LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 29

Toen stelde Bodhisattva-mahasattva Mahamati de Gezegende opnieuw een vraag: Gezegende, vertelt u mij alstublieft over het afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan van alle dingen, opdat wij Bodhisattva-mahasattvas de aard van voorwaarden en condities kunnen inzien. En wanneer we dan het onderscheiden naar eeuwigheids- respectievelijk vernietigingsleer hebben afgeworpen zijn we in staat om ook het onderscheiden naar geleidelijk, danwel gelijktijdig ontstaan van alle fenomenen af te werpen.

De Gezegende antwoordde: Mahamati, er zijn twee voorwaardelijke (of conditionerende) factoren die alle dingen doen ontstaan: intern en extern. Mahamati, de externe factoren zijn (bijvoorbeeld) een klompje klei, een stokje, een (pottenbakkers)wiel, touw, water, een arbeider en zijn werk - al deze dingen samen veroorzaken het ontstaan van een pot.
Mahamati, zoals het gaat met die pot die gemaakt is uit een klompje klei, of zoals het gaat met stof die geweven wordt uit garen, of met een mat die gevlochten is uit geurig gras, of met een spruit die ontstaat uit zaad, of met verse boter die door een man vervaardigd wordt wanneer hij met zijn eigen handen melk karnt, zo gaat het met alle dingen: als gevolg van externe voorwaarden verschijnen ze de een na de ander, in een ononderbroken opeenvolging.
Mahamati, met de interne oorzakelijke factoren bedoel ik onwetendheid, verlangen, en handelen; die drie tesamen vormen ons idee van oorzakelijkheid. Als gevolg van deze drie manifesteren zich de skandhas, de dhatus, en de ayatanas; het zijn geen separate entiteiten, hoewel de onwetende ze wel als zodanig ziet.

Welnu, Mahamati, er zijn zes (vormen van) voorwaarden en condities: - de mogelijkheids-voorwaarde, - de afhankelijkheids-voorwaarde, - de objectieve voorwaarde, - de handelende voorwaarde, - de manifesterende voorwaarde, en - de gelijkmoedigheids-voorwaarde.
Mahamati, met mogelijkheids-voorwaarde bedoel ik dat wanneer zo'n voorwaarde (niet langer latent, maar) resultaat-brengend is, er interne en externe fenomenen aan het licht komen. Met afhankelijkheids-voorwaarde bedoel ik dat zodra latente condities effectief worden, er zowel interne als externe skandha-zaden verrijzen. Verder bedoel ik met objectieve voorwaarde dat, gebonden als ze is door de wereld-van-objecten, (het bewustzijn) voortdurend (in) actie is. Dan, Mahamati, met handelende voorwaarde bedoel ik dat, als in het geval van een regerend vorst, een conditie (of voorwaarde) die op dat moment oppermachtig is zich manifesteert. Met manifesterende voorwaarde bedoel ik dat, zodra het vermogen tot onderscheid-aanleggen verrijst, het onmiddellijk individuele kenmerken in het daglicht stelt, zoals een brandende lamp vormen in het schijnsel zet. En dan, met gelijkmoedigheids-voorwaarde bedoel ik dat wanneer er een uiteenvallen of vergaan is (van een ding of een wezen), daarmee gelijktijdig de kracht om dingen samen te stellen ophoudt, en dan verrijst er een geestestoestand van niet-onderscheiden.

Mahamati, dit is het resultaat van het onderscheid-aanleggen zoals de onwetenden en eenvoudigen van geest dat doen, en er is geen geleidelijk of gelijktijdig verrijzen van bestaan. Waarom niet? Wel, zou er een gelijktijdig verrijzen van het bestaande zijn, dan zou er geen verschil zijn tussen oorzaak en gevolg; dan zou over niets gesproken kunnen worden in termen van "oorzaak". Nemen we aan dat er een geleidelijk ontstaan is, dan is er geen substantie die individuele kenmerken bij elkaar houdt; daarom is geleidelijk ontstaan onmogelijk. Mahamati, zolang een kind nog niet geboren is, kun je niet spreken van een vader. De logici beweren dat datgene dat geboren is en datgene dat geboorte geeft er zijn op basis van een wederzijds functioneren van oorzakelijke factoren als daar zijn: oorzaak, een levens-onderhoudende factor, voortgang, versnelling (van bv. het geboorteproces), en andere zaken; zij concluderen vervolgens dat er een geleidelijk ontstaan van het bestaande is. Maar, Mahamati, hun idee over geleidelijk ontstaan kan alleen maar stand houden wanneer je ferm gehecht bent aan de notie van zelf-aard. Wanneer je (concepten als) lichaam, eigenschap, en verblijfplaats koestert - terwijl deze toch niet meer zijn dan manifestaties van Bewustzijn zelve, dan zie je de buitenwereld in zijn aspecten van individualiteit en algemeenheid, aspecten die, overigens, geen werkelijkheden genoemd kunnen worden. Derhalve is noch een geleidelijk, noch een gelijktijdig ontstaan van fenomenen mogelijk. (Er kan slechts gesproken worden van geleidelijk of gelijktijdig ontstaan) wanneer het bewustzijn operatief is vanwege onderscheid-aanleggen dat verschil maakt tussen fenomenen die (op zich) niets meer dan geestesmanifestaties zijn. Daarom, Mahamati, moet je er naar streven om ideeen over geleidelijkheid en gelijktijdigheid van oorzakelijke activiteiten opzij te schuiven. Want dit wordt er gezegd:

140. Oorzakelijkheid is nooit de reden van geboren worden of sterven; wanneer het onderscheiden oorzakelijkheid waarneemt, neemt het geboorte en dood waar.

141. De concepten van geboren worden en sterven zijn niet afgescheiden van dat van oorzakelijkheid - waar de onwetende zo aan hangt.

142. Het bestaan en niet-bestaan van dingen, onderhevig aan oorzakelijkheid, heeft geen werkelijkheidswaarde; de drievoudige wereld dankt zijn bestaan aan het (Opslag-)bewustzijn dat in turbulentie wordt gehouden door gewoontepatronen.

143. Dingen bestaan zelfs niet, wat zal er dan geboorte vinden! In (de leer van) afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan is niets verloren; zolang de samengestelde dingen (samskrta) worden beschouwd als waren ze het kind van een steriele vrouw, of een bloem aan de lucht, zolang ziet men dat zowel het grijpen-naar als dat waarnaar gegrepen wordt een (mentale) aberratie is, waarvan men zich distantieert.

144. Niets zal geboren worden, noch is er iets dat geboren is - zelfs oorzakelijkheid vond geen geboorte; het is slechts om op relatief niveau te kunnen communiceren dat van dingen wordt gezegd dat ze geboren zijn.

Tekst 30

Toelichting bij tekst 29


- In dit tekstgedeelte wordt gesproken over afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan (pratityasamutpada), en over voorwaarden en condities (hetu- pratyaya). De leer van afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan mag verondersteld worden bekend te zijn bij de lezer van deze soetra; met voorwaarden en condities kan het iets anders liggen. De component hetu betekent "dat waarmee een resultaat wordt bereikt of vastgesteld"; pratyaya moet geinterpreteerd worden als een "bijkomende oorzaak". Hetu wordt ook "reden" genoemd, en pratyaya "oorzaak". Hetu is bijvoorbeeld het wortelstelsel van een boom; pratyaya is het water dat voorwaardelijk is voor de groei van die boom. Boeddhisme wijst oorzakelijkheid af wanneer er mee bedoeld wordt dat iets voortkomt, of geboren wordt uit een enkel ander ding. Boeddhisme heeft het derhalve nooit over een Eerste Oorzaak. De termen hetu en pratyaya zijn nagenoeg synoniem; ze komen altijd samen voor en worden hier omschreven met "voorwaarden en condities". Voor het aan het licht komen, bestaan, en weer verdwijnen van wat voor fenomeen dan ook zijn altijd meerdere factoren essentieel, de tweede alinea van dit tekstgedeelte geeft daarvan een voorbeeld. Op een dag vroeg een niet-boeddhistische Indiase asceet aan een van Boeddha's verlichtte nonnen: Het Ene, wat is dat. Zij antwoordde: Alle dingen bestaan op basis van voeding. Toen de Boeddha van dit gesprek verslag werd gedaan zei hij: ik had zelf net zo geantwoord. Het Ene, zegt Boeddhisme, is een concept dat aantoonbaar onhoudbaar is, daarentegen is afhankelijk, voorwaardelijk bestaan, voorwaarden en condities wel een verifieerbaar feit.

- "... skandha-zaden ...". Hierbij moet u denken aan zoiets als embryonaire vormen van lichaam en de andere vier constituerende onderdelen van deze Vijfvoudige Groep van Hechten.

- "... een geestestoestand van niet-onderscheiden." Hiermee is de aap uit de mouw: het verwerpen van onderscheid-aanleggen wordt niet zomaar aanbevolen, het doel is niet zomaar een gedachtenloze geestestoestand bereiken, of het is niet zomaar een geesteshouding aankweken waarin we kunnen zeggen dat "alle voordeel zijn nadeel heb", en omgekeerd, nee, niet-onderscheiden is het vlotte en vaardige middel dat leidt tot gelijkmoedigheid van geest, een geesteshouding waarmee het zoet en het zuur dat leven met zich brengt verdragen kan worden.

- "... gelijktijdig verrijzen ...". Wat hier bedoeld wordt is een tegelijkertijd aan het licht komen van, bijvoorbeeld, zowel het zaad als de plant die eruit tevoorschijn komt. Wat in deze en volgende alineas wordt besproken is de onmogelijkheid van oorzakelijkheid - zie boven.

- "Nemen we aan dat er een gelijdelijk ontstaan is, dan is er geen substantie ...". Die substantie zou dan zo'n vaste, eeuwigdurende kern moeten zijn die als bindende factor alle veroorzaakte dingen bijeenhoudt.

- "144. Niets zal geboren worden, ..." Nogmaals, waar er geen ens is, daar is naar laatste analyse geen geboorte, dood, of oorzakelijkheid.

Tekst 30