LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 3: Over Vergankelijkheid


Tekst 53

Opnieuw sprak Bodhisattva-mahasattva Mahamati en zei: Gezegende, Welgegane, vertelt u mij alstublieft over het volgende. De canon zegt dat de Gezegende noch onderhevig is aan geboorte, noch aan vernietiging. En u heeft gezegd dat deze verklaring Tathagataschap aangeeft. Gezegende, wanneer u spreekt over noch onderhevig zijn aan geboorte, noch aan vernietiging, hebt u het dan over iets niet-bestaands? En is dat (,het niet-bestaande,) dan een andere naam voor Tathagata, is dat de betekenis van de Gezegende's verklaring? De Gezegende leert ons dat alle dingen noch geboren zijn, noch vernietigd worden omdat ze niet in dualistische categorieen als zijn en niet-zijn vallen. Gezegende, als geen ding geboren (,ontstaan,) is, dan kan niemand ook maar enig ding (met de geest) omvatten omdat er geen ding geboren is; en als dat (,het niet-geborene,) een andere naam voor een ding is, wat kan dat ding, dat iets, dan wel zijn?

De Gezegende zei: Mahamati, luister dan goed; ik zal spreken.
Gezegende, zei Mahamati, ik zal luisteren, en hij luisterde.
Dit zei de Gezegende: Mahamati, de Tathagata is niet een niet-bestaande; maar je moet hem ook niet zien zoals je alle andere dingen ziet, dat wil zeggen noch geboren, noch verdwijnend, noch hoeft hij (de Tathagata) zich bezig te houden met de zoektocht naar (de bron van) oorzakelijkheid; en het is ook niet zo dat hij zonder kenmerken is, (want) ik noem hem ongeboren. Nochthans, Mahamati, wanneer we spreken over de Tathagata's wilslichaam, dan gebruiken we een andere naam, en dit is iets dat voorbij het begrip van de geleerden, Toehoorders, en Zelf-Verlichtten gaat, en ook voorbij dat van de bodhisattvas die zich nog slechts op het zevende (van de 10 bodhisattva) stadium bevinden. Mahamati, "het ongeborene" is die andere naam, een synoniem voor Tathagata.

Mahamati, ik geef een voorbeeld: Indra gaat soms onder de naam Sakra, (en soms onder die van) Purandara. Hand kun je hand noemen, maar ook vuist of jat. Het lichaam heet lichaam, maar ook lijf of corpus. Aarde is aarde, maar ook grond of land. De hemel kun je ook lucht, ruimte of zwerk noemen. Deze (3) dingen hebben ieder meer dan een synoniem, terwijl die synoniemen niettemin onderling afwijken. Toch moet je niet aan de hand van deze (drie) synoniemen gaan denken dat dat ene fenomeen (in feite) drie fenomenen zijn, en je moet ook niet denken dat geen van hen individuele aard heeft. Besef dat dit voor mij evenzo geldt, want mijn naam is binnen gehoorsafstand der onwetenden die deze wereld van geduldig verduren bewonen; ze horen mij in een veelheid aan namen: honderdduizenddrie-keer-ontelbare, en ze richten zich tot mij, me aanroepend met een van deze namen, niet wetend dat het alle synoniemen zijn voor Tathagata. Onder hen, Mahamati, zijn er die me herkennen als Tathagata, anderen noemen me de In-Zichzelf-Bestaande, weer anderen noemen me de Leider, de Verwijderaar (of Bevrijder: Vinayaka), of Gids (Parinayaka), Boeddha, Ziener (Rsi), Stier onder de Koningen, Brahma, Vishnu, Isvara, Pradhana, Kapila, Eind van de Realiteit (Bhutanta), Arishta, Nemina, Maan (Soma), Zon (Soeria), Rama, Vyasa, Suka, Indra, de Krachtige (Balin), Varuna - zo wordt ik hier en daar genoemd. Dan zijn er ook nog die me een van de volgende namen geven: Een die niet Geboren is noch Heengaat, Ledigheid (Sunyata), Zoheid, Waarheid, Realiteit, Eind aan de Realiteit (Bhutakoti), Dharmadhatu, Nirvana, het Eeuwige, Eenderheid, Niet-dualiteit, het Ongeborene, het Vormloze, Oorzakelijkheid, Leer van Boeddha-oorzaak, Bevrijding, Waarheid van het Pad, de Al-wetende, Overwinnaar, of het Wilsgeschapen Bewustzijn. Mahamati, zo heb ik dan, in deze wereld en in andere, een volle honderdduizenddrie-keer-ontelbare aanduidingen, niet meer, en niet minder, en zo sta ik dan onder de mensen bekend, ben ik als de maan in het water: noch er binnen, noch er buiten. En alhoewel de onwetenden me eren, prijzen, en hoogachten begrijpen ze de betekenis en omschrijving der woorden niet goed; ze zien niet dat het (maar) ideeen zijn, zonder eigen waarheid, en, zich hechtend aan de (letter der) heilige boeken verbeelden ze zich voorbij geboorte en dood te zijn, in de zin van een niet-bestaande, en zo zien ze niet dat het maar om een van Tathagatas' vele namen gaat, als in het geval van Indra, Sakra, en Purandara. Ze hebben geen vertrouwen in de teksten waar de Solitaire (van niets afhankelijke) waarheid wordt onthuld, want in hun bestudering der fenomenen volgen ze enkel woorden, en proberen daar de betekenis uit te peuren. En zo komt het, Mahamati, dat deze verblindden verklaren dat woorden betekenis zijn, en betekenis woorden. Waarom? Omdat betekenis corpusloos is en niet verschillend kan zijn van woorden. (Maar) Dat de onintelligenten verklaren dat woorden identiek gelijk zijn aan de betekenis komt omdat ze onwetend zijn over de zelf-aard van woorden. Mahamati, ze weten niet dat woorden ontstaan en vergaan, maar dat het anders ligt met betekenis. Mahamati, woorden zijn afhankelijk van letters, maar betekenis is dat niet. Daar betekenis vrij staat van bestaan of niet-bestaan is het ongeboren, heeft het geen substraat (onderliggende bestaansgrond). En, Mahamati, de Tathagatas onderwijzen niets dat steunt op letters. Ook van letters moet gezegd worden dat hun bestaan of niet-bestaan niet aan te duiden valt. Anders ligt dat met die gedachten die nooit steunen op letters (woorden). Mahamati, wie ook maar een waarheid verkondigt die van letters (woorden) afhangt babbelt maar wat, want waarheid bevindt zich voorbij letters (woorden). Daarom, Mahamati, wordt er gezegd dat er in mijn leerredes en die van andere Boeddhas en Bodhisattvas nooit een woord gesproken is, nooit een vraag is beantwoord. Waarom niet? Omdat waarheden niet van letters afhankelijk zijn. Dat betekent niet dat ze (Boeddhas en Bodhisattvas) nooit iets verklaren dat overeenstemt met de betekenis; wanneer ze verklaringen afleggen is dat omdat er (in de wezens) onderscheid-aanleggen is. Mahamati, ware de Waarheid niet verklaard (en vastgelegd in woorden), dan zouden de leerredes die alle waarheden omvatten verdwijnen, en wanneer de leerredes verdwijnen dan zijn er geen Boeddhas, Toehoorders, Zelf-Verlichtten en Bodhisattvas meer, en wanneer er niemand (van hen) meer is, wat zal er dan onderwezen worden, aan wie? Mahamati, daarom moeten de Bodhisattva- mahasattvas niet gehecht raken aan de woorden waarmee de canon werd vastgelegd.
Mahamati, omdat verschillende wezens verschillend denken,wijken de vastgelegde leerredes soms van hun rechttoe-rechtane koers af. Door mij en door andere Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht, wordt de Dharma verklaard in overeenstemming met de geloofssystemen die wezens aanhangen, en we doen dat om hen te bevrijden van de citta, manas en manovijnana, en we doen het niet om de zelf-realisatie te vestigen die uit nobele wijsheid voortkomt. Zodra er de (h)erkenning is dat alle dingen gekarakteriseerd worden door zonder-beelden-zijn (animitta), en dat er geen wereld is dan in en uit bewustzijn zelve, dan is er een opzij zetten van het dualistische onderscheid-aanleggen. Daarom, Mahamati: laten de Bodhisattva-mahasattvas in overeenstemming zijn met de betekenis, niet met de letter.

Mahamati, een zoon of dochter van goede familie die (louter) in overeenstemming is met de letters zal zijn of haar begrip van de Hoogste Werkelijkheid teniet doen, en zal anderen weerhouden een erkenning van de Waarheid te verkrijgen. Wanneer je voortgaat verkeerde opinies te koesteren, dan raakt wat je zelf voor waar houdt in wanorde door (de verklaringen van) geleerden die niet goed begrijpen wat de stadia van de Dharma karakteriseert, en die (bovendien) geen correcte kennis hebben inzake de interpretatie van woorden. Hebben ze wel een goed begrip van wat de stadia van de Dharma karakteriseert, en zijn ze welvoorzien van de juiste interpretatie der woorden en uitdrukkingen (gebruikt om de Dharma te verkondigen), hebben ze wel een goed begrip van de betekenis en (onderliggende) redenen voor alle dingen, dan zullen ze zelf, en op de juiste wijze, de vreugde van vormloosheid smaken, terwijl weer anderen (onder hen) correct gevestigd zullen raken in de Mahayana. Mahamati, zijn ze dan eenmaal op de juiste wijze omarmd (of omringd) door de Mahayana, dan, Mahamati, zijn ze omarmd door alle Boeddhas, Toehoorders, Zelf-Verlichtten, en Bodhisattvas, en zo omarmd zijnd zullen zij, op hun beurt, alle wezens omarmen. Alle wezens omarmend, omarmen ze de Goed Dharma (Sadharma); en eens de Goede Dharma omarmd zal het zaad voor Boeddhaschap niet vernietigd raken, en is het zaad voor Boeddhaschap niet vernietigd, dan zullen uitmuntende verblijfplaatsen bereikt kunnen worden. Mahamati, zijn deze verblijfplaatsen eenmaal bereikt, dan zullen de (daar verblijvende) Bodhisattva-mahasattvas er op toe zien dat allen, eenmaal in de Mahayana verblijvend, daar geboorte vinden, en, zich sterk makend met de tien bovennatuurlijke (Boeddha- en Bodhisattva-) vermogens, een varieteit aan vormen aannemend, zullen ze de Dharma verklaren overeenkomstig de ware aard (tathatva) ervan; ze zullen de Dharma verklaren met een diepgaande kennis der wensen en karakteristieken van alle (individuele) wezens. Ik zeg dat de ware aard (tathatva) der dingen wordt gekarakteriseerd door niet- onderscheiden en juistheid (waarheid); ik zeg dat ze noch komt, noch gaat, dat ze een eind brengt aan alle loze redeneren, en dat ze de Waarheid (of Zoheid, tattvam) wordt genoemd.

Mahamati, laten de zonen en dochters van goede familie er goed op letten niet gehecht te raken aan woorden als waren ze in perfecte overeenstemming met de betekenis, want waarheid zit niet in letters. Wees niet als hen die kijken naar de vingertop. Want, Mahamati, wanneer een persoon iemand anders iets aanwijst, er naar wijst met zijn vinger, dan kan de aangesprokene de vinger voor het aangewezene houden. Mahamati, zo is het ook met de onwetenden en eenvoudigen van geest - een onvolwassen categorie: tot op hun doodsbed zullen ze volhouden dat betekenis schuilt in de vinger, in de woorden; de ultieme realiteit zullen ze niet bevatten omdat ze zo gehecht zijn aan die vinger, die woorden. Mahamati, ik geef een ander voorbeeld: gekookte rijst is het juiste voedsel voor kleine kinderen, maar niettemin zet iemand hen ongekookte rijst voor. Zo iemand is van zijn verstand beroofd; hij weet niet hoe je fatsoenlijk voedsel moet bereiden. Vergelijk dat met dat waarop de woorden "geboorte" of "vernietiging" niet van toepassing. Mahamati, dit (hoogste principe) zal zich aan niemand tonen, tenzij die persoon er (uit eigen praktijk en ervaring) zeer mee vertrouwd is. Daarom moet je jezelf hier in trainen en moet je niet zijn als iemand die de vinger (de woorden) voor de betekenis aanziet. Daarom, Mahamati, disciplineer je opdat je tot aan de betekenis zelve geraakt.

Mahamati, alleen de betekenis staat op zichzelf (is Solitair, vivikta), en het is de oorzaak voor nirvana. Woorden zijn verbonden met onderscheid- aanleggen en ondersteunen de voortgang doorheen (het wiel van) geboorte en dood. Mahamati, betekenis verkrijg je uit grote geleerdheid, en, Mahamati, deze grote geleerdheid betekent dat je vaardig bent met betrekking tot de betekenis, niet tot die der woorden. Vaardigheid met betrekking tot de betekenis betekent een inzicht hebben dat niet overeenkomt met die der filosofische scholen, een inzicht dat niet alleen jezelf maar ook anderen behoedt voor terugval (uit de Boeddha-Dharma). Daarom, Mahamati, heb ik dit gezegd teneinde je aan te sporen grote geleerdheid te ontwikkelen naar de betekenis (en niet naar die der woorden). Daarom, laat hen die op zoek zijn naar de betekenis met respect diegenen benaderen (die deze kennis hebben). Echter, diegenen die gehecht zijn aan de woorden, en daarvan denken dat ze de betekenis omvatten, die moeten de waarheids-zoekers schuwen.

Toelichting bij tekst 53

- Bij de eerste alinea. Ook hier wordt de Nagarjuniaanse logica toegepast waarbij op tegengesteldheden, of op elkaar contrasterende fenomenen, het reductio ad absurdum wordt toegepast.

- Bij de derde alinea. De nederlandse weergave van verschillende woorden voor diverse lichaamsdelen komt uiteraard niet overeen met de exacte betekenis van het Sanskriet-voorbeeld.
. De wereld van geduldig verduren. Dit is een aanduiding die veel gebruikt wordt wanneer gesproken wordt over de laatste der Boeddha- Dharma-tijden, een tijd die voorafgaat aan het op aarde verschijnen van Boeddha Maitreya.

- Bij de alinea waarin Boeddha's namen worden opgesomd.
. De serie namen beginnend met "Brahma" en eindigend met "Varuna".
Een aantal van deze namen zouden we eerder in het Hinduisme zoeken. Met name de naam Vishnu werpt vraagtekens op, daar er van uitgegaan wordt dat pas vanaf de 8e eeuw Boeddha een avatar van Vishnu werd genoemd. De vermelding van deze naam in dit hoofdstuk zou dan twee dingen kunnen betekenen: 1/ boeddhistische meesters kampten al in de 5e-6e eeuw met hinduistische kapers-pogingen, of, 2/ (delen van) het derde derde hoofdstuk is (of zijn) een latere toevoeging. Wat pleit voor deze laatste aanname is dat een aantal hoofdthemas uit het derde hoofdstuk, zoals nirvana, al in het tweede tot een concluderend einde werden gebracht.
. Het woord pradhana.
Voor de betekenis van dit woord kunnen we op dit moment slechts een woordenboek voor het klassieke Sanskriet raadplegen; zo'n woordenboek geeft over het algemeen de termen weer zoals die in Brahmanisme of Hinduisme gebruikt worden. Dat maakt de interpratie van dit woord, zodra het in een boeddhistische tekst opduikt, er niet gemakkelijker op. Pradhana wordt dan gegeven als "het hoogste ding, of de hoogste persoon", "het essentiele deel van iets", "de oorspronkelijke bron van de ervaarbare wereld", en "het principe van nog niet in werking getreden materie of natuur." In het licht van Boeddha's verklaring over het ongeborene, niet-stervende, kiezen we dan hier voor de laatste interpretatie: het principe van het nog niet in werking getredene.

- De alinea beginnend met: "Mahamati, ik geef een voorbeeld:"
" Door mij en door andere Tathagatas ... we doen het niet om de zelf- realisatie te vestigen die uit nobele wijsheid voortkomt." Dit zinsdeel lijkt op twee manieren te kunnen worden uitgelegd. Ze kan betekenen dat de Tathagatas, die de zelf-realisatie al behaald hebben, dat niet nog eens opnieuw behoeven te doen, ze kan ook betekenen dat de Dharma aan niet-Boeddhisten wordt aangeboden zonder hen te forceren in de richting van een aanvaarden en realiseren van het hoogste doel van Boeddhisme.

- De alinea beginnend met: "Mahamati, een zoon of dochter ..."
De hier genoemde uitmuntende verblijfplaatsen worden ook wel geinterpreteerd als "Boeddhalanden": ofwel uitmuntende praktijken die zonder omwegen naar Boeddhaschap leiden, ofwel bestaans-sferen waar de daar verblijvenden op een gemakkelijke wijze verder kunnen cultiveren tot aan Boeddhaschap.

- De alinea beginnend met: "Mahamati, alleen de betekenis ..."
Het is mogelijk dat de auteur hier preludeert op een van de zangen uit de Tien Stadia, onderdeel van de Avatamsaka soetra: "... Dan bedenkt zo'n bodhisattva (die bevrijding van alle wezens nastreeft) het volgende: "Het middel om dit tot stand te brengen kan nergens anders gevonden worden dan in die sfeer waarin er kennis over ongelimiteerde bevrijding is; en kennis over ongelimiteerde bevrijding ligt nergens anders dan in de wetenschap dat alle dingen zijn zoals ze zijn; en de wetenschap dat alle dingen zijn zoals ze zijn wordt nergens anders gevonden dan in de alles overstijgende kennis over het niet-geconditioneerde, het niet-geschapene/niet-ontstane; en dAt grote licht van kennis vind je nergens anders dan in het contemplerende, analytische intellect dat vaardig is in meditatie; en die contemplatie door het analytische intellect dat vaardig is in meditatie komt nergens anders tot stand dan in gewiekstheid in leren"."


Tekst 54