LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 4

Tekst 57: Over het Terzijde Stellen van Permanentie en Impermanentie met betrekking tot Tathagataschap.

Opnieuw sprak Bodhisattva-mahasattva Mahamati en zei: Gezegende, is de Gezegende, de Tathagata die Arhat is en Volmaakt Verlicht permanent, of impermanent?

(Het eerste deel van de volgende paragraaf is in de toelichting herschreven met uitbreidingen tussen haakjes.)

De Gezegende antwoordde: Mahamati, de Tathagata is permanent noch impermanent. Waarom is dat? Dat is zo omdat aan ieder een fout kleeft. Mahamati, ware de Tathagata permanent, dan zou hij in een zekere relatie staan tot scheppende krachten, want, Mahamati, de geleerden zeggen dat er iets ongeschapens en eeuwig is dat schept. Echter, de Tathagata is niet permanent als het ongeschapene.

Ware hij impermanent, dan zou hij verbonden zijn met tot stand gebrachte dingen, want de skandhas die gekenmerkt worden als het kwalificerende en dat wat gekwalificeerd wordt bestaan niet. Omdat de skandhas vergankelijk zijn, is die vergankelijkheid hun aard. Mahamati, al het samengestelde is impermanent, als een kruik, een kledingstuk, stroo, een stuk hout, baksteen, enzovoorts - al deze dragen impermanentie in zich, en zo zouden alle voorbereidingen tot het behalen van de kennis der Alwetende nutteloos zijn, want al deze dingen (d.w.z. die voorbereidingen, die mentale objecten,) zijn samengesteld; omdat er geen onderscheid zou zijn (tussen samengestelde dingen en de Tathagata) zou de Tathagata eveneens iets samengestelds zijn. Daarom kun je van de Tathagata niet zeggen dat hij permanent, danwel impermanent is. (Maar ook:) Je kunt (ook hierom) niet zeggen dat de Tathagata permanent is, want dan zou hij als de ruimte (lege lucht) zijn; ook dan zouden de voorbereidingen voor Tathagataschap vruchteloos zijn. Mahamati, ruimte is permanent, noch impermanent; deze twee begrippen (van im/permanentie) zijn op ruimte niet van toepassing, en daarom kun je er niet over spreken als belast met de fouten (of foute tegenstellingen) genaamd eenheid en anderheid, tweeheid en niet-tweeheid, permanentie en impermanentie. En verder, Mahamati, is het (denken over deze dingen als denken over) horens op een haas, op een paard, een ezel, een kameel, een kikker, een slang, een vlieg of een vis; zoals deze wezens geen horens hebben, zo (mist ook de Tathagata) de "permanentie van niet-ontstaan". Omdat "permanentie van niet-ontstaan" een fout(ieve zienswijze) is, daarom kan de Tathagata niet permanent genoemd worden.

Echter, Mahamati, er is een andere manier waarop je over de Tathagata kunt spreken in de zin van permanent. Hoe? Omdat het Weten, dat verrijst uit het bereikt hebben van verlichting, permanent van aard is, daarom is de Tathagata permanent. Mahamati, dit is het Weten dat de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht, op eigen kracht hebben bereikt, dit is permanent. Of de Tathagatas nu (op aarde) geboren zijn of niet, dit is de Dharmata (ware aard) die gekend wordt als het regulerende en ondersteunende principe dat waarneembaar is in de verlichting van alle Toehoorders, Zelf-Verlichtten, en geleerden, dit verblijft, en dit fundament van bestaan is niet het zelfde als de leegheid van lucht - en dit hebben de onwetenden en eenvoudige van geest (nog) niet begrepen. Mahamati, deze verlichtte kennis behoort de Tathagatas toe, en ontstaat uit een samenkomen van Wijsheid (prajna) en Kennis (jnana). Mahamati, de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht, ontstaan niet uit de onwetendheid die gelieerd is aan de citta, manas, en manovijnana, noch (is het gelieerd) aan de skandhas, dhatus en ayatanas (zijnde de immaterieele en materieel componenten van een wezen). De drievoudige wereld ontstaat uit het onderscheiden van irrealiteiten - dat is echter niet zo met de Tathagatas. Mahamati, waar gesproken wordt in termen van dualiteit, daar zijn permanentie en impermanentie, want ongedeeldheid ontbreekt (in dualiteit). Mahamati, het Solitaire is niet-duaal omdat geen ding de karakteristiek bezit van niet-dualiteit en ongeboren-zijn. Daarom, Mahamati, moet je zeggen dat de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht, permanent noch impermanent zijn. Mahamati, zolang er onderscheiden-in-woorden is, zolang is er (de tweedeling tussen) permanentie en impermanentie. Mahamati, het vernietigd zijn van noties over permanentie en impermanentie, zoals de onwetenden daarover spreken, ontspruit aan het afwerpen van die kennis die zich baseert op onderscheid-aanleggen, niet op het afwerpen van die kennis die zich baseert op het Solitaire.

Er wordt gezegd:
1. Zich verre houdend van permanentie en impermanentie, en (toch) permanentie en impermanentie in het vizier houdend zullen zij die voortdurend van aangezicht tot aangezicht met Boeddha verkeren zich niet toegankelijk tonen voor filosofische doctrines, hoe krachtig ook.

2. Houd je vast (aan noties over) pemanentie en impermanentie dan zijn al je voorbereidingen (tot Tathagataschap) van nul en gener waarde. Vernietig je de kennis die stoelt op onderscheid-aanleggen, dan worden permanentie en impermanentie op een zijspoor geplaatst.

3. Zodra je ook maar ergens een vaststellende uitspraak over doet is er verwarring. Begrijp je dat alles in de wereld in en uit bewustzijn zelve is, dan is dialectiek verre.

Hier eindigt het vijfde hoofstuk genaamd "Over het Terzijde Stellen van Permanentie en Impermanentie met betrekking tot Tathagataschap."

Toelichting bij tekst 57


Tekst 57 behandelt opnieuw het tetralemma, waarbinnen de vraag of Boeddha permanent of impermanent is centraal staat. Met het ontkennen van beide vragen ontwijkt hij dan beide onheilzame uitersten: de leer die zegt dat alles eeuwig is, en de leer die absolute vernietiging predikt. Het tetralemma wordt ook wel uitgelegd als "de vier paren": geboorte noch dood, einde noch permanentie, identiteit noch verschil, gaan noch komen.

- Het eerste deel van de tweede alinea wordt hier opnieuw herhaald, echter met toevoegingen: "De Gezegende antwoordde: Mahamati, de Tathagata is permanent noch impermanent. Waarom is dat? Dat is zo omdat aan ieder (van deze twee uitersten) een fout kleeft. Mahamati, ware de Tathagata permanent, dan zou hij in een zekere relatie staan tot scheppende krachten, want, Mahamati, de geleerden zeggen dat er iets ongeschapens en eeuwig is dat schept (of veroorzaakt). Echter, de Tathagata is niet (op dezelfde wijze) permanent als het ongeschapene (van de geleerden). Ware hij impermanent, dan zou hij verbonden zijn met tot stand gebrachte dingen, want de skandhas (die getoond worden aan een vleesgeworden Boeddha en) die gekenmerkt worden als (enerzijds) het kwalificerende en (anderzijds) dat wat gekwalificeerd wordt zijn er (als geestesgestalten). (Maar) omdat de skandhas (, althans voor hen die wensen te denken vanuit het perspectief van de relatieve waarheid,) vergankelijk zijn, is die vergankelijkheid hun aard (, hetgeen niet het geval is met de Tathagata, ook al toont hij zich, als Nishyandha Boeddha over de wereld gaand, als een vormhebbend wezen)."
. De laatste regel uit dezelfde alinea: "Omdat "permanentie van niet- ontstaan" een fout(ieve zienswijze) is, daarom kan de Tathagata niet permanent genoemd worden."
Met andere woorden, omdat het "niet geschapene doch eeuwig aanwezige" - hier genoemd de "permanentie van niet-ontstaan" - zoals de geleerden dat postuleren niet bestaat, daarom is er, als je consequent hun redenering volgt, ook niet het tegenovergestelde; een "geschapene maar wel vergankelijke", want dualiteit heeft twee uiteinden nodig: het ene uiteinde van een touw behoeft noodzakelijkerwijs een ander.

- Vers 1. "permanentie en impermanentie in het vizier houdend ..." d.w.z. wetend dat er in andere kringen in termen van permanentie en impermanentie gesproken wordt.


Tekst 58