteren.
Ze weten ook hoe deze voortgaan, aangewakkerd door gewoontepatronen,
En hoe ze zich onderweg onderscheiden en manifesteren,
En hoe het resultaat verdwijnt zodra de aanleiding is weggenomen.

Ze weten welke (mentale) faculteiten (in de wezens) zwak zijn, middelmatig, of sterk.
Ze weten het voortschrijden van het verleden tot in de toekomst:
Hoe daar diverse inclinaties zijn, en of die wel of niet zuiver zijn.
Ze weten het allemaal, alle vierentachtig duizend.

Wezens in de wereld zijn tot ontwikkeling gekomen onder invloed van verschillende (meegebrachte) geneigdheden,
Die een verwarde kluwen van kwellingen en opinies zijn geworden,
Die ononderbroken verbonden zijn met de geest,
Die daar samen mee tot ontstaan zijn gekomen, en hoe de geneigdheden en capaciteiten daaraan zitten vastgekleefd.

Die geneigdheden en capaciteiten zijn ens-loos,
Ze hebben geen plaats, en zijn niet afgezonderd van bewustzijn.
Moeilijk te kennen zijn ze, niet te overwinnen in meditatie;
Alleen de diamanten donderkeil behorend tot het Pad kan de ketenen ervan doorbreken.

Al die zes verschillende levensvormen binnengaand -
Waar begeerte het vocht is, onwetendheid de schaduw, en handelen het veld,
Waar de bewustzijnen de zaden zijn, waar vorm en naam (nama-rupa) samen ontspruiten -
Zo zien ze de wezens in de wereld - geen begin, geen einde.

Die wezens'geesten zijn vol gekwelde (gedachten)handelingen, gevormd door gewoontepatronen.
Dit is het enige dat hen doet verlangen naar voortbestaan.
De Verlichtende Wezens weten wie onder hen een basis hebben in de Waarheid, of in foutief denken, of daar tussen in,
Wie onder hen weggezonken is in geopinieerdheid, en welke wezens kennis bezitten.

Met deze overwegingen in gedachten, gevestigd in dit stadium
Onthullen Verlichtende Wezens de Leer op verschillende wijzen,
In overeenstemming met de wezens' geneigdheden en capaciteiten.
Hier zijn ze goed ingevoerd in analytische kennis, in de betekenis, en ze kunnen het over het voetlicht brengen.
Hun status is die van prediker.
Ze zijn als leeuwen, als machtige ossen, als majestueuze bergen.
Ze doen de zoete Dharmaregen van niet-geboren, niet-vergaan neerdalen,
En gelijken zo de watergeesten die de oceanen vullen.

Ze bezitten vaardigheden in het speuren naar de betekenis (der Dharma), en ook naar de essentie der dingen.
Ze begrijpen alle uitdrukkingen en zijn welsprekend geworden.
Ze beschikken over ontelbaar miljoenen eeuwen concentratie-dharani,
En zijn vervuld van de Dharma zoals de oceaan vervuld is van de regen.

Zo hebben ze concentratie bereikt door zuiverende dharani.
Zo zien ze duizenden Boeddhas in een oogwenk.
En nu ze tot de schatkamer van de Dharma zijn doorgedrongen, nu prediken ze,
En de zuiverende stem daarvan bereikt iedere (levens)sfeer, overal.

In biljoenen werelden bevrijden ze een veelheid aan wezens
Daartoe de Drie Juwelen ten voorbeeld stellend.
Zo zijn ze naar allen weldoend, rekening houdend met hun mogelijkheden en geneigdheden,
En gelijken zo de watergeesten die de oceanen vullen.

Met immer toenemende kracht in waardigheid spannen ze zich in
En bedenken hoe ze zijn, als op het topje (van een speld)
Hoe daar ondenkbaar vele Boeddhas onderwijzen, en hoe een Varieteit aan wezens luistert,
En die Leringen in zich bergen zoals de aarde de zaden in zich bergt.

Alle wezens die er maar te vinden zijn doorheen de tien windrichtingen
Zitten in een kring in deze bijeenkomst.
Aan allen in een oogwenk verschijnend doen Verlichtende Wezens
Hen allen met een enkele uitspraak goed.

Hier gevestigd als Meesters in de Leer, de hoogsten onder de mensen en goden
Worden ze Boeddhakinderen, gaan voort op (de stroom van) de Leer,
Dag en nacht in het gezelschap van de Boeddhas,
Gevestigd in diepste rust, met ferme kennis, en bevrijd.

Gaan tot miljoenen Boeddhas
En worden gezuiverd, als de hoofdtooi van radjas.
Hun licht verslaat de duisternis van kwellingen,
Zoals Brahma's licht miljoenen werelden doorstraalt.

In dit stadium worden ze Brahmagoden, doordrenkt van waardigheden;
Hier doen ze wezens goed met de Leer der Drie Voertuigen.
Wat zij ondernemen komt alle wezens ten goede;
In Verlichte kennis hun vertrouwen stellend bereiken ze (hoogste) waardigheid en Weten.

In een enkel moment gaan ze evenzovele concentraties binnen
Als er atomen zijn in onmetelijke landen, en blijven niettemin onberoerd.
De Boeddhas uit de tien windrichtingen voor ogen hebbend horen ze de Dharma,
En stijgen daar, dankzij wilskracht, bovenuit en doen ontelbare wonderen.

"Aldus werd het negende stadium uiteengezet waarin zij verkeren die op het Grote Weten contempleren, (dat bereik) dat moeilijk te zien is, dat subtiel is. Dit negende stadium van Verlichtende Wezens heet Goede Geest."


Toelichting


HET TIENDE STADIUM