LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 34

Opnieuw sprak Bodhisattva Mahamati en zei: De keten van Afhankelijk, Oorzakelijk Ontstaan zoals de Gezegenden dit onderwijzen berust op (de premisse van) een oorzaak die een gevolg genereert, en dat is niet (hetzelfde als) de theorie die zegt dat er een zichzelf-veroorzakende Substantie is. Ook de geleerden verklaren dat er een oorzakelijk ontstaan is wanneer ze zeggen dat alle dingen verrijzen met een hoogste geest, Isvara, een persoonlijke ziel, tijd, of atomen als veroorzaker. Hoe komt het dat de Gezegende het verrijzen van alle dingen verklaart met andere bewoordingen over oorzakelijkheid, maar met een betekenis die niet verschilt (van die van de filosofen)? Gezegende, de geleerden verklaren geboorte aan de hand van de theorie over zijn en niet-zijn. De Gezegende echter, zegt dat alle dingen ontstaan uit ledigheid en dat ze verdwijnen als gevolg van oorzaken (c.q. voorwaarden en condities). Of, anders gezegd, de Gezegende zegt dat er onwetendheid is waaruit mentaal ageren ontstaat, en zo vervolgens tot aan Ouderdom en Dood. Deze leer die de Gezegende verkondigt is de leer van niet-oorzakelijkheid, niet een van oorzakelijkheid. De Gezegende zegt: "wanneer dat is, is dit er". Als dit gelijktijdige conditionering (of gelijktijdig ontstaan) betekent, en niet een onderling-betrokken opeenvolging, dan is dat niet juist. Op dat punt, Gezegende, is dat wat de geleerden verkondigen correct, en is uw leer dat niet. Waarom niet? De oorzaak die de geleerden veronderstellen is niet afhankelijk van de keten van afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan, en ze produceert (toch) een gevolg. Maar, Gezegende, oorzaak is verbonden met gevolg, en gevolg met oorzaak. En zo is er een onderlinge betrokkenheid van veroorzakende aaneenschakeling, en uit dat wederzijdse gebeuren ontstaat de fout van niet-eindigheid. Wanneer mensen over "wanneer dat is, is dit er" spreken, dan spreken ze over een staat van oorzaaksloosheid.

De Gezegende antwoordde: Fout, Mahamati, ik onderwijs geen theorie van oorzaaksloosheid die uitmondt in een [eindeloze] onderlinge betrokkenheid van oorzaken en condities. Wanneer ik zeg "wanneer dat is, is dit er" dan doe ik dat omdat ik de aard van de externe wereld doorgrond die niets anders is dan Bewustzijn zelve; ik spreek zo omdat ik de onwerkelijkheid van het gegrepene en het grijpen voor ogen heb (d.w.z. van object en subject). Echter, wanneer mensen hechten aan de notie van het gegrepene en dat wat grijpt, dan zijn ze niet in staat de wereld te zien als iets dat in en uit bewustzijn zelve is. Mahamati, dan begaan ze de fout de externe wereld met zijn wezens en niet-wezens te zien als iets werkelijks; maar mijn leer over afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan doet dat niet.

Opnieuw sprak Mahamati: Gezegende, is het niet zo dat, omdat woorden werkelijkheid bezitten, alle dingen bestaan? Gezegende, waren er geen woorden, dan zou er geen verrijzen van fenomenen zijn; vandaar dat ik zeg dat alle dingen bestaan omdat woorden werkelijkheid bezitten.

De Gezegende zei: Mahamati, zelfs wanneer er geen (corresponderende) objecten in de geest zijn, dan zijn er nog altijd woorden; we hebben het immers over hazehorens, schildpadharen, het kind van een onvruchtbare vrouw, en zo verder; die dingen zijn niet ervaarbaar in de wereld, maar de woorden zijn dat wel. Mahamati, het zijn noch entiteiten noch niet- entiteiten, maar ze vinden uitdrukking in woorden. Mahamati, als je zegt dat er fenomenen (in de wereld) zijn omdat woorden werkelijkheid hebben, dan praat je onzin. Er is geen Boeddhaland waar woorden bestaan; Mahamati, woorden zijn constructen. Er zijn Boeddhalanden waar ideeen gestalte krijgen door intens en zonder de ogen te knipperen te kijken. Andere landen geven ideeen gestalte door gebaren, weer andere door de wenkbrauwen te fronsen, of door met de ogen te bewegen, of door te lachen, te geeuwen, de keel te schrapen, of door te herinneren, of door te beven. Mahamati, er zijn bijvoorbeeld, in de werelden van Ononderbroken Zien en Uitmundende Geuren, en ook in het Boeddhaland van Tathagata Samantabhadra - die Arhat is, en Volmaakt Verlicht - Bodhisattva-mahasattvas die door ononderbroken staren gaan inzien dat alle dingen ongeboren zijn; ze zien dan voorts allerhande uitmuntende vormen van samadhi. Het is daarom, Mahamati dat een (eventueel) werkelijksgehalte van dingen, fenomenen, niets van doen heeft met (het al dan niet werkelijk zijn van) woorden. Merk op, Mahamati, dat zelfs in deze wereld, in de koninkrijken van bijzondere wezens zoals mieren en bijen, het werk uitgevoerd wordt zonder dat er spraak aan te pas komt. Daarom wordt er gezegd:
166. Zoals lege lucht, hazehorens, en het kind van een onvruchtbare vrouw non-entiteiten zijn, behalve wanneer er woorden aan gegeven worden, zo is bestaan louter imaginair.

167. Zodra voorwaarden en condities samenkomen beelden de onwetenden zich in dat er verrijzen (of geboorte) is. Omdat ze de diepere lagen hiervan niet vermogen te zien gaan ze voort door de drievoudige wereld - hun verblijfplaats.

Tekst 35

Toelichting bij tekst 34

De eerste alinea: Dit is zo ongeveer de moeilijkste passage uit deze soetra. Het is helemaal niet zeker dat ze correct vertaald is. Waar het om lijkt te gaan is dat een opvatting als "gelijktijdig ontstaan" niet houdbaar is omdat in dat geval oorzaak en gevolg niet uit elkaar te houden zijn. Ook plaatst Mahamati een vraagteken bij het eindig, danwel niet-eindig zijn van de keten van afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan. Grof geformuleerd ziet hij, op het relatieve vlak, niet hoe er in een schijnbaar eindeloze keten van geboren-worden en sterven een kink in de kabel kan komen. In deze soetra verklaart Boeddha opnieuw, en nu zijn we weer terug van onze uitstap naar De Tien Stadia, en opnieuw stevig gegrondvest in de Enkel-Bewustzijn-traditie, dat alles in en uit bewustzijn zelve is, en dat dus, impliciet duidelijk gemaakt, de keten doorbroken wordt zodra de staat van "zonder-beelden-zijn" bereikt is. In die wijsheid hebben geboorte en dood - als fysiek gebeuren - hun kracht verloren, en hebben ze - als mentaal gebeuren - die kracht nooit bezeten.

- "Wanneer dat is, is dit er". Dit is een van de oudste en meest oorspronkelijke uitspraken van Shakyamuni Boeddha wanneer hij pratitya samutpada, ofwel Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan, behandelt.

- "Er zijn Boeddhalanden waar ideeen gestalte krijgen ..." Boeddhalanden betekent, volgens meer dan een passage uit de Avatamsaka soetra, de praktijken die naar Boeddhaschap leiden.

- "Mahamati, er zijn bijvoorbeeld .... in het Boeddhaland van Tathagata Samantabhadra ..."
Geen van de drie boeken uit de Avatamsaka Soetra die rechtstreeks over de praktijken van Samantabhadra gaan - daar "Bodhisattva-mahasattva" genoemd - zeggen dat deze Grote Boeddhakwaliteit zelf Boeddha is, maar het kan er wel uit afgeleid worden, zeker wanneer we in het laatste boek, "Binnengaan in het Rijk van de Werkelijkheid" lezen dat Samantabhadra aan het hoofd staat van een Boeddhaland.
. "Ononderbroken staren". Deze praktijk is een ware "tapas" een streng het lichaam onder druk zetten om een bepaald spiritueel resultaat te kunnen bereiken. Omdat Shakyamuni Boeddha in zijn eerste Leerrede ernstig waarschuwde tegen zelfkwelling komt die praktijk in Boeddhisme niet veel, en in de 20e/begin 21e eeuw helemaal niet meer voor. Het kan echter zijn dat dergelijke beschrijvingen de canon zijn binnengeslopen onder druk van de Ongeklede Jain (Digambara), en/of hindu(-geinspireerde) ascetische praktijken.

- "Het is daarom, Mahamati dat een (eventueel) werkelijksgehalte van dingen, fenomenen, niets van doen heeft met (het al dan niet werkelijk zijn van) woorden." Tot in de twintigste eeuw is dit een onderwerp geweest waar onder andere taalfilosofen zich het hoofd over braken: "covert" een naam het ding waar het naar verwijst? Wordt een ding een ding omdat er een naam aan gegeven wordt?

Tekst 35