LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 37

(Tussen dit en het vorige tekstgedeelte bevat de Lanka een passage waarin de auteur ingaat op de gramatische structuur van het Sanskriet, of van die vorm van Sanskriet die gebruikt werd bij het vastleggen van de boeddhistische canon. In zijn verhandeling noemt de auteur de termen nama en skandhas zoals die in het Boeddhisme worden onderwezen. Hij zegt van nama (naam) dat hiermee de vorm (rupa) wordt aangeduid, maar dat het in een bepaalde kontekst ook sarira, laten we zeggen, stoffelijkheid kan betekenen. We vinden de naam sarira terug waar gesproken wordt over relieken van Boeddha's lichaam en stoffelijke restanten van verlichtten uit het verleden. Van "pada-lichaam" zegt hij dat dit een zinsdeel aanduidt waarin de volle betekenis van de zin gegeven wordt; het is het onderwerp van de zin. En dan spreekt hij nog over een "lettergreep(vyanjana)-lichaam" dat samen met de bovengenoemde nama en pada vier van de vijf Groepen van Hechten (pancaskandha) vormt. Een complete vertaling van dit tekstgedeelte zou uitsluitend op prijs gesteld worden door hen die gespecialiseerd zijn in Sanskriet - en dezen hebben geen nederlandstalige weergave nodig. Derhalve is de voor een relatieve leek nogal duistere passage achterwege gelaten.)

Mahamati, er kan een tijd komen dat zij die het verkeerd zien, d.w.z. niet de juiste wijsheid aangaande waarheid en oorzaak bezitten, en bovendien geneigd zijn tot fantaseren, ondervraagd worden door de wijzen. Ze kunnen dan ondervraagd worden over datgene dat bevrijd is van dualistische opvattingen over fenomenen zoals eenheid en anderheid, en tweeheid en niet- tweeheid. Wanneer ze dan zo ondervraagd worden zouden ze kunnen zeggen: "Dit is geen vraag; die vraag is niet juist gesteld. Moeten vorm (en de overige vier van de vijf Groepen van Hechten plus vergankelijkheid gezien worden als een, of als meer-dan-een?" Hetzelfde kunnen ze zeggen over (paren als daar zijn:) nirvana en de skandhas, indiceren en dat waarnaar verwezen wordt, kwaliteiten en het kwalificerende, realiteiten en de (vier grote) elementen, het geziene en zien, stof en atomen, weten en de yogin. Dergelijke vragen over de diverse aspecten van het bestaan leiden tot associatief denken, zonder eind. En zij die ondervraagd zouden worden over dergelijke onbeantwoordbare kwesties zouden zeggen dat de Gezegende ze terzijde plaatste omdat een antwoord op deze vragen niet mogelijk is. Deze onwetenden zullen echter niet in staat zijn het gehoorde (werkelijk) te realiseren (d.w.z. waar te maken), want hun kennis zal te gering zijn. De Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht, verklaren (daarom) deze dingen niet aan alle wezens, want ze willen de onwetenden niet de stuipen op het lijf jagen (met vergaande uitspraken).

Mahamati, om de geleerden te vervreemden van hun verkeerde zienswijzen en theorieen, hebben de Tathagatas het nooit over deze onbeantwoordbaarheden (vyahritana). Mahamati, de geleerden kunnen zeggen: "wat leven is, is lichaam", of ze kunnen zeggen: "leven is een ding, lichaam is een ander", (echter) dit zijn onverklaarbare uitspraken. Mahamati, omdat de geleerden totaal verstrikt zijn geraakt in ideeen over een schepper doen ze onverklaarbare uitspraken; in mijn leer vind je dat echter niet. Mahamati, in wat ik onderwijs is er geen onderscheid-aanleggen omdat ik zeg dat je voorbij (dualiteiten als) het gegrepene en dat wat grijpt moet gaan - waar is terzijde plaatsen hier dan goed voor! Echter, Mahamati, zij die verslaafd zijn aan (dualiteiten als) het gegrepene en dat wat grijpt, zij die een grondige kennis ontberen omtrent de wereld die in en uit Bewustzijn zelve is, zij hebben iets opzij te zetten (,althans, dat denken ze). Mahamati, wanneer de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht de wezens de Dharma onderwijzen, dan doen ze dat aan de hand van vier vormen van vraag en antwoord. En, Mahamati, voor wat betreft de (eerder genoemde) proposities die terzijde geplaatst (moeten) worden: daarvan maak ik van tijd tot tijd gebruik wanneer ik mij richt tot hen wier zintuigen nog onvolmaakt zijn; maar hen wier zintuigen wel volmaakt zijn hebben niets terzijde te plaatsen.

Voorts, Mahamati, alle fenomenen zijn ongeboren; in hen is geen ageren noch iets dat ageert. En omdat er niets is dat ageert wordt gezegd dat alle fenomenen ongeboren zijn. Mahamati, alle fenomenen ontberen zelf-aard. Waarom is dat? Omdat er, wanneer ze met zelfkennis onder de loep worden genomen, geen kenmerken waar te nemen zijn die de karakteristiek "individualiteit" of "algemeenheid" zouden verdienen; daarom wordt er gezegd dat ze geen zelf-aard hebben. En voorts, Mahamati, er is geen ding dat geboren wordt, of uitdooft (vergaat). Waarom niet? Omdat, Mahamati, kenmerken van individualiteit en algemeenheid worden gezien als bestaand, maar dat zijn ze niet; ze worden gezien als uitdovend, maar daarvan is geen sprake. Daarom, Mahamati, fenomenen worden noch geboren, noch doven ze uit. En verder: de term vernietiging is niet toepasbaar op de fenomenen.
Waarom niet? Omdat al die individuele kenmerken die de zelf-aard van fenomenen zouden uitmaken niet bestaan; ongrijpbaarheid is het juiste woord voor de dingen. Het is daarom dat er wordt gezegd dat geen ding ooit vernietigd wordt. En bovendien, Mahamati, geen ding is eeuwig.
Waarom niet? Omdat het verrijzen van individuele kenmerken gekarakteriseerd wordt door niet-eeuwigheid. Vandaar dat er gezegd wordt dat dingen niet eeuwig zijn. Maar ook, Mahamati, alle dingen zijn eeuwig! Waarom? Omdat het verrijzen van individuele kenmerken niet-verrijzen is, niet- bestaand: alle dingen zijn eeuwig vanwege hun niet-eeuwigheid. Daarom, Mahamati, wordt er gezegd dat alle dingen eeuwig zijn.

Dit wordt gezegd:
173. De vier vormen van uitleg geven zijn: een positieve (bevestigende) uitspraak, ondervragen, juist inzicht, en terzijde plaatsen - hiermee worden de geleerden op afstand gehouden.

174. De Sankha en Vaiseshika geleerden onderwijzen dat geboorte plaatsvindt uit een wezen of een niet-wezen. Wat zij te vertellen hebben is onverklaarbaar.

175. Wanneer het Weten de zelf-aard onderzoekt, dan (wordt vastgesteld:) het is ongrijpbaar. Daarom zijn alle fenomenen zonder zelf-aard en voorbij grijpen-naar.

Tekst 38

Toelichting bij tekst 37

- "En omdat er niets is dat ageert wordt gezegd dat alle fenomenen ongeboren zijn." Tot nu toe concentreerde de leer omtrent het niet-geboren zijn van dingen op het concept sunyata, ledigheid van substantie en afhankelijkheid van voorwaarden en condities. In deze passage wordt een nieuw, religieus argument aangevoerd: er is geen schepper.

- "... uitdooft (vergaat)." Verlichting, of Parinirvana, het Grote Heengaan behalen wordt per traditie vergeleken een kaars die uitgaat. Zie hiervoor eerdere aantekeningen. In dit fragment wordt deze zwaar beladen term gebruikt om aan te geven dat bij afwezigheid van "ens" en een scheppende er geen sprake kan zijn van ontstaan of vergaan van dingen.

- "Het is daarom dat er wordt gezegd dat geen ding ooit vernietigd wordt." Dingen hebben geen vaste, eeuwig aanwezige substantie; alleen zo'n substantie zou in aanmerking kunnen komen voor vernietiging, de rest is illusoir en vlietend. Voorts, zo moeten we uit een van de bovenstaande regels aflezen, zou alleen een scheppende/vernietigende kracht zo'n daad kunnen verrichten, maar dat is een concept dat binnen het Boeddhisme ten stelligste van de hand wordt gewezen.

- "Omdat het verrijzen van individuele kenmerken gekarakteriseerd wordt door niet-eeuwigheid." Want wanneer er verrijzen is, is er daaraan voorafgaand, en daaropvolgend vergaan, dus is niets dat individuele kenmerken wordt toegedicht eeuwig.

Tekst 38