LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas


Tekst 24

Verder, Mahamati, wens ik dat alle Bodhisattva-mahasattvas een diepgaand begrip hebben van de aard van de tweevoudige zelfloosheid. Mahamati, wat is dat, tweevoudige zelfloosheid? (1:) In de vijfvoudige groep van hechten (skandhas), in de elementen (dhatu), in de sferen (ayatana) is een zelf, een substantie afwezig, zijn er ook geen dingen (zoals karakteristieken) die tot zo'n substantie zouden kunnen behoren. De zintuigbewustzijnen (vijnana) ontstaan uit onwetendheid, handelen, en verlangen; ze onderhouden die functie door met behulp van de zintuigen zoals het oog enzomeer, naar objecten te grijpen, en door daar vervolgens aan vast te houden als waren die zintuiglijk waarneembare vormen echt - terwijl toch de wereld-van-objecten en lichamen manifest gemaakt wordt omdat die wereld, die toch in en uit de geest is, niets anders is dan onderscheid-aanleggen, een onderscheid-aanleggen dat zich niet buiten het (Opslag)bewustzijn bevindt. Daar er als gevolg van verbeelding (dat maar substantieloze verbeelding is) vanaf de tijd zonder begin gewoontepatronen zijn geaccumuleerd, zorgen die gewoontepatronen er voor dat deze wereld (vishaya) van moment tot moment verandert en onderhevig is aan verval en verdwijning. Zie die wereld als een rivier, als een zaadje, een lamp, als de wind, als een wolk. Zie die wereld (als een manifestatie van Bewustzijn zelve) als een rusteloze aap, als een vlieg die voortdurend op zoek is naar vuil en vieze plaatsen; ze is als een vuur dat voortdurend gevoed moet worden, of vergelijk met een waterrad, of met een machine - zo gaat de wereld voort doorheen het wiel van geboren-worden en sterven en draagt ze een menigte aan lichamen en vormen met zich mee. Dat wiel (samsara) brengt de doden weer tot leven, vergelijkbaar met de demon Vetala die, als een tovenaar, houten poppen tot beweging brengt. Mahamati, deze fenomenen grondig doorzien, dat wordt begrip van het zelfloos zijn van personen genoemd.

Mahamati, wat wordt bedoeld met zelfloosheid der dingen? Het betekent dat je realiseert dat, alleen maar vanwege het feit dat men onderscheid aanlegt - hetgeen verkeerd is - de vijfvoudige groep van hechten, de elementen, en de sferen eenkarakterisering opgeplakt krijgen. Mahamati, omdat er in deze drie laatsten geen substantie is, omdat de skandhas (de vijfvoudige groep van hechten) slechts een samenkomen van constituerende onderdelen zijn, omdat die onderdelen (niet meer dan) elkaars voorwaarde zijn, en onderling van elkaar afhankelijk - samengebonden als ze zijn door de ketenen van begeerte en handelen - en omdat er in hen geen scheppende entiteit is, daarom, Mahamati, ontberen de skandhas de kenmerken van individualiteit en algemeenheid. Daar ze onderscheid aanleggen, hetgeen verkeerd is, denken de onwetenden hier een veelheid aan fenomenen waar te nemen; de wijzen doen dat echter niet. Mahamati, de Bodhisattva-mahasattvas zien dat geen ding zoiets heeft als Opslag-bewustzijn, denken, of het superviserende bewustzijn, noch ontdekken ze daarin de vijf Dharmas of de drie svabhavas. Als gevolg begrijpen ze wat bedoeld wordt met zelfloosheid der dingen.

Mahamati, zodra de Bodhisattva-mahasattva een goed begrip heeft van het zelfloos zijn van dingen zal hij binnen niet te lange tijd het eerste stadium (van de 10 Bodhisattva stadia) bereiken; hij bereikt dat zodra hij definitief de (meditatieve staat) van zonder-beelden-zijn heeft verworven. Zodra vervolgens de kenmerken van de stadia voorgoed zijn verworven zal de Bodhisattva-mahasattva diepe vreugde ervaren, en, geleidelijk de overige stadia doorlopend, zal hij het negende stadium bereiken waar zijn inzicht perfect zal zijn geworden; daarna gaat hij het (tiende en laatste) stadium, dat van de Dharma-regen (Dharma-megha) binnen. Zich daar vestigend zal hij zijn plaats innemen in het grote juwelen-paleis genaamd "Grote Lotus Troon"; die troon heeft de vorm van een lotus en is versierd met een varieteit aan juwelen en parels. Daar zal hij een wereld verwerven en perfectioneren die de aard van Maya (illusie) heeft. Omringd door bodhisattvas als hijzelf, door Boeddhas uit alle Boeddhalanden gezegend als ware hij de zoon van een wereldheerser (Cakravarti), gaat hij vervolgens voorbij dat stadium van Dharma-wolk en behaalt de nobele waarheid van zelf-realisatie en wordt een Tathagata, toegerust met de volmaakte vrijheid van het Dharma-lichaam (Dharmakaya) - en al dit omdat hij (als eerste van vele stappen) de substantieloosheid der dingen heeft ingezien. Mahamati, dit wordt de zelfloosheid der dingen genoemd, en hierin zouden jij en alle andere Bodhisattva-mahasattvas moeten oefenen.

Toelichting bij tekst 24

- In feite zouden we de Lanka ook kunnen zien als een lange reprise van de Avatamsaka soetra's zesendertigste boek, zoals ook onderstaand wordt aangegeven.

- De eerste alinea: "De zintuigbewustzijnen (vijnana) ontstaan uit onwetendheid, handelen, en verlangen; ze onderhouden die functie door met behulp van de zintuigen zoals het oog enzomeer, naar objecten te grijpen, en door daar vervolgens aan vast te houden als waren die zintuiglijk waarneembare vormen echt ..." De Sarvastivada-vaibhasika-traditie, niet meer als zelfstandige stroming bestaand meende dat de vijf zintuigbewustzijnen een inherent vermogen tot onderscheiden (svabhavavikalpa) hebben. Het is niet ondenkbaar dat dit deel van de Lanka op deze kennis teruggrijpt.

- "... omdat die wereld, die toch in en uit de geest is, niets anders is dan onderscheid-aanleggen, een onderscheid-aanleggen dat zich niet buiten het Opslagbewustzijn bevindt."
Bedenk opnieuw dat volgens de Lanka en gelijkgestemde geschriften samsara en nirvana een zijn, en dat daarom ook onderscheiden, op werelds niveau denken, niet verschillend is van de ultieme manifestatie van verlichting, en dat als gevolg het Opslagbewustzijn niet iets fundamenteel anders is dan de gewone zintuigbewustzijnen. De soetras spreken echter over deze en gene bewustzijnsmanifestatie teneinde het functioneren en manifesteren op verschillende niveaus van cultiveren duidelijk te maken. Deze gedachtengang was zeer belangrijk in het denken van bijvoorbeeld de monniken Ijing en Fatsang, de belangrijkste sprekers van de Tien-T'ai en Avatamsaka-scholen van Boeddhisme. Zij benadrukten telkens weer het fundamenteel een en hetzelfde zijn van de fenomenen terwijl deze fenomenen niettemin nooit hun eigen manifeste vorm verliezen: koeien en paarden blijven van elkaar onderscheiden in hun manifeste vorm ook al zijn ze in hun aspect van sunyata niet van elkaar verschillend. Ook in deze alinea van de Lanka wordt een hechten doorbroken: hechten aan "Mind" als het enig ware.
De Avatamsaka soetra, boek 36 over de praktijken van Bodhisattva-mahasattva Samatabhadra zegt: "Alle landen zijn manifestaties / van het netwerk van conceptualiseren; / Door het net van illusies (vlot en vaardig) te hanteren / kun je in een oogwenk in al die landen doordringen."

- "Mahamati, ... het zelfloos zijn van dingen, ..."
De Lanka maakt weliswaar veel werk van het vestigen van het begrip van zelfloosheid, op zich leidt dat begrip echter niet verder dan het eerste van tien te verwerven stadia op weg naar Boeddhaschap. Niettemin is dat stadium belangrijk, zoals de eerste streepjes op een velletje papier belangrijk zijn op weg naar de fraaiste staaltjes van schoonschrift.

- "Een wereld ... die de aard van Maya heeft." Een zowel reeele als illusoire wereld, reeel omdat alle gestalten die bewustzijn tevoorschijn tovert op het relatieve vlak bestaan en serieus genomen mogen worden, illusoir omdat ze substantieloos zijn.


Tekst 25

Toen zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati tot de Gezegende: Onderwijst u mij alstublieft over het onderwerp "vaststellen en weerleggen" opdat wij bodhisattvas verkeerde opinies over dit onderwerp overboord kunnen zetten, opdat wij in een enkel ogenblik volmaakte verlichting waarmaken. Zijn we dan eenmaal verlicht, dan houden we ons verre van zowel vaststellen van de eeuwigheidsleer als van weerleggen van de vernietigingsleer (d.w.z. van zinloos polemiseren). Dan zal uw visie, die van een verlichtte, niet meer weerlegd kunnen worden.

De Gezegende die Bodhisattva-mahasattva Mahamati's verzoek ten volle begreep, reciteerde daarop dit vers:
135. Vaststellen en weerleggen komt in Enkel-Bewustzijn niet voor. De onwetenden die niet begrijpen dat Bewustzijn lichaam, eigenschap en verblijfplaats (in een) is zwerven door samsara met (opinies over) vaststellen en weerleggen.

[71] Toen verklaarde de Gezegende dit vers als volgt:
Mahamati, bevestigen van dingen die nochtans (in ultieme zin) niet bestaan, is viervoudig. Wat zijn die vier? Daar wordt vastgesteld dat dingen, die nochtans (in ultieme zin) niet bestaan, individuele kenmerken hebben (als waren het "echte"). Daar zijn vaststellingen omtrent filosofische opinies die (nochthans, in ware zin,) niet bestaan. Daar wordt vastgesteld dat er een Oorzaak is, die nochthans niet bestaat, en daar zijn vaststellingen over objecten die (naar ware aard) niet bestaan. Mahamati, dit zijn de vier vormen van vaststellen.

En dan, Mahamati, wat wordt bedoeld met weerleggen? Dat betekent dat er, omdat er onwetendheid is vanwege vaststellingen die gebaseerd zijn op onjuist inzicht, niet correct (en grondig) wordt onderzocht. Mahamati, dit karakteriseert "vaststellen en weerleggen".

Verder, Mahamati, wat karakteriseert "vaststellen aangaande individuele merktekens die nochtans niet bestaan?" Dat betreft merktekens als individualiteit en algemeenheid met betrekking tot de skandhas, dhatus en ayatanas die nochtans (in ultieme zin) niet bestaan. Maar wanneer iemand ze voor reeel aanziet en er aan gaat hechten, dan kan zo iemand tot de bevestiging komen dat ze zo of zo zijn, en niet anders. Mahamati, dit karakteriseert vaststellen en weerleggen. Mahamati, dit vaststellen en onderscheiden van individuele kenmerken die nochtans (in ware zin) niet bestaan verrijst uit de sinds de tijd zonder begin opgeslagen gewoontepatronen, en dat verrijzen vindt plaats op basis van een veelvoud aan verkeerde inzichten, ontstaan uit fantaseren.

En verder, Mahamati, wat ik bedoel met niet-bestaande filosofische inzichten is dat (door sommigen), in de skandhas, de dhatus, en de ayatanas een zelf wordt verondersteld, of een wezen, een ziel, iets levends (of leven-gevends), een Voeder, of een geest. Mahamati, er wordt gezegd dat dit de vaststellingen zijn van enkele filosofische stromingen die (nochthans naar ware aard) niet bestaan.

Mahamati, dan is er nog dit: Wat bedoeld wordt met het vaststellen van een niet-bestaande oorzaak is dat er een oorzaaksloze geboorte is (of zou zijn) van een eerste Bewustzijn. Dat eerste bewustzijn zou dan later een Maya-gelijk (= illusoir) niet-bestaan krijgen, hetgeen wil zeggen dat het oorspronkelijk niet-geboren bewustzijn (pas) begint te functioneren wanneer oog, vorm, licht en herinnering het gaan conditioneren. Dat functioneren gaat dan een poosje door, en houdt vervolgens op. Mahamati, dit is de vaststelling dat een oorzaak niet-bestaand is.

Vervolgens, Mahamati, is er een vaststelling dat dingen niet-bestaand zijn, een vaststelling die geboren is uit het hechten aan niet-operatief zijnde dingen als ruimte, ophouden (nirodha), en nirvana. (Echter,) deze (drie dingen) zijn noch bestaand, noch niet-bestaand. En zo is het met alle dingen: de tegengestelden van bestaan of niet-bestaan zijn niet toepasbaar op welk fenomeen dan ook; ze zijn als hazehorens, als horens op een paard of op een kameel, ze zijn als een haarnet dat iemand met staar meent waar te nemen. De onwetenden denken dat het realiteiten zijn. Omdat hun geest nog niet is doordrongen van die waarheid die zegt dat er buiten geestesgestalten zelf niets is zijn ze verslaafd aan polemiseren. Met de wijzen ligt dat anders. Mahamati, dit is karakteristiek voor de vaststelling dat er niet-bestaande objecten zijn. Daarom, Mahamati, zou je opinies gebaseerd op vaststellen en weerleggen moeten mijden.

Toelichting bij tekst 25

- De alineas na vers 135 hebben uiteindelijk alleen maar de bedoeling de praktikant grondig te doen inzien dat niets, maar dan ook niets, zelfs niet andere filosofische stromingen, noch hun inzichten, in ultieme zin gerangschikt kunnen worden onder een hoofdje "Bestaan"; alles is kern- of substantieloos, en niettemin functionerend. Tegen het eind van dit deel van de soetra komen we dan voorts een paar pogingen van niet-boeddhistische stromingen tegen die, geschrokken van dit boeddhistische niet-zelf, niet-ziel-principe, verwoede pogingen doen om zo'n zelf of ziel toch aan te tonen. Het is vergelijkbaar met hedendaagse niet-boeddhisten die weliswaar, de moderne fysica volgend, "begrijpen" dat zelfs in de sub-atomaire onderdelen van het bestaande niets vastigs is te vinden, maar twee seconden later even zo vrolijk spreken over de kinderziel.

- "Vervolgens, Mahamati, ..." In de eerste regels van deze passage wordt gewaarschuwd tegen hechten aan noties als: "ruimte", of verlichting, of nirvana op zich handelen niet, creeeren geen karma, en dat is toch wel fantastisch - letterlijk het einde en de ultieme waarheid; nu hebben we eindelijk iets in handen!"

Tekst 26