LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 38

Toen zei Bodhisattva-Mahasattva Mahamati tot de Gezegende:
Gezegende, vertelt u mij alstublieft over Zij-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan; vertelt u mij over dat wat zij behaalden, dat wat hun geestestoestand karakteriseert; vertelt u mij dit opdat wij Bodhisattva-mahasattvas een grondige kennis hierover verwerven, opdat we vervolgens kennis vergaren over de middelen en het gedrag van Hen-die-nog-eenmaal-terugkeren, over Hen-die-niet-meer-zullen- terugkeren, en over de Arhat. Daarna zullen wij weten hoe zij vervolgens alle wezens de Dharma onderwijzen. Wanneer ze (deze vier groepen) dan eenmaal een goed begrip hebben verworven van het tweevoudige niet-zelf, zich hebben bevrijd van het tweevoudige obstakel, zullen ze de stadia van de Bodhisattva-carriere doorlopen, waarvan elk stadium zijn eigen kenmerken heeft. Dan zullen ze Tathagataschap bereiken en dat geestesrijk binnengaan dat voorbij het voorstellingsvermogen ligt. Dan zullen ze als een veelkleurig juweel zijn en laten gebeuren wat goed is voor alle wezens; ze zullen hen alles onderwijzen, hen (de instrumenten verschaffen om) iedere conditie, iedere gedragswijze, iedere vorm (lichaam), en iedere vreugde te verwerven.

Toen antwoordde de Gezegende: Mahamati, luister goed en onthoudt wat ik nu zal zeggen.
Bodhisattva-mahasattva Mahamati antwoordde: Gezegende, dat is goed.

Daarop zei de Gezegende: Mahamati, het resultaat dat de Toehoorders behalen is drieerlei. Welke drie? Daar zijn drie gradaties, Mahamati: laag, gemiddeld, en hoog. Zij die in de laagste verkeren zullen nog zeven wedergeboorten doormaken, en dan zal hun bestaan ten einde zijn. De gemiddelden zullen na drie tot vijf keer wedergeboren te zijn nirvana bereiken. De hoogsten zullen in dit leven nirvana bereiken. Mahamati, binnen die drie gradaties ontmoeten de wezens drie soorten knopen: zwak, gemiddeld, en sterk. Wat zijn die drie? Dat zijn: - de opinie dat er een individu is; - twijfel; - en het (maniakaal) vasthouden aan moraliteit. Mahamati, wanneer deze drie de een na de ander zijn opgeruimd, dan zal Arhatschap het resultaat zijn. Mahamati, "individu" kun je op twee manieren beschouwen: men kan denken dat het individuele met de geboorte is meegekomen, en het kan zijn dat iemand zich het individu (eenvoudigweg) verbeeldt; vergelijk het met het relatieve weten (samvrti satya) en de inbeelding dat er svabhavas zijn. Bijvoorbeeld, Mahamati, op basis van relatieve kennis over dingen ontstaan er een ontal gehechtheden aan dat wat ingebeeld wordt. Maar dat (verbeelde fenomeen als bestaand aangenomen) is noch een zijnde, noch een niet-zijnde; het is ook geen zowel zijnde-als-niet-zijnde. Omdat het maar een inbeelding is heeft het geen realiteit. Echter, omdat de onwetende dit (ene fenomeen van het andere) onderscheidt neemt het een ontal individuele kenmerken aan, waar hij of zij dan sterk aan gaat hechten, net zoals een hert sterk hecht aan een luchtspiegeling (waarin water wordt voorgetoverd). Mahamati, zo ziet Hij-die-de-Stroom-is- binnengegaan het individu; het is een gefantaseerd beeld dat als gevolg van onwetendheid en gehechtheid in de loop der tijden sterker en sterker is geworden. Dit (deze foutieve visie) is vernietigd zodra het niet-zelf is gerealiseerd; dan is gehechtheid (aan concepten als "individu") verdwenen. Mahamati, (dit is wat ik te zeggen heb over) de aangeboren opinie aangaande individualiteit onder Hen-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan.

Wanneer we naar ons lichaam kijken zien we dat het bestaat uit vorm (rupa) en de andere vier skandhas; dan zien we dat vorm is gevormd uit de (vier grote) elementen en wat daartoe behoort; dan zien we dat de elementen elkaar conditioneren (of samenstellen) en dat er als gevolg niet zoiets is als een (separaat) aggregaat vorm. Wanneer Zij-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan dan (, dit gezien hebbend,) realiseren dat het idee over zijn en niet-zijn een halve waarheid is, dan is de opinie over individualiteit vernietigd. Zodra de opinie over individualiteit is vernietigd zal er nooit meer afgunst ontstaan. Dit, Mahamati, karakteriseert de opinie over individualiteit.

En dan, Mahamati, zeg ik dit over de aard van twijfel: zodra in iemand de Dharma werkelijkheid is geworden; zodra de karakteristieken ervan grondig zijn begrepen, en zodra de tweevoudige opinie over individualiteit is vernietigd, dan is alle twijfel aangaande de Boeddha-Dharma verdwenen. Dan is er niet de geringste wens meer om andere leraren te volgen, omdat (het verschil wordt gezien tussen) zuiverheid en onzuiverheid. Mahamati, dit is wat ik te zeggen heb over het verwijderen van twijfel in Hen-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan.
Mahamati, hoe komt het dat Zij-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan niet (fanatiek) hangen aan moraliteit? Ze doen dat niet omdat ze (ook zonder de dwang van moraliteitsregels) inzien wat in ieder leven dat ze te leven krijgen de ware aard van lijden is. (Wat bedoel ik met) "hangen aan?" Mahamati, dat de onwetenden en eenvoudigen van geest moraliteitsregels aanhouden, en devoot zijn, en spijt betuigen komt omdat ze in de wereld vreugde en geluk willen ervaren; ze hopen op een betere wedergeboorte.
Echter, (Zij-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan) hangen niet aan (de moraliteitsregels) omdat hun gedachten uitsluitend gericht zijn op de verheven staat van zelf-realisatie; wanneer ze zich dan toch aan de regels van moraliteit houden, doen ze dat omdat ze hun handelen conform willen laten zijn aan niet-onderscheiden, en omdat ze "dat wat uitstroomt" (asrava) zuiver willen doen zijn. Mahamati, op deze manier houden Zij-die-de-Stroom-zijn -Binnengegaan zich aan moraliteitsregels en devotie. Mahamati, wanneer Zij-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan zo de drie knopen kunnen doorhakken, maken ze een eind aan afgunst, boosheid en onwetendheid.

Mahamati zei: de Gezegende onderwijst over velerlei vormen van begeerte; welke onder hen moet verwijderd worden?
De Gezegende antwoordde: Dat is de wereld waarin liefde groeit, dat wil zeggen, het verlangen naar verlangen, dat zichzelf toont in (allerhande op het genieten van sex-gerichte handelingen) die op dit moment plezier kunnen verschaffen, maar overigens leiden tot smart. Daarnaar is in hen (die zich in een van deze vier stadia van heiligheid bevinden) geen behoefte. Waarom niet? Omdat zij samadhi hebben bereikt en daarin (permanent) verblijven. Vandaar dat (de wereld) verwijderd moet worden, maar niet het verlangen naar nirvana.

En dan, Mahamati, wat is het resultaat dat behaald wordt door Hen-die-nog-eenmaal-terugkeren? Een enkel moment onderscheiden ze vormen, tekenen, en (schijn-)gestalten. Maar omdat ze geleerd hebben dat ze niet naar dingen moeten kijken met in hun achterhoofd tegengestelden als het gekwalificeerde en het kwalificerende, en omdat ze goed weten wat dhyana bereiken inhoudt, komen ze (slechts) eenmaal naar de wereld terug. Daar maken ze een eind aan lijden en realiseren nirvana. Vandaar dat ze Zij-die-nog-eenmaal- terugkeren worden genoemd.

En voorts, Mahamati, wat wordt bedoeld met Zij-die-niet-meer-zullen- terugkeren? Het betekent dat er, ook al is er nog steeds een herkennen van individuele objecten - doorheen de drie tijden gekarakteriseerd door zijn danwel niet-zijn, er niettemin geen onderscheid-aanleggen meer is, inclusief alle fouten die zo'n onderscheid-aanleggen in zich bergt; de sluimerende passies steken niet meer de kop op, en de knopen zijn voorgoed doorgesneden. Vandaar de aanduiding Zij-die-niet-meer-zullen-terugkeren.

En, Mahamati, de Arhat is er een die de dhyanas heeft bereikt, de samadhis, (alle vormen van) bevrijding, psychische kracht en supranormaal vermogen; in dezen zijn geen passies meer, geen lijden, geen onderscheid-aanleggen. Vandaar de naam Arhat.

Mahamati zei: De Gezegende verklaart dat er drie soorten Arhat zijn: op welke van de drie is de term "Arhat" van toepassing? Is dat degeen die rechtuit afstevent op Ophouden (nirodha)? Is het degeen die zijn hele voorraad aan mentale verdienste opgebruikt omdat hij de gelofte heeft afgelegd anderen naar verlichting te voeren? Of is het degeen die (in feite) een Transformatie-Boeddha is, maar zich (in mensengedaante) als zodanig toont?

De Gezegende antwoordde: Mahamati, ("Arhat") is van toepassing op degeen die rechtuit afstevent op Ophouden, en niet op de anderen. Mahamati, wat de anderen betreft, dat zijn diegenen die de praktijken van een bodhisattva hebben voltooid; dit zijn gestalten van een Transformatie-Boeddha. Gebruik makend van vlotte en vaardige middelen, voortgekomen uit hun oorspronkelijke geloften, tonen ze zich temidden van de menigten en zijn een sierraad temidden van de verzamelingen die zich rond de Boeddha scharen. Mahamati, zolang ze zich in deze stadia en bestaansoorden bevinden, geven ze allerhande leringen die gebaseerd zijn op onderscheid-aanleggen. Dat wil zeggen, omdat ze ontstegen zijn aan dingen zoals "resultaat", de dhyanas en hen die dhyana toepassen, omdat ze ontstegen zijn aan meditatie- onderwerpen, en weten dat de wereld in en uit Bewustzijn zelve is, daarom onderwijzen ze over behaalde resultaten (en niet over te behalen resultaten). Mahamati, verder is het zo dat wanneer Hij-die-de-Stroom-is-binnengegaan gedachten zou hebben als: "Dit zijn de Bindingen (samyojana), maar ik heb me ervan bevrijd", begaan ze een dubbele fout: dan hebben ze nog steeds gedachten over de kwaden die met de ego-opinie gepaard gaan - dan hebben ze zich niet bevrijd uit de Bindingen.

En dan, Mahamati, om aan de dhyanas, de Onmetelijken, en de Wereld-van-geen- Vorm te ontstijgen, moeten de tekenen van deze zichtbare wereld, die Bewustzijn zelve is, verwijderd worden. De (meditatie genaamd) Samapatti die leidt tot het uitdoven van gedachten en gevoelens stelt iemand niet in staat aan de veelvormige wereld te ontstijgen - want er niets dan Enkel-Bewustzijn.

Daarom wordt er gezegd:
176. Waar Enkel-Bewustzijn is zijn geen dhyanas, zijn er geen onmetelijken, is er geen Wereld-van-geen-Vorm, zijn er geen samadhis; noch is daar volkomen uitdoving van gedachten.

177. De resultaten (phala) van Hen-die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan, Zij-die -nog-eenmaal-terugkeren, Zij-die-niet-meer-zullen-terugkeren, en van de Arhat zijn niet meer dan verwarde geestestoestanden.

178. De dhyanas en hen die dhyana toepassen, de dhyana-onderwerpen, vernietiging (van onheilzame mentale staten), het zien van de Waarheid - dit is slechts onderscheid-aanleggen; is dit eenmaal erkend, dan is er bevrijding.

Tekst 39

Toelichting bij tekst 38

- In de allereerste alinea van dit tekstgedeelte wordt gesproken over de vier stadia van heiligheid: Zij die-de-Stroom-zijn-Binnengegaan, Zij-die-nog-eenmaal-terugkeren, Zij-die-niet-meer-zullen-terugkeren, en de Arhat. De drie eerste van deze vier stadia vormen binnen de Theravada-traditie de ladder die leidt tot Arhatschap, in deze traditie het hoogst haalbare; deze heilige verwijdert zich volkomen uit de kringloop van geboren worden en sterven. Mahayana gaat daaraan voorbij en laat de Arhat de 10 (of 52) stadia van Bodhisattvaschap doorlopen. Niet alleen dat, de Arhat verlaat bovendien de wereld niet - anders zou hij/zij geen bodhisattva kunnen worden. Dit is een van de verschillen tussen de vroege orthodoxie en Mahayana. We zien in deze alinea dan ook dat Lanka's auteur, ofwel wensend dat het zo zal zijn, ofwel niet beter wetend en overtuigd van het feit dat het zo is, beschrijft hoe de eenmaal Arhat gewordenen het pad van de Bodhisattva zullen betreden. Wat dat aangaat reflecteert de Lanka de Lotus Soetra waarin een zelfde wens werkelijkheidswaarde wordt gegeven.
Overigens herhaalt dit tekstgedeele hetgeen de Abhidharma te zeggen heeft over de genoemde vier stadia van heiligheid.

- In dit tekstgedeelte wordt "Hen die de Stroom zijn binnengegaan" niet veel inzicht toegeschreven. Maar de Mahasanghika-traditie, die aan Mahayana mede geboorte gaf, zei: "Zij-die-de- Stroom-zijn-binnengegaan (srotapanna) zijn in staat de zelf-aard (svabhava) van hun bewustzijn (citta) en van de gedachten-objecten (caitta dharma) te begrijpen." Dat wordt dan toch beaamd door dit tekstgedeelte uit de Lanka. (A. Bareau, Les sectes Bouddhiques du Pt. Vehic., Paris 1955)

- Met "het tweevoudige obstakel" wordt hier bedoeld: 1. het hechten aan de realiteit van ego, permanente persoonlijkheid, atman, ziel, of zelf, en 2. het hechten aan de realiteit van dharma, d.w.z. dingen of fenomenen. Ze zijn derhalve een anders omschreven herhaling van "het tweevoudige niet-zelf".

- Tweede alinea: "drie soorten knopen." Denk aan de Gordiaanse.

- "... sex dat zichzelf toont in (allerhande handelingen) die op dit moment plezier kunnen verschaffen maar overigens leiden tot smart." Een verhaal in de Pali-canon (MN 87) geeft hiervan een voorbeeld: "Eens, in dat zelfde Savatthi was er een zekere man wiens vrouw overleden was. Als gevolg werd hij gek, krankzinnig. Straat na straat doorlopend, kruispunt na kruispunt overstekend vroeg hij steeds, 'Hebt u mijn vrouw gezien? hebt u mijn vrouw gezien?' Hieraan kunnen we zien hoe vanwege een geliefde, met een geliefde als voorwaarde, leed en gelamenteer kan ontstaan, en pijn, verdriet en wanhoop."

- "Mahamati zei: De Gezegende verklaart dat er drie soorten Arhat zijn." Vergelijk de Lotus soetra waarin wordt gezegd dat er twee categorieen Arhat zijn: zij die nog onderwijs behoeven, en zij die niets meer te leren hebben.

- "... de Onmetelijken, en de Wereld-van-geen-Vorm." De Onmetelijken zijn de geestestoestanden van Universele Vriendelijkheid, Mededogen, Medevreugde, en Gulheid (resp. Gelijkmoedigheid in de Hinayana).
. De Wereld-van-geen-Vorm (arupaloka) is een van de bestaanstoestanden die de meditator in zijn carriere moet doorlopen: de Wereld-van-Verlangen, de Vormhebbende wereld, de Wereld-van-geen-Vorm, en de Wereld-van-noch- Vorm-noch-geen-Vorm.

Tekst 39