LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 4

Tekst 59

Bodhisattva-mahasattva Mahamati stelde opnieuw een vraag. Hij zei: Gezegende, Welgegane, vertelt u mij alstublieft hoe de vijf dharmas,* de drie svabhavas*, de acht bewustzijnen* en de tweevoudige zelfloosheid* van elkaar verschillen. Hebben wij, Bodhisattva-mahasattvas eenmaal een goed zicht op de verschillende aspecten van de tweevoudige zelfloosheid dan kunnen we ons in deze waarheid vestigen en gradueel voortgaan doorheen de stadia van het Bodhisattvapad. (Want) er wordt gezegd dat we met behulp van deze waarheden in alle Boeddha-waarheden kunnen doordringen, en dat we, eenmaal gevestigd in die Boeddhawaarheden, zelfs kunnen binnentreden in de Tathagata's innerlijke realisering.

Daarop zei de Gezegende: Mahamati, luister dan goed en overdenk wat ik ga zeggen.

Zeker, Gezegende, zei Mahamati, en hij luisterde.

De Gezegende zei: Mahamati, ik zal je vertelen over die vijf dharmas, de drie svabhavas, de acht bewustzijnen en de tweevoudige zelfloosheid, en hoe ze van elkaar verschillen. De vijf dharmas zijn: Verschijningsvorm of Beeld (nimitta), Namen (nama), Onderscheiden (Samkalpa), Juiste Kennis (samyagjnana) en Zoheid.* (Wanneer) de yogin-Bodhisattva-mahasattvas (hier een goed zicht op hebben) gaan ze mee op de stroom van de Tathagata's innerlijke realisering, en zich in die stroom bevindend zijn ze verre van opinies over eeuwigheids- en vernietigingsleer, verre van "alles bestaat", respectievelijk "niets bestaat"; daar zijn ze geconfronteerd met die gelukssfeer die kenmerkend is voor het bestaan waarin ze zich dan bevinden, alswel als in de gelukssfeer die verbonden is met samapatti. Echter, Mahamati, daar de onwetenden niet zien dat de vijf dharmas, de drie svabhavas, de acht bewustzijnen en de tweevoudige zelfloosheid, samen met de externe objecten waarvan gezegd wordt dat ze bestaan danwel niet bestaan, in en uit bewustzijn zelve zijn, geven ze zich over aan prapanca (onderscheid aanleggen); met de wijzen ligt dat echter anders.

Mahamati zei: Hoe komt het dat de onwetenden zo bezig zijn met onderscheid-aanleggen en de wijzen niet?

De Gezegende zei: Mahamati, de onwetenden hechten aan namen, ideeen en kenmerken; daar (in die stroom van prapanca) bevindt zich hun geest. Zich in die stroom bevindend gaan ze gulzig in op die veelheid aan objecten en vervallen ze tot noties over zelf-ziel en wat daartoe behoort. Ze hechten zich aan vreugdeverschaffende verschijningsvormen, en zich zo hechtend is er een terugval naar onwetendheid; hun (intrisiek zuivere) bewustzijn raakt bezoedeld, en als gevolg van begeerte, haat en onwetendheid hoopt karma zich op. Naarmate zich karma ophoopt raakt hun geest omkapseld door de cocon van onderscheid-aanleggen, net zoals de zijderups gewikkeld zit in zijde, en van levensvorm (gati) naar levensvorm gaand zijn ze, als het waterrad, niet in staat voortgang te boeken; en daar ze in verwarde onwetendheid verkeren begrijpen ze niet dat alle dingen Maya-gelijk (illusiegelijk) zijn, als een luchtkasteel, als de maan in het water, en begrijpen ze niet dat ze geen inherente substantie hebben waar ze "zelf-ziel" en wat daartoe behoort tegen kunnen zeggen; dan begrijpen ze niet dat dingen verrijzen omdat er onderscheid-aanleggen is, dat in hen geen kwalificeren of het gekwalificeerde is, dat ze (naar laatste analyse) niets van doen hebben met de voortgang doorheen geboorte, bestaan, en sterven, dat ze zelf slechts geboren zijn omdat er onderscheiden is van wat (in feite) enkel in en uit bewustzijn zelve is. En zo stellen ze dat ze uit Isvara geboren zijn, of uit tijd, of uit atomen, of uit een hoogste geest - want ze volgen slechts namen en verschijningsvormen (en niet de realiteit, de zoheid van alle dingen). Mahamati, de onwetenden bevinden zich in de stroom der verschijningsvormen.

Verder, Mahamati, met "verschijningsvormen" bedoel ik dat wat zich aan de zintuigdeur van het zien voordoet, dat wil zeggen datgene dat geaccepteerd wordt als "vorm" - en hetzelfde geldt voor de zintuigen van horen, ruiken, proeven, aanraken, en denken - dit alles neem je waar als geluid, geur, smaak, dat wat aangeraakt wordt, en gedachten; dit alles noem ik "verschijningsvormen".

Verder, Mahamati, spreek ik van onderscheid-aanleggen; daarmee bedoel ik dat waarmee namen tot uiting komen, als gevolg waarvan een indicatie ontstaat van (verschillende) verschijningsvormen. Zeggend dat iets zus is, en niet zo, bijvoorbeeld wanneer er gezegd wordt: dit is een olifant, een paard, een wiel, een voetganger, een vrouw, of een man, dan stel ik onderscheidingen vast.

Verder, Mahamati, met Juiste Kennis bedoel ik dit: wanneer ingezien wordt dat, omdat ze elkaar conditioneren, niet over namen en verschijningsvormen gesproken kan worden, dan verrijzen de bewustzijnen niet meer, want niets vergaat, niets blijft eeuwig. En wanneer er zodoende geen terugvallen meer is naar de stadia van de geleerden, de Toehoorders, of de Zelf-Verlichtten, kan gezegd worden dat er Juiste Kennis is. En verder is het zo, Mahamati, dat de Bodhisattva-mahasattva, vanwege deze Juiste Kennis, niet meer zegt dat namen realiteit hebben en verschijningsvormen niet.

Wanneer onjuiste opinies gebaseerd op de dualistische notie van bevestigen en ontkennen terzijde zijn geschoven, en wanneer de bewustzijnen, geconfronteerd met de wereld-van-objecten, van namen en verschijnings-vormen, niet meer verrijzen (actief worden), dan zeg ik dat er Zoheid is. Mahamati, een Bodhisattva-mahasattva die gevestigd is in Zoheid verkrijgt de staat van zonder-beelden-zijn en gaat het (eerste bodhisattva-)stadium van Vreugde (pramudita) binnen. Is er eenmaal het stadium van Vreugde, dan is de yogin ver van die verkeerde paden die de geleerden bewandelen, en gaat hij de Paden van bovenwereldse Waarheden binnen.

Zijn alle stadia vervuld, dan ziet de yogin dat het voortgaan der dingen begint met het Maya-gelijk zijn en de rest. Nadat hij vervolgens de nobele waarheid van zelf-realisering heeft bereikt streeft hij er ernstig naar een eind te maken aan speculeren en theoretiseren, en geleidelijk voortgaand doorheen de bodhisattva-stadia bereikt hij uiteindelijk (het 10e,) dat Dharma-wolk (dharmamegha) wordt genoemd. Na dit verblijf in het stadium van Dharmamegha bereikt hij uiteindelijk dat van Tathagataschap waar de bloemen van de samadhis, de (bovennatuurlijke) krachten, controle over het zelf, en supranormale vermogens in bloei staan. Hier aangekomen wenst hij alle wezens te verheffen en schijnt hij, als de maan in het water, met een veelheid aan (lichtende) transformatie-stralen. Daar predikt hij alle wezens de Dharma, zich voegend naar hun begripsvermogen. Mahamati, daar de Bodhisattva-mahasattvas Zoheid zijn binnengegaan verkrijgen ze het lichaam dat vrij is van strevingen en gedachtenconstructen.

Opnieuw sprak Mahamati en vroeg: Moeten we het zo zien dat de drie svabhavas onderdeel uitmaken van de vijf dharmas, of zijn ze volkomen autonoom, voorzien van eigen karakteristieken?

De Gezegende antwoordde: de drie svabhavas, de acht bewustzijnen en de tweevoudige zelfloosheid zijn er allemaal in inbegrepen. En temidden van deze noemen we namen en verschijningsvormen parikalpita.* En, Mahamati, onderscheiden, dat op basis van namen en verschijningsvormen verrijst, is (niet meer of minder dan) de notie over een zelf-ziel en wat er toe behoort; die notie en het onderscheiden verschijnen en bestaan paarsgewijs, als de zon en haar stralen. Mahamati, dat onderscheiden dat op die wijze (,als onderdeel van een onafscheidelijke tweeheid) de notie van een zelf-aard in de veelheid van wezens (veronderstelt en) ondersteunt, wordt paratantra* genoemd. En, Mahamati, Juiste Kennis en Zoheid zijn onvernietigbaar, en daarom heten ze parinishpanna.*

Verder, Mahamati, wanneer je je houdt bij (de realisering dat) dat wat gezien wordt in en uit bewustzijn zelve is, is er een achtvoudige onderscheiding; deze ontstaat uit het verbeelden van individuele verschijningsvormen, die overigens onwerkelijk zijn. Is het tweevoudig hechten aan een zelf-ziel tot staan gebracht, dan wordt (de realisering van) de tweevoudige zelfloosheid geboren. Mahamati, deze vijf dharmas* vormen onderdeel van zowel alle Boeddhawaarheden als de differentiering tussen, en de successie doorheen de (10 Bodhisattva-)stadia, en bovendien vormen ze de toegangspoort waardoor Toehoorders, Zelf-Verlichtten, Bodhisattvas, en Tathagatas de staat van zelf-realisatie binnengaan - en wel met gebruikmaking van hun nobele wijsheid.

Voorts, Mahamati, is datgene "verschijningsvorm" wat in de (5) dharmas, d.w.z. in Verschijningsvormen, Namen, Onderscheiden, Juiste Kennis, en Zoheid, gezien wordt; daar is het voorzien van karakteristieken zoals gestalte, vorm, kenmerken, beelden, kleuren enzovoorts. Op basis van deze verschijningsvormen ontstaan ideeen zoals "kruik" en dergelijke, waarvan men zeggen kan: het is zo-en-zo en niet anders - dit heet "naam". Worden namen op die wijze vastgesteld, dan is er gelijktijdig een vaststellen van verschijningsvormen, en is er onderscheid-aanleggen, en wordt er gezegd: "dit is geest, en dat behoort de geest toe." Dat er echter over deze namen en verschijningsvormen in laatste instantie niet gesproken kan worden, omdat, zodra mentaal bezig zijn tot staan is gebracht, het onderlinge verband tussen beide niet meer waargenomen wordt, er geen beelden meer zijn, daarom spreken we over de Zoheid der dingen. En deze Zoheid kan omschreven worden als waarheid, realiteit, exacte kennis, limiet, bron, zelf-substantie, of het onbereikbare. De andere Tathagatas en ik hebben dit gerealiseerd, we hebben het naar waarheid erkend, herkend, verklaard en uitgebreid verklaard. Wanneer op deze basis een en ander juist begrepen wordt als ontkennend noch bevestigend, dan verrijst onderscheid-aanleggen niet meer en is er een staat die gelijk is aan die zelf-realisatie die verkregen wordt door nobele wijsheid in te zetten, en dit is niet de dialektiek die geleerden, Toehoorders, en Zelf-Verlichtten hanteren; nee, dit is Juiste Kennis.

Mahamati, dit zijn de vijf dharmas, ze omvatten de drie svabhavas, de acht bewustzijnen, de tweevoudige zelfloosheid en alle Boeddha- waarheden. Mahamati, hierover moet je goed nadenken, hiertoe moet je je eigen wijsheid inzetten, en er voor zorgen dat anderen hetzelfde doen; laat je niet door anderen (op andere paden) leiden.

Er wordt gezegd:
1. De vijf dharmas, de drie svabhavas, de acht bewustzijnen en de tweevoudige zelfloosheid vormen alle onderdeel van de Mahayana.

2. Namen, verschijningsvormen en onderscheidingen (de eerste 3 van de 5 dharmas) vormen de eerste twee svabhavas; Juiste Kennis en Zoheid (de laatste 2 van de 5 dharmas) vormen (de derde:) parinishpanna (Perfecte Weg).

Toelichting bij tekst 59

- Waar de asterix (*) staat wordt de lezer uitgenodigd de woordenlijst te raadplegen.

- Atomen (paramanu). De alinea beginnend met "Mahamati zei: Hoe komt het dat ..."
De zin: "En zo stellen ze dat ze uit Isvara geboren zijn, of uit tijd, of uit atomen, of uit een hoogste geest ..." In een van de Hindu Upanishads onderwijst de wijze Uddalaka Aruni zijn zoon Svetaketu. Hij vertelt zijn zoon dat Brahma het kleinste atoom in het universum is, niet met de zintuigen gewaar te worden, maar kenbaar door prajna, intuitieve wijsheid in te zetten. Hij voegt Svetaketu dan de nooit vergeten woorden toe: Svetaketu, dat ben jij (tat tvam asi), daarmee de identiteit tussen het kleine en hoogste zelf aangevend. Wanneer dan de Lanka ontkent dat iemand geboren is uit "Isvara" (een ander woord voor de godheid), of uit "atomen", kortom, uit de hoogste geest, Brahma, dan ontkent ze de Upanishadische opvatting terzake.

- Bij de eerste alinea. In deze alinea zien we, duidelijker dan op andere plaatsen, hoe er een onderscheid wordt gemaakt tussen "de Boeddhas" en "Tathagata". In een werk als de eerdergenoemde Srimaladevi soetra is de Tathagata (de Zo-gegane) de bezitter van de Dharmakaya, dat letterlijk het Corpus van de Leer betekent, maar dat naar betekenis het canvas is waartegen zich de Dharma, nu te zien als het bestaansdrama, aftekent. Hoewel niet expliciet, wordt hier waarschijnlijk toch aangegeven dat Boeddhaschap, of boeddhaschap zonder hoofdletter, niet verbonden is met de Dharmakaya, totdat Boeddha Tathagata is geworden. Het chinese Boeddhisme maakt dan ook vaker gebruik van de naam Tathagata (Rulai) dan van Boeddha (Fo).

- De zin: "En verder is het zo ... dat namen realiteit hebben en verschijningsvormen niet." Dit is een waarschuwing aan diegenen die inmiddels het ferme inzicht hebben dat het zintuiglijk waarneembare in en uit bewustzijn zelve is; zo iemand zou vervolgens kunnen gaan denken dat in tegenstelling daarmee het boven-zintuiglijke wel als objectief bestaand gekenschetst zou kunnen worden.

- De alinea beginnend met: "Wanneer onjuiste opinies gebaseerd ..."
Het stadium van Vreugde is het eerste van de 10 die doorlopen moet worden; ze volgt op de praktijken der Arhats. De realisering van Zoheid, derhalve, kan er al vrij vroeg op het bodhisattvapad zijn.
. De zin: "Zijn alle stadia vervuld, dan ziet de yogin dat het voortgaan der dingen begint met het Maya-gelijk zijn en de rest." In de orthodoxe visie evolueert alles op basis van onwetendheid; in deze meditatieve praktijk echter, is het gewone afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan inmiddels doorzien, en wordt de waarheid gezien die daar achter ligt.

- De alinea beginnend met: "Zijn alle stadia vervuld ..."
De zin: "Daar predikt hij alle wezens ..." Deze zin wordt in een paar manuscripten voorafgegaan met "Alle onuitputtelijke geloften (van Samantabhadra bodhisattva) vervullend, ..." Er moet in het kopieeren van deze tekst een fout zijn opgetreden daar de Tathagata die geloften al vervuld heeft, en ze niet opnieuw hoeft te perfectioneren.
. "Het lichaam dat vrij is van strevingen en gedachtenconstructen" is die mentale instelling die bereikt is door iemand die in spontaniteit altijd juist handelt. Dit is een ideaal dat zowel in Boeddhisme als in Taoisme leeft.

- De alinea beginnend met: "Verder, Mahamati, wanneer je je houdt ..."
In deze alinea lezen we dat begrip en toepassing van het leerstuk omtrent de vijf dharmas onontbeerlijk zijn bij het behalen van de hoogste vorm van verlichting.
. De achtvoudige onderscheiding wordt niet verder verklaard, doch behelst wellicht de optelsom van de vijf dharmas plus de drie svabhavas.


Tekst 60