LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 27

Toen zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati tot de Boeddha: Nu spreekt de Gezegende in de soetras over de Tathagatagarbha (Schoot waaruit de Boeddhas voortkomen). U beschrijft het daar als van nature helder en zuiver, als in zijn oorspronkelijke staat onbevlekt, als toegerust met de twee-en-dertig uitmuntende kentekenen (van een Groot Wezen, Mahapurusha), als een kostbare edelsteen verborgen in ieders lichaam, als ware die edelsteen verpakt in een vies vod, verpakt in de skandhas, dhatus en ayatanas, en bezoedeld door het vuil van hebzucht, boosheid, dwaasheid, en fanseren. Tegelijkertijd beschrijft de Gezegende het als eeuwig, permanent, een verheven (voor-)teken, en onveranderlijk. Is de Tathagatagarbha zoals verklaard door de Gezegende dan niet hetzelfde als de ego-substantie die de geleerden postuleren? Het ego, het zelf zoals de geleerden dat postuleren is (immers) een eeuwige schepper, zonder kwalificatie, al-aanwezig, en onvernietigbaar.

De Gezegende antwoordde: Nee, Mahamati, mijn Tathagatagarbha is niet hetzelfde als het zelf dat geleerden naar voren schuiven. Mahamati, de Tathagatagarbha zoals de Zo-Gekomenen dat onderwijzen is-gelijk ledigheid (sunyata), is-gelijk de grens aan de realiteit (bhutakoti), is nirvana, ongeboren, niet gekwalificeerd, en ontdaan van enige intentie (tot ontstaan, resp. handelen of evolueren). De reden waarom de Tathagatas, die Arhat zijn en Volmaakt Verlicht, de leer omtrent de Schoot-waruit-alle-Boeddhas-voortkomen uiteenzetten is om er voor te zorgen dat de onwetenden hun angst opzij zetten en naar de leer omtrent niet-zelf luisteren, opdat ook zij de staat van niet-onderscheiden en zonder-beelden-zijn zullen bereiken. Mahamati, ik wens bovendien dat ook de Bodhisattva-mahasattvas van het heden en uit de toekomst niet zullen hechten aan het idee van een zelf.Mahamati, ik geef een andere vergelijking, die van een pottenbakker die uit een of andere kleisoort met zijn eigen handen, en met behulp van een rotting, water en touw een varieteit aan potten bakt. Zo ook prediken de Tathagatas de zelfloosheid in alle dingen, waardoor alle sporen van onderscheid-aanleggen verdwijnen, met behulp van een menigte aan vlotte en vaardige middelen die ontspringen aan hun alles-overstijgende wijsheid. Dat wil zeggen, soms onderwijzen ze de Tathagatagarbha en soms hebben ze het over zelfloosheid; net zoals een pottenbakker diverse hulpmiddelen gebruikt, zo gebruiken de Tathagatas een varieteit aan vaktermen, uitdrukkingen en synoniemen. Daarom, Mahamati, is de doctrine der geleerden niet identiek aan de leer omtrent de Tathagatagarbha. En daarom ook, Mahamati, wordt de leer over de Tathagatagarbha aan het licht gebracht opdat de geleerden ontwaken uit hun hechten aan het idee van zelf, opdat die geesten die ten prooi zijn gevallen aan de opinie dat het niet bestaande zelf (bestaat en) werkelijk is, en die bovendien denken dat de drievoudige bevrijding het ultieme doel is, snel tot de staat van Volmaakte Verlichting zullen ontwaken. In overeenstemming met wat ik hierover zei onderwijzen de Tathagatas die Arhats zijn, en Volmaakt Verlicht, de leer omtrent de Tathagatagarbha die niet gekend mag worden als identiek aan de geleerden's noties over een zelf- of ziels-substantie. Daarom, Mahamati, moet je je, teneinde de verkeerde gedachtengang van de geleerden terzijde te stellen, wijden aan de leer omtrent (zowel) niet-zelf als die over de Schoot-waaruit-de-Boeddhas-voortkomen.

Toen reciteerde de Gezegende het volgende vers:
139. Persoon of ziel, voortgang (doorheen samsara), de skandhas, ontstaan, atomen, het Hoogste Zelf, de heerser (zijnde de Al-ziel of vergelijkbare concepten), de schepper - al deze zijn volgens de Enkel-Bewustzijn-traditie (niet meer dan) geestes-onderscheidingen.

Toelichting bij tekst 27

- "de Tathagatagarbha ... is-gelijk ledigheid (sunyata), is-gelijk de grens aan de realiteit (bhutakoti)." Zie hiervoor een van de voorgaande aantekeningen waar gezegd wordt dat de verlichtings-ervaring zelf het ultieme, absolute is, en dat deze ervaring niet instrumenteel is tot het bereiken van iets dat daar dan weer achter zou moeten liggen. Kortom, zegt de Boeddha-Dharma, de ervaring is het, helemaal; daaraan is geen voorbij. De ervaring die ontstaat als gevolg van het waar maken van sunyata is de grens aan de realiteit; de geest vermag daaraan voorbij niets anders waar te nemen - tenzij we ons overgeven aan fantaseren en in onze geest een Al-ziel, een schepper enzomeer gaan samenstellen uit geestes-materiaal dat net zo illusoir is als het concept dat we onszelf willen opdringen. Overigens vinden we in de Srimala soetra een nagenoeg identieke beschrijving van de Tathagatagarbha: "Maar, Heer, de Tathagatagarbha is ongeboren, vergaat niet, noch sterft ze om daarna weer wedergeboren te worden. ...
De Tathagatagarbha is permanent, constant, eeuwig." Hiermee is niet gezegd dat de visies van de Srimala en de Lanka hetzelfde zijn. In de Srimala komt bijvoorbeeld het woord sunyata niet voor, noch de term bhutakoti. Wat volgens velen de waarde van de Srimala is, is dat het concept "Schoot-waaruit-de-Boeddhas-voortkomen" een vlot en vaardig middel is waarmee diegenen die bang zijn voor een verlies van het precieuze zelf over de streep getrokken kunnen worden via de gedachte dat er toch "iets" is, n.l. die Schoot (garbha). Zo kunnen ze geleid worden tot de leer van niet-zelf die alle dingen mogelijk maakt.
Het concept wordt overigens ook aangetroffen in de Ratnagotra-vighaga sutra of -shastra, die, zegt de traditie, de toekomstige Boeddha Maitreya werd onderwezen aan Asanga - en Asanga is degeen die de auteur(s) van de Lanka nog wel het meest bewondert.
Het is binnen het kader van de Lanka niet erg zinvol verder in te gaan op aard en doel van de Srimala soetra, noch op de Ratnagotra-vibhaga; laten we slechts bedenken dat diegenen die de vier bodhisattva-geloften voor leke-boeddhisten hebben opgenomen, plechtig beloofd hebben om "alle Dharma-deuren te openen", d.w.z. om met open vizier alle mogelijke Dharma-benaderingen tegemoet te treden, maar ... in wezen is het verwonderlijk dat een "compleet afgeronde leer", zoals dat in vaktermen heet, d.w.z. de doctrine van de Lanka, de leer rond de Tathagatagarbha er als het ware met de haren bij sleept; de soetra had het zonder kunnen stellen en was daardoor niet minder volledig of geslaagd geweest.
Dat gezegd zijnd moet er ook aan herinnerd worden dat Huang Po (Huangbo), de stamvader van Lin-chi Ch'an (of Rinzai zen) de Tathagatagarbha besprak, en wel om er "gehakt van te maken". In zijn "Doctrine van Universeel Bewustzijn" zegt hij: "In de Schoot-waaruit-de-Boeddhas-Voortkomen is er niets dat ook maar enigszins tastbaar of ervaarbaar is."


Tekst 28

Toen dacht Bodhisattva-mahasattva aan toekomstige generaties en vroeg de Gezegende het volgende: Gezegende, vertelt u mij alstublieft over de discipline, over de perfectionering die Bodhisattva-mahasattvas grote yogins doet worden.

De Gezegende antwoordde: Mahamati, om een groot yogin te worden moeten zij vier dingen perfectioneren: - Goed begrijpen dat alles dat wordt waargenomen bewustzijn zelve is; - afrekenen met ideeen over ontstaan, bestaan, en verdwijnen; - zien dat er geen externe (,buiten het bewustzijn bestaande) wereld is; en - innerlijke realisatie zoeken door nobele wijsheid in te zetten. Wanneer Bodhisattva-mahasattvas deze dingen bezitten worden ze grote yogins.

Mahamati, hoe verwerft een Bodhisattva-mahasattva een goed begrip van het feit dat alles dat wordt waargenomen bewustzijn zelve is? Hij verwerft dit begrip door in te zien dat de drievoudige wereld bewustzijn zelve is, dat er geen zelf is, noch iets dat daartoe gerekend zou kunnen worden; hij begrijpt dat die drievoudige wereld moeiteloos is, zonder komen en gaan; hij begrijpt dat deze drievoudige wereld, onder invloed van sinds onheugelijke tijden opgeslagen gewoontepatronen - ontstaan als gevolg van foutief redeneren en fantaseren - manifest gemaakt wordt en gestalte krijgt als waren ze echt. Hij begrijpt dat er in de drievoudige wereld een veelvoud aan objecten en handelen is, verwant met, nee, hetzelfde als ideeen over onderscheid-aanleggen tussen bijvoorbeeld lichaam, eigenschap, en verblijfplaats. Zo, Mahamati, verwerft de Bodhisattva-mahasattva een goed begrip van het feit dat alles dat wordt waargenomen bewustzijn zelve is.

Mahamati, hoe rekent de Bodhisattva-mahasattva af met ideeen over ontstaan, bestaan, en verdwijnen? Hiermee bedoel ik dat van alle dingen bedacht moet worden dat ze geboren zijn uit een visioen of een droom, en dat ze nooit geschapen zijn daar er niet zoiets is als "zelf", "ander", of "zowel zelf als ander". De Bodhisattva-mahasattvas zullen inzien dat wat externe wereld wordt genoemd slechts bestaat in de zin zoals de Enkel-Bewustzijn-leer dat beschrijft. Ze zien in dat de bewustzijnen onbewogen zijn en dat de drievoudige wereld een gecompliceerd netwerk van voorwaarden en condities is, ontstaan vanwege onderscheid aanleggen. Als gevolg zien ze dat geen ding, of het nu binnen is of buiten, in aanmerking komt voor predikaat-geving. Ze zullen zien dat niets het predikaat zelf-aard verdient en dat je van de wereld niet kunt zeggen dat ze "ontstaan" is. Dat ziend zullen ze zich conformeren aan het inzicht dat dingen slechts visioenen en dergelijke zijn, en zullen ze gaan erkennen dat dingen ongeboren zijn. Zich op het achtste van de (tien) bodhisattvastadia vestigend zal in hun bewustzijn een ommekeer plaatsvinden. Dat zal plaatsvinden doordat ze het Opslagbewustzijn, het denkbewustzijn, en het superviserende bewustzijn zullen overstijgen, evenals de vijf dharmas, de svabhavas en het tweevoudige niet-zelf. Dan zullen ze het geest-geproduceerde-lichaam (manomayakaya) verwerven. Zo, Mahamati, zullen de bodhisattva-mahasattvas de ideeen over ontstaan, bestaan, en verdwijnen achterlaten.

Mahamati zei: Gezegende, wat wordt bedoeld met geest-geproduceerd-lichaam?
De Gezegende antwoordde: het betekent dat men zich supersnel en zonder obstakels te ontmoeten kan verplaatsen waarheen men dat ook wil - vandaar dat het "wilslichaam" wordt genoemd. Bijvoorbeeld, dankzij die wil kan iemand, wanneer hij zich omgevingen voor de geest haalt die voordien zijn herinnering binnendrongen, zonder obstakels te ontmoeten afstanden afleggen over bergen, muren, rivieren, bomen en dergelijke meer, zelfs al bevinden die objecten zich op honderdduizenden yojanas afstand. Tegelijkertijd gaat zijn normale geestesactiviteit gewoon door, zonder enige interruptie, zonder dat die bewustzijnsfunctie ergens door gehinderd wordt. Zo ook, Mahamati, zal het wilslichaam, zodra het de samadhi genaamd illusie-(maya)gelijk is binnengegaan, en zodra het merktekens bezit zoals de (10 Boeddha en Bodhisattva) krachten, de supranormale vermogens en controle over het zelf, geboren worden in de nobele praktijken en temidden van de bijeenkomsten (rond de Boeddhas). Daar zal dat wilslichaam, als gevolg van een herinneren van zowel oorspronkelijke geloften als van de werelden waarin het voordien verbleef, vrijelijk overal heen kunnen gaan teneinde wezens te doen groeien (in de Dharma).

Vervolgens, Mahamati, wat bedoel ik wanneer ik zeg dat de Bodhisattva-mahasattva een goed begrip heeft van het niet-bestaan van externe (,buiten het bewustzijn bestaande) objecten? Dat betekent, Mahamati, dat alle dingen zijn als een luchtspiegeling, een droom, een haarnet aan de lucht zoals mensen met staar dat menen te zien. En ziend dat alle dingen hier zijn vanwege ons hechten aan dat gewoontepatroon genaamd onderscheid aanleggen, dat als gevolg van foutief verbeelden en gissen vanaf de tijd zonder begin tot rijping is gekomen, zullen de Bodhisattva-mahasattvas de zelf-realisatie nastreven die behaald kan worden door nobele wijsheid in te zetten. Mahamati, toegerust met deze vier dingen zullen de Bodhisattva-mahasattvas grote yogins worden. Daarom, Mahamati, beoefen deze weg.

Toelichting bij tekst 28

- "... de bewustzijnen onbewogen zijn ...." Tot hiertoe werd gesteld dat de bewustzijnen in constante flux zijn, aangewakkerd door de "winden veroorzaakt door het waarnemen van objecten" die op hun beurt veroorzaakt worden door het onderscheid aanleggen. Daar echter ook de bewustzijnen substantie missen, moet ook van bewustzijnen in laatste instantie gezegd worden dat ze, bij afwezigheid van iets waar een predikaat als "zelf", "kern" en dergelijke, niet opgeplakt kan worden, noch komen ze in aanmerking voor predikaten als "niet-bestaan", of "bestaan-en-noch-bestaan".

- Een yojana was een afstandsmaat.

Tekst 29