LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 5

[23,24] Toen, nadat hij de Gezegende had geprezen met verzen zoals zojuist uitgesproken, maakte Bodhisattva-mahasattva Mahamati zijn naam bekend.

9. Gezegende, ik ben Mahamati; ik ben goed thuis in de Mahayana. Ik zou u honderdacht vragen willen stellen; ik wil ze stellen aan u die zo welsprekend bent.

10. De Boeddha, hij die het best de wereld kent, hoorde de woorden van deze zoon van de Welgegane aan; hij overschouwde de menigte en zei:

11. "Zonen van de Overwinnaar, Mahamati, vraag: ik zal jullie onderrichten in zelf-realisatie."
Bodhisattva-mahasattva Mahamati die nu van de Boeddha verlof had gekregen om te spreken, nam deze gelegenheid te baat, boog voor de voeten van de Gezegende neer, en vroeg:
12. Hoe kunnen we gezuiverd worden van onjuist overdenken en redeneren? Waaruit ontstaat het? Hoe kunnen we vergissingen gewaar worden? Waar komen die vergissingen vandaan?

13. Waar ontstaan landen, transformatie(lichamen), verschijningen, en geleerden? Waar is de staat van zonder-beelden-zijn (animitta) goed voor, waartoe dienen de gradaties, en waar verrijzen de zonen van de Overwinaar?

14. Waar is de Weg naar Bevrijding? Wie is gebonden? Waardoor wordt hij bevrijd? Wat is de mentale staat van hen die de dhyanas beoefenen? Waaruit verrezen de Drie Voertuigen?

15. Wat is het dat uit oorzaken is geboren? Wat is resultaat? Wat is oorzaak en veroorzaken? Waarom is er de dualiteits-doctrine? Waar komt het vandaan?

16. Waar dient de rustbrengende oefening van het vormloze voor, en die van volledige uitdoving (nirodha)? Waar is het uitdoven van gedachten goed voor, en hoe Ontwaak je tot die staat? En hoe ben (en blijf)je Ontwaakt wanneer je dit eenmaal hebt bereikt?

17. Hoe verrijst handelen? Waar komt het handelen van lichaam-hebbende wezens vandaan? Waar ontstaat het zichtbare, en waar de condities (die er aan voorafgaan)? Waar ontstaat de ingang tot de Stadia?

18. Wie breekt er door dit drievoudig bestaan heen? Wat is verblijfplaats, wat is lichaam? Waar verrijst dat wat verblijft (shtiti)? Vanwaar komen de Boeddhazonen?

19. Wie bereikt het stadium van supra-normale vermogens, meesterschap over het zelf, de samadhis? Hoe wordt de geest tot rust gebracht? Overwinnaar, wil het me vertellen.

20. Wat is de Alaya? Waar verrijst het superviserende bewustzijn? Hoe ontstaat het zichtbare, hoe houdt het op zichtbaar te zijn?

21. Vanwaar het idee van clan of niet-clan? Wat verstaan we onder Enkel-Bewustzijn? Wat betekent "kenmerken vaststellen, en waar verrijst kernloosheid?

22. Waarom is er geen zijnde? Wat voor onderwezen theorie is in overeenstemming met de algemene opvattingen? Hoe kun je ophouden aan eeuwigheidsleer (sasvata-darshana) en vernietigingsleer (uccheda-darshana) te hechten?

23. Hoe komt het dat uw verschijning niet anders is dan die van de geleerden? Vertelt u mij, uit wat ontstond de Nyaya-school (de logici), hoe staat het met haar toekomst?

24. Wat wordt bedoeld met sunyata (ledigheid)? Wat verstaat u onder van moment-tot-moment vernietiging? Waar verrijst De Schoot (garbha)? En vanwaar de stabiliteit van de wereld?

25. Waarom is de wereld als een visioen of een droom? In welk opzicht lijkt het op de stad der Gandharvas? Waarom moeten we het zien als ware het een luchtspiegeling, of als de weerschijn van de maan in water? Vertelt u mij dit alstublieft.

26. Wat zijn de elementen-van-Verlichting? Waar ontstaan de samenstellende delen van verlichting? Waar dient een revolutie voor, en het op zijn kop zetten van een koninkrijk? En waar ontstaat de opinie die het bestaande realiteit toekent (bhavadristhi)?

27. Wat bedoelt men met: "de wereld is voorbij geboorte en dood", of wat bedoelt men met: "de wereld is als een bloem aan de lucht?" Hoe ziet u dat? Waarom ziet u het als voorbij woorden?

28. Waarom kan het geen voorwerp van relatief weten zijn; waarom is het als lege lucht? Hoeveel soorten Zoheid zijn er? Hoe menigvuldig is Bewustzijn? Hoeveel Perfecties (paramita) zijn er?

29. Hoe komt het dat de Stadia gradaties kennen? Wat is de staat van zonder-beelden-zijn? Waartoe dient het idee van tweevoudig kernloos zijn? Hoe raak je gereinigd van (boeken)wijsheid?

30. Hoeveel soorten kennis (jnana) zijn er? Leider, hoeveel morele voorschriften zijn er, en hoeveel vormen zijn er onder de wezens? Waar ontstaan de groepen (clans, families) die geboren zijn uit goud, edelstenen en parels?

31. Uit wie is spraak geboren? Vanwaar de differentiatie tussen wezens? Waarvandaan de exacte wetenschappen, de (ambtenaarlijke) posten, de kunsten, en wie maakt ze manifest?

32. Hoeveel soorten zangen (gathas) zijn er? Wat is proza; wat is metrum? Hoeveel soorten redeneertranten en exegeses zijn er?

33. Hoeveel soorten voedsel en drank zijn er? Waar ontstaat sexueel verlangen? Vanwaar de radjas, soevereinen en provinciale oversten?

34. Hoe beschermt een radja zijn domein? Hoeveel groepen hemelse wezens zijn er? Waar ontstonden aarde, sterren, sterrenstelsels, de maan en de zon?

35. Hoeveel soorten bevrijding zijn er - dat wil zeggen, onder de yogin? Hoeveel soorten discipelen zijn er, en hoe zit het met hun meesters?

36. Hoeveel soorten Boeddhaschap zijn er, en hoeveel Jatakas? Hoeveel Maras (Kwaden, duivels) zijn er, en hoeveel ketters?

37. Wat bedoelt men wanneer men zegt dat er niets anders is dan gedachten-constructen? Welsprekendste der welsprekenden, vertelt u mij dit alstublieft.

38. Vanwaar de wolken aan de lucht, en de wind? wat bedoelt men met herinneren, en met wijsheid (medha)? Waar ontstaan bomen en wingerd? Heer over de Drie Werelden, vertelt u mij dit alstublieft.

39. Hoe worden paarden, olifanten en herten gevangen? Waar zijn dwazen en verachtelijke lieden goed voor? Menner van de Geest, vertelt u mij dit alstublieft.

40. Waarom heeft men het over zes seizoenen? Wat wordt bedoeld met "Icchantika?" Vertelt u mij alstublieft hoe en waarvandaan een man ontstaat, en een vrouw, en een hermafrodiet.

41. Hoe kan een yogin terugvallen in zijn oefening; hoe maakt hij vooruitgang, en hoe slaagt hij er in die oefening vast te houden? Vertelt u mij dit alstublieft.

42. Wezens worden in diverse paden van bestaan geboren; wat zijn hun onderscheiden merktekens en vormen? Hoe verkrijg je een groot fortuin? U, die als de lege lucht bent, vertel het me.

43. Waar ontstond de Sakya-clan, en waar verrees hij die uit Ikshvaku geboren werd, en waar komt de Rishi (ziener) Langdurige Ascese vandaan - wat onderwijst hij?

44. Hoe komt het dat u overal, in ieder land, zichtbaar bent zoals u nu bent, en overal omringd door dezelfde bodhisattvas met al die verschillende namen en gestalten?

45. Waarom kun je geen vlees eten; waarom is dat verboden? Waar ontstond het ras der carnivoren; wie eet vlees?

46. Waarom hebben de landen vormen als de maan, de zon, berg Soemeroe, de lotus, het zonnewiel, en de leeuw? Vertelt u mij dit alstublieft.

47. Waarom hebben de landen de vorm van een gekapseisd en op zijn kop gezet net van Indra dat uit allerhande edelstenen is samengesteld? Vertelt u mij alstublieft waarom.

48. Waarom hebben de landen vormen als een luit of een trommel; waarom zijn ze als allerhande bloemen en vruchten, of als de zon en maan die zo zuiver zijn? Vertelt u mij dit alstublieft.

49. Waar verrijzen de Transformatie-Boeddhas (Nirmanakaya-), en waar de Vreugdevolle Resultaats-Boeddhas (Sambhogakaya-)? Waar verrijzen de Boeddhas die alles-overstijgende kennis van zoheid hebben? Vertelt u mij dit alstublieft.

50. Waarom is er niet een die verlichting behaalt in de wereld-van-verlangen? Vertelt u mij dit alstublieft. Wat betekent het dat u, door alle passies afgeschud te hebben, verlicht bent in de Akanishtha(sfeer)?

51. Wie zal er na mijn overlijden de sasana (zowel de Leer als de plaats waar deze gepredikt wordt) in stand houden? Hoe lang moet een leraar (in de wereld) verblijven? Hoe lang dient een Leer stand te houden?

52. Hoeveel soorten gevestigde waarheden zijn er, en hoeveel filosofische opinies? Waar ontstaat moraliteit, en wat vormt het wezen van een monnik? Vertelt u mij dit alstublieft.

53. Wat wordt bedoeld met paravritti (ommekeer van het gemoed)? Waar verrijst de staat van zonder-beelden-zijn die de Zelf-Verlichtten, Bodhisattvas, en Toehoorders realiseren?

54. Wie in de wereld behaalt de supra-normale vermogens? Wat zijn de bovenwereldsen? Wat is er nodig om de geest op een der zeven paden te vestigen? Vertelt u mij dat alstublieft.

55. Hoeveel soorten monniksgemeenschappen zijn er, en hoe vindt een schisma plaats in zo'n gemeenschap? Waar komt medische kennis vandaan? Vertelt u mij dit alstublieft.

56. U zegt dat u in het gezelschap was van Boeddhas zoals Kasyapa, Krakuchanda, en Kanakamuni; vertelt u mij alstublieft waarom dat zo was.

57. Waar ontstond de leer van de wezens' kernloosheid; waar ontstond de eeuwigheidsleer, en de vernietigingsleer? Waarom predikt u niet overal de Enkel-Bewustzijn-leer als de ware?

58. Wat wordt bedoeld met "een woud van mannen en vrouwen", en wat wordt bedoeld met "het woud van Karitaki" of dat van Amali? Waar ontstonden de bergen Kailash, Cakravada, en Vajrasamhanana?

59. Nu we het over deze bergen hebben, waarom zijn ze behangen met allerhande juwelen en gevuld met Rishis (zieners) en Gandharvas (hemelingen)? Vertelt u mij dit alstublieft.

60. Deze wonderbaarlijke uiteenzetting over de Mahayana aangehoord hebbend, die tegelijkertijd het verhevenste van alle verheven harten der Boeddhas is, sprak de Grote Held, de Boeddha, de Verhevenste, in het bezit van Kennis over de Wereld, de volgende woorden:

61. Goed gedaan, goed gedaan, Maha-prajna-Mahamati! Luister goed. Ik zal de vragen in volgorde behandelen.

62. Geboorte, niet-geboorte, nirvana, ledigheid, wedergeboorte, geen zelf-aard hebben, Boeddhas, zonen van de Perfecties (paramita),

63. Toehoorders, Bodhisattvas, geleerden, zij die geen karma meer veroorzaken, berg Meroe, oceanen, bergen, eilanden, landen, de aarde,

64. de sterren, de zon, de maan, de geleerden, de Asoeras (demonen), vormen van bevrijding, beheersing van jezelf (tapas), de supra-normale vermogens, de dhyanas, de samadhis,

65. uitdoving (nirodha), de bovennatuurlijke krachten, de geledingen van verlichting (bodjanga), de Paden (of Stadia), de dhyanas, de Onmetelijken, de aggregaten (skandhas), en het komen-en-gaan,

66. de samapatti (meditaties), de uitdovingen, het in beweging zijn van de geest, de woordelijke verklaringen, de citta, manas en vijnana, het kernloos zijn, de vijf dharmas,

67. de zelf-aard, het relatieve weten, dat wat onderscheiden wordt, het zichtbare, dualisme - waar komen ze vandaan? Verschillende soorten Voertuigen (yana), clans, zij die uit goud geboren zijn, uit juwelen en uit parels,

68. de Icchantika, de (grote) elementen, het rondzwerven, een enkel Boeddhaschap, kennis, het gekende, het gaan (of lopen), het bereiken, en het bestaan en niet-bestaan van wezens - waar komen ze vandaan?

69. Hoe worden paarden, olifanten en herten gevangen - dat vroeg je me. Wat is een propositie; wat is een leer die vastgesteld wordt door redeneren en illustreren tesamen te gebruiken?

70. Waar ontstaan oorzaak en gevolg, en allerhande vergissingen, en rede? Waarom (wordt er gezegd dat er) Enkel-Bewustzijn (is), dat er geen wereld van objecten is, dat er geen Stadia beklimmen is?

71. Daar had je het over. Je had het ook over medische kennis, over de kunsten, de ambachten, wetenschap en onderwijs.

72. (En je vroeg) Hoe groot zijn berg Meroe; hoe groot is de aarde; hoe groot zijn de oceaan, de maan en de zon? Dat zou ik moeten vertellen.

73. Hoeveel korreltjes stof zijn er in een wezen? Hoeveel grove korreltjes, hoeveel fijne, en hoeveel er juist tussenin? Hoeveel stofkorreltjes zijn er in ieder land, hoeveel zijn er in iedere dhanva?

74. Wat betekent afstanden? Hoe lang is een hasta, een dhanu, een krosa, een yojana, een halve yojana? Hoeveel haren heeft een konijn, hoeveel stofjes op een ram, hoeveel luize-eieren zijn er, hoeveel haren op een ram, hoeveel gerstekorrels?

75. Hoeveel gerstekorrels zijn er in een prastha, hoeveel in een halve prastha? En ook, hoeveel zijn er in een drona, een kharya, een laksha, een kot, of een vimvana?

76. Hoeveel atomen zitten er in een mosterdzaadje; hoeveel mosterdzaadjes in een rakshika,; hoeveel zitten er in een boon, in een dharna, in een mashaka?

77. Hoeveel dharanas zijn er in een karsha; hoeveel karshas in een pala; hoeveel palas in de berg Soemeroe - die enorme massa?

78. Zo zou je me moeten ondervragen, zoon! Waarom vraag je het niet zo? (En verder zegt Boeddha:) Hoeveel atomen zitten er in het lichaam van een Zelf-Verlichtte, of in dat van een Toehoorder, of van een Boeddha, of van een bodhisattva? Waarom vraag je me dat niet?

79. Hoeveel atomen zitten er in het topje van een vlam; hoeveel zitten er in de wind; hoeveel in ieder zintuig; hoeveel in een porie van de huid, of in de wenkbrauwen?

80. Waar komen die immens rijke mensen vandaan; waarvandaan de radjas, de grote heersers? Hoe zorgen ze voor hun koninkrijk, en hoe staat het met hun (spirituele) bevrijding?

81. Vertel me waar proza en metrum ontstonden. Waarom stelt men over de hele wereld zo'n prijs op sexuele driften? Waar komen al die verschillende soorten voedsel en drank vandaan? Vanwaar het "woud-van-vrouwen?"

82. Waar dienen de bergen van Vajrasamhanana voor? Vertel me, waarvandaan, waarom? Zijn ze als een visioen, een droom, een luchtspiegeling?

83. Waar ontstonden wolken, en vanwaar onstonden de seizoenen? Hoe komen we aan ons smaakzintuig? Waar komen vrouwen, mannen en hermafrodieten vandaan?

84. Waarvandaan de behaalde kwaliteiten en de bodhisattvas? Vraag me, mijn zoon, waarvandaan de goddellijke bergen die er fraaier op worden door de aanwezigheid van Zieners (Rishis) en Hemelingen (Gandharvas)?

85. Waar ontstond het Pad van Bevrijding? Wie is gebonden; door wie wordt hij bevrijd? Wat is de staat van iemand die rustbrengende meditatie (samatha) beoefent? Wat is transformatie, en wie zijn die geleerden?

86. Wat wordt bedoeld met niet-bestaan, bestaan, en geen-resultaat? Waarvandaan de zichtbare wereld? Hoe kun je gezuiverd raken van verkeerd denken en overwegen; waar komt het vandaan?

87. Waar ontstaat actie; waar verdwijnt actie (of waar gaat het naar toe)? Vertel me dat. Hoe vindt het uitdoven van gedachten plaats, en wat wordt er bedoeld met samadhi?

88. Wie is het die door de drie werelden heen breekt? Wat is de positie? Wat is het lichaam? Waar dient de leer toe die zegt dat er geen zelf-ziel is? Wat wordt bedoeld met de Leer die betrekking heeft op de wereld-van-vormen (samvritya desana)?

89. Zoon van de Overwinnaar, vraag je me over de (lichamelijke) kenmerken; vraag je me over kernloos zijn; vraag je over de Schoot (garbha), over de Nyaya-geleerden?

90. Hoe is het gesteld met eeuwigheidsleer, en met vernietigingsleer? Hoe wordt de geest tot rust gebracht? En nog eens, zoon van de Overwinnaar, wat valt er te vertellen over spraak, kennis, moraliteit, clan?

91. Wat wordt bedoeld met redeneren en illustreren, met meester en leerling, met het veelvormig zijn van wezens, met voedsel, drinken, de lucht, intelligentie, kwade wezens, en de verklaring dat er niets anders is dan gedachten-constructen?

92. Zoon van de Overwinnaar, wat vraag je me met betrekking tot bomen en lianen? Wat vraag je over de verscheidenheid aan landen, en over de Rishi Langdurige Ascese?

93. Wat is je clan, wie is je meester? Zoon van de Overwinnaar, vertel me dat. Welke mensen worden veracht? Hoe komt het dat je met (mijn) spirituele praktijken geen verlichting behaalt in de wereld van verlangen, maar wel in de Akanistha-hemel?

94. Wat vraag je me over redeneren? Wat is je vraag over de psychische faculteiten die tot deze wereld behoren, en wat over de aard van de monnik?

95. Stel je me een vraag over de Transformatie-Boeddhas, de Boeddhas met het Vreugdevolle Resultaatslichaam? Vraag je over Boeddhas die wijsheid hebben aangaande Zoheid? En waar ontstaat de bodhisattva?

96. Vraag me, zoon van de Overwinnaar, over de landen die in duisternis gehuld zijn, die op een luit gelijken, op een trommel of op een bloem. Vraag je me over de geest die in de zeven stadia verblijft?

97. Deze en vele andere vragen stel je me; ze zijn allemaal in overeenstemming met de kenmerken van het Ware; in hen is geen verkeerde opvatting te vinden.

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas,  tekst 6

Toelichting bij tekst 5


1. - "Toen". Vele passages beginnen met dit woord, of met "te dien tijde".
Wanneer een Boeddha de Dharma predikt valt tijd weg. Soms vinden we zinsneden als "Boeddha predikte kalpas (eonen) lang." "Tegelijkertijd" zou wellicht een betere keuze zijn, hoewel dat dan weer vragen zou kunnen oproepen als "sprak iedereen gelijktijdig en door elkaar?" Dus: toen.

2. - Honderdacht vragen. Er zijn vele verklaringen voor het cijfer 108. Een verklaring is dat we niet minder dan 108 mentale bezoedelingen hebben die evenzovele geneeswijzen behoeven. Een andere verklaring is dat er 108 grote Bodhisattva-Mahasattvas zijn.
Maar dit is de meest uigebreide: Boeddhisme heeft het over 108 passies. Dit zijn geen onderling niet-verbonden, aparte, passies, maar vormen de complexe karmische erfenis die we doorheen ons leven met ons meedragen. Het cijfer 108 komt als volgt tot stand: Er zijn de zes bewustzijnen (5 zintuigen + de geest). Deze worden op drie manieren beoordeeld: als plezierig, onpleziering, of noch plezierig, noch onplezierig - hetgeen ons brengt tot 18. Ieder van die ondervinden is gekoppeld aan ofwel aangename, ofwel onaangename gevoelens - dat brengt ons tot 36. Die 36 ondergingen we in het verleden, we ondergaan ze nu, en zullen ze in de toekomst ondergaan: 3 x 36 = 108.

3. - De Drie Voertuigen zijn het Sravaka of Toehoorder-voertuig, het Pratyekaboeddha of Zelf-Verlichten-voertuig, en het Bodhisattva- voertuig.

Vers 18. Een aantal malen komen we de drie woorden "lichaam (of vorm), eigenschappen, en verblijfplaats" tegen, en telkens wordt niet ingegaan op het begrip "verblijfplaats", anders dan door te zeggen dat dit, als andere dingen, een "objectivering van het bewustzijn" is. Dat er niet verder op geelaboreerd wordt zou er op kunnen duiden dat dit begrip in de ontstaanstijd van de Lanka overbekend was, en daarom geen uitleg behoefde. In deze 21ste eeuw echter, aan de andere kant van de wereld, valt het niet gemakkelijk, of is het zelfs onmogelijk dit woord te plaatsen. Daar echter Lanka's auteur(s) veelvuldig teruggrijpt, resp. teruggrijpen op de Avatamsaka soetra zou het kunnen zijn dat "verblijfplaats" hier geinterpreteerd moet worden tegen de achtergrond van de Avatamsaka's vijftiende boek, de "Tien Verblijfplaatsen". Deze verblijfplaatsen, of geestestoestanden waartoe men zijn toevlucht kan nemen, zijn: 1/ de verblijfplaats van aanvankelijke vastberadenheid (om de praktijk aan te vangen), 2/ die van "het grondwerk verrichten", 3/ van "handelend gaan optreden", 4/ van "nobele geboorte", 5/ van perfectionering van vlotte en vaardige middelen, 6/ van de correcte geestestoestand, 7/ van niet-terugglijden, 8/ van jeugdig aanzien, 9/ van Dharmaprins, en 10/ van "Bekroning". Dit zijn stadia die serieus beoefend moeten worden, maar niet voor substantieel echt gehouden. In de woorden over het zesde stadium wordt beschreven wat hier "juiste aandachtigheid" is. Dat is het hebben van een stabiele geest die niet in extremen valt, zelfs niet wanneer het Drievoudig Juweel wordt geprezen of gelaakt. Het kan zijn dat we hier de betekenis van "verblijfplaats" moeten zoeken, maar zeker is dat niet.

4. - Verzen 23 en 31. Hierin wordt gesproken over resp. de Nyaya-school, en datgene of diegene die geboorte geeft aan spraak. Beide concepten komen voort uit voor- of niet-boeddhistische Indiase religieuze systemen.

5. - Vers 36. Jatakas zijn vertellingen die veelal Boeddhas voorgaande levens illustreren. Zie ook tekst 63.

6. - Vers 40. Zes seizoenen is geen typefout; we hebben het hier over een ander continent.

7. - In verzen 46 - 48 hebben we ongetwijfeld te maken met voorbeelden van antieke cartografie.

8. - Vers 47. Moeten we Indra's net, dat beroemde beeld dat in zoveel heilige teksten opduikt, zien als het nachtelijk uitspansel vol met sterren? Vergelijk het met het japanse Shinto waarin de sterren de "kami" zijn, de goden - hoewel hier onmiddellijk aan toegevoegd moet worden dat deze japanse illustratie veelal gebruikt wordt om jonge kinderen met dit onderdeel van Shintoisme vertrouwd te maken. Hoe dan ook, werd de toen bekende wereld, in India, gezien en getekend alsof het uitspansel - met eilanden als sterren aan de lucht - zijn replica vond in de vele vormen van de continenten, eilanden enzomeer?

9. - Vers 50. In de compendia van de zuidelijke orthodoxie wordt Akanishtha beschreven als de vierde van de 5 Zuivere Sferen. Dit is de op een na hoogste sfeer van de op een na hoogste plaatsen van resp. wedergeboorte of meditatief aanwezig zijn. Volgens deze orthodoxe traditie zou het dan ook onacceptabel zijn als werd gezegd dat Boeddha in een sfeer verbleef die nog "onder de top" ligt, temidden van een menigte "nog-net-niet-boeddhas". De Mahavyutpatti, behorend tot die stroming, zegt dat deze sfeer aan de top ligt van de "vormhebbende (meditatieve) sfeer." "Het Ontwaken van Geloof in de Mahayana", eveneens op deze site noemt de Akanistha-hemel eveneens, en wel in tekst 10. Dit geschrift, en/of andere bronnen uit het indiase Mahayana-denken, zal dan de inspiratie zijn geweest voor de tibetaanse tekst (Mkhas grub rje's Fundamentals) die de biografie van Shakyamuni Boeddha behandelt en waarin de andere Boeddhas - Manifestatie-Boeddhas - Shakyamuni's "geest-geworden lichaam naar de Akanistha sfeer brachten waar hij een Manifeste Complete Boeddha werd." Zie tekst 27 van onze Lanka.

10. - Vers 54. Met de zeven paden worden waarschijnlijk de zeven vormen van bestaan genoemd: de hellen, het dierenrijk, de hongerige geesten, de goden, de mensen, de sfeer van handelen (karma) en de staat tussen dood en geboorte. Deze opsomming stamt uit de Japans-chinese traditie. Het is mogelijk dat er andere indelingen zijn.

11. - Vers. 57. "Waarom predikt u niet overal de Enkel-Bewustzijn-leer als de ware?" Deze traditie werd al eerder in de tekst genoemd. De stichter ervan, Asanga, leefde in de vierde eeuw. Derhalve werd de Lanka flink wat later overgeleverd dan bijvoorbeeld de Prajnya-teksten die aan het licht kwamen rond het begin van de Christelijke jaartelling.

12. - Vers 58. De vermelding van berg Kailash, welbekend bij zowel boeddhisten uit de Himalayas als Hindu-yogin, toont aan dat de auteur van de Lanka welbekend was met de noordelijke streken.

13. Vers 61. Het voorvoegsel bij de naam van Mahamati: prajna paramita, betekent Perfectie van Wijsheid. Het is opmerkelijk omdat hiermee verwezen lijkt te worden naar een omvangrijke collectie vroege Mahayana-teksten met dezelfde naam. Zie noot 11.

14. - Vers 64. Beheersing over jezelf is hier de vertaling van tapas. En tapas betekent ascetische praktijk waarbij lichaam en geest onder een zekere druk worden gezet. Letterlijk betekent tapas hitte genereren; daarmee staat het in tegenstelling tot de boeddhistische praktijk waarin een bekoeling van de geest wordt gezocht.

15.- Vers 68. De (grote) elementen zijn aarde, water, vuur, en lucht. Uit deze elementen is het bestaande, of de ervaarbare wereld, opgebouwd.

16. - Vers 73 en andere. Nauwkeurige nalezing leert dat een aantal van deze vragen niet door Mahamati gesteld werden. Met name in dit vers maakt Boeddha zich vrolijk over het filosoferen en redeneren zoals dat in die tijd en vogue was, in India. Zie ook de Introductie.

17. - Verzen 74 en verder. Hier worden een groot aantal Sanskriet-woorden gebruikt. Van een flink aantal van die woorden, bijvoorbeeld die te maken hebben met afstand, weet men vandaag niet meer wat ze precies betekenen.

18. - Vers 74. Hier neemt Boeddha het stellen van vragen over en overdrijft hier en daar flink om in de volgende sectie extra duidelijk te kunnen maken waar het om gaat. Bovendien is dit herhalen van vragen een veel voorkomend gebruik in ook andere soetras; de Boeddha herhaalt de vraag om de vragensteller gerust te stellen: hij heeft het allemaal gehoord en onthouden. We vinden er ook een eerste aanzet in tot de technieken die latere chinese en japanse zen-meesters zouden (kunnen) hanteren: in deze vorm van wat we "indiase zen" zouden kunnen noemen, praat Boeddha door tot de leerling "loslaat" zodat daarmee zijn geest in een klap in de juiste positie komt te verkeren.

19. - Vers. 79. Zie voor het onderwerp atomen toelichting nr. 9 bij tekst 1.
De Upanishadische opvatting over het onderwerp komt aan de orde in tekst 59.

20. - Vers 84. Behaalde kwaliteiten. Versieringen zou een ander woord voor hetzelfde begrip kunnen zijn. Wanneer een Bodhisattva iets verhevens heeft geperfectioneerd heeft hij die kwaliteit behaald, is ermee versierd. De Bloemenkrans uit de Bloemenkans soetra bijvoorbeeld, is niets anders dan een "snoer" van verheven kwaliteiten die aan de Boeddha geofferd worden.

21. - Vers 89. De Nyaya-school was een van de zes traditionele Hindu-scholen. De stichter van de Nyaya was de Grote Ziener (Mahashri) Gautama. Zoals u weet was ook de naam van onze historische Boeddha Gautama; een en ander moet voor niet geringe verwarring hebben gezorgd onder belangstellende maar niet al te geleerde boeddhisten. Om Mahamati's vraag over de levenskansen van de Nyaya hier te beantwoorden: deze school ging, na in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling een alliantie te zijn aangegaan met de Vaishesika-school, uiteindelijk over, of ten onder, in de Navyanyaya-school ("de nieuwe Nyaya"). Voor zover bekend is de Nyaya-filosofie nu nog slechts een onderwerp van academische studie, alhoewel van nagenoeg iedere religieuze filosofie van betekenis altijd wel iets overgaat naar nieuwere tijden.

Wat hier minstens gezegd moet worden is dat in de tijd - 6e eeuw? - en op de plaats waar de Lanka ontstond de belangstelling voor Nyaya groot geweest moet zijn.

22. - Vers 97. "Ze zijn allemaal in overeenstemming ... te vinden." Dat lijkt merkwaardig wanneer we teruglezen welke vreemde vragen hier en daar naar boven komen. De aangehaalde zinsnede zegt echter dat zelfs aan triviale objecten het ultieme principe van sunyata gedemonstreerd kan worden. En met objecten wordt bedoeld de dingen die we in de wereld waarnemen plus gedachten, objecten van de geest plus de geest zelf. Wanneer de praktikant het Weten van sunyata voortdurend werkzaam heeft is een flinke stap in de richting van Boeddhaschap gezet.


Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas,  tekst 6