LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 3: Over Vergankelijkheid


Tekst 50

Toen sprak Bodhisattva-mahasattva Mahamati opnieuw en zei: Gezegende, eens vertelde de Gezegende, de Tathagata die Arhat is, en Volmaakt Verlicht, dat de Lokayata, die bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en die zeer eloquent zijn, niet geeerd, niet aanbeden, niet gediend moeten worden, want (zo zei hij,) wat daarmee wordt gewonnen zijn slechts wereldse vreugden en niet de Dharma. Gezegende, waarom sprak u zo? Waarom zei u dat we, in het dienen van de Lokayata, die bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en die zeer eloquent zijn, (slechts) wereldse vreugde behalen, en niet de Dharma?

De Gezegende zei: Mahamati, de Lokayata, die bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en die zeer eloquent zijn, brengen de onwetenden in opperste verwarring met hun redeneringen, woorden en stellingen, en wat zij onderwijzen is op het niveau van kinderen, en is, voor zover er een touw aan vast te knopen valt, in het geheel niet in overeenstemming met de waarheid, noch met de (diepere) betekenis. Daarom zeg ik dat de Lokayata bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en dat ze zeer eloquent zijn. Met gladde praat trekken ze de onwetenden tot zich, maar leiden hen nooit op de weg van waarheid en de juiste Dharma. En daar ze zelf amper de betekenis begrijpen van wat ze te berde brengen, brengen ze de onwetenden in opperste verwarring en richten ze zichzelve te gronde met hun dualistische standpunten. Niet bevrijd uit de cirkelgang van geboorte en dood, niet begrijpend dat alles in en uit bewustzijn zelve is, zich hechtend aan het idee dat er externe dingen zijn en dat die dingen een zelf-aard hebben, kennen de Lokayata geen bevrijding uit onderscheid-aanleggen. Daarom, Mahamati, de Lokayata, die bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en zeer eloquent, maar (niettemin) nooit bevrijd uit het onheil dat zich manifesteert als geboorte, ouderdom, ziekte, leed, gelamenteer, pijn en wanhoop, verwarren de onwetenden met hun woorden, zinnen, geredeneer, met hun voorbeelden en conclusies.

Mahamati, (de geleerde die gekend wordt als) Indra was (een) briljant (spreker voor de Lokayata); zijn kennis omvatte een menigte (Lokayata-) verhandelingen, en zelf produceerde hij een werk over klanken (d.w.z. een Sanskriet grammatika). Hij had een discipel die in de gedaante van een (veelkoppige) slang tot de hemel opsteeg en daar in het gezelschap van god Indra verkeerde. Hij bedacht een stelling en daagde de godheid uit: ofwel uw duizendspakig voertuig wordt aan diggelen geslagen, ofwel ieder mijner slangehoofden wordt er af geslagen. Tjdens het argument dat volgde versloeg die Lokayata-discipel, die een slangengedaante had aangenomen, (de godheid), waarop het duizendspakige voertuig aan diggelen ging. Daarop daalde de discipel weer naar de aarde af. Mahamati, zo heeft (de Lokayata) een heel systeem van redeneringen en voorbeelden, en daar ze zelfs de gedachten der dieren kennen, brengen ze de goden en asuras (demonen-krijgers) in opperste verwarring met hun woorden en leerstellingen. Is dat werk eenmaal gedaan dat zorgen ze er voor dat deze (niet-menselijke wezens) zich sterk gaan hechten aan noties zoals komen en gaan (ayavyaya); wat zullen ze dan al niet aanrichten onder de mensen! Daarom, Mahamati, mijd de Lokayata, want zij zijn de dragers van komend leed (dukkha). Eer ze niet, acht ze niet, dien ze niet. Mahamati, dat wat de Lokayata behalen gaat niet voorbij het vormhebbende (rupa) rijk en de kennis die daarop betrekking heeft, ook al zullen ze wellicht hun materalisme verklaren met een profusie aan woorden en stellingen - honderdduizenden. Echter, in de toekomst, na vijfhonderd jaar, zullen er (onder hen) schismas plaatsvinden, en die schismas zullen hen er toe brengen (nog onjuister) redeneringen en demonstraties ten beste te geven, en dit zal tot nog verdere scheiding der geesten leiden, en geen van (de zich dan als leider presenterenden) zal volgelingen aan zich weten te binden. En zo, Mahamati, verklaren de geleerden een materialisme dat in vele subsecten uiteen zal vallen, met een veelheid aan (contrasterende) redeneringen, en, daar in geen van hen de in zichzelf berustende waarheid te vinden zal zijn, zal ieder zijn eigen leer aanhangen. Terwijl dit in het geheel niet geldt voor (alle) geleerden, die hun eigen tractaten en doctrines hebben, wordt materialisme in diverse vermommingen verkondigd, wordt het aan de hand van honderdduizend verschillende methoden verklaard; echter, als gevolg van hun onwetendheid zien ze (de Lokayata) hun eigen leer niet als materialisme en zien ze niet dat ook hier de in zichzelf berustende waarheid niet te vinden is.

Mahamati zei: als er geleerden zijn die materialisme prediken met gebruikmaking van woorden, stellingen, voorbeelden en conclusies - die niet de "zoals-het-is-waarheid" vertegenwoordigen maar eerder hun eigen ikgerichte opvattingen waar ze stevig aan gehecht zijn -, verklaart de Gezegende ten overstaan van de verzamelingen goden, half-goden en mensen die uit velerlei landen komen dan niet ook, (evenzo) met gebruikmaking van woorden, stelingen, voorbeelden en conclusies een materialisme dat niet de waarheid van zelf-realisatie is maar (integendeel) iets is dat lijkt op de verklaringen der geleerden?

De Gezegende antwoordde: ik verkondig geen materialisme, noch spreek ik over (het) komen en gaan (ayavyaya) (waar de Lokayata het over heeft). Wat ik onderwijs, Mahamati, is dat wat niet-komen-en-gaan is. Mahamati, "komen" betekent productie (of vergaren) en massa (of ophopen), het vindt zijn ontstaan in accumuleren (sankhara?). Mahamati, "gaan" betekent aan zijn einde komen. Dat wat niet-komen-en-gaan-is, is het ongeborene. Mahamati, wat ik onderwijs lijkt in de verte niet op de leer der geleerden. Waarom niet? Omdat er geen externe (zich buiten het bewustzijn bevindende) objecten zijn, omdat er (dus) niets is waar men zich aan zou kunnen hechten. Wanneer je in Enkel-Bewustzijn verblijft, waarvoorbij geen externe wereld is, houdt dualisme op. Omdat er geen sfeer of vorm is die gebaseerd is op onderscheid-aanleggen erken je dat dat wat waargenomen wordt in en van bewustzijn zelve is, en derhalve vindt een verdere opdeling van dat wat in en van bewustzijn zelve waargenomen wordt niet plaats. Dankzij het ophouden van onderscheiden (prapanca) ga je de staat van drievoudige bevrijding binnen: niet-vorm, ledigheid (sunyata), en moeiteloosheid. Daarom wordt het bevrijding genoemd.

Mahamati, ik herinner me, toen ik ergens (wat langer) verbleef dat een brahmaan, een Lokayata me benaderde en me plompverloren vroeg: Gautama, is alles geschapen?
Ik antwoordde: brahmaan, ware alles geschapen, dan zouden we hier wel met de eerste school van materialisme te doen hebben.
(Hij vroeg weer:) Gautama, is alles ongeschapen?
(Ik antwoordde:) brahmaan, ware alles ongeschapen, dan zouden we hier te maken hebben met de tweede school van materialisme. En te zeggen, brahmaan, dat alles niet-eeuwig, of eeuwig, of geboren, of ongeboren is, zou de (derde tot en met de) zesde school van materialisme genoemd moeten worden.
Mahamati, die brahmaan, die Lokayata, ging voort: Gautama, is alles een? Is alles verschillend (niet-een)? Is alles te kenmerken als zowel een als niet-een? Valt alles te karakteriseren als noch een noch niet-een? Moet van alles, omdat van alle dingen gezegd kan worden dat ze geboren worden uit een varieteit aan oorzaken, gezegd worden dat ze onderhevig zijn aan oorzakelijkheid?
(Ik zei:) brahmaan, je bent nu gevorderd tot aan de tiende school van materialisme.
(Hij vroeg weer:) Gautama, is er een verklaring voor alles? Is alles onverklaarbaar? Is er een zelf, een ziel? Is er geen zelf, geen ziel? Is deze wereld werkelijk? Is deze wereld niet werkelijk? Is er een wereld voorbij deze wereld? Is er geen wereld voorbij deze wereld? Is zo'n andere wereld bestaand of niet-bestaand? Is er bevrijding? Is er geen bevrijding? Is alles onmiddellijk (vinden alle gebeurtenissen tegelijk en in een oogwenk plaats)? Is alles niet onmiddellijk? Gautama, zijn ruimte, 'uitdoving zonder dat daarover nagedacht is' (apratisamkhya-nirodha), en nirvana geschapen of ongeschapen? Is er een antarabhava (bestaan tussen dood en wedergeboorte in)? Is er geen antarabhava?
Mahamati, ik zei tegen hem: brahmaan, als dat zo was (als ik daar een vaststellende uitspraak over zou doen) dan ware dat materialisme. Dat is niet mijn (leer). Brahmaan, dit alles is uw wereldse filosofie. Brahmaan, ik verklaar dat de drievoudige wereld zijn grond vindt in het gewoontepatroon van dat onderscheid-aanleggen dat aan de gang is sinds de tijd zonder begin, en wel als gevolg van vergissingen en verkeerd redeneren, want onderscheiden vindt (daar) plaats. Brahmaan, (dit is zo) omdat niet gezien wordt dat de externe wereld bewustzijn zelve is; (dit is zo) omdat een externe wereld beschouwd wordt als ware het voorwerp van kennen. De geleerden zeggen dat er een drievoudig samenkomen is van zelf-ziel, zintuiglijke organen, en de wereld-van-objecten - maar dat is niet wat ik zeg. Brahmaan, ik behoor niet tot de school die oorzakelijkheid predikt, noch tot die waar niet-oorzakelijkheid wordt gepredikt. In plaats daarvan verklaar ik de keten van afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan - voorzover het de door de gedachten geconstrueerde wereld betreft van (of gekenmerkt door het dualisme van) grijpen-naar en het gegrepene, dat (dualisme dat) er is afhankelijk van onderscheid-aanleggen. U en anderen die de filosofie over een zelf-ziel en zijn voortgang (doorheen de tijd) koesteren hebben dit niet begrepen.
Mahamati, ruimte, nirvana en oorzakelijkheid bestaan als dingen die je op kunt noemen, maar werkelijkheidswaarde hebben ze niet; vandaar dat de vraag of ze geschapen zijn geen antwoord behoeft.

Mahamati, toen zei de brahmaan, die Lokayata dit: Moeten we begrijpen dat de drie werelden veroorzaakt zijn door onwetendheid, verlangen en ageren, of zijn ze niet veroorzaakt?
(Ik zei:) Brahmaan, deze uit twee delen bestaande vraag behoort tot het materialisme.
- Gautama, moeten we alle dingen beschouwen onder hun aspecten van individualiteit en algemeenheid?
- Brahmaan, ook dit behoort tot de leer van het materialisme. Zolang de geest in turbulentie verkeert, hetgeen ervoor zorgt dat we ons hechten aan de gefantaseerde wereld-van-objecten, zolang is er materialisme.
Mahamati, toen zei die brahmaan, die materialist: Gautama, is er een filosofie die niet-werelds is? Gautama, welke waarheid de geleerden dan ook maar verkondigd hebben, met een veelvoud aan woorden en zinnen, omkleed met redenen, voorzien van voorbeelden en conclusies, gebaseerd op de algemene rede, al die waarheden die zijn in mij.
(Ik zei:) Brahmaan, er is iets dat niet in u is, hoewel het niet voorbij de algemene rede, de algemeen aanvaarde waarheid gaat, hoewel het niet onafhankelijk van een veelheid aan woorden en zinnen is, en het voorts niet tegen de gewone logica in gaat.
(De brahmaan vroeg:) Is er enige filosofie die niet van deze wereld is en toch niet tegen de geldende opinie der wereld ingaat?
(Ik antwoordde:) Brahmaan, er is dat wat niet tot de materialistische leer behoort, iets dat noch tot uw wijsheid, noch tot dat der geleerden - die zich hechten aan verkeerd onderscheiden en foutief redeneren - is doorgedrongen; het is niet doorgedrongen tot hen die de onwerkelijkheid der externe objecten niet vermogen te zien, en dan heb ik het over het ophouden van prapanca (onderscheid-aanleggen, gebabbel in de geest). Is er eenmaal de wetenschap dat er niets voorbij de geest is, dan houdt het onderscheid-aanleggen tussen zijn en niet-zijn op. Wanneer er dan geen externe wereld meer is die voorwerp van perceptie uitmaakt, dan blijft het onderscheid-aanleggen onaangeroerd. Dit kom je in het materialisme niet tegen, wel in mijn leer; dit (deze waarheid) is niet in u. Wat ik bedoel met onaangeroed blijven (op zijn plaats blijven) is dat het niet meer evolueert; wanneer onderscheid-aanleggen (prapanca) niet meer ontstaat, dan wordt er van gezegd dat het niet meer evolueert. Brahmaan, dit komt in het materialisme niet voor. Om kort te gaan, brahmaan, als er al enig komen-en-gaan der vijnanas is, een verschijnen-en-verdwijnen, een uitnodigen, een hechten, een intense affectie, een filosofische opinie, een theorie, een verblijfplaats, een aanraken, het hechten aan diverse merktekenen, een samenstellen, een voortgaan, dorstig verlangen (trsna), en gehechtheid aan een oorzaak, dan, brahmaan, is dat uw materialisme, niet mijn leer.
Mahamati, zo ondervroeg die brahmaan, die materialist me; en nadat hij met deze antwoorden was verslagen verdween hij in stilte.

Toen verscheen de Nagakoning Krsnapakshaka voor de Gezegende; hij had het lichaam van een brahmaan aangenomen en zei: Gautama, is er dan geen andere wereld (dan deze)?
- Jongeman, waar kom je vandaan?
- Gautama, ik kom van het Witte Eiland.
- Brahmaan, dat is een andere wereld.
De jongeman wiens intenties zo weerlegd werden en die zo tot zwijgen was gebracht maakte zich onzichtbaar, zonder me nog enige vraag te stellen over mijn leer die tegengesteld is aan de zijne. Hij dacht bij zichzelf: Die Sakyazoon staat buiten mijn (geloofs)systeem; het is een beklagenswaardig figuur die een filosofie heeft over het ophouden van merktekenen en oorzaken; hij praat over het ophouden van onderscheid-aanleggen dat plaats zou vinden zodra de waarneming van een externe wereld herkend wordt als een product van je eigen onderscheiden. En ook jij, Mahamati, vraagt me hoe het mogelijk is dat voor iemand die de Lokayata-filosofie aanhangt, - Lokayata, die bedreven zijn in diverse vormen van recitatie en zeer eloquent - er (slechts) wereldse vreugden zijn, en niet de Dharma.

Mahamati vroeg: Gezegende, wat bedoelt u met "onderwerp van wereldse vreugden" en met "Dharma?"
De Gezegende zei: Mahamati, dat heb je goed gezegd, heel goed gezegd! Je hebt, met het welzijn van komende generaties diep over de betekenis van deze twee dingen nagedacht. Mahamati, luister dan goed en overdenk wat ik ga zeggen.
Bodhisattva-mahasattva Mahamati zei: Zeker, Gezegende, en luisterde.

Dit zei de Gezegende: Mahamati, wat betekent "onderwerp van wereldse vreugde?" Het staat voor dat wat aangeraakt kan worden, dat waartoe je je aangetrokken kan voelen, dat wat je kunt aaien, behandelen, en proeven; het is dat wat je vastbindt aan een externe wereld, waardoor je, als gevolg van een verkeerd inzicht een dualistische levenshouding krijgt, dat wat er voor zorgt dat je (na je dood) opnieuw in (de vorm van) skandhas verschijnt, waar, als gevolg van de herscheppende kracht van verlangen, allerhande onheil verrijst, zoals geboren worden, ouder worden, ziekte, dood, leed, gelamenteer, pijn, wanhoop, enzovoorts. Dit noemen ik en de andere Boeddhas "onderwerp van wereldse vreugde." Dit, Mahamati, is het bereiken van wereldse vreugde, en niet van de Dharma; het is materialisme dat je oppikt zodra je de Lokayata dient.

Mahamati, wat wordt bedoeld met "het bereiken van de Dharma?" Wanneer de waarheid van "het bewustzijn berustend in zichzelf" en de tweevoudige zelfloosheid zijn begrepen, wanneer, verder, de aard van het substantieloos zijn van dingen en personen is doorzien, dan steekt onderscheiden (prapanca) de kop niet meer op. Wanneer de (tien) bodhisattvastadia de een na de ander zijn doorlopen, dan is er afstand genomen van de citta, manas en manovijnana, en wanneer men dat (bodhisattva)stadium betreedt waar men gezegend wordt door alle Boeddhas' wijsheid, en de tien onuitputtelijke geloften (van Samantabhadra) aflegt, dan wordt men, als gevolg van een leven in moeiteloosheid, een soeverein meester over alle fenomenen. Vandaar dat het Dharma genoemd wordt, want dan ben je bevrijd van alle gefilosofeer, van ongefundeerde redeneringen, van onderscheid-aanleggen, en van dualistische noties. Mahamati, in de regel worden de onwetenden geleid door filosofieen, begeven ze zich in (de sfeer van) dualisme, dat wil zeggen, (denken ze) in (de uitersten van) vernietigingsleer en eeuwigheidsleer; met de wijzen ligt dat anders. Eeuwigheidsleer verrijst zodra je een doctrine van niet-oorzakelijkheid omarmt, terwijl de vernietigingsleer verrijst wanneer je zowel gelooft dat er een vernietiging is van causale condities, als wanneer je gelooft in het bestaan van een oorzaak (van het bestaande). Ik echter verkondig de Dharma die leert dat er - afhankelijk, en op basis van voorwaarden - verrijzen, bestaan, en verdwijnen is. Mahamati, dit zijn mijn concluderende woorden over "wereldse vreugden" en over de "Dharma".

Er wordt gezegd:
62. Wezens zijn beinvloedt door samenleven (samgraha), en zijn verplicht door moraliteit (sila). Alles-overstijgende wijsheid (prajna) verwijdert hen van gefilosofeer, en bevrijding is waardoor ze (dan) gevoed worden.

63. Alle niet-doelmatige leringen der geleerden vallen onder de noemer materialisme; waar een werkelijkheids-filosofie over oorzaak en gevolg wordt gekoesterd is geen zelf-realisatie.

64. Aan mijn groep discipelen onderwijs ik die zelf-realisatie die ver verwijderd is van oorzaak en gevolg, en vrij van materialisme.

65. Niets anders is er dan dat wat in en uit bewustzijn zelve is, ook dualiteit behoort daar thuis en wordt daar ervaren. Waar (ondanks dat) het (in en uit het bewustzijn zelve) waargenomene wordt benoemd als "dat waarnaar gegrepen wordt", of "het grijpen zelve", is dat niettemin geen uiting van eeuwigheidsleer of vernietigingsleer.

66. Zolang mentaal ageren voortgaat is er sprake van materialisme; verrijst er geen onderscheid-aanleggen meer, dan wordt de wereld gezien als in en uit bewustzijn zelve.

67. "Komen" (ayam) betekent dat de wereld-van-objecten verrijst als een gevolg (van iets anders), en "gaan" (vyayam) is het niet-zien van dat gevolg. Begrijpt men grondig wat "komen-en-gaan" betekent, dan houdt onderscheid aanleggen op.

68. Eeuwigheid en niet eeuwigheid, geschapen en niet-geschapen, deze wereld en die andere, al deze (concepten) behoren tot het materialisme.
Tekst 51

Toelichting bij tekst 50


- Materialisme. Vat dit s.v.p. op in de filosofische zin van het woord: materie-gericht.

- Indra. In de nu toegankelijke Lokayata-werken komt de naam Indra als stichter niet voor. De belangrijkste spreker namens deze stroming moet een zekere Charvaka geweest zijn, een tijdgenoot van Sri Krishna.

- "Komen en gaan (ayavyaya)". Ook hier zien we mogelijkerwijs de ontstaansgrond voor een zen-term.

- "Mahamati, toen zei de brahmaan, ... de drie werelden ...". Zie hiervoor eerdere antekeningen over de werelden van begeerte, vorm, en niet-vorm.

- "- ... ik kom van het Witte Eiland. ... dat is een andere wereld. In deze achtste alinea komen we een anecdote tegen die pas later, niet eerder dan de elfde eeuw, toegevoegd werd aan het corpus. Het betreft hier een gesprek tussen de god Krsnapakshaka en - waarschijnlijk - een boeddhistisch monnik. Die naga-god stelt een vraag die een ietsje lijkt op die der Lokayata-vertegenwoordiger uit de zesde en zevende alinea. Het gaat hier echter niet om het thema materialisme, maar om de leer der aanhangers van de Hindu-god Narayana. In de Kathasaritsagara wordt gezegd dat Narayana leeft in de Hemel van het Witte Eiland; die tekst geeft ook aan dat Narayana een andere naam is voor Vishnu.

- Vers 62. Er zijn vier vormen van samgraha, hier, bij gebrek aan een betere korte omschrijving 'samenleven' genoemd: weldadigheid, vriendelijkheid, goede daden, en onpartijdigheid.

- Vers 63. Werkelijkheids-filosofie is in filosofische vaktermen "realisme", een visie die uitsluitend uitgaat van wat de zintuigen kunnen waarnemen. In vers 64 wordt het materialisme genoemd. Zie voor oorzaak en gevolg tekst 10.

- Vers 65. Wat hier 'het waargenomene' wordt genoemd is in de oorspronkelijke tekst een wat duistere uiting. Het vers zegt dat alles in en uit het bewustzijn zelve is, ook het dualistische denken, d.w.z. het onderverdelen en categoriseren van waargenomen fenomenen, inclusief het foutieve denken. En daar het hele leven, als het ware, zich slechts op deze ene plaats afspeelt is er naar waarheid geen uiteenvallen in de uitersten van eeuwigheidsleer of vernietigingsleer.

- Vers 67. Zie voor komen en gaan de passage die eerder in het prozagedeelte werd gegeven: "... ik verkondig geen materialisme, noch spreek ik over (het) komen en gaan (ayavyaya) (waar de Lokayata het over heeft). Wat ik onderwijs, Mahamati, is dat wat niet-komen-en-gaan is. Mahamati, "komen" betekent productie (of vergaren) en massa (of ophopen), het vindt zijn ontstaan in accumuleren (sankhara?). Mahamati, "gaan" betekent aan zijn einde komen. Dat wat niet-komen-en-gaan-is, is het Ongeborene." ... "Het niet-zien van dat gevolg" uit vers 67 moet dan naar betekenis als identiek gezien worden aan de bovenstaande woorden "... aan zijn einde komen ...", "uitdoven" zouden andere boeddhistische tradities zeggen. Het is niet zeker of alle latere japanse zenmeesters "komen-en-gaan" net zo zouden uitleggen als hier in de Lanka wordt aangegeven. Zeker is dat dit een heel belangrijk concept is binnen het japanse zen.


Tekst 51