LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 3: Over Vergankelijkheid

Tekst 42

Tekst 43


Opnieuw sprak Mahamati: Gezegende, vertelt u mij alstublieft; wat maakt de Boeddhas, de Gezegenden, tot wat zij zijn, of, anders gevraagd, wat is de Boeddha's Boeddhanatuur?

De Gezegende antwoordde: wanneer het niet-zelf in de dingen en wezens is begrepen, wanneer de kennis over het tweevoudige obstakel goed gevestigd is, wanneer de tweevoudige dood verkregen is, en wanneer de tweevoudige groep van passies is vernietigd, dan, Mahamati, is daar de Boeddhanatuur van alle Boeddhas, van de Gezegenden. Wordt dit onderdeel van de Dharma door Toehoorders en Zelf-Verlichtten ervaren, dan is dat hun Boeddhanatuur.

Er wordt gezegd:

5. Wanneer het tweevoudige zelfloos-zijn, de tweevoudige groep van passies, het tweevoudige obstakel, en de onvoorstelbare transformatie-dood zijn bereikt, dan is dat Tathagata.

En opnieuw richtte Bodhisattva-mahasattva Mahamati zich tot de Gezegende en zei: Wat was de diepere betekenis van uw uitspraak, gedaan ten overstaan van de hele congregatie, waarin u zei: 'Ik ben alle Boeddhas uit het verleden", en: 'Ik ben in verschillende gedaanten door een veelheid aan levens gegaan; soms was ik koning Mandhatri, soms een olifant, soms een parkiet, soms Indra, Vyasa, Sunetra of andere wezens - duizenden geboorten lang'?

De Gezegende zei: naar zijn diepste betekenis kun je vier soorten eenderheid (samata) onderscheiden. Mahamati, de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht zeggen dit: Zo (d.w.z. eender) was ik ten tijde van de Boeddhas Krakucchanda, Kanakamuni en Kasyapa. Wat zijn die vier soorten eenderheid? Naar diepste betekenis zijn dat: eenderheid naar letters, eenderheid naar woorden, eenderheid naar onderricht, en eenderheid naar lichaam. Wanneer ze voor de congregatie staan spreken de Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht in overeenstemming met deze viervoudige eenderheid.

Mahamati, wat is de eenderheid naar letters? Mahamati, het betekent dat mijn naam gespeld wordt als B o e d d h a, en deze letters (in deze volgorde) worden ook gebruikt voor andere Boeddhas, Gezegenden (Bhagavants). Mahamati, naar hun aard zijn deze letters niet van elkaar te onderscheiden, daarom spreken we over de eenderheid van letters.

Mahamati, wat is de eenderheid naar de woorden met betrekking tot de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht? Dat betekent dat ik de vierenzestig klanken van de taal der Brahmanen beheers, en dat deze vierenzestig klanken worden gebruikt door alle Tathagatas die Arhat zijn, en Volmaakt verlicht; de klanken die ze produceren, en die lijken op het gezang van de kalavinka (een vogel) zijn in alle gelijk, want wat dit aangaat zijn we niet van elkaar te onderscheiden.

Mahamati, wat is de eenderheid naar lichaam? Dat betekent dat ik en alle andere Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht, eender zijn wat onze Dharmakaya (Corpus van de Dharma) aangaat, en dat we bovendien eender zijn naar onze (32) uiterlijke en (80) secundaire uiterlijke kenmerken die onze staat van perfectie tonen. Tussen ons is geen verschil; slechts wanneer de Tathagatas de disposities der wezens mee laten wegen manifesteren ze verschillende vormen, want die wezens hebben ieder verschillende benaderingen nodig.

Mahamati, wat is de eenderheid naar onderricht (Dharma)? Dat betekent dat ik en alle andere (Tathagatas) de Dharma doorgronden die gaat over de zevenendertig geledingen van verlichting (bodhipaksika dharma). Wanneer ze voor de congregatie staan spreken de Tathagatas, die Arhat zijn, en Volmaakt Verlicht in overeenstemming met deze viervoudige eenderheid. Daarom zeg ik dit:

6. Ik ben Kasyapa, Krakucchanda, en Kanakamuni; dit is wat ik, voortgekomen uit de eenderheid, predik voor het welzijn der Boeddhakinderen.

Opnieuw richtte Mahamati het woord tot Boeddha en zei: De Gezegende heeft gezegd dat hij, vanaf de nacht waarin hij Ontwaakte tot de nacht waarin hij Parinirvana binnenging, geen woord gesproken heeft; hij heeft gezegd dat hij nooit een woord zal spreken, want niet spreken is de spraak der Boeddhas. Wat is de diepere betekenis van het niet-spreken van de Boeddha's spraak?

De Gezegende antwoordde: Mahamati, er zitten twee aspecten aan de diepere betekenis van deze woorden; daarom heb ik dat gezegd. Wat zijn die twee aspecten? Dat zijn de waarheid van zelf-realisering en de eeuwig-verblijvende werkelijkheid. Ik heb gesproken met de diepere betekenis van deze twee aspecten in gedachten. Wat is de diepere betekenis van de waarheid van zelf-realisering? Wat de Tathagatas (uit het verleden) realiseerden, dat realiseerde ik, daarin is noch toe-, noch afname, want dat rijk van zelf-realisatie is vrij van woorden en onderscheid-aanleggen en heeft niets van doen met beweringen in de trant van enerzijds/anderzijds.

Wat bedoel ik met de eeuwig verblijvende werkelijkheid (sthitita)?

Mahamati, die oeroude weg naar de Waarheid was er altijd al; ze was als goud, of zilver, of parels die in de diepste diepten opgeslagen lagen. Mahamati, de Dharmadhatu is eeuwig, of de Tathagata nu over de wereld gaat of niet, en zoals de Tathagata voor eeuwig verblijft, zo is het met de ware aard (dharmata) van alle dingen. Werkelijkheid verblijft eeuwig, werkelijkheid is wat het is, ze is als de wegen in een oeroude stad. Bijvoorbeeld, Mahamati, een man loopt door een woud en ontdekt een oeroude stad, compleet met een recht netwerk van wegen, en dan gaat hij daar binnen. Eenmaal binnen rust hij uit en gedraagt zich als een stadsbewoner; zo geniet hij alle vreugden die daaruit voortvloeien. Wat denk je, Mahamati, heeft die man de weg gemaakt waarover hij de stad betrad, of heeft hij al die dingen die hij in de stad aantrof zelf gemaakt?

Mahamati zei: Nee, Gezegende. De Gezegende zei: zo is dat wat de andere Tathagatas en ikzelf realiseerden de werkelijkheid, de eeuwig verblijvende werkelijkheid, de natuurlijke orde der dingen (niyamata), het zo-zijn van alle dingen (tathata), de werkelijkheid van alle dingen (bhutata), de waarheid zelve (satyata). Daarom, Mahamati, zeg ik dat ik, vanaf de nacht dat de Tathagata Ontwaakte tot het moment waarin hij (Pari)nirvana binnenging, geen woord gesproken heeft, noch ooit een woord spreken zal. Daarom wordt er gezegd:

7. Vanaf de nacht dat ik Ontwaakte tot die waarin ik Nirvana binnenging, heb ik nooit enige uitspraak gedaan.

8. Omdat er een diepere betekenis zit aan de eeuwig-verblijvende werkelijkheid van zelf-realisering, daarom heb ik erover gesproken. Wat dat aangaat is er tussen mij en de andere Boeddhas geen enkel verschil.

Tekst 44

Toelichting bij tekst 43

- "Opnieuw .... wat is de Boeddha's Boeddhanatuur?"
In het antwoord dat op deze vraag volgt ligt het antwoord op die andere vraag: wat is onwetendheid? Hier vertelt de Lanka, bijna terloops, wat Vidya, het grote Weten of Zien is, wat datgene is waar diegenen die Boeddhaschap nastreven naar op zoek zijn. Echter, dat Weten moet dan ook waar gemaakt zijn in eigen lichaam en geest; het moet er iedere minuut zijn, en het moet altijd, en als vanzelfsprekend, bijna gedachtenloos in de praktijk worden toegepast. Is dat nog niet het geval, dan is er sprake van de boekenwijsheid waar de Lanka zo vaak tegen fulmineert.

- "Het tweevoudige obstakel bestaat uit hechten aan een zelf-aard in de wezens en de dingen.
. De tweevoudige dood. Hierover wordt het volgende geschreven: "Het zijn de twee nirvanas; de ene met een "overblijfsel", en de andere zonder. Van het nirvana met een overblijfsel is de oorzaak vernietigd, maar van het effect (van karmisch handelen) blijft nog wat in de wereld, hetgeen betekent dat de heilige nog in dit leven nirvana kan ervaren maar doorgaat te leven tot zijn dagen zijn geteld" (en daarna blijft zijn 'overblijfsel' nog werkzaam, alhoewel niet zo zwaarwegend als de gewone karmische vracht die een gewoon mens naar een nieuw bestaan duwt). "Het 'overblijfselloze' nirvana daarentegen heeft noch oorzaak, nog resultaat. Wanneer zo de verbinding met het sterfelijke leven is verbroken gaat de heilige bij zijn dood het absolute nirvana binnen" (en wordt van hem niets teruggevonden). De Lanka kapt nu die gordiaanse knoop door, door te zeggen dat de Tathagata beide vormen van dood tot nul heeft gereduceerd.
. De tweevoudige groep van passies zijn de grove passies van begeerte en haat enerzijds, en de subtiele, daarvan afgeleide passies anderzijds.

- "En opnieuw richtte Bodhisattva-mahasattva Mahamati zich tot de Gezegende."
In deze alinea wordt gesproken over de (D)jaatakas, de Geboorteverhalen van Shakyamuni Boeddha. Deze verhalen ontstonden tussen de derde en twaalfde eeuw en behandelen bijna zonder uitzondering het thema leiderschap.

- Eenderheid (samata). Sla de passage over het woord eenderheid niet over; het is een van de belangrijkste concepten binnen de Mahayana. Wie 'eenderheid' niet begrijpt, begrijpt 'niet-dualiteit' niet.

- "Wat bedoel ik met de eeuwig verblijvende werkelijkheid?" De tekst die hierna volgt is gebaseerd op een van de oudst bewaarde uitspraken van Shakyamuni Boeddha. We vinden daarin ook de echo van een van de meest geliefde passages uit de Lotus soetra.

- "de Dharmadhatu is eeuwig ... en zoals de Tathagata voor eeuwig verblijft..."
Merk hier op dat, zoals dat ook het geval is in de Avatamsaka en Mahavairocana soetra, de Dharmadhatu en de Tathagata als niet verschillend, als eender worden gezien.
Daar dit een begrip is dat naar zijn betekenis eveneens voorkomt in het Hinduisme, is het nodig de woorden nogmaals te ontleden. In Boeddhisme betekent Dharma (met hoofdletter) de Leer van de Boeddhas, en dharma (kleine letter) is ding, of fenomeen. Zoals eerder vermeldt ziet het Hinduisme het woord dharma voornamelijk als a/ gewoonteplicht of -recht, en b/ als ritualistiek. Nu wordt van de Hindu-god Siva gezegd dat zijn lichaam het universum is. In Boeddhistische terminologie zou dat Dharmakaya heten. Echter, Siva wordt gezien als het scheppende, onderhoudende, maar vooral vernietigende principe van of in het universum. We kunnen dus niet zeggen dat Boeddha, de Dharmakaya - Lichaam van de Leer - zijnd, of in andere termen, de Dharmadhatu, zijn lichaam als het canvas waartegen zich het drama van het leven afspeelt, identiek is aan Siva in zijn aspect van cosmisch lichaam. Boeddha schept niet, noch onderhoudt hij, laat staan dat hij vernietigt.

- "Daarom, Mahamati, zeg ik ... geen woord gesproken heeft, noch ooit een woord spreken zal."
Met 'spreken' wordt hier bedoeld iets over iets zeggen dat nog nooit gezegd, noch getoond is. Uit dit gesloten universum verdwijnt nooit iets, noch komt er iets bij; alles is er al. Dingen transformeren, maar nieuwe dingen komen er niet bij, noch vallen er oude af. Wanneer we een nieuw woord voor een nieuw fenomeen menen te hebben ontdekt, is dit slechts een herkennen van wat we niet eerder zagen en een 'herwoorden' van wat we eerder anders uitdrukten.

Tekst 44