LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 35

Toen zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati dit tot de Gezegende: Gezegende, waar (in welke rede) zegt u dat geluid eeuwig is?

De Gezegende antwoordde: Mahamati, dit is een foutieve denkwijze. Zelfs wijzen hebben deze foutieve denkwijze, hoewel ze (overigens) niet op- zijn-kop denken. Mahamati, stel je de niet-zo-schranderen van deze wereld voor: zij hebben een op-zijn-kop manier van denken over luchtspiegelingen, vuurwielen, haarnetten, de stad van de Gandharvas, Maya, dromen, weerspiegelingen, en een Aksha-wezen; ze weten dat dit alles niet echt is, maar dat betekent niet dat ze niet lijden onder dergelijke illusies. Mahamati, is deze foutieve denkwijze er eenmaal, dan wordt er een menigte aan vormen waargenomen, ook al kun je van deze foutieve denkwijze niet zeggen dat een term als vergankelijkheid (of niet-vergankelijkheid) er op van toepassing is. Waarom is dat zo? Omdat het niet gekarakteriseerd kan worden met concepten als zijn of niet-zijn. Mahamati, waarom kun je op een foutieve denkwijze geen maatstaven als zijn of niet-zijn toepassen? Omdat de onwetenden allerlei beelden tot hun geest laten doordringen, zoals "de golven van de oceaan", of "het water van de Ganges" die dan niet gezien zouden worden door de hongerige geesten (maar wel door anderen). Daarom, Mahamati, kun je van het gefantaseerde bestaan niet zeggen: "het bestaat"; maar omdat er zijn die dit water wel degelijk waarnemen (als een verbeeld beeld), kun je niettemin ook niet zeggen: "het bestaat niet." Daarom is voor de wijzen zo'n foutieve denkwijze noch op-zijn-kop denken, noch niet-op-zijn-kop denken. En daarom, Mahamati, kun je zeggen dat foutieve denkwijzen als zodanig gekarakteriseerd worden door permanentie, ook al kunnen ze niet onderscheiden (c.q. waargenomen) worden. Mahamati, als men van zo'n foutieve denkwijze denkt dat ze een distinct ander ding is, met andere individuele kenmerken dan overige fenomenen, dan ziet men het inderdaad ook als een ander ding, verschillend van de rest.
En zo kun je zeggen dat foutieve denkwijzen worden gekarakteriseerd door permanentie. Mahamati, hoe kun je zeggen dat een foutieve denkwijze realiteit bezit? Mahamati, wat dat betreft hebben de wijzen er geen opinie over, is het voor hen noch foutieve kennis, noch niet-foutieve kennis - ze is zo, en niet anders. Mahamati, zou een wijze er wat voor gedachte dan ook op na houden over foutieve denkwijzen, dan is dat tegengesteld aan de werkelijkheid die bereikt kan worden door nobele wijsheid in te zetten. Als er hier al iets is, dan is het het gebabbel der onwijzen, en niet de woorden der wijzen.

Stel, een foutieve denkwijze wordt geanalyseerd in termen van wel of niet op-zijn-kop denken, dan geeft zo'n analyse geboorte aan twee soorten families (gotra): de familie der wijzen, en de familie der onwijzen. Welnu, Mahamati, de familie der wijzen valt uiteen in drie groepen: de Toehoorders, de Zelf-Verlichtten, en de Boeddhas. Mahamati, hoe verrijst de familie der Toehoorders uit het onderscheid-aanleggen dat de onwetenden brengt tot een foutieve denkwijze? Wel, de familie der Toehoorders verrijst wanneer er gehechtheid is aan concepten als individualiteit en algemeenheid. Mahamati, dit is hun weg, zo ontstaat de familie der Toehoorders. Mahamati, hoe verrijst de familie der Zelf-Verlichtten uit dat onderscheid-aanleggen dat de onwetenden brengt tot een foutieve denkwijze? Wel, de familie der Zelf-Verlichtten verrijst wanneer, als onderdeel van deze foutieve denkwijze, de gehechtheid aan concepten als individualiteit en algemeenheid iemand brengen tot een terugtrekken uit de samenleving. Mahamati, zo ontstaat de familie der Zelf-Verlichtten. Mahamati, hoe verrijst in de intelligenten, wanneer ze het foutieve denken waarnemen, de Boeddha-familie? Wel, wanneer de wereld gezien wordt als in en uit Bewustzijn zelve is er geen onderscheid-aanleggen meer tussen bestaan en niet-bestaan van externe fenomenen. Mahamati, dit is de familie, dat wordt bedoeld met familie.
Nogmaals, Mahamati, wanneer de onwetenden hun foutieve denken gewaar worden, dan ontstaan (gelijktijdig) een veelheid aan vormen die hen er toe brengen hiervan te zeggen dat het zo is, en niet anders - en zo verrijst de familie van hen die leven na leven zullen leven. Daarom, Mahamati, denkt de onwetende dat een foutieve denkwijze zich toont in veelvormigheid, dat ziet hij als de karakteristiek ervan, (maar de wijze weet dat) deze foutieve denkwijze noch een realiteit, noch een niet-realiteit (is). Mahamati, wanneer de wijze zich bewust is van een foutieve denkwijze, dan transformeert deze (fout) zich in zoheid (tathata), want dan vindt in deze wijze een ommekeer plaats met betrekking tot het (Opslag)bewustzijn, tot het denk-, en het superviserende bewustzijn; dan vindt er een ommekeer plaats met betrekking tot verkeerd redeneren, gewoontepatronen, de svabhavas en de (vijf) dharmas. En dus wordt er gezegd dat tathata (zoheid) betekent: bevrijd bewustzijn. Mahamati, hiermee heb ik de betekenis van deze uitspraak duidelijk gemaakt: met overboord gooien van onderscheid-aanleggen bedoel ik (dan ook werkelijk) alle onderscheiden achterwege laten - ik heb gezegd!

Daarop zei Mahamati: Gezegende, is foutief denken (of: een fout) een entiteit of niet?
De Gezegende antwoordde: Mahamati, het is als Maya (illusie); een fout bezit geen kenmerk dat (ook maar enigszins) geschikt zou zijn om je aan te hechten (want ook een fout is "ens-loos"). Had foutief denken ook maar iets (mentaal substantieels) waaraan gehecht zou kunnen worden, dan zou bevrijd geraken van samsara niet mogelijk zijn, dan zou Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan begrepen (moeten) worden als ware het schepping, zoals de geleerden dat doen.

Mahamati zei: Gezegende, als foutief denken Maya (illusie) is, dan zal het de oorzaak zijn van een nieuwe, daaropvolgende fout.

De Gezegende antwoordde: Nee, Mahamati, Maya kan geen oorzaak zijn van foutief denken, want het is (bij afwezigheid van veroorzakende substantie) niet in staat het kwade of fouten te veroorzaken: Maya veroorzaakt geen slechte en foutieve gedachten. En bovendien, Mahamati, in Maya zelf is geen onderscheiden(d vermogen); het ontstaat slechts wanneer een bepaald persoon zijn magie er op los laat. In en uit zichzelf bezit het geen gewoontepatronen zoals slechte en foutieve gedachten die het, ontstaand uit zelfreflectie, zouden kunnen raken. (Binnen-)In Maya zijn geen fouten. Wanneer er zo over wordt gedacht dan is dat alleen maar in de onwetende's verwarde gedachtengang over Bewustzijn; de wijzen hebben daarmee niets van doen.

Daarom werd er gezegd:
168. De wijzen zien geen foutieve denkwijzen, noch hebben foutieve denkwijzen iets te maken met de waarheid (van de Boeddha-Dharma). Ware waarheid aan te wijzen in foutieve denkwijzen, dan zou zo'n foutieve denkwijze deel uitmaken van het ware.

169. Als er buiten het foutieve denken een beeld (nimitta) zou verrijzen, dan is daar waarachtig een fout, dan is zo'n beeld een smet op het bewustzijn, duisternis.

Tekst 36

Toelichting bij tekst 35


- "waar (in welke rede) zegt u dat geluid eeuwig is?"
Daar hier geantwoord wordt dat "zelfs de wijzen" deze verkeerde inzichten hebben, moeten we aannemen dat hier een verschil van mening tussen het Kleine en het Grote Voertuig aan de orde is. In de Pali Abhidhamma wordt gesproken over de paramatta sacca, de hoogste realiteiten. Dit zijn de skandhas (zie de woordenlijst), de grote en afgeleide elementen, en ruimte (akasa). Daar deze dingen niet meer tot iets anders herleid kunnen worden zegt het Kleine Voertuig dat dit ultieme werkelijkheden zijn. Een van die ultieme werkelijkheden is stem of geluid. Daarmee is het Grote Voertuig het niet eens. Niet het wel of niet verder herleidbaar zijn van gegevenheden, zo wordt hier gezegd, is het criterium, doch de vraag of de fenomenen al dan niet ns-loos"zijn. Ook van de door het Kleine Voertuig aangeduidde ultieme werkelijkheden, zo zegt het Grote Voertuig, moet gezegd worden dat deze een ns", een "-heid"missen, en dus GEEN ultieme werkelijkheden zijn. De discussie over stem, geluid, of spraak is binnen de aziatische religieuze filosofieen altijd zeer belangrijk geweest. Niet alleen dat wat met behulp van geluid wordt uitgedrukt is belangrijk, maar ook geluid, spraak, of stem zelve. Zo staat er in de Hindu-leer geschreven dat de Veda het geluid, of de stem is die niet-geschapen is. Verder wordt Spraak, Vac genaamd, voorgesteld als een goddellijke emanatie: Vac is een godin. Voorts ken Hinduisme de Sri Vidya-leer die zich centreert rond de Godin (Devi). In die leer wordt gezegd dat het absolute het oer-geluid is (sabda, nada, of Om); hier wordt dit absolute geidentificeerd met energie, licht, en bewustzijn. Vroege taalfilosofen, die de taal in gramaticale regels vatten, hadden het dan bovendien nog over taal als "het absolute geluid", of "de absolute klank"" (sabdabrahman), hetgeen bepaald terugverwijst naar wat over de Veda is gezegd - zie boven.

- " ... wateren die ... niet gezien zouden worden door de hongerige geesten."
Dit is een oud beeld over de al dan niet mentale restanten van die overledenen die als hongerige geest nog geruime tijd door het universum gaan voor ze een nieuwe bestemming vinden. De stumperds kunnen water niet zien, en verdrinken dus - en gaan zo een nieuwe hel binnen.

- "Foutieve denkwijzen". Het eerste deel van deze tekst raadt de wijze aan zich niet te bemoeien met ideeen over het al dan niet bestaan van geluid of voorstellingen in de geest. Als iemand zegt: "geluid bestaat", of: "hazehorens bestaan omdat ik er een gedachte over heb", dan doet de wijze er het zwijgen toe, heeft er geen mening over. Zegt iemand: "geluid bestaat niet", of "hazehorens bestaan niet", dan doet hij of zij hetzelfde. Wat op het relatieve vlak ook over beelden of geluid gezegd kan worden, in ultieme analyse kan er niets gevonden worden waarvan gezegd kan worden "dit is geluidheid", of "dit is de hazehoornheid van hazehorens." Niets zeggen over "vaststellende" uitspraken staat dus niet voor een wijfelachtige houding waarin de wijze de kool en de geit wil sparen ("iedereen heeft wel een beetje gelijk"), maar dit zwijgen heeft ten maken met het feit dat we het, in laatste analyse, niet over "iets" hebben.

- "Familie". Er zijn twee woorden: kula, dat familie betekent en gotra dat meer weg heeft van het engelse lineage of clan. Het is niet duidelijk of hier en elders kula danwel gotra stond. Wel is het zo dat wanneer gezegd wordt dat iemand n de Boeddha-familie geboren wordt"het woord gotra op zijn plaats is. Ook deze passage stoelt op een zeer vroege tekst waar een Noordindiase vorst de jonge Boeddha Shakyamuni vraagt tot welke familie, gotra, hij behoort. Boeddha antwoordt dan: "Ik behoor tot de gotra der Boeddhas." Overigens spreekt deze passage niet alleen over Volmaakt Verlichtten, maar ook over wezens die een behoorlijk eind gevorderd zijn op weg naar dat doel.

- "Nogmaals, Mahamati, wanneer de onwetenden hun foutieve denken gewaar worden, dan ontstaan (gelijktijdig) een veelheid aan vormen ..." Met andere woorden, zodra het bewustzijn maar even de naald doet uitslaan van de ene denkpool naar de andere, wanneer er de "wetenschap" is dat er "correct" danwel "foutief" denken is, is er onmiddellijk dat veelvormige denkproces dat we maar al te goed kennen, een denkproces dat ons gemakkelijk doet verdrinken in een zee van beelden waar we op dat moment de hoogste waarde aan toekennen.

- "Mahamati, wanneer de wijze zich bewust is ..."
Dit is wel de belangrijkste passage van de Lanka waar het de praktijk betreft. De zen-meditator zal het omschrijven met "kensho" of soortgelijke termen - daarvoor zitten ze op hun matje.

- "Had foutief denken ook maar iets (mentaal substantieels) waaraan gehecht zou kunnen worden ..."
Hadden concepten, gedachten, fantasieen een vaste, eeuwigdurende, kenmerkende kern, dan zouden die kernen er altijd en immer zijn en ons stevig gevestigd houden in een soort, bij de geboorte meegebrachte, uitgangspositie - zo zoiets al voorstelbaar is; verandering, groei, verwerven van wijsheid zou onmogelijk gemaakt worden door een stagnatie veroorzakend woud van "kernen" of "...heiden" zoals de bovengenoemde "geluidheid" of "hazehoornheid".

Maya. De Hindu-school, de Saiva-siddhanta stelde dat maya de eeuwige substantie is waarin de materieele en mentale wereld haar genese vindt. Zij stelden de god Siva voor als transcendent en totaal verschillend van maya. Dit deel van de Saiva-theologie ontstond waarschijnlijk in dezelfde tijd als de Lanka.

- Vers 168. Dat wordt gezegd dat samasara en nirvana een en hetzelfde zijn, betekent nog niet dat het een onontwarbare en onherkenbare klomp goed en fout zou zijn. De waarheid van de Boeddha-Dharma komt slechts aan het licht door foutieve denkwijzen te verwijderen - echter, ze kunnen niet verwijderd worden als ze er niet eerst zijn. Of, om een ander beeld te gebruiken, er kan geen strafrecht zijn zonder wetsovertreders.

- vers 169 oppert de (on)mogelijkheid dat er in een eenmaal gezuiverde geest toch nog bijvoorbeeld fantaseren zou zijn. Dat is onmogelijk, maar ware het mogelijk dan zou dat alle behaalde wijsheid teniet doen; duisternis zou weer intreden.


Tekst 36