LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 3: Over Vergankelijkheid

Tekst 45

Tekst 46

Toen zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati: De gezegende heeft gezegd dat Bodhisattva-mahasattvas en anderen niet moeten grijpen naar betekenis (artha) uitsluitend afgaand op woorden. Gezegende, waarom zouden Bodhisattva-mahasattvas de betekenis niet uit de woorden moeten peuren? Wat is 'woorden'? Wat is 'betekenis'?
De Gezegende antwoordde: Mahamati, luister goed en overdenk wat ik nu ga zeggen.
Mahamati zei: zeker, Gezegende, en hij luisterde.

Toen zei de Gezegende: Wel dan, Mahamati, hoe wordt spraak geproduceerd? Met onderscheid-aanleggen en de gewoontepatronen (vasana, nu te zien als opgeslagen in het geheugen) als voorwaarde is er het samenkomen en het onderscheiden van geluid en letters die, gutturaal, palataal, linguaal, dentaal,en labiaal zijnd, en geproduceerd vanuit de mondholte, conversatie mogelijk maken. Dit wordt spraak genoemd. Dan, Mahamati, wat is 'betekenis'? Van de Bodhisattva-mahasattva wordt gezegd dat hij 'betekenis' goed begrepen heeft wanneer hij, alleen, op een afgezonderde plaats, dankzij zijn alles-overstijgende wijsheid (prajna) die groeide uit studie, overdenken en meditatie, het pad naar nirvana bewandelt en daarbij, eerst, een ommekeer bewerkstelligt aan de basis van zijn gewoonte-patronen (vasana) - daarbij gebruikmakend van de kennis die in hem huist (svabuddhi) - om daarna in de (bodhisattva-)stadia van zelf-realisatie te verblijven waar hij zijn leven doorbrengt met uitmuntende daden tentoon te spreiden.

Verder, Mahamati, ziet de Bodhisattva-mahasattva die goed overweg kan met de begrippen "woorden" en "betekenis", dat woorden noch verschillend, noch niet-verschillend zijn van betekenis, en dat omgekeerd hetzelfde waar is. Mahamati, ware "betekenis" verschillend van "woorden" (klanken), dan zou ze niet manifest gemaakt kunnen worden door woorden. Echter, betekenis wordt aan het licht gebracht door woorden zoals objecten door het schijnsel van een lamp. Mahamati, vergelijk het met een man die een lamp ronddraagt om zijn bezit te inspecteren. Dan (in dat licht) kan hij zeggen: dit is mijn bezit en zo wordt het in orde gehouden. Net zo, Mahamati, kunnen de Bodhisattva-mahasattvas met behulp van de lamp genaamd woorden en spraak, die uit onderscheiden ontstaan, de verheven staat van zelf-realisatie binnengaan die (overigens) vrij is van spraak-onderscheid.

Echter, Mahamati, raakt een mens gehecht aan de (uitgesproken) betekenis der woorden en hecht hij zich sterk aan die overeenkomst (tussen beide) om daarmee de originele staat van nirvana aan te duiden - die ongeboren is, en niet vergaat - om dan (in die geestestoestand) te spreken over de drie voertuigen, het Ene voertuig, de vijf Dharmas, mentaal actief zijn, de svabhavas, en dergelijke, dan zal hij genoegen gaan scheppen in opinies, of die nu bevestigend of ontkennend zijn. Omdat in (de staat van) illusie (Maya) een veelvoud aan objecten wordt gezien en onderling onderscheiden, daarom worden er foutieve uitspraken gedaan, en gaat het foutieve onderscheid-aanleggen voort en voort. Dat (proces van) onderscheid- aanleggen gaat voort en voort in de geest der onwetende; met wijzen ligt dat anders.

Daarom wordt er gezegd:
34. Zij die woorden volgen, onderscheid aanleggen en diverse opinies poneren zijn, vanwege hun vaststellende uitspraken, gedoemd.

35. Het zelf, de ziel, is niet in de skandhas, noch zijn de skandhas in het zelf, in de ziel. Ze zijn niet wat men meent dat ze zijn, noch zijn ze iets anders.

36. De onwetenden zien de werkelijkheid van objecten als onderscheiden van elkaar; waren ze wat ze lijken te zijn dan zouden allen de Waarheid zien.

37. Omdat alle dingen onwerkelijk zijn is er noch bezoedeling, noch zuiverheid. Dingen zijn niet wat ze lijken, noch zijn ze anders.

Verder, Mahamati, zal ik je vertellen over Jnana (weten) en Vijnana (het denken). Zijn jullie, de bodhisattva-mahasattvas, grondig op de hoogte van de finesses van Jnana en Vijnana, dan zullen jullie snel de meest volmaakte verlichting realiseren. Er zijn drie soorte Jnana: werelds weten, bovenwerelds weten, en het supreme Weten. Werelds weten behoort tot het rijk der geleerden en onwetenden die gehecht zijn aan dualistische visies over zijn en niet-zijn. Bovenwerelds weten behoort tot het rijk van die Toehoorders en Zelf- Verlichtten die gehecht zijn aan noties over individualiteit en algemeenheid. Supreem Weten, dat vrij is van dualismen als "zijn" en "niet-zijn" behoort tot het rijk der bodhisattvas, en ontstaat zodra zij grondig het zonder-beelden-zijn gaan onderzoeken, plus zaken als "niet-geboorte" (niet-ontstaan) en "niet-vernietiging"; het ontstaat zodra ze, op het niveau van Tathagataschap, niet-zelf ontdekken.

Vijnana (het denken) is onderhevig aan geboorte en verdwijning, en Jnana (weten) is dat niet. Mahamati, verder trapt het denken (vijnana) in de val van (tegengestelden als) vorm en niet-vorm, zijn en niet-zijn, en wordt het gekarakteriseerd door veelvormigheid. Weten (Jnana) echter, overstijgt (dualismen als) vorm en niet-vorm. En verder kenmerkt het denken zich doordat het vol met aanklevingen komt te zitten, terwijl dat met het Weten niet het geval is. Weten (Jnana) bestaat uit drieen: dat wat stelt dat er individualiteit en algemeenheid is, dat wat stelt dat er ontstaan en vergaan is, en dat wat stelt dat er niet-ontstaan en niet-vergaan is.

Mahamati, verder wordt Weten gekenschetst door niet-hechten, terwijl het denken zich hecht aan de veelheid van objecten. En verder nog ontstaat het denken (vijnana) uit een samenkomen van drie componenenten, terwijl het Weten (Jnana), uit zichzelf, niets te maken heeft met samenkomen of samengesteld zijn. En verder, Mahamati, wordt het Weten gekenschetst door onbereikbaarheid (of, 'niet aan te raken', of 'niet uit te leggen'); het is de innerlijke staat van zelf-realsering die bereikt wordt door Nobele Wijsheid in te zetten, en omdat het (Weten) komt noch gaat (of 'noch in dit leven komt noch uitdooft'), is ze als de maan in het water.

Daarom wordt er gezegd:
38. Karma wordt door bewustzijn aangemaakt en opgeslagen, weten herkent het, en je vergaart zowel de staat van zonder-beelden-zijn als de (boven- natuurlijke) krachten door Wijsheid (Prajna).

39. Bewustzijn (Citta) is verbonden met de wereld-van-objecten; het Weten (Jnana) ontluikt door overdenken, en Wijsheid (Prajna) ontwikkelt zich in die uitmuntende staat van zonder-beelden-zijn en (andere) verheven condities.

40. Citta, Manas, en Vijnana (bewustzijn) dragen in zichzelf geen gedachten of onderscheidingen; het zijn de Toehoorders, en niet de Bodhisattvas die de werkelijkheid proberen te bereiken door onderscheiden te gebruiken.

41. Het Weten van de Tathagatas is zuiver, in ruste verblijvend in de verhevenste onbewogenheid; het produceert een verheven vorm van rede, en (,daar het in opperste onbewogenheid verkeert,) is daarin geen moedwil(lig handelen, in Sanskriet: samudacara-varijitam).

42. Volgens mij heeft Prajna (wijsheid) drie betekenissen: door Wijsheid worden de wijzen machtig; het onderscheidt individuele kenmerken; en het toont alle dingen.

43. Mijn Wijsheid (Prajna) heeft geen connectie met de Twee Voertuigen, het sluit de wereld der wezens uit; de Wijsheid der Toehoorders groeit uit hun gehechtheid aan de door wezens bevolkte wereld; de Wijsheid der Tathagatas is smetteloos, want het toont Enkel-Bewustzijn.

Tekst 47

Toelichting bij tekst 46

- Het prozagedeelte tussen verzen 37 en 38. Hier wordt jnana de functie toegekend van onderscheid-aanleggen tussen individualiteit en algemeenheid, iets waarvan de overige tekstegedeelten zeggen dat dit de praktijk der Toehoorders en geleerden is. Het vermoeden dat in ieder geval dit gedeelte een later toegevoegd "Fremdkoerper" is lijkt gerechtvaardigd. Verder heeft dit tekstgedeelte het nog over Citta, en geeft daar een bepaald andere duiding aan dan in andere tekstgedeelten. In vers 40 komen we het in de Pali-geschriften vaak voorkomende conglomeraat 'citta, manas, en vijnana' tegen. In dit vers worden die begrippen in verband gebracht met de Sravaka, de Toehoorder uit het Kleine Voertuig. In die Pali- of Kleine-Voertuig-geschriften hebben deze drie begrippen, als ze niet nader worden gespecificeerd, een en dezelfde betekenis: bewustzijn. Daarom zal hier citta 'bewustzijn' heten, en niet, zoals elders, 'Opslagbewustzijn'.

- Derde alinea: Mahamati, ware de betekenis verschillend van de woorden (klanken) ..."
Eerder kwamen we de uitspraak tegen waarin Boeddha zei dat hij, vanaf zijn Grote Ontwaken, nooit een woord gesproken had, noch spreken zou.

- Vers 40 "Citta, Manas, en Vijnana (bewustzijn) dragen in zichzelf geen gedachten of onderscheidingen." We vinden in de Surangama soetra een vrij lange conversatie tussen Boeddha en Aananda waarin dit thema wordt behandeld: waar is het zien? Is het in de beschouwer, of in het object dat waargenomen wordt?

- "Vers 41 heeft "in ruste verblijvend in de verhevenste onbewogenheid." Mogelijk staat hier anutpattika-dharma-ksanti. Zie teksten 1 en 2.

- Vers 43. "Mijn Wijsheid (Prajna) heeft geen connectie met de Twee Voertuigen, ..." De Twee Voertuigen zijn die van de Toehoorders en de Zelf-Verlichtten.
. "het sluit de wereld der wezens uit." Deze Wijsheid contempleert niet meer op de dingen en de wezens, maar uitsluitend op abstracta zoals Weten zelf - zo het al contempleert.


Tekst 47