LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 36

Verder is het zo, Mahamati, dat Maya (illusie) niet irreeel is; het ziet er uit als een realiteit; alle dingen hebben de aard van Maya.

Mahamati zei: Gezegende, zijn alle dingen Maya-gelijk omdat Maya een geestesvoorstelling is en er (derhalve) aan wordt gehecht als ware ze veelvormig, als had ze vele gestalten? Of zijn alle dingen Maya-gelijk omdat er ten onrechte een verbeelden is van individuele vormen? Als alle dingen Maya-gelijk zijn omdat Maya een geestesgestalte is, en er aan gehecht wordt als ware het iets met een veelvoud aan individuele vormen, dan, Gezegende, moeten we het zo zien dat dingen niet Maya-gelijk zijn.
Waarom niet? Omdat het zien van vormen met een veelvoud aan individuele kenmerken niet zonder oorzaak is. Zouden de vormen verschijnen zonder dat daar een reden toe is, met een veelvoud aan individuele kenmerken en vormen, dan zouden ze Maya-gelijk zijn. Daarom, Gezegende, dat dingen Maya-gelijk zijn is niet omdat beide (d.w.z. Maya en de dingen) gelijk zijn in de zin dat ze verbeeld zijn en er aan gehecht wordt als hadden ze een veelvoud aan individuele kenmerken.

De Gezegende zei: Mahamati, dat alle dingen Maya zijn is niet omdat ze verbeeld zijn en er aan gehecht wordt met een verbeelde veelvoud aan individuele gestalten; alle dingen zijn Maya-gelijk omdat ze onwerkelijk zijn, omdat ze als een lichtflits zijn die in een oogwenk verdwijnt. Mahamati, bliksem verschijnt als een snelle opeenvolging van lichtflitsen - dat kunnen (zelfs) de onwetenden zien. Op dezelfde manier verschijnen (en verdwijnen) de dingen (snel als lichtflitsen) met (kenmerken van) individualiteit en/of algemeenheid, afhankelijk van de onderscheidende geest. Is er eenmaal weet van de staat van zonder-beelden- zijn, dan dringen verbeelde dingen - individuele kenmerken vertonend - zich niet meer op.

Daarom wordt het volgende gezegd:
170. Maya is niet zonder realiteit want het heeft iets dat het gelijkt; zo spreekt men over de realiteit van alle dingen: ze zijn onwerkelijk als een lichtflits, daarom zijn ze Maya-(illusie)gelijk.

Toen zei Mahamati opnieuw: Volgens de Gezegende zijn alle dingen ongeboren en Maya-gelijk. Maar, Gezegende, is dit niet in tegenspraak met wat er eerder werd gezegd? Want u hebt gezegd dat alle dingen ongeboren zijn omdat ze de aard van Maya hebben.

De Gezegende zei: Mahamati, wanneer ik vaststel dat alle dingen ongeboren zijn omdat ze de aard van Maya hebben, dan is dat niet in tegenspraak met mijn eerdere woorden. Waarom niet? Wel, wanneer we eenmaal weten dat de wereld zoals die zich aan ons voordoet Bewustzijn zelve is, dan is geboorte niet-geboorte. En met betrekking tot alle externe fenomenen waarvan we zeggen dat ze wel of niet zijn, daarvan moeten we zeggen dat ze beschouwd moeten worden als niet-bestaand en ongeboren; daarom, Mahamati, is deze uitspraak hier niet in tegenstelling tot wat ik eerder verklaarde. Maar, Mahamati, teneinde af te rekenen met de geleerden's opinie dat geboorte ontstaat als gevolg van oorzakelijkheid, zeg ik dat alle dingen Maya-gelijk zijn, en ongeboren. Mahamati, de geleerden, een verzameling verwarde geesten, koesteren de idee dat alle dingen geboren zijn als gevolg van bestaan en niet-bestaan, (een van hun) filosofie(en). Ze zijn niet in staat het te beschouwen als veroorzaakt door gehechtheid aan (illusoire) veelvormigheid die (als mentale gestalte) verrijst uit onderscheid-aanleggen. Mahamati, wanneer ik dit zeg, voel ik geen enkele angst, (want) zo moet je het begrip "ongeboren" verstaan.

Nogmaals, Mahamati, de (boeddhistische) leer die zegt dat alle dingen bestaan wordt onderwezen om die leer van wedergeboorte te valideren, ze wordt toegestaan om nihilisme tegen te gaan, een nihilisme dat zegt: "niets bestaat", en ze wordt toegestaan om mijn leerlingen dat leerstuk te doen aanvaarden waarin de realiteit van karma wordt vastgesteld, karma dat gestalte krijgt in verschillende vormen, en in geboorte in verschillende sferen - want als we de term "bestaan" toelaten, dan laten we de leer van wedergeboorte toe. Mahamati, de leer die zegt dat alle dingen gekarakteriseerd worden door de zelf-aard van Maya (illusie) is bedoeld om de onwetenden en eenvoudigen van geest hun idee van zelf-aard in alle dingen opzij te doen zetten. Daar de onwetenden en eenvoudigen van geest foutieve ideeen koesteren, daar ze "wereld" niet juist begrijpen, het niet zien als Bewustzijn zelve, daarom verbeelden ze zich dat er oorzakelijkheid is, alsook ageren, geboren worden, en individuele kenmerken. Om hier een halt aan te roepen onderwijs ik dat alle dingen, naar hun zelf-aard, de aard van Maya bezitten, droomgelijk zijn. Gehecht als ze zijn aan foutief denken staan ze zowel zichzelf als anderen in de weg door niet te zien dat alle dingen, zoals ze zijn, naar waarheid en werkelijk zijn. Mahamati, zien dat alle dingen naar waarheid en werkelijk zijn zoals ze zijn betekent dat je je realiseert dat er niets dan Bewustzijn zelve is.

Daarom wordt er gezegd:
171. In de leer omtrent niet-geboren-zijn, is voor die van oorzakelijkheid geen plaats. Aanvaard je dat er bestaan is, dan aanvaard je tevens wedergeboorte. Zie je alles als illusiegelijk (Maya), dan is er geen onderscheiden van individuele kenmerken.

Tekst 37

Toelichting bij tekst 36

Deze en andere tekstgedeelten behandelen een groot aantal refutaties van de Boeddha-Dharma zoals die rond het ontstaan van de Lanka werden aangevoerd door niet-boeddhistische stromingen. Tekstgedeelten zoals deze zouden nu als overbodig gekenschets kunnen worden, ware het niet dat nu of in de toekomst nieuwe filosofisch-religieuze stromingen gelijkaardige argumenten naar voren zouden kunnen schuiven. Derhalve wordt er nooit iets verwijderd uit boeddhistische soetras, maar werd er daarentegen in de loop der tijden af en toe iets aan toegevoegd dat van pas kon komen in die "verleden tegenwoordige tijd."

- "... omdat ze als een lichtflits zijn." In de Burmese meditatieve praktijk wordt dat flitsendsnelle aanwezig zijn en weer verdwijnen van dingen aangeduid met de woorden "pjit-pjet", komen-gaan, en zelfs die twee korte een-lettergrepige woorden zijn nog veel te lang om alles te "grijpen" dat aan ons geestesoog voorbijschuift.

- "... want als we de term "bestaan" toelaten, dan laten we de leer van wedergeboorte toe." Dit tussenstation op weg naar een volkomen begrip van de ultieme waarheid van Boeddhisme wordt dankbaar aangegrepen zowel door de Sino-japanse stromingen die de leer van Amitabha Boeddha prediken, als door die vorm van Boeddhisme die in de Himalayas wordt gepredikt. Het komt dan ook voor dat geleerden die Boeddhisme bestuderen met stelligheid beweren dat Tibetaans Boeddhisme ziel toelaat, zonder daarbij te vertelen, of te weten, dat we hier te maken hebben met upaya, een vlot en vaardig middel.

Tekst 37