LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 41

Daarna zei Mahamati: Gezegende, vertelt u mij alstublieft over het Ene Voertuig (ekayana) dat kenmerkend is voor de innerlijke realisering van nobele wijsheid. Als u dat doet zullen wij, Bodhisattva-mahasattvas, bekend raken met het Ene Voertuig dat kenmerkend is voor de innerlijke realisering van nobele wijsheid. Zo zullen we, op niets en niemand steunend, gevestigd raken in Boeddha's Leer.

De Gezegende zei: Wel, Mahamati, luister goed en overdenk wat ik nu ga zeggen. Bodhisattva-mahasattva Mahamati antwoordde: Gezegende, dat zal ik doen, en hij luisterde.

Toen zei de Gezegende: Mahamati, laat de Bodhisattva-mahasattva zich, onafhankelijk, en in overeenstemming met de gezaghebbende leerstukken waarin onderscheid-aanleggen afwezig is, op een rustige, afgelegen plaats terugtrekken om zich te wijden aan zelfreflectie. Laat hij zijn eigen intelligentie inzetten om verkeerde opinies en onderscheid- aanleggen te verwijderen; zo gaat hij stap voor stap voort en spant zich in om uiteindelijk het stadium van Tathagataschap te betreden. Mahamati, dit is het karakteristieke kenmerk van de innerlijke realisatie die gewonnen kan worden door nobele wijsheid in te zetten.

Wat karakteriseert het pad van het Ene Voertuig? Hoe kun je dit pad van het Ene Voertuig herkennen en realiseren? De herkenning van het Ene Voertuig is daar zodra onderscheid-aanleggen niet (meer) verrijst, zodra concepten als grijpen-naar en dat-waarnaar-gegrepen-wordt opzij zijn gezet, en zodra er permanent de werkelijkheid van "zo-is-het" (yathabhuta) is. Mahamati, deze herkenning van het Ene Voertuig is, behalve door de Tathagata zelf, nooit door iemand anders bereikt, niet door de geleerden, niet door Toehoorders, niet door Zelf-Verlichtten, noch door Brahmanen en dergelijke. Mahamati, daarom wordt het gekend als het Ene Voertuig.

Mahamati zei: Waarom spreekt de Gezegende over Drie Voertuigen, en niet over het Ene?
De Gezegende antwoordde: Omdat er geen leer is die Toehoorders en Zelf- Verlichtten in staat stelt zelfstandig nirvana te bereiken, daarom spreek ik niet over het Ene Voertuig. Vandaar dat de Toehoorders en Zelf-Verlichtten discipline ontvangen, vandaar dat ze in afzondering leven, en vandaar dat ze training in meditatie ontvangen - alles in overeenstemming met de Tathagata's woorden, en zo worden ze tot bevrijding gebracht - niet op hun eigen houtje.

Mahamati, verder is het zo dat, waar ze nog geen eind hebben gemaakt aan het gewoontepatroon dat karma is, en dat van (boeken-)kennis (vergaren), het voor de Toehoorders en Zelf-Verlichtten - in hun totaliteit - nog steeds onmogelijk is het zelfloos zijn der dingen waar te maken, en daarom hebben ze nog niet de onvoorstelbare transformatie-dood ondergaan. Dus vertel ik hen over de drie Voertuigen, niet over het Ene. Maar, Mahamati, vernietigen ze alle kwalijke gewoontepatronen dan realiseren ze de zelfloosheid der dingen. Dan, eenmaal vrij van kwalijke gewoonte patronen, zullen ze niet meer verslaafd zijn aan samadhi; dan ontwaken ze tot het rijk van Niet-kwalijke-uitstroom (akusalasrava?). Nu, eenmaal opgenomen in die verheven wereld, in het Rijk van niet-kwalijke-uitstroom, diepen ze (uit hun binnenste) alle materiaal op dat hen in staat stelt de Dharmakaya (Corpus van de Dharma) te bereiken, (een Lichaam) dat oppermachtig is, en voorbij het voorstellingsvermogen.

Daarom zeg ik:
203. Ik spreek over de volgende Voertuigen: dat van de Devas (hemelingen), Brahmas (idem), Toehoorders, Zelf-Verlichtten, en dat van de Tathagatas.

204. Zolang er een bewustzijn is dat zich bewust inspant is er geen eind aan al die Voertuigen; (maar,) is er eenmaal die Ommekeer in de geest, dan is er noch een Voertuig, noch iemand die zich daarin bevindt.

205. In werkelijkheid is er geen vaststellen (mogelijk) van verschillende Voertuigen, daarom spreek ik over het Ene Voertuig. Echter, om de onwetenden naar de juiste weg te leiden spreek ik over een aantal Voertuigen.

206. Drie soorten bevrijding zijn er; in geen ding is een zelf-substantie; het Weten en passies hebben dezelfde aard - in bevrijding is er verlossing van al deze dingen.

207. Als een stuk hout drijvend op de golven van de oceaan, zo wordt de Toehoorder, geobsedeerd door (concepten als) individuele kenmerken, voortgedreven (doorheen samsara).

208. Hoewel bevrijd van de actieve, functionerende passies, zijn ze (de Toehoorders) nog steeds gebonden door de gewoontepatronen verbonden met die passies. Dronken door samadhi bewonen ze nog steeds het Rijk van dat-wat-uitstroomt (asrava).

209. Hierin gaat niets naar zijn eind, noch is er een terugkeer; zolang hij zich in het samadhi-lichaam bevindt is hij in het geheel niet ontwaakt, en zal dat niet zijn, zelfs niet aan het eind van alle kalpas (eonen).

210. (Maar) net zoals een dronkaard zijn verstand terug krijgt zodra hij nuchter is, zo zal hij (d.w.z. de Toehoorder) de Boeddha's Waarheid, zijn eigen lichaam, waarmaken.

Hier eindigt het tweede hoofdstuk dat we "de verzameling van alle Dharmas" kunnen noemen, en dat deel uitmaakt van de Lankavatara bestaande uit 36.000 (slokas, of stanzas).

Hoofdstuk 3

Toelichting bij tekst 41