LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 7-9

Tekst 7

[37, 38] Toen sprak Bodhisattva-Mahasattva Mahamati opnieuw en zei tot de Boeddha: Gezegende, op hoeveel manieren vindt het verrijzen, bestaan, en verdwijnen van de Vijnanas (bewustzijnen) plaats?
De Gezegende antwoordde: Mahamati op twee manieren vindt het verrijzen, het bestaan en het verdwijnen van de bewustzijnen plaats - en dit hebben de geleerden niet begrepen. Namelijk, wanneer we verdwijnen waarnemen, nemen we continuering waar, en vorm (of manifestatie). Hetzelfde geldt voor het verrijzen van de bewustzijnen, en met bestaan (of duur) is het net zo.

In die bewustzijnen zijn drie modaliteiten te ontwaren: bewustzijn als een continuum, bewustzijn als resultaat voortbrengend, en bewustzijn dat in zijn oorspronkelijke aard berust.

Verder is het zo, Mahamati: over het algemeen vallen er in de bewustzijnen - acht in totaal - twee functies te ontwaren: het waarnemen, en het onderscheid maken tussen de dingen. Mahamati, zoals een spiegel vormen reflecteert, zo (objectief) neemt het waarnemend bewustzijn het ding waar. Deze twee, het waarnemend, en de objecten-onderscheidend bewustzijn, zijn niet verschillend; ze conditioneren elkaar. Dan is het verder zo, Mahamati, dat het vaststellend bewustzijn functioneert omdat er transformaties plaatsvinden als gevolg van een (normaal niet waarneembaar) gewoontepatroon (vasana). Anderzijds functioneert het objecten-onderscheidende bewustzijn in de wereld-van-objecten door dingen individueel te onderscheiden en door keuzes te maken. Dit doet het omdat er vanaf de tijd zonder begin foutief denken en rederen is geweest - daardoor zijn die gewoontepatronen alleen maar in omvang toegenomen.

En dan, Mahamati, wordt met het ophouden van alle zintuiglijke bewustzijnen bedoeld het ophouden van de in het Opslagbewustzijn op verschillende manieren aangelegde en opgehoopte gewoontepatronen. Die gewoontepatronen zijn in de loop der tijden gegenereerd doordat er (slechts) relatief weten was dat onderscheid aanlegt tussen niet-realiteiten.
Dit, Mahamati, staat bekend als het ophouden van het vorm-aspect van de bewustzijnen.

Voorts, Mahamati, het aan zijn eind komen van het duur-aspect van de bewustzijnen vindt als volgt plaats: wanneer zowel dat wat (door de bewustzijnen) ondersteund wordt, als dat wat ze omvatten niet langer functioneert, wordt dat "aan zijn eind komen" genoemd. Met "dat wat ondersteunt" bedoel ik de gewoontepatronen, die vanwege verkeerd redeneren zijn geaccumuleerd vanaf de tijd zonder begin. Met "dat wat omvat wordt" bedoel ik de wereld-van-objecten die door de bewustzijnen wordt waargenomenen en waarbinnen die bewustzijnen onderscheid aanleggen, hoewel het niets meer of minder is dan Bewustzijn zelve.

Mahamati, vergelijk het met een klompje klei en de stofdeeltjes waaruit die klei is gevormd; ze zijn noch verschillend, noch niet-verschillend van elkaar. Je kunt het ook vergelijken met goud en de verschillende sierraden die ervan gemaakt zijn. Mahamati, zou het klompje klei anders zijn dan zijn stofdeeltjes, dan kan uit die deeltjes nooit klei ontstaan. Maar omdat dat niet het geval is, is het klompje klei niet verschillend van zijn stofdeeltjes. Anderzijds, als er geen verschil is tussen de twee, dan kun je het klompje klei en zijn stofdeeltjes niet uit elkaar halen (daarom kun je dus niet spreken van "verschillend" of "niet-verschillend", en is er niet-dualiteit).

Derhalve, Mahamati, zouden de voortdurend in beweging zijnde bewustzijnen verschillen van het Opslagbewustzijn - inclusief de originele staat van dat Opslagbewustzijn - dan kan dit Opslagbewustzijn niet de oorzaak zijn (van die in beweging zijnde bewustzijnen). Anderzijds, zouden ze er niet van verschillen, dan betekent het aan zijn eind komen van de in beweging zijnde bewustzijnen tegelijkertijd het aan zijn eind komen van het Opslagbewustzijn - hoewel een aan zijn eind komen van zijn originele vorm onbestaanbaar is. Derhalve, Mahamati, wat ophoudt te functioneren is niet het Opslagbewustzijn in zijn originele "zelf-vorm", maar de resultaat-producerende vorm van de bewustzijnen. Houdt die originele zelf-vorm op te bestaan, dan is er inderdaad een aan zijn eind komen van het Opslagbewustzijn. Maar, zou er een aan zijn eind komen van het Opslagbewustzijn zijn, dan zou dit Leerstuk op geen enkele wijze verschillen van de vernietigingsleerleer die de geleerden er op na houden.

Mahamati, de geleerden houden er de volgende mening op na: Wanneer het grijpen naar een wereld-van-objecten ophoudt, houdt ook het voortgaan van het bewustzijn op. En wanneer die voortgang van de bewustzijnen opgehouden is, is het (algemene) voortgaan, dat sinds de tijd zonder begin aan de gang is, ook vernietigd. Mahamati, de geleerden zeggen dat er een eerste oorzaak is die voor continuering zorgdraagt; ze zijn niet van mening dat het oogbewustzijn ontstaat als gevolg van een interactie tussen licht en vorm - ze nemen aan dat er een andere oorzaak is. Mahamati, wat is die oorzaak die zij veronderstellen? Hun eerste oorzaak noemen ze geest (pradhana), of ziel (purusha), of Heer (Isvara, uit de Yoga-traditie), of tijd, of atoom.

Toelichting bij tekst 7


Tekst 8

Mahamati, laat mij het herhalen. Er zijn zeven soorten zelf-aard. Dat wil zeggen, er is bijeenbrengen (samudaya), zijn (bhava), kenmerken (lakshana), de grote elementen (mahabhuta), voorwaarden (hetu), conditionering (pratyaya), en perfectionering (nishpatti).

Toelichting bij tekst 8


Wat hier bedoeld wordt met zeven soorten zelf-aard, zijn de illusoire manifestaties in de wereld-van-objecten. Alles wat met de zintuigen waargenomen kan worden heeft die zeven karakteristieken: Alle wezens en dingen zijn een samenkomen van een aantal materiele en niet-materiele elementen; alle dingen en wezens hebben een of andere bestaansvorm; alle wezens en dingen zijn van elkaar te onderscheiden door heel eigen kenmerken; alle wezens en dingen worden gevormd door aarde, water, lucht en vuur; alle wezens en dingen ontstaan, bestaan en vergaan als gevolg van voorwaarden en condities; en alle wezens en dingen zijn wat ze zijn - en dat is goed zo. Met deze opsomming wordt zowel de nihilistische interpretatie vermeden als de visie die de eeuwigheidsleer (het eeuwig bestaan van een kern en/of eerste oorzaak) aanhangt: het bestaande is niet "niks" (nihilisme), maar het in relatieve zin bestaande is wel sunyata, dat wil zeggen, het bestaat niet in ultieme zin.
Alweer de Zangen vanuit Tushita verwoordt het zo: "Wezens maken onderscheid - onterecht: / zeggen: 'dit is Boeddha', 'dat is de wereld'. / Wie de ware aard der dingen heeft ontdekt / ziet geen Boeddha, noch de wereld."

Tekst 9

En dan nog dit, Mahamati, er zijn zeven soorten Hoogste Realiteit (paramartha): de wereld van het denken (citta-gocara), de wereld van het Kennen (jnana-), de wereld van supranormaal (of intuitief) Weten (prajna-), de wereld van denken-in-dualiteit (drishti-), de wereld voorbij denken-in-dualiteit, de wereld voorbij de Bodhisattva-stadia, en de wereld waarin de Tathagata zijn zelf-realisering bereikt.

Mahamati, dit (wat ik zojuist uiteenzette) is de zelf-aard, het eerste principe, de essentie dat het wezen vormt van de Tathagatas, de Arhats, de Volmaakt Verlichtten uit het verleden, heden, en de toekomst. En door de dingen van deze wereld en de wereld voorbij deze wereld te perfectioneren gaan ze, dankzij een verheven "oog van alles overstijgende wijsheid", verschillende fasen van bestaan binnen, als individu en in zijn algemeenheid (als al-aanwezige Boeddha-kracht), en vestigen deze fasen van bestaan (op het pad naar Boeddhaschap). En wat op deze manier door hen gevestigd is moet niet verward worden met de onjuiste verklaringen die de geleerden over het algemeen laten horen.

Mahamati, wat zijn die onjuiste verklaringen die de geleerden over het algemeen verkondigen? Ze erkennen niet dat de wereld-van- objecten in en uit bewustzijn zelve is, en daarom maken ze onderscheid, hetgeen onjuist is. En, de aard van de bewustzijnen niet begrijpend, die eveneens niets anders is dan manifestatie van Mind (bewustzijn) zelve - sufferds! - koesteren ze dualismen zoals bestaan versus niet- bestaan - terwijl er slechts (een) zelf-aard is, (een) eerste principe (namelijk de eerdergenoemde zeven soorten van Hoogste Realiteit).

Mahamati, mijn leer komt hier op neer: er is een ophouden van dat lijden dat ontstaat uit onderscheid maken tussen de drie werelden (van begeerte, van vorm, en van voorbij-vorm). Mijn leer onderwijst hoe onwetendheid, begeerte, handelen, en oorzakelijkheid aan hun einde komen. Mijn leer onderwijst dat er een wereld-van-objecten is, dat deze echter niet meer dan een visioen is, dat ze de manifestatie van Bewustzijn zelve is.

Tekst 10 tot 12 van hoofdstuk 2 van de Lankavatara Sutra

Toelichting bij tekst 9


Tekst 10 tot 12 van hoofdstuk 2 van de Lankavatara Sutra