Nagarjuna

Nāgārjuna (circa 150 - circa 250) was een Indische filosoof en oprichter van de Madhyamaka (middenweg) school van het Mahayana Boeddhisme en was een van de meest invloedrijke boeddhistische denkers. Hij onderwees aan de grote boeddhistische universiteiten in Noord-India. Er is waarschijnlijk, nadat Sakhyamuni Boeddha over de aarde ging, geen groter cultivator/geleerde geweest dan Nagarjuna. Zijn geschriften liggen aan de basis van de grootste (Mahayana) boeddhistische stromingen die er na die tijd zijn gekomen.

Zijn geschriften waren de basis voor de Madhyamaka (in China beter bekend als de Sanlun of Drie Verhandelingen School). Aan Nagarjuna wordt de filosofie van Prajnaparamita (Perfectie van de Wijsheid) toegeschreven en hij was verbonden aan een klooster in Nalanda.

Geschiedenis en Biografie van Nagarjuna

Waarschijnlijk is Nāgārjuna geboren in de buurt van Nagarjunakonda in India in de tweede helft van de tweede eeuw en is opgegroeid in een brahmaanse familie. Zijn belangrijkste geschrift is Mūlamadhyamakakārikā (Fundamentale verzen van de filosofie van het midden). Hierin geeft hij een filosofische basis voor de dan al 300 jaar oude boeddhistische stroming van de Praj˝āpāramitā (Volmaaktheid van Wijsheid) en bekritiseert hij andere stromingen doormiddel van een radicaal skepticisme. Zijn verbondenheid met de universiteit van Nālanda is onwaarschijnlijk, omdat er geen aanwijzingen zijn dat deze toen al bestond. Hij schijnt goede betrekkingen gehad te hebben met een Zuid-Indiase koning, mogelijk koning Śātavāhana die genoemd wordt in Tibetaanse geschriften.

Leegheid (Sunyata) Filosofie van Nagarjuna

Nagarjuna's belangrijkste bijdrage is het concept van shūnyatā of leegheid van eigen bestaan. Hij bekritiseerdt met name de boeddhistische scholen die aannemen dat woorden verwijzen naar echt bestaande substanties, dat wil zeggen dingen, die hun eigen essentie zijn, die op zich bestaan, niet veranderen en zelf hun eigenschappen kenbaar maken. Hij laat zien dat dit volgens de alledaagse ervaring en volgens de logica onmogelijk is. Veel van zijn argumenten zijn terug te vinden bij de antieke skeptici. Hij erkent dat we in het alledaagse leven er wel van uitgaan dat de dingen onveranderlijk zichzelf blijven, maar hij stelt daar tegenover dat dit slechts een voorlopige waarheid is of een waarheid bij wijze van spreken. De absolute waarheid bestaat uit het inzicht dat de voorlopige waarheid alleen maar een verhulling is van het feit dat de dingen in wezen leeg zijn van eigen bestaan of substantie (svabhāva) en dus illusie. Dit inzicht is de volmaaktheid van wijsheid. Het leidt tot het nirvāņa, want het dooft alle hunkering naar bestaan of niet bestaan.

Door het postuleren van twee niveau's (voorlopige en absolute waarheid), vermijdt hij zowel de positie dat alles echt is, als de po

De voorliggende Vimsaka lijkt door zijn beknoptheid een geschrift dat - mogelijk - in korte tijd is gecomponeerd. Het bevat alle themas die ook aan de orde komen in het grotere werk, de Zangen over de Wortels van het Midden (Mulamadhyamakakarika).