DASABHUMIKA

De Tien Stadia van het Bodhisattva Pad

HET ZESDE STADIUM: Onmetelijke Kennis

Toen sprak Vajragarbha de volgende verzen teneinde de betekenis van dit stadium uiteen te zetten: Nu Bodhisattvas de praktijken van het vijde stadium hebben vervuld,
Nu ze kennis hebben van het niet-geboren zijn van de dingen, en van hun zonder kenmerk, zonder vorm zijn,
Nu ze kennis hebben van hun niet-ontstaan, van hun van nature zuiver zijn, en dat het niet in woorden is te vatten,
Nu gaan ze het zesde stadium binnen.

Nu hun gewone ogen van vlees en bloed voortdurend de fenomenen observeren,
Zonder ze af te wijzen, zonder er aan gehecht te raken, zonder er verkeerde meningen over op na te houden,
Nu ze weten dat die fenomenen illusiegelijk zijn, niet vallen in categorieen als zijn en niet-zijn,
Nu gaan de Verlichtende Wezens het hogere stadium binnen, het zesde.

Goed gevestigd in overeenstemming (met de Leer), vol kennis en kracht,
Schouwen ze het worden en vergaan in alle werelden.
Naar essentie is het worden van de wereld het worden van de duisternis die onwetendheid heet.
Zodra die onwetendheid is vernietigd, is worden niet-bestaand.

Ze contempleren op onderling, afhankelijk ontstaan, dat in laatste instantie sunyata is.
Zonder de onderlinge (afhankelijke) relatie van handelingen of het functioneren van de naam (nama) te weerspreken,
Weten ze naar waarheid: actie heeft geen agerende.
Ze bezien de samengestelde dingen als waren ze pakken wolken - krachteloos.

Niet wetend dat onwetendheid de werkelijkheid (van de wereld) is,
Zijn handelen en bewustzijn daarvan (van onwetendheid) het resultaat.
Dan, op basis van (inmidels aanwezig) bewustzijn, ontstaan naam en vorm (nama-rupa).
Zo komen allen tot ontstaan - de hele massa dukkha.

Ze beseffen dat de drie werelden slechts in de geest bestaan,
En dat de twaalf schakels van Voorwaardelijk, Afhankelijk Ontstaan zich in deze ene geest bevinden,
Dat ze geboren zijn uit verlangen, en geschapen door de geest.
Zo zijn ook uitdoving (nirodha) en ontstaan slechts onderscheidingen in de geest.

Het functioneren van onwetendheid is tweevoudig: het schept onwetendheid,
En in onwetendheid ligt ook de oorzaak voor gevoel (of ondervindingen),
En zo vervolgens, tot en met de oude dag, het uiteenvallen, en dood -
Het dukkha dat hieruit voortkomt is oneindig.

Zolang er onwetendheid is, kan het (dukkha) niet tot staan gebracht worden.
Maar zodra is dit voortdurend tot bestaan komen (onder invloed van wijsheid) eennmaal tot staan gebracht, dan komt alles tot stilstand.
Onwetendheid, begeerte, en grijpen-naar zijn de bases voor (mentale) aandoeningen,
Handelen en worden zijn conditioneringen, en de rest is dukkha.

(Binnen deze twaalfvoudige keten van Voorwaardelijk, Afhankelijk, Ontstaan)
Is alles, vanaf onwetendheid tot aan de fysieke zintuigen dukkha omdat er conditionering aan ten grondslag ligt.
(De geledingen die) contact en ontwikkelen van fysieke gevoelens (heten) zijn dukkha omdat er pijnlijke ondervindingen aan ten grondlag liggen.
De rest van de geledingen (in deze keten) zijn dukkha omdat er verval aan ten grondslag ligt.
Wordt aan de ontwikkeling daarvan een halt toegeroepen (door aan onwetendheid een eind te maken), dan is dat dukkha zelfloos.

Die (in deze 12-voudige keten) op kop lopen, dat zijn onwetendheid en conditionering.
Bewustzijn en ondervindingen opereren in het heden.
Verlangen, worden, en lijden richten zich op de toekomst.
Zij die dit objectief beschouwen kappen (uccheda) het ontstaan en de voortgang er van door.

De conditionering die onwetendheid heet creeert gebondenheid.
Het einde van gebondenheid is het tot uitdoving brengen van conditionering.
Het ontstaan van een resultaat als gevolg van een oorzaak ontstaat niet zonder oorzaak.
Verlichtte kennis ziet het als ledig van een zelf-aard.

Geleid worden door onwetendheid is de oorzaak van, en kracht achter tot bestaan komen.
Stel je je daar tegen teweer, dan wordt tot bestaan komen de pas afgesneden omdat dan de oorzaak tot nul is gereduceerd.
Zij wier geest onthecht is observeren op tien manieren
De verheven onderlinge relaties tussen de fenomenen (pratitya samutpada).

Intentie, de elementen van worden, en de plaats van handeling,
Staan voorop in de drie paden:
Het voortschrijden van de condities (hetu?) is niet ontstaan, en vergaat niet;
(Daar zijn) de oorzaak en het vernietigen van de drie vormen van lijden, van ontstaan, en van vergaan.

Zo begrijpen Verlichtende Wezens Voorwaardelijk, Afhankelijk Ontstaan -
Illusiegelijk, onwerkelijk, zonder kennen of handelen,
Als een droom, als een weerspiegeling, ens-loos,
Als een optische illusie die de onwetenden en verwarden voor waar houden.

Wie zo mediteert is gevestigd in de ledigheid der wijze;
Zo iemand realiseert het zonder kenmerk zijn van condities (of voorwaarden).
Wetend dat ze volstrekt onwerkelijk zijn, zijn ze wensloos,
Maar gaan door te leven ten bate van de wezens.

Zo deze (pade op weg) naar bevrijding te hebben waargemaakt, zijn de Grote Wezens
Nog meer vervuld van mededogen, en zoeken de Boeddhakwaliteiten.
Ziend dat het samengestelden (samskrta) maar een samenkomen van onderdelen is
Neemt hun ijver toe, en zijn ze vol van vele waardigheden.

Ontelbare concentraties in ledigheid vervuld hebbend,
En ook de bevrijding genaamd zonder kenmerk en wensloos zijn,
Neemt hun wijsheid en aanvaarding van "zo is het" toe en toe,
En bovendien komen hun innerlijke vrijheid en kennis tot rijping.

Vastberaden dienen ze vele Boeddhas,en beoefenen het Pad met dezen als gids.
Daarbij bereiken ze de schat van Boeddhawijsheid en sporen anderen aan
De wortels van het goede te cultiveren
Tot ze als met edelstenen versierde gouden ornamenten zijn.

Zoals het maanlicht bekoeling schenkt aan de geest der mensen,
Niet beinvloed door winden die uit de vier richtingen waaien,
Zo ook lest het licht der Verlichtende Wezens die het pad der demonen teboven zijn gekomen
De brand van aandoeningen in diegenen die dukkha ondergaan.

Dit stadium vervolmaakt hebbend worden ze hemelse vorsten,
Kunnen zich overal tonen, hebben aan fantaseren een eind gemaakt.
Wat ze op het pad van kennis ook doen is onovertrefbaar,
Is doelgericht, en voorbij het voertuig der Toehoorders.

Al zoekende zien de Verlichtenden wezen, een en al energie,
In het bezit van triljoenen vervolmaakte concentraties (samadhi),
In een oogwenk de Boeddhas uit de tien windrichtingen,
Vurig schijnend als de zon aan een zomerhemel.


Toelichting


HET ZEVENDE STADIUM van het pad van de Bodhisattva