LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 2: de verzameling van alle Dharmas

Tekst 10

Mahamati, er zijn priesters en heilige mannen die in het wilde weg proposities poneren. Zij zeggen dat er een substantie is die gebonden is door oorzakelijkheid en dat daarop het concept tijd van toepassing is. Ze zeggen dat de Vijf Groepen van Hechten (skandhas), de Elementen (dhatus) en de Sferen (ayatanas) ontstaan en voortgaan vanwege oorzakelijkheid, en dat ze, na zo bestaan te hebben, verdwijnen.

Er zijn er, Mahamati, die er een destructieve en nihilistische visie op na houden met betrekking tot onderwerpen als voortgang, activiteit, ontstaan, uiteenvallen, bestaan, nirvana, het pad, handelen, tot resultaat komen, en waarheid. Waarom? omdat ze geen intuitief Weten hebben behaald, omdat ze de dingen niet naar hun fundamentele aard kunnen kennen. Mahamati, het is net als een in stukken gebroken kan die niet meer als kan functioneren kan. Of het is als verbrand zaad dat niet meer uit kan lopen.
Mahamati, hun skandhas, dhatus en ayatanas, waarvan ze denken dat die immer vlietend zijn, zijn naar werkelijkheid niet in staat tot ononderbroken transformatie, en dit omdat hun inzichten niet ontstaan uit de wetenschap dat er een wereld-van-objecten is die een manifestatie van Bewustzijn zelve is, en omdat die wereld-van-objecten ten onrechte onderscheiden wordt (naar zijn onderdelen).

Stel, Mahamati, iets komt voort uit niets, en dan verrijzen de bewustzijnen vanwege een combinatie van de drie gevolg-producerende oorzaken. Zou dat zo zijn, dan kunnen we iets dergelijks ook stellen met betrekking tot een niet-bestaand ding; dan kunnen we zeggen dat er haren groeien op een schildpad of dat zand olie voortbrengt. Deze propositie deugt dus niet; ze eindigt ermee dat niets wordt vastgesteld. En, Mahamati, het gevolg zal dan zijn dat handelen (in de geest), uitvoeren (met het lichaam), en oorzaak geen zin hebben. Houden we aan zo'n redenering vast dan is het gevolg dat we hetzelfde kunnen zeggen over concepten als zijn en niet-zijn. Mahamati, wanneer ze stellen dat er een combinatie is van de drie gevolg-producerende oorzaken, dan doen ze dat omdat ze waarde hechten aan het principe van "oorzaak en gevolg" (in plaats van "voorwaarden en condities" - een heel verschil!). Derhalve stellen ze dat er dingen zijn als verleden, heden, en toekomst, dat er zoiets is als zijn en niet-zijn. Zo lang ze zich beroepen op hun filosofie, baseren hun conclusies zich op logica en tekstboeken (en niet op meditatief begrijpen), want verkeerde redeneringen zijn altijd op deze twee gebaseerd. Daarom, Mahamati, simpele zielen die vergiftigd zijn door verkeerde inzichten volgen de onjuiste gedachtengang van de onwetenden die leren dat dit de inzichten zijn van de Alwetende (de Boeddha).

Toelichting bij tekst 10

De passage beginnend met, "Mahamati, hun skandhas, ..."
. ... naar werkelijkheid niet in staat tot ononderbroken transformatie".
Wat hier bedoeld wordt is dat pas wanneer er de wetenschap is dat de wereld-van-objecten slechts een manifestatie van Bewustzijn is, er het inzicht kan zijn dat de objectief ervaarbare veranderlijkheid van alle dingen naar werkelijkheid illusoire transformaties zijn, schijngestalten. Alles bestaat in en uit de geest.

- De passage beginnend met, "Stel, Mahamati, ..."
. De drie gevolg-producerende oorzaken. Deze drie zijn een samenvatting van zes oorzaken zoals die in de Abhidharma Kosa voorkomen. De drie zijn: producerende oorzaak (bv. goede daden die goed karma opleveren), gewoonte-oorzaak (bv. "lekkere honger" die een voorbode is van echte honger), en afhankelijke oorzaak (bv. de zes zintuigen in interactie met hun objecten).
De vaststelling dat de filosofie stamt uit de Abhidharma Kosa moet ons leiden naar een polemiek tussen vroeg- en laat Mahayanistische scholen in deze Afdaling op Lanka.
. Oorzaak en gevolg.
Incorrecte uiteenzettingen over de boeddhististische leer van karma vermelden over het algemeen de woorden "oorzaak en gevolg". Dat is onjuist, zoals in eerdere passages van de Lanka en elders werd gesteld. Er is niets dat geboorte geeft aan wat dan ook; er zijn voorwaarden en condities die, wanneer ze samenkomen, laten zien dat op basis daarvan iets aan het licht is kunnen komen.
Het is heel belangrijk om in dit verband de juiste terminologie te hanteren daar we anders al te gemakkelijk gevangen raken in theorieen over schepping (en destructie) door bijvoorbeeld Het Ene.


Tekst 11

En wat ik nog zeggen wil, Mahamati, er zijn priesters en heilige mannen die weten dat de wereld geen zelf-aard heeft, en nooit geboren is; dat ze is als een wolk aan de lucht, als een ring van vuur veroorzaakt door een vuurwiel, dat ze is als het kasteel van de Gandharvas, dat ze als een visioen is, als een luchtspiegeling, als de schijngestalte van de maan op de golven van de oceaan, als een droom. Ze weten dat omdat ze inzien dat de externe wereld in en door bewustzijn zelve is, maar dat het echter slechts zo gezien kan worden omdat er (tegelijkertijd en) sinds de tijd zonder begin ook het relatieve weten (onderscheid-aanleggen) is, en foutief redeneren. Maar waar ze zeker van zijn is dat in (het Opslag)Bewustzijn zelve niets is dat onderscheidt of veroorzaakt, dat daar geen fantaseren is, geen kwalificeren (lakshyalakshana). Ze weten dat lichaam, eigenschappen, en verblijfplaats allen objectiveringen zijn van het Opslagbewustzijn, en dat (het Opslag)Bewustzijn zelve niet beinvloedt wordt door veranderlijkheden zoals ontstaan, verblijven, en vernietigen.

Het zal niet lang duren, Mahamati, voordat de Bodhisattva-Mahasattvas gaan begrijpen dat nirvana en samsara een zijn. Mahamati, dan zal hun gedrag moeiteloos een groot liefhebbend hart tonen dat op schrandere wijze middelen aanwendt (om anderen naar bevrijding te voeren). Ze zullen dat doen omdat ze weten dat alle wezens naar hun ware aard als een visioen zijn, als een weerspiegeling, en dat er geen gebondenheid door oorzakelijkheid is; ze weten dan dat (wat zich aan ons voordoet) voorbij onderscheid tussen subject en object is. In die staat verblijvend zien ze dat er buiten Bewustzijn niets is, en omdat ze zich in een positie van niet-geconditioneerd zijn bevinden zullen ze stap voor stap door de diverse stadia van Bodhisattvaschap gaan en de verschillende stadia van samadhi ervaren. Dankzij kracht van hun gelovig vertrouwen zullen ze begrijpen dat de drievoudige wereld uit Bewustzijn zelve is, en zo zullen ze aankomen bij de samadhi genaamd Mayopama. De Bodhisattvas die dan de staat van zonder-beelden-zijn binnengaan, waar ze de Waarheid van Enkel- Bewustzijn zullen ervaren, zullen de verblijfplaats van de Perfecties (paramita) bereiken, en terwijl ze zich verre houden van gedachten over ontstaan (scheppen of geboorte), handelen, en levensregels, zullen ze de samadhi genaamd Vajravimbopana bereiken die overeenstemt met het Lichaam-van-de-Tathagata en met de transformaties (schijngestalten in de wereld-van-objecten) van zoheid. Nadat ze die ommekeer binnenin het bereik van Bewustzijn hebben waargemaakt, zullen ze stap voor stap het Lichaam-van-de-Tathagata waar maken. Dat Lichaam-van-de-Tathagatas heeft de (10 Boeddha- en Bodhisattva) krachten, de supranormale faculteiten, zelf-controle, liefde, mededogen, en vlotte en vaardige middelen (upaya). Mahamati, toegerust met al deze verhevenheden zullen ze alle boeddhalanden kunnen betreden en ook toegang hebben tot de heiligdommen van de geleerden. Al dit is voorbij het rijk van de Citta-mano-manovijnana. Derhalve, Mahamati, de Bodhisattva-Mahasattvas die het Lichaam-van-de-Tathagatas wensen te realiseren door in dat voetspoor te treden moeten oefenen in overeenstemming met de leer van Enkel-Bewustzijn; ze moeten afzien van het relatieve weten en van foutievelijk redeneren over onderwerpen zoals skandhas, dhatus, ayatanas, denken, oorzakelijkheid, handelen, levensregels, en ontstaan, bestaan, en vergaan.

Toelichting bij tekst 11

- Mayopama. Maya (de diacritische tekens kunnen hier niet weergegeven worden) betekent illusie. Dit deel van de Mahayana filosofie is enigszins omstreden omdat het moeilijk is dit te onderscheiden van de Hindu-leer die eveneens stelt dat alles illusie is. Het verschil is wellicht dat zowel de Lanka als een aantal andere Mahayana-geschriften tegelijkertijd stellen dat illusie en niet-illusie, d.w.z. samsara en nirvana, identiek gelijk zijn en gelijk in waarde; dat zeker samsara niet mag worden afgeschreven.

- Vajravimbopama. De term is een ietsje onduidelijk. Vajra betekent echter diamant, derhalve is het gerechtvaardigd te veronderstellen dat hier het rijk van de Boeddhas wordt bedoeld.

- Citta-mano-manovijnana. Hier zien we een compilatie van alle termen die voor bewustzijn worden aangewend, in alle mogelijke vormen, manifestaties en kundigheden.


Tekst 12

(De Bodhisattva,) ziend dat het drievoudig bestaan bestaat als gevolg van het gewoontepatroon genaamd foutief onderscheid-aanleggen en redeneren, dat al aan de gang is sinds de tijd zonder begin, en bovendien denkend dat de staat van Boeddhaschap zonder-beelden is, en ongeboren, zal een grondig inzicht verwerven in de nobele waarheid van zelf-realisatie; hij zal perfect meester worden over zijn eigen bewustzijn, zich moeiteloos gedragen, als een juweel zijn dat een veelheid aan kleuren weerspiegelt; hij zal het transformatie-lichaam kunnen aannemen, in staat zijn zelfs tot de meest subtiele mensengeest door te dringen, en, ferm gelovend in de waarheid van Enkel-Bewustzijn, zal hij, de Stadia een voor een doorlopend, gevestigd worden op het niveau van Boeddhaschap. Daarom, Mahamati, laat de Bodhisattva-mahasattva zich goed oefenen in zelf-realisatie.

Toen zei Mahamati: Gezegende, onderwijs me over die uiterst subtiele leer aangaande de citta, de manas, de manovijnana, de vijf dharmas, de svabhavas en de lakshanas; die leer brengen de Boeddhas en Bodhisattvas in praktijk, ze is voorbij de geestestoestand die een wereld buiten het bewustzijn veronderstelt, en, door alle zogenaamde waarheden die met woorden en redeneren zijn vastgesteld te doorzien, vormt ze de essentie van de leer van alle Boeddhas. Alstublieft, onderwijs deze menigte met als voormannen de Bodhisattvas, hier in Malaya, in Lanka-stad. Onderwijs hen over de Dharmakaya die door de Tathagatas wordt geprezen en die het rijk van het Opslagbewustzijn vormt, zo gelijkend op de oceaan en zijn golven.

Toen sprak de Gezegende opnieuw tot Bodhisattva-Mahasattva Mahamati en zei: Er zijn vier redenen voor het verrijzen van het oogbewustzijn. Wat zijn deze vier? Ze zijn: 1) hechten aan een externe wereld, niet wetend dat die wereld in en uit bewustzijn zelve is; 2) hechten aan vorm en gewoontepatronen, iets dat sinds het begin zonder begin vanwege foutief redeneren en verkeerde inzichten aan de gang is; 3) de zelf-aard die inherent is aan de vijnana (het Opslagbewustzijn); en 4) de gretigheid waarmee men zich richt op velerlei vormen en (schijn-)gestalten. Mahamati, dit zijn de vier redenen die de immer voortgaande zintuigbewustzijnen als golven over het Opslagbewustzijn doen gaan - als was het een vloedgolf. Hetzelfde kan gezegd worden van de andere zintuig-bewustzijnen. Dit bewustzijn verrijst (niet gradueel maar) plotseling in ieder zintuigelijk orgaan, waarvan ook de atomen en porieen van de huid onderdeel uitmaken. Het veld waarin het zintuig opereert kun je zien als ware het een spiegel die objecten reflecteert, of als de oceaan waar een wind overheen waait. Mahamati, zo worden ook de golven van de "bewustzijns-oceaan" voortdurend aan de gang gehouden door de winden veroorzaakt door (waargenomen) objecten. Voorwaarden en condities, handelen, en verschijning zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, en conditioneren elkaar. Zo zijn dan ook de functionerende zintuig-bewustzijnen en het originele bewustzijn (het Opslagbewustzijn) onverbrekelijk met elkaar verbonden, en, Mahamati, omdat de zelf-aard (=, in feite, sunyata) van vorm enzomeer niet doorzien wordt, komt het functioneren van het systeem van vijf zintuig-bewustzijnen in gang. Samen met dit systeem van vijf zintuig-bewustzijnen (plus het zesde,) is er wat genoemd wordt het zevende superviserende bewustzijn, en zo wordt de wereld-van-objecten onderscheiden en waargenomen, en worden individuele fenomenen van elkaar onderscheiden, en in dit (complex) vindt het fysieke lichaam zijn genese. Echter, het superviserende bewustzijn en de zintuig-bewustzijnen hebben geen weet van die onderlinge conditionering; daar is geen gedachte dat ze ontspruiten uit hun gehechtheid aan het relatieve weten (onderscheid-aanleggen) dat zich bezighoudt met projecties van Bewustzijn zelve. Als gevolg gaan de bewustzijnen voort elkaar onderling te conditioneren, op een heel diepgaande wijze, en zo fantaseren ze zich een wereld.

Toelichting bij tekst 12


Tekst 13