LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 31

Toen stelde Bodhisattva-mahasattva Mahamati de Gezegende opnieuw een vraag:
Gezegende, vertelt u mij alstublieft over die zelf-realisatie die bereikt wordt door nobele wijsheid in te zetten en die niet behoort tot de praktijken der geleerden. Vertelt u mij over die zelf-realisatie waarop categorieen als bestaan en niet-bestaan, eeuwigheid en niet-eeuwigheid, fantaseren, individualiteit en algemeenheid niet van toepassing zijn. Vertelt u mij over die zelf-realisatie die zichzelf toont als een hoogste werkelijkheid (paramartha satya) en die, door stadium na stadium van zuivering te doorlopem ten leste aankomt op het niveau van de Tathagata. Op dat niveau van Tathagataschap is er, dankzij de kracht van oorspronkelijke geloften - die moeiteloos genomen zijn - een handelen dat doorheen ontelbare werelden gaat, vergelijkbaar met een juweel dat een menigte aan kleuren reflecteert. Dat stadium van Tathagataschap manifesteert zich zodra dingen zich gaan aftekenen, al naar gelang er een begrip groeit over wat er gebeurt en wat de werkingssfeer is van dat wat in en uit bewustzijn zelve is. Op dat punt zullen wij Bodhisattva-mahasattvas in staat zijn de dingen te schouwen met behulp van dat inzicht dat niet gehinderd zal zijn door (tegengestelden als) enerzijds individualiteit en algemeenheid, en anderzijds fantaseren; zo zullen we in staat zijn snel volmaakte verlichting te bereiken om alle wezens naar een perfectionering van hun nobele kwaliteiten te brengen.

De Gezegende antwoordde: Goed zo, goed zo, Mahamati! Dat was werkelijk goed! Uit mededogen met de wereld, voor het welzijn en het geluk van vele mensen en hemelse wezens sta je nu voor me en stelt deze vraag. Mahamati, luister aandachtig en overdenk wat ik nu ga zeggen.
Dat zal ik doen, zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati, en hij luisterde.

Dit zei de Gezegende: Mahamati, de onwetenden en eenvoudigen van geest weten niet dat de wereld in en uit Bewustzijn zelve is, daarom hangen ze aan de veelvormigheid van externe fenomenen, daarom hechten ze aan ideeen over zijn en niet- zijn, eenheid en anderheid, tweeheid en niet-tweeheid, bestaan en niet-bestaan, eeuwigheid en niet-eeuwigheid. Ze denken dat deze fenomenen zijn gekarakteriseerd door zelf-aard, een zelf-aard die overigens ontstaat als gevolg van onderscheid-aanleggen, dat op zijn beurt verrijst omdat er gewoontepatronen zijn - ze (omdat ze dit niet weten) zijn verslaafd aan foutief verbeelden. Mahamati, vergelijk het met een luchtspiegeling waarin je een bron ontwaart als ware deze echt. Zo zien de dieren het, en, dorstig vanwege de hitte in het droge seizoen, springen ze er op af. Omdat ze niet weten dat zo'n bron slechts een product is van hun eigen hallucinaties beseffen deze dieren niet dat die bron niet echt bestaat. Op vergelijkbare wijze is vanaf de tijd zonder begin het bewustzijn van de onwetenden en eenvoudigen van geest doordrongen van speculeren en fantaseren. Met een geest die brandt door hebzucht, boosheid, en onwetendheid verheugen ze zich in de wereld met zijn vele gestalten, zijn hun gedachten doordrenkt van ideeen over geboorte, vernietiging, en voedsel, en ze begrijpen niet goed wat bedoeld wordt met bestaan en niet-bestaan, met intern en extern; daarom gaan ze hechten aan (concepten als) eenheid en anderheid, zijn en niet-zijn. Mahamati, het is als de hemelse stad van de Gandharvas, een stad die de niet al te scherpzinnigen voor echt houden, hoewel ze dat niet is. In feite verschijnt deze hemelse stad vanwege hun hechten aan de oeroude herinnering aan een stad, bewaard als ware het een zaadje (in het Opslagbewustzijn). Die herinnerde stad is zowel echt als niet-echt. Vanaf de tijd zonder begin hechtend aan gewoontepatronen aangaande speculeringen en doctrines (,incorrect, onjuist, onnodig en foutief), houden ze stevig vast aan concepten als eenheid en anderheid, zijn en niet-zijn, en zijn hun gedachten te confuus om te beseffen dat al het geziene louter bewustzijn is. Mahamati, het is te vergelijken met een man die in zijn droom een land binnen gaat waar hij vrouwen, mannen, olifanten, paarden, wagens, voetgangers, dorpen, steden, gehuchten, koeien, ossen, huizen, bossen, bergen, rivieren en meren ziet, en dan een kamer binnengaat en wakker wordt. Wanneer hij dan wakker is herinnert hij zich die stad en die kamer. Wat denk je, Mahamati, is zo iemand die zich al die verschillende droomgestalten voor ogen haalt wijs?

Mahamati zei, nee Gezegende, wijs is hij niet.
De Gezegende ging verder: Zo is het ook met de onwetenden en eenvoudigen van geest die verstrikt zijn geraakt in foute voorstellingen van zaken en geneigd zijn de geleerden te volgen. Ze zien niet in dat geestesgestalten als dromen zijn; ze blijven gehecht aan concepten als eenheid en anderheid, zijn en niet-zijn. Mahamati, het is als het doek van een schilder: daarin zijn geen heuvels en dalen, maar de onwetende verbeeldt zich heuvels en dalen. Mahamati, zo kunnen er in de toekomst mensen zijn die vergroeid zijn geraakt met de gewoontepatronen, de mentaliteit, en het fantaseren gebaseerd op de onjuiste inzichten der geleerden. Hechtend aan ideeen over eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit kunnen ze zichzelf en anderen definitief schade toebrengen, want ze zijn in staat diegenen nihilist te noemen die zich houden aan de leer van niet-geboren-zijn, die leer die niets te maken heeft met antoniemen als zijn en niet-zijn. Niet overtuigd zijnd dat oorzaken hun gevolgen hebben (d.z.w. de leer van karma) volgen ze onheilzame opinies, en als gevolg verbruiken ze hun hele voorraad aan goed en zuiver karma. Men dient ze ver verwijderd te houden van al diegenen die naar uitmuntendheid streven. Het zijn de mensen wier gedachten verstrikt zijn geraakt in foutieve voorstellingen over zelf, anderen, en zowel-zelf-als-anderen; ze zijn verstrikt geraakt in dat gefantaseerde zijn en niet-zijn, bevestigen en weerleggen -- hel is wat ze uiteindelijk zullen meemaken. Mahamati, het is als iemand met staar die een haarnet in de lucht waarneemt en tegen anderen roept: "fantastisch, fantastisch! Eerwaarde heren kijk toch eens!" - en zo'n haarnet bestaat niet eens. In feite is zo'n haarnet noch een fenomeen, noch een niet-fenomeen, want het is gezien en toch niet gezien. Mahamati, het is net zo met al diegenen wier geest verslaafd is geraakt aan onderscheid-aanleggen tussen de foutieve inzichten der geleerden; zij zijn degenen die materialistische visies aanhangen aangaande zijn en niet-zijn, eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit; zij zullen de Goede Dharma (Sadharma) tegenspreken hetgeen zal leiden tot teloorgang van zowel henzelf als anderen. Mahamati, vergelijk het met een vuurwiel; alhoewel de onwetenden het die karakteristiek verlenen is het geen echt wiel. De onwetenden zien het zo, de wijzen echter niet. Zo is het ook met diegenen wier geest verslaafd is geraakt aan de foutieve opinies der geleerden: in het verrijzen der wezens zullen ze verkeerdelijk eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit menen waar te nemen. Mahamati, het is als regendruppels die (onder bepaalde weersinvloeden) op kristallen lijken; de onwetenden gaan er op af denkend dat het echte kristallen zijn. Mahamati, in de ogen van de enen zijn het slechts waterdruppels, geen echte juwelen, echter, in de ogen van anderen zijn het niet niet-juwelen (d.w.z. zij zien er juwelen in). Mahamti, diegenen wier geest gehecht is geraakt aan de gewoontepatronen van filosofische opinies en verbeeldingen zullen dingen die geboren zijn gaan zien als niet-bestaand, en ze zullen dat wat door bepaalde oorzaken vernietigd is gaan beschouwen als bestaand (d.w.z. ze zullen een op-zijn-kop waarnemen vertonen).

Dan, Mahamati, maken (de geleerden) gebruik van de drie manieren van maat aanleggen en van de (vijf) geledingen van een syllogisme, om aan de hand daarvan dat onderscheid te maken dat zegt dat er een werkelijk en in zichzelf berustend zijn is dat bereikt (of gekend) kan worden door nobele wijsheid in te zetten, en dat ontdaan is van de twee (eerste) svabhavas. Dit is echter onjuist. Want, Mahamati, wanneer in de geest van de yogin een ommekeer plaatsvindt, (en deze ziet wat) het Opslagbewustzijn, het denkbewustzijn en het superviserende bewustzijn (zijn), dan doet hij afstand van (het enerzijds-anderzijds) onderscheiden, (ziet hij de aard) van zowel dat waarnaar gegrepen wordt als dat wat grijpt, en ziet hij dat deze zaken uitsluitend in en uit bewustzijn zelve zijn. Dan gaat hij het Tathagata-stadium binnen en realiseert daar wat met nobele wijsheid gerealiseerd kan worden - en in die staat is er geen gedachte aan bestaan of niet-bestaan. Mahamati, wanneer er in het (mentale) rijk waarin de yogin verkeert een hechten is aan (concepten als) bestaan en niet-bestaan, dan zal er ook een hechten zijn aan een ego, een Voeder, een hoogste ziel, of "persoon". Ik herhaal het, Mahamati, de leer die wijst in de richting van zelf-aard, individualiteit en algemeenheid in de dingen, is de leer van de Transformatie-Boeddhas, niet die van de Oorspronkelijke (Dharmata) Boeddha. Mahamati, een dergelijke Dharma-uitleg (zoals de Transformatie-Boeddhas in hun mededogen met beginners onderwijzen) is er voor de onwetenden; zo'n uitleg voegt zich naar hun mentaliteit, naar hun manier van denken en hun wereldbeschouwing. Echter, ieder vasthouden aan een visie die de weg van zelf-aard volgt leidt ertoe dat de waarheid omtrent zelf-realisatie, die bereikt wordt door nobele wijsheid in te zetten, niet aan het licht komt, noch bereikt men er de vreugdevolle sfeer van samadhi mee.

Mahamati, dit is een vergelijking: er is de weerspiegeling van bomen in het water; die weerspiegelingen zijn zowel weerspiegelingen als niet- weerspiegelingen, en de bomen zijn bomen en tegelijkertijd niet-bomen. Mahamati, zo is het ook met diegenen die doordrongen zijn geraakt van de gewoontepatronen in het denken der geleerden; zij gaan door met verschil zien tussen eenheid en anderheid, tussen dualiteit en niet-dualiteit, zijn en niet-zijn; hun geest is niet verlicht tot de kennis die gevonden wordt in de leer van Enkel-Bewustzijn.

Mahamati, het is als een spiegel die alle kleuren en beelden reflecteert - afhankelijk van de omstandigheden en zonder voorkeur te tonen - en de beelden die zo getoond worden zijn noch beelden, noch niet-beelden omdat ze worden gezien als beelden, maar ook als niet-beelden. Mahamati, het zijn onderscheiden vormen die slechts in en door bewustzijn zelve worden gezien; de onwetenden noemen het "beelden". Daarom zijn eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit beelden die in en door het Zelf- bewustzijn worden weerspiegeld - hun gestalten lijken reeel (maar zijn het niet).
Mahamati, het is als de echo die een mensenstem weerkaatst, of het geluid van een rivier, of die van de wind. Omdat het gehoord wordt als een stem, maar ook als een niet-stem bestaat dat geluid en bestaat het niet. Zo ook zijn de noties van zijn en niet-zijn, eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit zowel onderscheidingen in en van het Zelf-Bewustzijn als onderscheidingen van gewoontepatronen.
Mahamati, het is als een luchtspiegeling die, (als het ware) samenwerkend met de zon verschijnt en boven de aarde, op plaatsen waar geen grassen, struiken, klimplanten en bomen zijn, zijn golven toont; noch bestaan ze, noch is het niet zo dat ze niet-bestaan; het (bestaan of niet-bestaan ervan) hangt af van ofwel het verlangen ernaar, ofwel van hun afwezigheid.

Net zo is vanaf de tijd zonder begin het onderscheidende bewustzijn van de onwetende, doordrenkt als het is met de gewoontepatronen van speculeren en fantaseren - hetgeen verkeerd is, opgejaagd als ware het een luchtspiegeling. Het is opgejaagd, zelfs temidden van de realiteit die aan het licht komt door nobele wijsheid in te zetten; het is opgejaagd door de golven van geboorte, voedsel, en vergaan, door die van eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit, door (concepten als) zijn en niet-zijn.
Mahamati, het is als (de tovenaar) Pisaca die zijn magie gebruikt om een lijk of een houten beeld hartslag te geven, ook al heeft zo'n lijk of zo'n beeld zelf geen kracht of vermogen. Hier echter hecht de onwetende aan het niet-bestaande, en beeldt zich in dat het (lijk of beeld kracht heeft tot bewegen).
Net zo, Mahamati, zijn de onwetenden en eenvoudigen van geest. Ze hangen foutieve filosofische inzichten aan en zijn grondig toegewijd aan ideeen als eenheid en anderheid - maar hun premissen zijn niet goed gefundeerd.
Mahamati, om die nobele realiteit te bereiken die binnenin jezelf schuilt, zou je derhalve al dat onderscheid-aanleggen af moeten werpen, onderscheid-aanleggen dat leidt tot gedachten over geboren worden, over verblijven (bestaan), en vergaan, gedachten over eenheid en anderheid, dualiteit en niet-dualiteit, zijn en niet-zijn.

Vandaar dat er gezegd wordt:
149. De Vijfvoudige Groep van Hechten (skandhas), waarvan bewustzijn het vijfde is, zijn gelijk de weerspiegeling van bomen in het water; zie ze als Begoocheling (Maya) en een droom; ze zijn wat ze zijn als gevolg van gedachtenconstructies - onderscheid ze niet!

150. Deze drievoudige wereld lijkt meer op een haarnet (gezien door hen die lijden aan staar), of ze lijkt op het opgezweepte water in een lucht- spiegeling; ze is als een droom, als Begoocheling - door het zo te zien bereik je bevrijding.

151. De geest is als een luchtspiegeling in het voorjaar: turbulent. Dieren beelden zich in dat daar water is, maar realiteit ontbreekt geheel.

152. Zo wordt het zaad dat opgeslagen ligt in het (Opslag-)bewustzijn tot kiemen gebracht en komt de wereld in zicht; de onwetenden zeggen dan dat er geboorte is; ze zijn als myopen die in de duisternis turen en dingen menen waar te nemen.

153. De onwetenden gaan vanaf de tijd zonder begin doorheen de paden (van bestaan na bestaan), gewikkeld als ze zijn in hun gehechtheid aan bestaan; zoals een wig gedreven wordt door gebruik te maken van een wigvormig instrument, zo leiden we ze naar een achterlaten (van hun gehechtheid aan bestaan).

154. Wanneer we de wereld constant beschouwen als een lijk dat als door magie tot leven is gebracht, of als een machine, of als een droom, of een lichtflits, of een wolk, dan wordt dat voortgaan door de drievoudige wereld tot de grond toe afgebroken, en zijn we bevrijd.

155. Hier (in die bevrijdde staat) zijn geen gedachtenconstructen; ze zijn als een beeltenis aan de lucht. Wordt alles zo begrepen, dan hoeft er niets gekend te worden.

156. Hier (in die bevrijdde staat) is er niets dan gedachtenconstructen (vikalpa) en naam (nama). Tevergeefs zoek je naar individuele kenmerken; de skandhas zijn als dat haarnet waarin onderscheid-aanleggen maar voort en voort gaat.

157. Een menigvuldige wereld is een haarnet, een visioen, een droom, de stad van de Gandharvas; ze is als een vuurwiel, als een luchtspiegeling; ze is een niet-entiteit, niet meer dan een gestalte die aan mensen verschijnt.

158. Eeuwigheid en niet-eeuwigheid, en eenheid, en dualiteit, en niet- dualiteit - al dit wordt onderscheiden door de onwetenden wier geest in tumult verkeert, door hen die vanaf de tijd zonder begin geketend zijn aan foutief denken.

159. Weerspiegelingen worden waargenomen in een spiegel, in water, in een (metalen) pot, en in een edelsteen; hierin kan echter nergens een (werkelijkheid hebbend) beeld vastgegrepen worden.

160. Als een luchtspiegeling, zo is de menigvuldigheid der dingen; het zijn schijngestalten; ze tonen zich in velerlei gedaanten, maar ze zijn niet meer dan het gedroomde kind van een onvruchtbare vrouw.

Tekst 32

Toelichting bij tekst 31

In dit gedeelte wordt opnieuw uitgehaald naar "de geleerden". Bedenk dat hier een categorie religieus-filosofisch ingestelde asceten en priesters werd bedoeld die in de tijd van het ontstaan van de Lanka furore maakten in India, alhoewel van een aantal onder hen de preciese omschrijving van hun doctrine verloren zou kunnen zijn gegaan.

- "... haarnet noch een fenomeen, noch een niet-fenomeen, want het is gezien en toch niet gezien." In deze zin wordt gedemonstreerd dat de Enkel-Bewustzijn-traditie geen nihilisme predikt: een verbeeld haarnet bestaat niet in materieele zin, echter, het bestaat wel degelijk als een manifestatie van bewustzijn. Daar bewustzijn echter "zijnsloos" is, sunyata, kan er als gevolg niet gesproken worden in categorieen van bestaan en niet-bestaan.

- "... niet niet-juwelen." Deze kromme bewoording moet wel gehandhaafd blijven omdat ze behoort bij een fameus tetralemma, voor het eerst gebruikt door Shakyamuni Boeddha en in later eeuwen herhaald door groten zoals Nagarjuna (1e/2e eeuw). Twee welbekende tetralemma die Nagarjuna in zijn Mulamadhyamakakarika (Zangen over de Wortels van het Midden) aanvoerde gaan als volgt:
"Omdat een ding dat bestaat, of niet bestaat, of tegelijktertijd bestaat en niet bestaat niet aantoonbaar is, kun je toch niet spreken over een producerende oorzaak!" We hebben hier 1. bestaan, 2. niet-bestaan, 3. bestaan-niet-bestaan, en - impliciet - 4. noch-bestaan-noch-niet-bestaan, hetgeen in feit niets anders is dan een herhaling van 3. Het tweede voorbeeld:
"Een ziener bestaat noch afgescheiden van, noch niet-afgescheiden van het zien; hoe kun je derhalve spreken over zien, of over een object dat gezien wordt!"

- "Ik herhaal het, Mahamati, ..." De leer van de Transformatie-Boeddha is hier een beleefde verwijzing naar het nog onvolledige denken der Grote Toehoorders.

- "... er is de weerspiegeling van bomen ...". Zie hiervoor eerdere aantekeningen over de (on)mogelijkheid fenomenen in de wereld te benoemen. Deze zinsnede is daar een illustratie van en spreekt opnieuw over het sunyata zijn van alle wezens en dingen.

- "Zo ook zijn de noties ... zowel onderscheidingen in en van het Zelf-Bewustzijn als van gewoontepatronen." Ook deze regel toont de intrinsieke eenheid van het absolute en het relatieve, of in deftige Sanskriet-termen, van paramartha en samvriti satya. Het is opnieuw een illustratie van de Hart Soetra's belangrijkste regel: vorm is sunyata, en sunyata is vorm.

- De vijf geledingen van een syllogisme staan in het Boeddhisme bekend als: propositie (pratijna), reden of voorwaarde (hetu), voorbeeld (udaharana), toepassing (upanaya), en conclusie (nigamana). Aangenomen mag worden dat deze vorm van argumenterenstamt uit de Sarvastivada-traditie op welks schema de Himalaya-traditie nog steeds debatteert.

- "155. Hier (in die bevrijdde staat) zijn geen gedachtenconstructen, ..." en
"156. Hier (in die bevrijdde staat) is er niets dan gedachtenconstructen ..."
Beide verzen moeten tesamen gelezen worden. Wanneer we vers 155 als een op zichzelf staande uitspraak zouden lezen, zou er de idee ontstaan dat de Enkel-Bewustzijn-trend totale nietsheid of nihilisme predikt. Echter, vers 155 zegt dat in gedachtenconstructen geen "ens" valt waar te nemen, terwijl vers 156 zegt dat we nochthans niet over "geen-gedachtenconstructen" kunnen spreken waar er niet zoiets als gedachtenconstructen is, of wordt waargenomen, of verbeeld - hoewel het "ens-loos" is.


Tekst 32