Deze Geest is een lichtbron. Hij is in wezen helder, maar wordt gekleurd door de gehechtheden die hem aankleven. Dit is de ongeschoolde mens niet duidelijk en dus ontwikkelt hij de geest niet.

Deze geest is een lichtbron. Hij is helder en vrij van gehechtheden. Dit is de edele volger van de weg volmaakt duidelijk en dus richt hij zich op het ontwikkelen van de geest.


(Uit de Angutta Nikaya, in de vertaling van Gil Fronsdal.  
Nederlandse vertaling van het boekje "De leringen van Boeddha", samengesteld door Jack Kornfield, uitgegeven in Nederland door Altamira-Becht, 2000, blz. 2)