LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 14

Verder, Mahamati, mochten de bodhisattvas ten volle willen begrijpen dat (en hoe) de wereld-van-objecten, die het onderscheid-aanleggen uiteen doet vallen in categorieen zoals "hij die grijpt" en "dat waarnaar gegrepen wordt" in en uit bewustzijn zelve is, laten ze zich dan verre houden van obstakels als lawaai, sociale interactie, en slaap; laten ze zich verre houden van de traktaten en andere geschriften der geleerden, en van zaken die het Toehoorders- en Zelf-Verlichtten-Voertuig toebehoren; laten de Bodhisattva-mahasattvas zich volledig richten op (het analyseren van) de onderscheiden objecten die niets anders zijn dan in en uit bewustzijn zelve.

En dan, Mahamati, zodra de Bodhisattva-mahasattva zich vestigt in dat (mentale) rijk waar hij, met gebruikmaking van zijn alles-overstijgende kennis, gaat begrijpen wat Bewustzijn is, dan zou hij, daarna, zich moeten toeleggen op de cultivering van Nobele Wijsheid waarin drie aspecten zijn te onderscheiden. Mahamati, wat zijn die drie aspecten? Dat zijn: 1/ zonder-beelden-zijn (animitta); 2/ de kracht die zij van alle Boeddhas ontvingen en die voortkomt uit de Boeddha's oorspronkelijke gelofte, en 3/ de zelf-realisatie die bereikt wordt door Nobele Wijsheid in te zetten. Dat eenmaal onder de knie moet de yogin, zijn alles-overstijgende kennis inzettend, die zelfde kennis over het Bewustzijn achterlaten, die kennis die nog steeds op niets meer lijkt dan op een lamme last-ezel. Het achtste (van de 10) bodhisattvastadium binnengaand zou hij zich verder moeten bekwamen in die drie aspecten van Nobele Wijsheid.

Mahamati, dat aspect van zonder-beelden-zijn verrijst zodra er een diepgaande kennis is van de Wegen der Toehoorders, Zelf-Verlichtten en geleerden. En wat betreft die toegevoegde kracht, die komt voort uit de oorspronkelijke geloften der Boeddhas. Mahamati, wat het zelf-realisatie-aspect van Nobele Wijsheid aangaat, dit verrijst zodra een bodhisattva, zich distantieerend van alle dingen in hun aspect van (unieke) fenomenaliteit, 1/ het Samadhi-lichaam waarmaakt waarij hij 2/ de wereld ziet als niet meer dan een visioen; vervolgens 3/ wendt hij zich tot het Boeddha-stadium. Mahamati, zo is het drievoudige Nobele Leven. Daarmee toegerust zullen de nobelen de staat van zelf-realisatie bereiken die uit Nobele Wijsheid voortkomt. Daarom, Mahamati, cultiveer Nobele Wijsheid in dat drievoudige aspect.

Op dat moment kende Bodhisattva-mahasattva Mahamati de geestestoestand van de aanwezige overige bodhisattvas. Alle Boeddhas hadden hem voldoende kracht geschonken om nu deze Gezegende vragen te stellen met betrekking tot de leer die gekend wordt onder de naam "onderzoek naar de waarheid van Nobele Wijsheid."
(Hij vroeg,) Gezegende, vertelt u mij over het "onderzoek naar de waarheid van Nobele Wijsheid," die waarheid die de 108 uitspraken omvat, de leer aan de hand waarvan de Tathagatas, die Arhat zijn, Volmaakt Verlicht, de aard en voortgang analyseren van verkeerde voorstellingen. Vertelt u het alstublieft voor het welzijn van die Bodhisattva-mahasattvas die, door dingen te beschouwen naar hun aspecten van algemeenheid en individualiteit, de verkeerde weg zijn ingeslagen. Als u dat doet zullen dat de Bodhisattva's instructies zijn inzake het grondige onderzoek naar verkeerde voorstellingen. Aldoende zal de passage naar (een grondig weten van) niet-zelf van dingen en personen worden gezuiverd; zo zullen de stadia van bodhisattvaschap bijgelicht worden, en, voorbij de vreugde van dhyana, samadhi, en samapatti gaand - het terrein van alle Toehoorders, Zelf-Verlichtten en geleerden - zullen ze het Dharmalichaam van de Tathagata winnen, het eigenste Tathagataschap, een Tathagataschap dat alle intellectualiseren overstijgt en waarin er geen verrijzen van de vijf Dharmas is. Dat wil zeggen, ze zullen het Tathagata-lichaam winnen dat identiek is aan de Dharma en nauw verweven met dat begrip dat ontstaat uit alles- overstijgende kennis. Dat Tathagata-lichaam (, de Dharma, resp. dat Weten) dringt vanaf dan door in het rijk van Maya, bereikt alle boeddhalanden, gaat naar het hemelse verblijf Tushita, en naar die sfeer die Akanishta heet.

Toelichting bij tekst 14

- Tweede alinea: "... die zelfde kennis over het Bewustzijn achterlaten ..."
Dit is, in andere woorden uitgedrukt, de oude parabel van het vlot. Daarmee steekt de yogin de stroom van samsara over, waarna hij het vlot op de oever kan achterlaten en zijn weg naar Volmaakte Verlichting kan vervolgen.

- Vierde alinea: "De dingen in hun aspecten van algemeenheid en individuele manifestatie."
De auteur maakt zich op dit punt wel zeker zorgen over die yogins diegevallen zijn voor wat genoemd wordt "de gewone-mensen-filosofie" van de Nyaya. Zij hier verwezen naar www2.carthage.edu/~lochtefe/nyaya.html waar gezegd wordt: "Een van de unieke karakteristieken van de Nyaya is hun geloof in bestaan als essentiele kwaliteit (samavaya), een zwakke verbindende kracht die is als een soort lijm tussen de verschillende dingen: ....(bijvoorbeeld tussen) algemene eigenschappen en hun particuliere voorkomen...."
. Verkeerde voorstellingen. Het woord 'verkeerd', soms vervangen door 'foutief' staat hier voor termen als 'valselijk', of 'ten onrechte', of 'misinterpretatie', of 'vervormd waarnemen' en dergelijke meer.Er is geen goed nederlands woord voor.
. Het rijk van Maya, Tushita, en Akanishta. Maya, in boeddhistische zin begrepen is Het Kwaad, maar ook de Grote Onwetendheid. De bodhisattva op dit punt aanbelandt heeft een grondige kennis van alle foutieve voorstellingen van zaken die er maar kunnen zijn. Tushita is het hemelse bereik waar toekomstige Boeddhas-op-aarde verblijven. Zie voor Akanishta teksten 1 en 5.


Tekst 15

De Gezegende zei: Mahamati, er zijn filsofen die verslaafd zijn aan de vernietigingsleer. Volgens hun filosofische systeem wordt het niet-bestaan van horens op een haas vastgesteld door het intellect dat onderscheidt, en dat vaststelt dat de zelf-aard van dingen vergaat wanneer hun bestaansoorzaken vergaan; ze zeggen dat er niet-bestaan is van alle dingen, vergelijkbaar met het niet-bestaan van hazehorens.

Verder, Mahamati, zijn er anderen die, gehecht als ze zijn aan de notie dat een haas geen horens heeft, nu vaststellen dat in tegenstelling daarmee een stier wel horens heeft. Ze zeggen dat omdat ze onderscheid zien in dingen; ze onderscheiden naar (de vier grote) elementen, kwaliteiten, atomen, substanties, formaties en posities.

Mahamati, er zijn er die de waarheid van Enkel-Bewustzijn niet vermogen te vatten; als gevolg zijn ze teruggevallen naar een dualistische manier van denken. Voor hen is de wereld er omdat er onderscheiden is - hoewel die wereld toch in en uit bewustzijn zelve is. Mahamati, je kunt slechts spreken van lichaam (rupa), eigenschappen en verblijfplaats (van de geest) wanneer je gaat onderscheiden, wanneer je een maatlat gaat hanteren om hun bestaan vast te stellen. Er is zowel bestaan als niet-bestaan van hazehorens ; onderscheidt ze niet (denk niet op het niveau van de wereld-van-objecten). Mahamati, zo is het met alle dingen; bestaan of niet-bestaan ervan valt niet vast te stellen; onderscheidt ze niet!

Mahamati, zij die voorbij bestaan en niet-bestaan gingen hangen niet meer aan gedachten over het niet-bestaan van hazehorens; omdat er geen vergelijken meer is, zijn gedachten over horens op hazen hen vreemd. Ze denken ook niet over horens op een stier, omdat ze weten dat daarin naar laatste analyse geen zijns-substantie valt aan te wijzen, hoe ver een analyse van stierehorens ook moge gaan, tot zelfs op het kleinste atomaire deeltje - de staat waarin nobele wijsheid waarheid is geworden is voorbij bestaan en niet-bestaan.

Toen zei Bodhisattva-mahasattva Mahamati tot de Gezegende: Is het niet zo, Gezegende, dat, ziend hoe onderscheid-aanleggen plaats vindt, we geneigd zijn dit te koppelen aan het (gewenste) niet-ontstaan van onderscheiden, om vervolgens aan te nemen dat horens niet bestaan?

De Gezegende zei: Nee, Mahamati, het niet-bestaan van horens is niet gekoppeld aan het niet-verrijzen van onderscheid-aanleggen. Waarom niet? Omdat er (nu eenmaal) onderscheiden is als gevolg van denken over horens.
Zo is het, Mahamati; op basis van denken over horens vindt onderscheid-aanleggen plaats, en omdat onderscheid aanleggen gebaseerd is op denken over horens, en vanwege deze relatie van onderlinge afhankelijkheid, nog afgezien van (denken in relationele patronen als) verschillend versus niet- verschillend, spreekt men over het niet-bestaan van hazehorens; en voorts spreekt men niet zo omdat er (een vergelijkende) referentie zou kunnen zijn (naar stierehorens).

En dan nog dit, Mahamati, ware onderscheid-aanleggen verschillend van hazehorens, dan zou er geen onderscheid-aanleggen (kunnen) zijn vanwege (het bestaan van) horens (het denken zou geen object kunnen herkennen). Maar anderzijds, ware er geen verschil (tussen de twee) dan is onderscheid aanleggen mogelijk (, dan zeg je: 'horens'). Hoe diepgaand de analyse van atomaire deeltjes ook zijn moge, bij afwezigheid van een "horenheid" is horens een woord dat niet in gedachten kan komen. Zo bezien en zo geredeneerd kan er geen notie van horens zijn.

Omdat geen van beide (:onderscheid aanleggen door vlietende zintuig-bewustzijnen, resp. horens) bestaat, wat zou ons dan kunnen brengen tot het spreken over niet-bestaan? Mahamati, daarom heeft redeneren-door-verwijzen, met betrekking tot niet-bestaan van hazehorens, geen enkel nut. Het niet-bestaan van hazehorens kan alleen maar vastgesteld worden als we eerst het bestaan ervan erkennen; Mahamati, dit (en niet het onderdrukken van het denkproces) is de reden dat je geen onderscheid moet aanleggen! Nu hebben we uit dit voorbeeld aangaande hazehorens gezien dat het dualisme dat geleerden er op na houden geen steek houdt.

Toelichting bij tekst 15

- Wat in de eerste drie passages staat lijkt naar zijn structuur in vele opzichten op de vroege Brahmajala Soetta uit de Pali-canon. Een nauwkeurige vergelijking tussen beide teksten zou veel kunnen onthullen over de overeenkomsten en verschillen tussen het logische denken in het vroege en latere Boeddhisme.

- De hele exhortatie om vooral niet te onderscheiden is hier een ernstige waarschuwing om niet te vervallen in het denken van de Nyaya voor wie alleen de fysiek ervaarbare wereld bestaat, waarin het ultieme kan worden ervaren, en volgens wie het abstracte, boven de wereld-van-objecten uitstijgende onzegbare geen rol van belang speelt. Overigens ontkent Boeddha in de eerste alinea dat zijn leer over niet-bestaan gaat; de tekst gaat hier verder nog op in.

- "De Gezegende zei: Nee, Mahamati, het niet-bestaan van horens is niet gekoppeld aan het niet-verrijzen van onderscheid aanleggen." Met andere woorden, het zomaar onderdrukken van het gedachtenproces is niet de weg tot wijsheid. Zodra men uit zo'n onderdrukkende meditatie zou verrijzen zou de hele wereld-van-objecten de meditator opnieuw bespringen en zou hij/zij wel degelijk weer ten onder gaan in het relatieve bestaan. Daarom zei Boeddha eerder dat de bodhisattva- mahasattva vanaf een bepaald moment de wereld van Maya, het kwade of de illusie, kan binnengaan, en wel omdat daar het onderling afhankelijke ontstaan valt waar te nemen, een van die boeddhistische waarheden die uiteindelijk leidt tot de erkenning van substantieloosheid, en dus tot een bevrijd gemoed.

- "En dan nog dit, Mahamati, ..."
Dit is een heel moeilijke passage. Het gaat over de mogelijkheid tot kennen van de wereld, een onderwerp dat hedendaagse filosofen nog net zo bezig houdt als toen.
Samengevat komt de passage hier op neer: zouden het denken en die fysiek aanwezige horens totaal van elkaar verschillend zijn, zou er in de geest geen spoor van mogelijkheid tot herinneren en opslaan van informatie zijn, dan zou er geen perceptie of herkenning van horens kunnen zijn, geen: hee! daar zie ik hazehorens (of stierehorens).
Anderzijds, zouden het denken en die horens wel hetzelfde zijn d.w.z. zou er afwezigheid van dualiteit zijn, dan zou herkenning en predikaat-geven eveneens onmogelijk zijn; om te kunnen onderscheiden moet er enige "ruimte" zijn tussen subject en object.
. "Omdat geen van beide ..."
"Het niet-bestaan van hazehorens...."
Bij afwezigheid van zelf of kernloosheid kunnen we niet spreken over bestaan ; van dingen zoals horens. Daarom heeft het geen nut te filosoferen over hazen met of zonder horens. Hetzelfde geldt voor ons dagelijkse in de wereld-van-objecten functionerende bewustzijn, ook dat is substantieloos, naar laatste analyse niet bestaand. We moeten derhalve ook van wat we geest noemen geen ultieme realiteit maken. Verlichting gaat ook daaraan voorbij.

- In de laatste regel constateert Boeddha dat hij zijn opponenten op eigen terrein en met eigen middelen heeft verslagen.


Tekst 16

Mahamati, er is nog een andere categorie geleerden die er verkeerde inzichten op na houdt. Zij zijn gehecht aan noties als vorm, oorzaak, en gestalte. Daar ze de aard van de lege ruimte niet goed door hebben, en zien dat die lege ruimte niet gekoppeld is aan de vormen (die zich daarin manifesteren), gaan ze onderscheid aanleggen tussen al die separate fenomenen. Maar, Mahamati, ruimte is vorm, en omdat ruimte doordringt in vorm, is vorm ruimte. Mahamati, om de relatie tussen het ondersteunen en dat wat ondersteund wordt vast te stellen, moet er onderscheid tussen de twee (waarneembaar) zijn, tussen ruimte en vorm. Mahamati, zodra de (4 grote) elementen zich gaan formeren (tot zichtbare vormen) zijn ze van elkaar te onderscheiden; ze verblijven niet (voor eeuwig, ongezien,) in de ruimte, en binnenin hen is ruimte niet niet-bestaand.

Zo is het ook met hazehorens, hun bestaan wordt vastgesteld in referentie tot stierehorens. Maar, Mahamati, wanneer stierehorens tot en voorbij hun kleinste atomen worden geanalyseerd, kan zelfs niet vastgesteld worden dat er dingen zijn als atomen. Het niet-bestaan van wat dan ook, hoe kun je daar in vaststellende zin over spreken, wat is het ijkpunt? Zo is het ook met andere dingen: redeneren vanuit een refereren-aan is onmogelijk.

En toen zei de Gezegende ook nog dit tot bodhisattva-mahasattva Mahamati: Mahamati, werp opinies en onderscheiden met betrekking tot haze- en stierehorens van je af, en doe hetzelfde met betrekking tot ruimte en vorm. En verder, Mahamati, jij en de andere bodhisattvas zouden de aard van onderscheid-aanleggen - dat in en uit de geest is - moeten overpeinzen; laat daarna ieder alle bodhisattva-landen binnengaan om uiteenzettingen te geven over de discipline met betrekking tot geestes-manifestaties (de Enkel-Bewustzijn traditie).

Toelichting bij tekst 16

- "Ruimte is vorm, ... en .... vorm (is) ruimte." We vinden hier een bepaald eigenzinnige herinterpretatie van de Hart Soetra's "Leegte (sunyata) is vorm, en vorm is leegte."

- "zichtbare vormen ... binnenin hen is ruimte niet niet-bestaand." Een nog latere of andere ontwikkeling binnen het Boeddhisme zal stellen dat er niet alleen vier grote elementen zijn, aarde, water, lucht en vuur, maar dat er een vijfde is, de lege ruimte. In het japans heet dit de ma, en binnen bijvoorbeeld de kunsten, van architectuur tot bloemschikken, is de verhouding van de vormen tot de ma uiterst belangrijk.

- "redeneren vanuit een refereren-aan is onmogelijk", want niets heeft eigen-aard; dat is de eigen-aard van dingen en wezens.


Tekst 17