LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka, Hoofdstuk 4

Tekst 60: Tathagatas uit het verleden, het heden, en de toekomst zijn als de zandkorrels in de Ganges

Weer sprak Bodhisattva-mahasattva Mahamati en zei: Gezegende, u hebt in de canonieke werken gezegd dat de Tathagatas (Boeddha's) uit het verleden, het heden, en de toekomst zijn als de zandkorrels in de Ganges. Gezegende, moet ik dit letterlijk opvatten, of heeft het een andere betekenis? Vertelt u mij dit alstublieft.

De Gezegende zei: Mahamati, neem het niet letterlijk; de Boeddhas uit de drie tijden zijn niet telbaar zoals de zandkorrels in de Ganges telbaar zijn. Waarom niet? Omdat een vergelijking met iets dat boven alles in de wereld uitsteekt geen vergelijking kan zijn; in zo'n vergelijking steekt zowel iets dat (het besprokene) gelijkt, als iets dat het niet gelijkt. De Tathagatas die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht spreken niet in termen van vergelijken; ze hebben het niet over zaken die wel of niet vergelijkbaars zijn met dat wat boven alles in de wereld uitsteekt. Mahamati, wij Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht, maken provisorisch gebruik van het medium vergelijken; we zeggen dat we als de zandkorrels in de Ganges zijn om de aandacht te vangen van die onwetenden en eenvoudigen-van-geest die niet ophouden te hechten aan de idee over permanentie en impermanentie, die zich laten leiden door de denkwijzen en verkeerde opinies der geleerden, en die als gevolg leven na leven doorlopen. Aan hen die er op gebrand zijn aan de complicaties van samsara te ontsnappen, en die de Perfecte Staat wensen te bereiken, en die zich afvragen hoe in dezen te handelen, vertellen we dat het verschijnen van de Tathagatas (op aarde) niet als het in bloei geraken van de udumbara-bloem is; wanneer we het zo vertellen zullen ze inzien dat het bereiken van Boeddhaschap niet moeilijk is, dan zullen ze hun best doen. Echter, de canonieke geschriften zeggen dat de Tathagatas' verschijningen net zo zeldzaam zijn als de verschijning van de udumbara-bloem - en dat wordt gezegd ten behoeve van mensen die door mij geleid dienen te worden. Niettemin, Mahamati, niemand heeft ooit de udumbara-bloem zien bloeien, en niemand zal dat ooit zien; Mahamati, terwijl de Tathagatas op dit moment in de wereld zijn, werden ze in het verleden gezien, en zullen ze nu en in de toekomst gezien worden. Te zeggen dat de Tathagatas net zo zeldzaam zijn als de udumbara-bloem is een uitspraak die geen werkelijkheidswaarde heeft. Mahamati, wanneer de waarheid, zoals die in iemand gevestigd is, duidelijk wordt, gaat ze alles in de wereld dat maar enigszins als vergelijkingsmateriaal aangeboden kan worden teboven, (,echter, de onwetenden) kunnen het niet vatten, en zo blijft er ongeloof in de onwetenden en eenvoudigen van geest. Werkelijk, in het rijk van zelf-realisering, dat gevestigd werd met inzet van nobele wijsheid is geen plaats voor vergelijkingen. De Waarheid overstijgt alle noties die welke vorm van bewustzijn dan ook karakteriseren. Waarheid is Tathagata, en in geen van beiden is ook maar iets dat met ook maar iets anders vergeleken kan worden.

Mahamati, soms wordt een vergelijking gebruikt, dan wordt er (bijvoorbeeld) gezegd dat de Tathagatas zijn als de zandkorrels in de Ganges, omdat ze (als die zandkorrels) gelijkmoedig zijn, en zonder voorkeur (naar alles en allen); ze zijn vrij van fantaseren en onderscheid-aanleggen. Om een voorbeeld te geven: de zandkorrels in de Ganges worden voortdurend verplaatst door vissen, schildpadden, potvissen, krokodillen, buffels, leeuwen, olifanten en andere dieren, maar ondanks dat zijn ze vrij van verbeelden en onderscheid-aanleggen; ze hebben geen opinies als, "we worden onder de voet gelopen", of, "nee, dat worden we niet." Ze leggen geen onderscheid aan; ze zijn zuiver in zichzelf, vrij van bezoedelingen. Zo is het ook met de zelf-realisatie die de Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht, met gebruikmaking van nobele wijsheid bereikten; ze (die zelf-realisatie) is (enerzijds onmeetbaar) als de rivier de Ganges, en hun (anderzijds meetbare) bovennatuurlijke krachten, hun supranormale vermogens en hun zelfcontrole zijn als de zandkorrels; en hoe die beiden ook van hier naar daar worden geschopt door de vissen, en hier bedoel ik de geleerden die onwetend zijn en tot andere scholen behoren, ze blijven onberoerd door fantaseren en onderscheidingen. Het is vanwege hun oorspronkelijke geloften dat de Tathagatas vervuld zijn met alle geluk dat Samapatti brengt; geconfronteerd met de wezens zijn ze niet belast door fantaseren en onderscheiden. Daarom zijn de Tathagatas, als de zandkorrels in de Ganges, vrij van oordelen, want goedkeuren of afkeuren is hen vreemd.

Nog een illustratie, Mahamati: daar de zandkorrels in de Ganges het element aarde vertegenwoordigen, zal de alles verwoestende brand die aan het eind van een kalpa (eon) de aarde in vlammen zal doen opgaan niet zijn (d.w.z. de aarde's) zelf-aard vernietigen. Mahamati, dan is de aarde niet tot niets gereduceerd, want ze is onverbrekelijk verbonden met het element vuur, en het zullen slechts de onwetenden en eenvoudigen van geest zijn die zullen stellen dat op zo'n moment de aarde tot nul is gereduceerd door het vuur; echter, daar ze het materiaal levert dat het vuur tot basis dient, daarom zal ze (de aarde) nooit totaal vernietigd worden. Zo ook, Mahamati, zal de Dharmakaya der Tathagatas, als de zandkorrels in de Ganges, nooit tot vernietiging komen.

Nog een illustratie, Mahamati: de zandkorrels in de Ganges zijn ontelbaar. En zo ook zijn de lichtstralen die de Tathagatas doorheen alle Boeddhas-bijeenkomsten uitzenden, met het doel alle wezen tot Ontwaken te brengen, ontelbaar.
Nog een illustratie, Mahamati: de zandkorrels in de Ganges nemen geen andere aard aan dan die ze al hebben; zo blijven ze voor eeuwig gelijk. Zo ook, Mahamati, evolueren de Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht, niet doorheen samsara, noch verdwijnen ze er uit, want in hen is de oorzaak die hen tot (weder-)bestaan zou kunnen brengen vernietigd.
Nog een illustratie, Mahamati: de zandkorrels in de Ganges zitten er niet mee wanneer ze weggevoerd worden of wanneer er meer bij komen. Zo ook, Mahamati, raakt de Tathagata-kennis, die aangewend wordt om wezens tot Ontwaken te brengen noch uitgeput, noch wordt er aan toegevoegd, want de Dharma heeft geen fysieke gestalte. Mahamati, dat wat fysiek is kan tot vernietiging geraken, maar dat is niet zo met dat wat niet fysiek is - en de Dharma is niet een fysieke gestalte.

Nog een illustratie, Mahamati: hoezeer de zandkorrels uit de Ganges ook worden gekneed om er geklaarde boter of olie van te maken, die boter en olie bergen ze niet in zich. Zo ook, Mahamati, zullen de Tathagatas nooit hun betrokkenheid (bij de wereld) verlaten, noch hun oorspronkelijke geloften, noch hun vreugde in de Dharmadhatu; hoezeer ze ook worden gemangeld door de pijn die ze ervaren waar het het welzijn van de wezens aangaat, zolang ze alle wezens niet naar Nirvana hebben gevoerd blijven ze bij hun groot mededogend hart.

Nog een illustratie, Mahamati: de zandkorrels in de Ganges bewegen zich wel op de stroom, maar niet daar waar geen water is. Zo ook, Mahamati, beweegt de Tathagata's Leer over de Boeddha-waarheden zich voort op de nirvanische stroom, en daarom wordt er gezegd dat de Tathagatas als de zandkorrels in de Ganges zijn.

Mahamati, in het woord tathagata (zo-gekomen) is er geen "gaan" (resp. zo-gegaan), want "gaan" impliceert vernietiging. Mahamati, het eerste begin van de voortgang door het wiel van geboren-worden-en-sterven is onbekend. Als ze dan obekend is, hoe kan ik dan spreken over de betekenis van "gaan"? Naar de betekenis is "gaan" vernietiging - en dit is iets wat de onwetenden en eenvoudigen van geest niet kennen.

Mahamati, zei: Gezegende, als het eerste begin van de voortgang door het wiel van geboren-worden-en-sterven dan onbekend is, hoe kunnen we dan de bevrijding der wezens kennen?

De Gezegende zei: Mahamati, zodra je begrijpt dat de wereld-van-objecten niets anders is dan dat wat in en uit bewustzijn zelve is, dan zijn de gewoontepatronen van foutieve speculeringen en begoocheld onderscheid- aanleggen - dat voortgaat vanaf de tijd zonder begin - verwijderd en is er een revolutie (of ommekeer) aan de basis van het onderscheid-aanleggen(d bewustzijn), en dit, Mahamati, is bevrijding, niet vernietiging. En daarom, Mahamati, kun je ook niet spreken over eindeloosheid. Wanneer je eindeloosheid als limiet gaat hanteren dan is dat een manier om in termen van onderscheid-aanleggen te spreken. Behalve dat wat verbeeld wordt zijn er geen andere wezens. Mahamati, wanneer je met verstand de interne en externe dingen beschouwt, dan zie je dat zowel het kennen als het gekende zich in ruste bevinden; maar zie je niet dat alle dingen uit de onderscheidende geest verrijzen, dan manifesteert zich het onderscheid-aanleggen (prapanca, intern, eindeloos enerzijds-anderzijds gebabbel). Is dit eenmaal begrepen, dan houdt onderscheid-aanleggen op.

Er wordt gezegd:
7. Zij die de Verwijderaars van Obstructies (de Boeddhas) beschouwen als noch vernietigd, noch voor eeuwig heengegaan - (dat ze zijn) als de zandkorrels in de Ganges - die zien Tathagata.

8. Als de zandkorrels in de Ganges zijn ze foutloos (zijn ze wat ze zijn); ze bewegen zich voort op de Stroom en zijn permanent - dat is de essentie van Boeddhaschap.

Toelichting bij tekst 60


- De udumbara-bloem is een niet bestaande bloem.

- De alinea beginnend met: "Nog een illustratie, Mahamati: daar ..." De discussie over twee van de grote elementen: aarde en vuur, past ongetwijfeld binnen het indiase denken uit de ontstaanstijd van de Lanka. Voor ons is het een illustratie temeer van het fundamenteel een zijn van alle dingen.

- De alinea beginnend met: "De Gezegende zei: Mahamati, zodra ..."
Het zinsdeel: ", en dit, Mahamati, is bevrijding, niet vernietiging" is bedoeld om diegenen die denken dat nirvana of verlichting bereiken een totaal verdwijnen van het wezen inhoudt, te instrueren dat dit niet het geval is.

- Vers 7. Dit is een van de plaatsen waar we zien hoe er gesproken wordt over de Boeddhas in de meervoudsvorm, maar over Boeddhaschap als zodanig, hier Tathagata genoemd - en elders Dharmakaya, of zelfs Tathagatagarbha - in de enkelvoudsvorm, hetgeen eens temeer aangeeft dat, ook al wordt Boeddha in de Lanka op een enkele plaats bij naam genoemd, de auteur het hier niettemin heeft over Boeddha in zijn Dharmata-vorm.
Binnen de Hindu Saiva Puranas, de vertellingen rond god Siva, wordt deze opgevoerd als een god wiens lichaam de cosmos is, een omschrijving die binnen het Mahayana-Boeddhisme hier en daar ook "cosmos" heet. Herlees hiervoor de aantekeningen bij tekst 43.


Tekst 61