LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka, Hoofdstuk 4

Tekst 56: Over intuitief weten

Toen stelde Bodhisattva-mahasattva Mahamati opnieuw een vraag en vroeg: Gezegende, vertelt u mij alstublieft over nirodha (uitdoving) en hoe dat evolueert, die staat die alle Bodhisattvas, Toehoorders, en Zelf-Verlichtten behaalden. Immers, wanneer wij Bodhisattva-mahasattva het evolueren ervan grondig begrijpen dan zullen we niet op een dwaalspoor worden gebracht door het geluksgevoel dat nirodha met zich mee brengt, dan zullen we niet terugvallen naar de verwarde geestestoestand der Toehoorders, Zelf-Verlichtten en geleerden.

De Gezegende zei: luister dan goed, en overdenk wat ik ga zeggen.

Zeker, Gezegende, zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati, en hij luisterde.

Dit zei de Gezegende: Die Bodhisattva-mahasattvas die het zesde stadium hebben bereikt, en ook de Toehoorders en Zelf-Verlichtten, bereiken nirodha. Op het zevende niveau bereiken de Bodhisattva-mahasattvas die de opinie over een zelf-aard in alle dingen hebben opgegeven, nirodha, en wel in iedere minuut van hun leven. Dit is echter niet het geval met de Toehoorders en Zelf-verlichtten, want zij denken dat er iets gevolg-producerends is, en daarom is er in dat wat zij bereikten nog een spoor van grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen wordt. Derhalve bereiken zij nirodha niet, niet in iedere minuut van hun leven - hetgeen toch mogelijk is op dit zevende niveau. Ze zijn niet in staat het ongedifferentieerde en het ophouden van alle veelvormige manifestaties in alle dingen te zien. Zij behalen wat er voor hen te behalen valt als gevolg van hun begrip dat aan alle dingen een aspect kleeft waaraan hun zelf-aard afgelezen kan worden - waarvan gezegd kan worden dat het goed of niet goed is. Daarom is er in hen tot aan het zevende stadium geen goed gevestigde realisering van nirodha, niet in iedere minuut van hun leven.

Mahamati, in het achtste stadium houden Bodhisattva-mahasattvas, Toehoorders, en Zelf-Verlichtten op onderscheid-aanleggende ideeen te koesteren, ideeen die verrijzen uit de citta, manas, en manovijnana. Van het eerste tot en met het zesde stadium zien ze dat de wereld niets anders is dan de citta, manas en manovijnana, dat er, daar het uit een onderscheid-aanleggende geest geboren wordt, geen zelf-ziel is, noch wat daartoe behoort, en dat je niet verdwaald kunt raken tussen de veelheid aan fysiek ervaarbare externe objecten, dat dit slechts gebeuren kan in het rijk van het mentale. De onwetenden die hun zelf-gewonnen kennis wenden naar het dualisme tussen grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen-wordt begrijpen dit niet, want in hen zijn de gewoontepatronen actief die ze, dankzij foutief redeneren en onderscheid-aanleggen sinds de tijd zonder begin hebben opgehoopt.

Mahamati, op het achtste niveau is er voor de Toehoorders, Zelf-verlichtten, en Bodhisattvas nirvana, echter de Bodhisattvas worden door de kracht van alle Boeddhas weggehouden van de diepe vreugde die samadhi brengt, en zo zullen ze nirvana niet binnengaan. (Want) wanneer het stadium van Tathagatschap (het 10e) niet vervuld wordt, dan komt er ook geen eind aan alle karmisch handelen, en (bovendien,) werden (de Bodhisattvas in hun verdere strevingen) niet ondersteund (door de Boeddhas), dan zou de Tathagata-familie uitsterven. Daarom spreken de Boeddhas, de Gezegenden, over de goede kwaliteiten van Boeddhaschap die (nochthans) het voorstellingsvermogen te boven gaan. Het is hierom dat (de Bodhisattvas) nirvana niet binnengaan, maar de Toehoorders en Zelf-Verlichtten, ondergedompeld in de vreugde van samadhi, koesteren deze gedachte aan nirvana.

Mahamati, op het zevende niveau bestudeert de Bodhisattva de (ware) aard van citta, manas en manovijnana; hij onderzoekt het concept zelf-ziel en wat daartoe behoort, hij onderzoekt grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen-wordt, alsook het zelfloos zijn van personen en dingen, het verrijzen en verdwijnen, en individualiteit en algemeenheid. Hij verkrijgt vaardigheid in het hanteren van het tetralemma, hij verblijft in de vreugde van zelfbeheersing, hij doorloopt een voor een de stadia, en hij kent de verschillen tussen de geledingen van verlichting. Ik heb wat doorlopen moet worden onderverdeeld in stadia omdat anders de Bodhisattva-mahasattvas, niet wetend wat bedoeld wordt met individualiteit en algemeenheid, en niet begrijpend dat er een voortgaande kennis is doorheen de stadia maar zouden terugvallen tot de geleerden's verkeerde opvattingen. Naar waarheid, Mahamati, is er geen verrijzen, geen verdwijnen; niets is, behalve dat wat in en uit bewustzijn zelve is, en met dat laatste bedoel ik zowel de ontwikkeling doorheen de stadia als wat zich in de drievoudige wereld afspeelt. Dit begrijpen de onwetenden niet. (Maar onthoudt:) Wij Boeddhas ontwikkelden de leer over de stadia waar zich een geleidelijke voortgang aftekent, net zoals dat het geval is met de handelingen in de drievoudige wereld.

En dan, Mahamati, de Toehoorders en Zelf-verlichtten die zich op het achtste niveau bevinden zijn dronken door het geluk dat resulteert uit nirodha, en niet inziend dat er niets anders is dan wat in en uit bewustzijn zelve is, zijn ze als gevolg niet in staat de hindernissen en gewoontepatronen te overstijgen die ontstonden uit hun ideeen over individualiteit en algemeenheid. Zich (uitsluitend) hechtend aan de leer over zelfloosheid in personen en dingen, en de opinies koesterend die daaruit voortvloeien, hebben ze een onderscheid-aanleggende kennis over nirvana - die niet overeenkomt met die (niet-gedeelde) kennis over het Solitaire (vivikta).

(Maar) Mahamati, wanneer Bodhisattva-mahasattvas van aangezicht tot aangezicht komen met het geluk dat nirodhasamadhi (de meditatieve staat van volkomen uitdoving) met zich brengt, dan ontwikkelen ze, als gevolg van hun oorspronkelijke geloften, mededogen en beseffen ze wat hen, in het licht van (Bodhisattva Samantabhadra's) onuitputtelijke geloften, te doen staat. Daarop verzaken ze het binnengaan in nirvana. Echter, in feite zijn ze al in nirvana, want in hen verrijst geen onderscheid- aanleggen meer. In hen is geen grijpen-naar of dat-waarnaar-gegrepen-wordt meer. Daar ze inzien dat alles in de wereld in en uit bewustzijn zelve is hebben ze gedachten aan onderscheid-aanleggen tussen dingen van zich geworpen. Ze hebben het geloven in en onderscheiden van noties over citta, manas en manovijnana, over externe, zich buiten het bewustzijn bevindende objecten en zelf-aard achtergelaten. Echter, ze hebben het bevorderen van Boeddhisme niet opgegeven, want ze hebben dat innerlijke inzicht behaald dat de staat van Tathagataschap toebehoort - wat ze ook doen, alles spruit voort uit hun allesoverstijgende kennis.

Het is als een man die in een droom een rivier oversteekt. Mahamati, stel, een slapende man droomt dat hij zich midden in een rivier bevindt die hij uit alle macht en op eigen kracht wil oversteken. Maar voordat hij daarin slaagt wordt hij wakker en denkt: "Was dit echt of niet?" Dan denkt hij opnieuw: "Het is noch echt nog onwerkelijk. Vanwege de gewoontepatronen die zich vanaf de tijd zonder begin ophoopten, en daar ik een veelvoud aan vormen en condities (als gevolg van die gewoontepatronen) zie, hoor, denk en herken, is er een tweedelen van dingen, (zeg ik dat ze) ofwel bestaan ofwel niet-bestaan, en daarom ondervindt mijn manovijnana zelfs in een droom alles dat ik (eerder) zag."

Mahamati, zo ook observeren de Bodhisattva-mahasattvas die de eerste zeven stadia hebben doorlopen en nu behoren tot het achtste, dat er in hen geen onderscheiden meer verrijst omdat nu alles gezien wordt als Maya-gelijk en dergelijke. Zodra ze een intuitief weten van de (ware) aard van alle dingen hebben, en ziend dat er als gevolg een ophouden heeft plaatsgevonden wat betreft het grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen-wordt - iets dat groeit uit iemand's vurige hang naar dingen -, en ook ziend hoe (het gewone, alledaagse) bewustzijn en wat daartoe behoort (niettemin) voortgaat te onderscheiden, zullen deze Bodhisattva-mahasattvas (toch) hun streven de Boeddha-Dharma te praktiseren niet opgeven. Mahamati, ze zullen zich inspannen om diegenen die het doel nog niet bereikt hebben dit alsnog te helpen bereiken. Voor de Bodhisattva- mahasattvas betekent nirvana niet de (volledige) uitdoving. Daar ze onderscheidende gedachten die voortkomen uit de citta, manas en manovijnana hebben achtergelaten, is er voor hen de realisatie, de erkenning, dat alle dingen ongeboren zijn. En, Mahamati, naar ultieme betekenis zijn er noch gradaties, noch een successief doorlopen (van de bodhisattva-stadia). Ik predik slechts de waarheid van het Solitaire (viviktadharma), daarin is alle onderscheiden naar beelden (in de geest) tot rust gebracht.

Er wordt gezegd:

1. De verblijfplaatsen en de stadia van Boeddhaschap zijn vastgelegd in de Enkel-Bewustzijn(-leer) die zonder-beelden (animitta) is. Dit werd onderwezen, wordt nu onderwezen, en zal in de toekomst door de Boeddhas onderwezen worden.

2. In de (eerste) zeven stadia is het bewustzijn actief, maar het achtste is zonder-beelden. De twee stadia kennen nog iets waarop bewustzijn rusten kan, het stadium dat dan nog overblijft is mijn domein.

3. Zelf-realisatie en absolute zuiverheid, dit stadium behoort enkel mij toe. Het is de verhevenste verblijfplaats van Mahasvara, de helder schijnende Akanishtha-sfeer.

4. De stralen ervan bewegen zich voorwaarts als een vuurzee; zij die heldere kleuren uitstralen, er goed uitzien, en als een verheven teken zijn transformeren de drievoudige wereld.

5. Sommige werelden worden op dit moment getransformeerd; andere hebben dat al achter de rug - daar onderwijs ik over de diverse Voertuigen die tot mijn stadium (van Boeddhaschap) behoren.

6. Echter, het tiende (stadium) is het eerste, het eerste het achtste, het negende het zevende, en het zevende het achtste.

7. En het tweede is het derde, het vierde is het vijfde, en het derde het zesde. Waar zonder-beelden oppermachtig is kunnen er toch geen gradaties zijn!

Dit is het hoofdstuk genaamd: "Over Intuitief Weten."

Tekst 57

Toelichting bij tekst 56

(Hoofdstuk 4 bevat de manuscriptgedeelten [211 - 263].)

In tekstgedeelte 56 wordt gepreludeerd op de Bodhisattva-stadia (6), 7 en 8 uit het Avatamsaka-boek "De Tien Stadia". Stadium 7 wordt beschreven als "Ver Gaand", en stadium 8 heet "Onbewogen" of "Onwrikbaar". Waar de tekst "De tien Stadia" vooral beschrijft wat de Bodhisattva, nu hij eenmaal een van deze spirituele niveaus heeft bereikt, allemaal moet en wil doen voor de wereld, gaat Lanka's auteur, zoals een echte Yogacarin betaamt, in op wat de meditator hier ervaart en in zichzelf bereikt.

- Nirodha. Dit woord wordt wel weergegeven als "uitdoving" (als een vuur), of "het uitblazen", of "uitgeblazen zijn" (als een kaarsvlam). Het is een synoniem voor nirvana, en in deze tekst worden beide synoniemen opgevoerd als begerenswaardige staten van geest, maar niet als aanduiding voor Boeddhaschap, daarvoor moeten eerst stadia 9 en 10 behaald zijn. Vlak voor de verzen zegt deze tekst 56 hierover: "Voor de Bodhisattva- mahasattvas betekent nirvana (ook nirodha genoemd) niet de (volledige) uitdoving."
Als eerder in deze soetra zien we hoe een Groot Verlichtend Wezen ten behoeve van latere generaties vragen stelt over wat hij zelf al ervaren moet hebben.

- Derde alinea: "... dus in hun nirodha is er nog steeds een spoor van grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen wordt." "Dat-waarnaar-gegrepen wordt" is in dit geval het besef verlichting behaald te hebben.
. "... het ongedifferentieerde in alle dingen" is een ander woord voor sunyata; "het ophouden van alle veelvormige manifestaties" is het stilleggen van prapanca: gebabbel in de geest. Dit stilleggen is onmogelijk zolang de geest nog heen en weer zwenkt tussen gedachten over verlichting zelf en verlichting behalen.

- De alinea beginnend met: "Mahamati, op het zevende niveau ..."
Met "de geledingen van verlichting" wordt waarschijnlijk verwezen naar wat genoemd wordt de bodjanga.

- Vers 2. De Tien Stadia lezend is het niet geheel duidelijk of met "de twee stadia" het 9e en 10e bedoeld wordt, of het 8e en 9e, daar immers het tiende stadium beschreven wordt als dat van de Boeddhas.

- Vers 4. Het is waarschijnlijk dat alleen de Himalaya-traditie dit beeld van "zij die heldere kleuren uitstralen", resp. "the rainbow body" heeft geadopteerd.


Tekst 57