LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 3: Over Vergankelijkheid

Tekst 51

Toen sprak Bodhisattva-mahasattva Mahamati opnieuw en zei: Gezegende, Nirvana. De gezegende spreekt over nirvana. Waar staat dat woord voor? Wat is dat nirvana dat al die geleerden onderscheiden?

De Gezegende antwoordde, en Mahamati luisterde:
Dit zei de Gezegende: de geleerden onderscheiden nirvanas, maar in werkelijkheid bestaat er geen van hen. Sommige geleerden denken dat nirvana daar is waar het mentaal ageren niet meer operatief is als gevolg van het ophouden van de Vijf Groepen van Hechten (skandhas), de elementen (dhatu) en de zintuiglijke sferen (ayatana), of als gevolg van een onverschillig worden ten opzichte van de wereld-van-objecten, of als gevolg van de aanname dat alle dingen impermanent zijn, of wanneer verleden, heden, en toekomst uit het geheugen zijn gewist, net als wanneer een lamp is uitgedoofd of een zaadje is verbrand of een vuur is gedoofd - want dan is er het ophouden van de onderliggende materie, dat door de geleerden het niet-verrijzen van onderscheid-aanleggen wordt genoemd. Echter, Mahamati, nirvana is niet louter een uitwissen.

Dan zijn er anderen die bevrijding verklaren als het gaan naar een ander bestaan of verblijfplaats, wanneer het onderscheiden van fenomenen ophoudt, (een proces) te vergelijken met het ophouden van de wind. Weer anderen verklaren bevrijding als het afschaffen van (het onderscheid maken tussen) kenner en dat wat gekend wordt. Sommigen denken dat bevrijding er is wanneer het verschil maken tussen permanentie en impermanentie ophoudt.

Weer anderen verklaren dat het onderscheid-aanleggen tussen de diverse vormen (of gestalten) de drager van leed (dukkha) is, en omdat ze niet begrijpen dat er niets anders is dan wat in en uit bewustzijn zelve is geraken ze in paniek door opvattingen over vorm, en zoeken ze hun geluk in (de meditatieve sfeer van) voorbij-vorm, en hier vinden ze hun gekoesterde nirvana.

Dan zijn er die nirvana als volgt zien: met inachtneming van algemeenheid en individualiteit die in alle dingen vallen waar te nemen, zowel intern als extern, beschouwen ze zichzelf als onvernietigbaar, als voorzien van (een individueel) zijn, en dit doorheen het verleden, heden, en de toekomst.
Anderen denken dat nirvana de zelf-ziel is, een zijnde, een vitale (levengevende) kracht, een Voeder, een hoogste geest, en ze zien het in de onvernietigbaarheid van alle dingen.

Er zijn er, Mahamati, die in hun onwetendheid denken dat nirvana dit is: een eerste (oorspronkelijke) substantie, een hoogste ziel, en dat die beiden door ieder individu verschillend worden gezien, en dat deze (Substantie of Ziel) alle dingen produceert door (de in het universum) aanwezige kwaliteiten te transformeren.

Sommigen (de Vaisheshika) denken dat nirvana het uitdoven van zowel (morele) verdienste als onverdienste is; sommigen zien het in de vernietiging van passies, hetgeen plaatsvindt zodra weten daar is, en sommigen (de Yoga-traditie, waarschijnlijk een sub-school van de Sankhya) zien Isvara als de onafhankelijke schepper van de wereld. Weer anderen denken dat de wereld geboren werd uit interactie en dat er, uitgezonderd deze (oorzaak), geen (andere) oorzaak voor is, en, aan dit idee hechtend, en onwetend zijn, geraken ze niet tot Ontwaken, en (als gevolg) denken ze dat nirvana dit Niet-Ontwaken is.

Dan, Mahamati, zijn er geleerden die denken dat nirvana het bereiken van het ware Pad is. Sommigen koesteren de idee dat nirvana er is wanneer de kwaliteiten en de drager van deze kwaliteiten verenigd zijn - vandaar hun ideeen over eenheid en anderheid, tweeheid en niet-tweeheid. Sommigen beelden zich in dat nirvana daar is waar ze de zelf-aard der dingen zien (zoals die evolueert) naar zijn eigen aard, te vergelijken met de harmonie van pauweveren, of met verschillend gevormde edelstenen, of met de puntigheid van een doorn.

Mahamati, er zijn er (de Sankhya) die nirvana zien in de herkenning van vijfentwintig principes (tattva). Er zijn er die nirvana veronderstellen in de koning zodra hij de "zes waardigheden" in praktijk brengt. Sommigen, die tijd als schepper erkennen, (d.w.z.) die aannemen dat tijd de oorzaak is voor het ontstaan van de wereld, denken dat nirvana het herkennen van dit feit is. Dan zijn er ook nog die bestaan als nirvana erkennen, terwijl weer anderen denken dat niet-bestaan het is, en er zijn er die denken dat alle dingen nirvana zijn, en niet van elkaar te onderscheiden.

Al deze opinies en hun onderliggende redeneringen die de geleerden naar voren schuiven gaan tegen de logica in en worden door de wijzen niet aanvaard. Mahamati, allemaal zien ze nirvana vanuit een dualistisch perspectief en als onderling veroorzakend. Mahamati, al deze geleerden veronderstellen een nirvana, maar hier is niets dat verrijst, niets dat verdwijnt. Mahamati, iedere geleerde die steun vindt in zijn boeken waaruit hij zijn begrip en inzicht peurt, onderzoekt (het fenomeen) en zijn kenmerken (en houdt het tegen het licht van zijn doctrine), want (die doctrine) wijkt af van wat hij zich (logischerwijze) zou voorstellen; (dit hele gebeuren) eindigt in een geest die her en der springt en verward raakt, want nirvana vindt hij nergens (in de woorden van zijn boek). Maar, Mahamati, er zijn er die hun leeuwebrul (uitpsraak van een verlichtte) uiten en nirvana als volgt verklaren: nirvana is daar waar er de herkenning is dat alles in en uit bewustzijn zelve is; het is daar waar er geen gehechtheid is aan externe fenomenen; het is daar waar, eenmaal het (zoeken naar een antwoord op het) tetralemma achtergelaten, er een inzicht is in de sfeer van werkelijkheid, zoals die is; het is daar waar, eenmaal de aard van het (in zich)zelf (berustende) bewustzijn herkend, er geen koesteren meer is van dualisme, van onderscheid-aanleggen; het is daar waar grijper en gegrepene niet (meer) aanwezig zijn; het is daar waar er geen gehechtheid meer is aan de redeneringen der logici, daar men ziet dat deze niet houdbaar zijn; het is daar waar de idee over de Waarheid niet voorwerp van verering is, maar er ten overstaan van die Waarheid een gelijkmoedigheid is die verwarring voorkomt; het is daar waar, nadat de verheven Dharma is gerealiseerd die in het diepste van jezelf verborgen ligt, de twee vormen van zelfloosheid zijn waargemaakt en waar de twee obstakels (d.w.z. de opinies dat er in de wezens, resp. de dingen een 'ens' te vinden zou zijn) uit de weg zijn geruimd; het is daar waar de (10) stadia van bodhisattvaschap een voor een zijn doorlopen totaan Tathagataschap waarin alle samadhis, te beginnen met de Mayopama (alles is illusiegelijk) zijn waargemaakt, en er een eind is gebracht aan de citta, manas en manovijnana.

69. Verschillende geleerden hebben verschillende visies over nirvana, maar dat zijn slechts inbeeldingen, niet de weg naar bevrijding.

70. Vrij van het gebondene en het binden, en vrij van alle vaardige middelen denken de geleerden dat ze bevrijd zijn, maar (ware) bevrijding is daar niet te vinden.

71. De systemen der geleerden vormen een veelheid aan filosofische stromingen, derhalve is er onder hen geen bevrijding, want hun foutieve verbeelden gaat maar door en door.

72. Al die geleerden zijn totaal ondergedompeld in, en in vervoering gebracht door filosofieen over oorzaak en gevolg; de bevrijding die zij menen bereikt te hebben is geen ware bevrijding, ze leidt slechts tot de dualistische leer over zijn en niet-zijn.

73. De onwetenden scheppen behagen in debatteren en verkeerde redeneringen; ze zijn niet in staat een diepgaand begrip te verkrijgen van het principe (de Dharma). Debatteren leidt in deze wereld tot leed, terwijl (mijn) principe leed uitblust.

74. Een spiegelbeeld heeft geen werkelijkheidswaarde; echter, zo zien de onwetenden het bewustzijn. Voor hen, gezien in hun spiegel van gewoontepatronen, is bewustzijn iets dualistisch.

75. Zolang er geen diepgaand begrip is van het feit dat alles in en uit bewustzijn zelve is, is er dualistisch onderscheid-aanleggen. Zodra dat diepgaande begrip er is, houdt onderscheid-aanleggen op.

76. Bewustzijn is niets anders dan (waargenomen) veelvormigheid, (maar nietemin) ver verwijderd van het gekwalificeerde en dat wat kwalificeert. Vormen worden waargenomen, maar niet zoals de onderscheid-aanleggende onwetenden dat doen.

77. De drie werelden zijn niets meer dan onderscheidingen in de geest, externe fenomenen zijn er niet. Het onderscheid-aanleggen ziet veelvormigheid - de onwetenden beseffen dit niet.

78. De verschillende soetras (leerredes) tonen verschil, ze gebruiken verschillende namen en beelden; betekenis kan niet gevonden worden als er geen woorden zijn.

Toelichting bij tekst 51


Tekst 52