LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 26

Mahamati, die bodhisattvas wier begrip van de aard van het Opslagbewustzijn en de bewustzijn's diepe gronden heeft bereikt, bodhisattvas die weten wat het superviserende bewustzijn, de vijf dharmas, de svabhavas en het tweevoudige zelfloos zijn inhouden zullen, om anderen goed te doen, verschillende gedaanten aannemen, vergelijkbaar met die verbeeldde gestalten die ontstaan zolang er geen overstijgen van relatieve kennis is. Je kunt het ook vergelijken met het mysterieuze juweel dat een veelvoud aan kleuren reflecteert. Naar alle Boeddhalanden en bijeenkomsten (rond de Boeddhas) gaand zullen de bodhisattvas naar de Boeddhas luisteren, ze zullen spreken over het als een visioen, een droom, een illusie, een reflecie, de illusoire weerspiegeling van de maan in het water zijn van alle dingen, wetend dat niets ook maar iets van doen heeft met geboren-worden-en-dood, met de eeuwigheidsleer of met de vernietigingsleer. Wanneer de bodhisattvas van aangezicht tot aangezicht staan met de Tathagatas zullen ze luisteren naar hun leringen over die waarheid die niet gevonden wordt in de Voertuigen van de Toehoorders en Zelf-Verlichtten. Dan zullen ze honderd-duizend samadhis verwerven, ja zelfs honderd-duizend niyutas van kotis samadhi. En in deze samadhis verblijvend zullen ze van het ene land naar het ander gaan. Daar zullen ze de Boeddhas eer bewijzen; ze zullen in hemelse sferen wedergeboorte vinden en daar zullen ze spreken over Het Drievoudige Juweel, en Boeddhalichamen aannemen. Omringd door Toehoorders en Bodhisattvas zullen ze hen, teneinde hen te bevrijden van de tegengestelden "bestaan" en "niet-bestaan", instructies geven, opdat dezen een diepgaand begrip krijgen van wat bedoeld wordt met de wereld-van-objecten die niets anders is dan Bewustzijn zelve, en waarin "werkelijkheden", "realiteiten" afwezig zijn.

Daarna reciteerde Boeddha het volgende vers:
136. Wanneer de Boeddha-geborenen zien dat de wereld niet meer dan Bewustzijn zelve is, zullen ze een transformatie-gestalte aannemen, een gestalte die (echter) niet geboren is uit iets anders, maar toch voorzien is van de (10 Boeddha- en Bodhisattva-) krachten, de supranormale vermogens, en controle over die eigen gestalten.

Toen stelde Bodhisattva-mahasattva Mahamati de Boeddha opnieuw een vraag.
Vertelt u mij, Gezegende, hoe zijn alle dingen ledig (sunyata), ongeboren, niet-twee; hoe zijn ze zonder zelf-aard; vertelt u mij dit opdat ik en de andere Bodhisattva-mahasattvas ontwaken tot die leerstukken inzake ledigheid, niet-geboren-zijn, niet-tweeheid en de afwezigheid van zelf-aard, zodat wij, het onderscheiden tussen bestaan en niet-bestaan achterlatend, snel de verhevenste verlichting behalen.

Toen zei de Gezegende tot Mahamati: Goed, Mahamati, luister goed en overdenk wat ik ga zeggen.
Bodhisattva-mahasattva Mahamati antwoordde, Gezegende, dat zal ik doen.
De Gezegende zei: Ledigheid! Ledigheid! Mahamati, dit is een expressie waarvan de zelf-aard (niet meer dan) verbeelding is. Mahamati, omdat we gehecht zijn aan verbeelding voelen we ons genoodzaakt te spreken over ledigheid, over niet-geboren-zijn, over niet-dualiteit, en over afwezigheid van zelf-aard. Goed dan, er zijn zeven vormen van sunyata (ledigheid). Ze zijn: de afwezigheid van individuele kenmerken (lakshana), de afwezigheid van zelf-aard (bhavasvabhava), de ledigheid die niet-handelen is (apracarita), de ledigheid die handelen is (pracarita), de ledigheid van alle dingen in hun aspect van onvoorspelbaarheid (nirabhilapya), de ledigheid naar zijn hoogste betekenis als verhevenste realiteit die alleen waar gemaakt kan worden met behulp van nobele wijsheid, en de ledigheid van onderling vergelijken (itaretara) als zevende.

Mahamati, wat is de ledigheid van individuele kenmerken (lakshana)? Het betekent dat geen ding zoiets heeft als een kenmerk van individualiteit en algemeenheid. Wanneer we kijken naar wederzijdse relaties en opeenstapeling (van processen als gevolg daarvan, lijken dingen waar en echt), maar bij nadere beschouwing zijn ze niet-bestaand, en kan er ook niet van gezegd worden dat ze (in de toekomst) individualiteit of algemeenheid (zullen) hebben. En omdat concepten als zelf, anders, of zowel-zelf-als-anders bij nader inzien geen steek houden, daarom kunnen we niet langer spreken over individuele kenmerken. Daarom wordt er gezegd dat geen ding een kenmerk van individualiteit of algemeenheid heeft.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid van zelf-aard (bhavasvabhava)? Mahamati, dat betekent dat alle dingen naar hun ware aard ongeboren zijn, derhalve is er geen zelf-aard. Daarom wordt er gezegd dat dingen ledig zijn van zelf-aard.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid die niet-handelen is (apracarita)? Het betekent dat de skandhas nirvana zelve zijn, en dat er (derhalve) daarin vanaf het begin zonder begin geen handelen is. Daarom spreekt men over de ledigheid die niet-handelen is.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid die handelen is (pracarita)? Dat betekent dat de skandhas en dat wat daartoe gerekend kan worden substantieloos, zelfloos zijn. Het betekent dat ze doorgaan te functioneren als gevolg van de interactie tussen voorwaarden en handelen. Derhalve spreekt men over de ledigheid die handelen is.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid van alle dingen in hun aspect van onvoorspelbaarheid (nirabhilapya)? Het betekent dat de aard van het fantaseren niet in woorden valt uit te drukken; vandaar dat alle dingen ledig zijn in hun aspect van onvoorspelbaarheid - zo spreekt men daarover.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid naar zijn hoogste betekenis als verhevenste realiteit die alleen waar gemaakt kan worden met behulp van nobele wijsheid? Dit betekent dat in het bereiken van een innerlijke realisatie, die plaats vindt dankzij nobele wijsheid, er geen spoor is van gewoontepatronen voortgekomen zijnd uit verkeerde voorstellingen van zaken. Daarom spreekt met over de hoogste betekenis van de verhevenste realiteit, waar te maken met behulp van nobele wijsheid.

Mahamati, wat wordt bedoeld met de ledigheid van onderling vergelijken (itaretara)? Dat betekent het volgende: wanneer een ding hier ontbreekt, zegt men dat het daar ledig is. Bijvoorbeeld, Mahamati, in de hal van samenkomst in het Hertenpark (in Benares) zijn geen olifanten, geen ossen, en geen schapen. Maar monniken, daarvan kan ik zeggen dat die aanwezig zijn in deze hal; die hal is slechts ledig voor zover het de dieren aangaat. Verder is het zo, Mahamati, dat je niet kunt zeggen dat deze hal van samenkomst geen eigen kenmerken heeft, noch dat het de monniken ontbreekt aan monnikschap, noch dat er op andere plaatsen geen olifanten, ossen en schapen zijn. Mahamati, dit is dus de dingen bezien naar hun aard van individualiteit en algemeenheid. Echter, bezien vanuit het standpunt van wederzijds vergelijken bestaan sommige dingen (wel hier maar) niet ergens anders. Zo spreken we dan over de ledigheid van onderling vergelijken.

Mahamati, dit zijn de zeven vormen van ledigheid, en onder hen komt (ledigheid van) onderling vergelijken op de laagste plaats; verwerp ze.

En dan, Mahamati, is het niet zo dat dingen niet geboren worden, maar dat ze niet uit zichzelf geboren worden - met uitzondering van wat men in samadhi kan ervaren; dit wordt "alle dingen zijn ongeboren" genoemd. In de ultieme betekenis betekent "ongeboren zijn" geen zelf-aard hebben. Mahamati, dat geen ding zelf-aard bezit betekent dat er een voortdurend doorgaand worden is, een van moment tot moment voortgaande verandering van een fase naar een volgende. Mahamati, als je dit ziet, zie je dat geen ding zelf-aard bezit. Daarom wordt er gezegd dat dingen geen zelf-aard bezitten.

Mahamati, wat wordt bedoeld met niet-dualiteit (of niet-twee)? Het betekent dat licht en schaduw, lang en kort, zwart en wit relatieve begrippen zijn, en niet onafhankelijk van elkaar. Net zoals nirvana en samsara niet-twee zijn, zo zijn alle dingen (niet-twee). Geen nirvana zonder samsara, geen samsara zonder nirvana, want zo is het bestaande: er is geen wederzijds uitsluiten. Daarom wordt er gezegd dat dingen niet-twee zijn, zoals nirvana en samsara niet-twee zijn. Daarom, Mahamati, zou je je moeten disciplineren in de leer aangaande ledigheid, niet-geboren-worden, niet-twee, en de niet-zelf-aard.

Daarna reciteerde de Gezegende de volgende twee verzen:
137. Het enige wat ik predik is ledigheid (sunyata); het gaat voorbij de eeuwigheids- en vernietigingsleer. Samsara is als een droom en een visioen, en karma wordt nooit uitgewist.

138. Ruimte, nirvana, en de twee vormen van ophouden (nirodha) - de onwetende denkt ervan dat dit resultaatloze fenomenen zijn, maar de wijze staat boven bestaan en niet-bestaan.

Toen zei de Gezegende tot Bodhisattva-mahasattva Mahamati: Deze (leer aangaande ledigheid), niet geboren worden, niet-twee, en de niet-zelf-aard wordt in alle leerredes van alle Boeddhas gevonden; deze leer wordt in al die leerredes bevestigd. Niettemin, Mahamati, zijn de leerredes in overeenstemming met de geneigdheden van de wezens; in woorden wijken ze soms af, maar hun waarheids-bevestigende uitspraken zijn gelijk. Mahamati, vergelijk het met een luchtspiegeling die met zijn verraderlijke bronnen de herten aantrekt; de bronnen zijn er niet, maar de herten, denkend dat ze echt zijn, zijn gebonden (door dit illusoire beeld). Zo is het ook met de leringen die in soetras zijn opgenomen; ze zijn er slechts om de wezens plezier te laten beleven aan hun onderscheid- aanleggende geest. Het zijn niet de waarheids-bevestigende uitspraken die slechts met nobele wijsheid bevat kunnen worden. Daarom, Mahamati, houd je aan de betekenis en schep geen (uitsluitend) genoegen in de letter-van-de-leer.

Toelichting bij tekst 26

- "verbeeldde gestalten." We denken dat we kennen wat we zien, en we geven er namen aan, maar filosofen uit alle eeuwen hebben steeds getwijfeld; ze vroegen zich steeds af of dat wat we waarnemen wel is wat wij denken dat het is, en of de naam die we er op plakken die naam wel verdient. De Lanka en andere Mahayana geschriften maken korte metten met die twijfel: alles is slechts een verbeeldde manifestatie, alles is in en uit bewustzijn zelve - en daar bewustzijn alles omvat, of alles is, kan er daarbuiten eenvoudigweg niets anders zijn. Maak niet de fout "bewustzijn" als een "iets" te gaan beschouwen, het is maar bij wijze van spreken.

- "niyutas van kotis." afstands en inhoudsmaten zoals die eeuwen geleden werden gehanteerd en nu verloren zijn gegaan.

- "Het Drievoudige Juweel." De Boeddha, de Leer, en de Communiteit.

- "Boeddha-geborenen." Op een niveau kunnen we dit begrijpen als, bijvoorbeeld, "waterratten" bij het denken aan perfecte menselijke zwemmers. Op een ander niveau moeten we denken aan Boeddha is-gelijk de Dharmadhatu, en aan alle fenomenen als manifestaties van die Dharmadhatu. Daar de Lanka probeert het ongedeeld zijn van alles aan te tonen, heeft de laatste visie de voorkeur.

- "Bewustzijn zelve." Hoewel de voorgaande passages ook bewustzijn als niet-zelf, substantieloos, afschilderen, inclusief het Opslagbewustzijn, lijkt hier, in vers 136, gesproken te worden alsof Bewustzijn een entiteit is. De Lanka zo interpreteren zou deze tekst echter onrecht aandoen: het substantieloze, zo impliceert de hele soetra, doet andere substantieloze fenomenen ontstaan; ze zijn geestesmanifestaties - hoe moet je het anders beschrijven?!

- "Mahamati, dat geen ding zelf-aard bezit betekent dat er een voortdurend doorgaand worden is." Dit is voor Boeddhisten een van die geluk brengende momenten: ware er een vaste, eeuwigdurende, onveranderlijke kern in het wezen, dan was verandering, d.w.z. geboren worden, ouder worden, sterven, en wedergeboren worden niet mogelijk, dan zou het streven naar wat dan ook maar goed genoemd wordt niet mogelijk zijn; we zouden muurvast zitten door die kern, of ziel, of dat zelf. Nu er echter niets is dat ons voor eeuwig in de ene of de andere staat vasthoudt, kunnen we veranderen, kunnen we streven, zijn we in staat betere bestaansfasen te bereiken.

- "karma wordt nooit uitgewist." Deze zin en de voorgaande woorden over veranderlijkheid als een serieus te nemen zaak, zijn een herinnering aan de aanvangsleer waarin beide aspecten van de Boeddha-Dharma terecht veel aandacht krijgen. Hoewel in wat we dan het gevorderde denken zouden kunnen noemen beide niet vaak, en soms helemaal niet meer voorkomen, moet daaraan niet de conclusie verbonden worden dat ze dus niet belangrijk zijn; ze zijn even belangrijk voor een goede opbouw van begrip van de Boeddha-Dharma als het fundament dat is voor de bouw van een huis.

In dit tekstgedeelten wordt gesproken over ledigheid met als illustratie de "hal van samenkomst". Dit is nagenoeg identiek aan een passage uit de Surangema soetra. Van de schrijver van de Surangama, Paramiti, wordt aangenomen dat hij niet bestond, dat het een "nom de plume" is voor een chinees auteur, want, zo wordt gezegd, slechts een vermelding van zo'n naam in de diverse antologieen, is geen vermelding. De Lanka heeft minstens twee passages die direct verwijzen naar Paramitti's werk. Dan zijn er twee conclusies mogelijk: ofwel Lanka's auteur had weet van de Surangama soetra en bewonderde deze, of de Surangama en - althans een deel van - de Lanka werden opgetekend door een en dezelfde persoon. Zou dat laatste het geval zijn, dan bestond Paramiti al weer een beetje meer dan wordt aangenomen.


Tekst 27