LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 40

Mahamati, er zijn vier soorten nirvana. Welke vier? Dat zijn: (1) het nirvana dat bereikt wordt zodra er een weten is dat de zelf-aard van alle dingen een non-entiteit is; (2) daar is het nirvana dat bereikt is zodra geweten wordt dat de menigte aan individuele kenmerken die de dingen karakteriseren non-entiteiten zijn; (3) daar is het nirvana dat bereikt is wanneer beseft wordt dat het wezen met zijn specifieke kenmerken non-existent is; en, (4) daar is het nirvana dat bereikt is wanneer de ketenen geslaakt zijn die het voortgaan van individualiteit en algemeenheid van de skandhas (doorheen het wiel van samsara) continueren. Mahamati, dit zijn vier opvattingen die de geleerden er op na houden; het zijn niet de mijne. Mahamati, in mijn leer is nirvana het afgeworpen hebben van het (zevende) superviserende bewustzijn.

Mahamati zei: Spreekt de Gezegende dan niet over acht bewustzijnen?
De Gezegende antwoordde: Ja, Mahamati, dat doe ik.

Mahamati zei: Als er acht bewustzijnen zijn, waarom heeft u het dan (uitsluitend) over het afwerpen van het (zevende) superviserende bewustzijn, en niet over de andere?

De Gezegende zei: Mahamati, met het superviserende bewustzijn als voorwaarde en ondersteuner verrijzen de andere. Naarmate het superviserende bewustzijn een wereld-van-objecten onderscheidt en daaraan gehecht raakt, gaat het voort te functioneren, en onder invloed van een veelvoud aan gewoontepatronen voedt (of vormt) het het Opslagbewustzijn. Het (zesde) denkbewustzijn (manas) ontwikkelt zich op basis van noties over zelf en wat daartoe behoort; het hecht er aan en denkt er over na; het is vormloos, het heeft geen kenmerken, het heeft het Opslagbewustzijn als voorwaarde en ondersteuning. Omdat de wereld, die in en uit Bewustzijn zelve is, wordt voorgesteld als ware ze echt, en omdat er als gevolg aan gehecht wordt, onstaat het hele geestes-systeem en is er een onderling conditioneren. Mahamati, net zoals de golven van de oceaan worden opgejaagd door de wind, zo wordt de wereld, die een geestesmanifestatie is, opgejaagd door de (het ervaren van) de objecten: het komt en het gaat. Daarom, Mahamati, zodra je vrij bent van het superviserende bewustzijn, ben je ook vrij van de andere zeven. Daarom wordt er gezegd:

179. Ik ga nirvana binnen, niet door te zijn, niet door te handelen, niet door individuele kenmerken te tonen; ik ga nirvana binnen zodra het superviserende bewustzijn, dat veroorzaakt werd door onderscheid-aanleggen, ophoudt.

180. Met dat (superviserende) als voorwaarde en ondersteuning, vangt het denken aan; het superviserende bewustzijn veroorzaakt het functioneren van het Opslagbewustzijn, en wordt daardoor ondersteund.

181. Vergelijk het met een enorme vloed die in een droge bedding is veranderd en waarvan de golven dus niet meer worden opgejaagd; zo ook houdt het (conglomeraat van bewustzijnen) op - in zijn diverse manifestaties - zodra het superviserende bewustzijn is uitgewist.

Mahamati, nu zal ik je vertellen over de verschillende aspecten van de "aard die maar verbeeld is" (parikalpita); hebben jij en de andere Bodhisattva- mahasattvas eenmaal goed inzicht in ieder van deze aspecten, zoals ze zich voordoen, dan houden jullie je verre van onderscheid-aanleggen. Een goed inzicht hebbend in het Pad van innerlijke realisatie, dat bereikt wordt door nobele wijsheid in te zetten, en tevens inziend op welke manieren de geleerden hun speculatief denken aanwenden, zul je onderscheidingen zoals die tussen grijpen en dat waarnaar gegrepen wordt terzijde laten; dan zullen jullie geen lust meer hebben in het onderscheid-aanleggen waar het dat veelvoud aan aspecten van "de aard die afhankelijk is van iets anders" (of "afhankelijke aard", paratantra) betreft; dan bemoei je je niet meer met (dingen als) "de aard die maar verbeeld is" (parikalpita). Mahamati, wat zijn de verschillende aspecten van de "aard die maar verbeeld is" (parikalpita)? Daar worden de volgende vormen van onderscheid-aanleggen behandeld: woorden (abhilapa), betekenis, individuele kenmerken, eigendom, zelf-aard, oorzaak, filosofisch inzicht, beredeneren, geboorte, niet-geboorte, afhankelijkheid, en gebondenheid en bevrijding. Dit, Mahamati zijn de verschillende aspecten van de "aard die maar verbeeld is".

Nu, Mahamati, wat is onderscheid-aanleggen naar woorden? Dat gaat over gehecht raken aan mooie stemmen en zingen; dat bedoel ik met onderscheid-aanleggen naar woorden.
Wat is onderscheid-aanleggen naar betekenis? Dat onderscheid-aanleggen is er als gevolg van het foutieve idee dat woorden verrijzen afhankelijk van het onderwerp waar ze uitdrukking aan geven, en dat die onderwerpen in en uit zichzelf bestaan en deel uitmaken van de realisering van nobele wijsheid.
Wat is onderscheid-aanleggen naar individuele kenmerken? Dan beeldt iemand zich in dat in wat ook maar met woorden aangeduid wordt een veelvoud aan individuele kenmerken schuilt, zoals in een luchtspiegeling; en daar ferm aan hechtend gaat zo iemand alle dingen onderscheiden (categoriseren), en zegt er van dat ze warmte, vochtigheid, beweging, en vastheid hebben.
Wat is onderscheid-aanleggen naar eigendom? Dan wens je je een weelde aan goud, zilver, en edelstenen.
Wat is onderscheid-aanleggen naar zelf-aard? Dan onderscheid je net zoals de geleerden dat doen; je verbeeldt je maar wat, en dan doe je uitspraken over de zelf-aard in alle dingen waarvan zij gladweg zeggen: "Zo is het; anders is niet mogelijk!"
Wat is onderscheid-aanleggen naar oorzaak? Dan heb je het over oorzakelijkheid aan de hand van (tegengestelden als) bestaan en niet-bestaan; dan beeld je je in dat er "oorzakelijkheidstekenen" zijn. Dit is onderscheid-aanleggen naar oorzaak.
Wat is onderscheid-aanleggen naar filosofisch inzicht? Dat betekent dat je gaat hechten aan de verkeerde inzichten en onderscheidingen der geleerden (die het hebben) over bestaan en niet-bestaan, eenheid en anderheid, dualiteit en pluraliteit.
Wat is onderscheid-aanleggen naar beredeneren? Dat staat voor de leer waarvan de beredenering is gebaseerd op zowel grijpen-naar als op een zelfsubstantie en wat daartoe zou behoren.
Wat is onderscheid-aanleggen naar geboorte? Dan hecht je aan het idee dat dingen tot bestaan komen en weer verdwijnen als gevolg van oorzakelijkheid. Wat is onderscheid-aanleggen naar niet-geboorte? Dan zie je alle dingen als vanaf het begin ongeboren; dan zie je dat de niet veroorzaakte substanties, die er eerst niet waren, nu gaan bestaan omdat er oorzakelijkheid is.
Wat is onderscheid-aanleggen naar afhankelijkheid? Dan is er de onderlinge afhankelijkheid van goud en gouddraad. Wat is onderscheid-aanleggen naar gebondenheid en bevrijding? Dan fantaseer je dat iets gebonden is omdat er iets is dat bindt, als in het voorbeeld van een man die, een touw gebruikend, een knoop legt en die weer los haalt.
Mahamati, dit zijn de karakteristieken van "de aard die maar verbeeld is"; de onwetenden en eenvoudigen van geest hechten er aan en beelden zich in dat dingen zijn of niet zijn. Zij die gehecht zijn aan ideeen omtrent relativiteit, zijn gehecht aan het zien van een veelvoud aan dingen, dingen die (toch) ontstaan uit de verbeeldde aard. Zo ziet men, met Maya (illusie) als voorwaarde, afhankelijk van Maya, een veelvoud aan objecten. Echter, die manifeste veelvuldigheid wordt door de onwetenden beoordeeld als iets dat apart staat van Maya - zo denken ze. Maar, Mahamati, Maya en dat veelvoud aan objecten zijn noch een, noch verschillend. Waren ze verschillend dan zou dat veelvoud aan objecten Maya niet als oorzaak hebben; waren Maya en dat veelvoud aan objecten een, dan zouden ze niet van elkaar onderscheiden kunnen worden; maar omdat de twee van elkaar onderscheiden kunnen worden - hier zie je Maya (illusie), en daar de objecten - zijn ze noch een noch verschillend. Daarom moeten jullie je, jij en de andere Bodhisattva-mahasattvas, nooit gedachten maken over (tegengestelde) noties als zijn en niet-zijn.

Er wordt dus gezegd: 182. Het Opslagbewustzijn (Citta) is onafscheidelijk verbonden met de wereld- van-objecten; denken heeft fantaseren als functie. In de uitmuntende staat van zonder-beelden-zijn ontplooit zich de alles overstijgende wijsheid (prajna).

183. Wanneer je "de aard die maar verbeeld is" (parikalpita) voor echt houdt (zeg je:) het is, maar uitgaand van de wetenschap dat "de aard afhankelijk is van iets anders" (paratantra) (weet je:) het is niet. Omdat er op-zijn-kop-denken is, grijpt men naar dat wat zich (schijnbaar) onderscheidt; (maar) omdat de aard (der dingen) maar verbeeld is, kan er geen onderscheid-aanleggen zijn.

184. Het onderscheiden van een veelvoud aan dingen is (slechts) iets verbeelds; zie je het eenmaal als Maya-gelijk, dan is er niets om iets over te zeggen. Er wordt een veelvoud aan individuele vormen onderscheiden, maar er is niets waarover ook maar iets gezegd kan worden.

185. (Onderscheid-aanleggen naar) individuele gestalten is verkeerd, het is als gekluisterd zijn; als gevolg van verbeelden, hetgeen foutief is, ontstaan in de geest der onwetenden (individuele gestalten); omdat er wordt uitgegaan van "de aard die maar verbeeld is" tonen die gestalten zich als onderscheiden (dingen).

186. Het bestaan dat aldus wordt onderscheiden (in zijn menigvuldigheid) is niets anders dan "de aard die maar verbeeld is". Fantaseren tovert een varieteit aan vormen voor. Omdat er "de aard die afhankelijk is van iets anders" is, gaat men voort onderscheid aan te leggen.

187. Relatieve kennis (samvrti), en het ultieme (paramartha), en zelfs een derde vorm - als die er al zou zijn - hebben niet-zelf als voorwaarde. Het fantaseren behoort tot het relatieve, is dat eenmaal verwijderd, dan staat men in het rijk der wijze.

188. Zoals de yogins een realiteit ervaren die zich manifesteert als veelvuldigheid - terwijl er in de realiteit toch geen multipliciteit is - zo is het ook gesteld met de aard van het fantaseren (d.w.z het is er niet, en ware het er, dan was het niet multiepel).

189. Zoals bijziendheid een veelheid aan verbeeldde dingen ziet - terwijl bijziendheid noch vorm (rupa), noch niet-vorm (arupa) is, zo gaan de onwetenden tewerk met het relatieve (d.w.z. het afhankelijke: het is noch vorm, noch niet-vorm).

190. Zoals er zuiver goud kan zijn, en zuiver water, en een wolkenloze lucht, zo ook is er (mentale) zuiverheid zodra men het fantaseren heeft losgelaten.

191. Bestaan, verkeerdelijk verbeeld, is niet, maar gezien vanuit het standpunt van het relatieve (de relatieve waarheid), is het; bevestigen en weerleggen zijn vernietigd zodra men vrij van (ver)beelden is.

192. Als (je zegt dat) het aspect van het relatieve bestaan (een Entiteit of Substantie) is, maar verbeelden niet, dan betekent dat, dat er een iets bestaat apart van het bestaande, en dat bestaan geboorte vindt in niet-bestaan.

193. Afhankelijk van verbeelden, hetgeen (op zichzelf al) foutief is, kom je tot (de conclusie dat er) een relativiteits-aspect aan het bestaan (te ontdekken valt); (echter) het verbeelden - foutief - ontstaat uit het samenkomen van naam (nama) en vorm (rupa).

194. Verbeelden kan nooit perfect gezuiverd weten (nishpanna) zijn. Het brengt niets (geen enkele geestesgestalte) voort; (is dat eenmaal bereikt) dan weet men wat bedoeld wordt met "de ultieme waarheid waarvan de zelf-aard zuiverheid is."

195. Er zijn tien soorten foutief verbeelden, en zes soorten relativiteit. In het innerlijke weten van Zoheid (tathata) is geen onderscheid.

196. De Waarheid bestaat uit de vijf Dharmas en de drie Svabhava. Weet de yogin dit eenmaal, dan valt hij niet uit de Zoheid.

197. Omdat er in het relatieve (denken) vormen bestaan, verrijzen er namen, die (op zich een vorm zijn van) fantaseren; (omgekeerd,) de diverse aspecten van fantaseren verrijzen uit het relatieve (denken).

198. Wordt er met de juiste intelligentie (buddhi) over nagedacht, dan is er noch het relatieve, noch fantaseren. Waar Perfect Weten is, is niets anders (dan dit Weten); want hoe kan er in juiste intelligentie onderscheid-aanleggen ontstaan?

199. Waar Perfect Weten is kan het bestaan niet ingedeeld worden in zijn en niet-zijn. Als er geen kwalificeren in termen van zijn en niet-zijn mogelijk is, hoe kunnen er dan die twee svhabhava zijn.

200. Wanneer er fantaseren is, kun je spreken over de twee (eerste) svabhava. Is er fantaseren dan kun je spreken over een veelvoud aan dingen. Is dat eenmaal uitgezuiverd dan toont de wijze zich.

201. Is er foutief verbeelden, dan is er een veelvoud aan objecten die, zolang er het relatieve weten is, onderling onderscheiden worden; vindt dat onderscheiden op een andere manier plaats, dan raakt men gehecht aan de leer der geleerden.

202. Als het verbeeldde behandeld wordt als iets dat nog verder verbeeld kan worden (d.w.z. uiteengerafeld is diverse samenstellende delen), dan doet men dat omdat er allerlei inzichten zijn die gebaseerd zijn op een oorzakelijkheids-doctrine. Is het dualistische onderscheid-aanleggen eenmaal verwijderd, dan is er inderdaad het Perfecte Weten.

Tekst 41

Toelichting bij tekst 40


Tekst 41