LANKAVATARA SOETRA

De Afdaling op Lanka

Hoofdstuk 1; Ravana Vraagt om Uitleg

Tekst I

(I) Om! Eer aan de Drie Juwelen! Eer aan alle Boeddhas en Bodhisattvas!
Hier volgt een zorgvuldige weergave van de Soetra over de Afdaling op Lanka waarin de Heer van de Dharma spreekt over de substantieloosheid van alle dingen.

Aldus heb ik het gehoord. Eens verbleef de Gezegende in het Kasteel van Lanka dat gezocht moet worden op de top van de berg Malaya, nabij de grote oceaan. Die bergtop was versierd met bloemen gemaakt uit diverse edelstenen. Op dat moment was Boeddha omringd door een groot gezelschap monniken en een menigte Bodhisattvas die vanuit vele Boeddhalanden waren samengestroomd. Deze Bodhisattva-Mahasattvas, met Mahamati aan het hoofd, hadden allen perfectie bereikt in de verschillende Samadhis, in de [tienvoudige] beheersing van het zelf, in de [tien Boeddha- en Bodhisattva-]krachten en de zes bovennatuurlijke vermogens, en alle Boeddhas hadden hen de handen opgelegd. Zij hadden een goed begrip van de betekenis van zowel de wereld-van-objecten als van de manifestatie van hun eigen bewustzijn. [2] Ze wisten hoe je verschillende leer- gestalten, leringen en disciplines overeind moet houden, aangepast aan de verschillende mentaliteiten en gedragingen van wezens. Ze waren grondig getraind in de vijf Dharmas, de [drie] Svabhavas, de [acht] Vijnanas en het tweevoudige niet-zelf.

Toen, na zeven dagen te hebben gepredikt in het paleis van de koning der zeedraken, kwam de Gezegende uit dit paleis tevoorschijn en werd begroet door een grote menigte Nagakanyas, waaronder zich ook Sakra en Brahma bevonden. Naar Lanka op de berg Malaya kijkend glimlachte hij en zei: "Ik zeg dit met met kennis over de Tathagatas uit het verleden; hen heb ik in gedachten, Tathagatas die Arhat waren, en Volmaakt Verlicht: ook zij spraken deze Waarheid, in ditzelfde kasteel van Lanka op de top van de berg Malaya. Ook zij spraken over dat Weten dat gerealiseerd kan worden dankzij de nobele wijsheid die je diep binnen in je draagt, die wijsheid die voorbij het redeneren van geleerden gaat, en zelfs voorbij het bewustzijn van Toehoorders en Zelf-Verlichtten. Ook ik zal nu, speciaal ten behoeve van Ravana, Heer der Heren over de Yakshas, spreken over dit Weten.

Geinspireerd door het supernatuurlijke vermogen van de Tathagata hoorde Ravana, Heer over de Rakshasas, zijn stem. En inderdaad, de Gezegende, omstuwd door ontelbare Nagakanyas, en vergezeld van Sakra en Brahma, kwam nu uit het paleis van de koning der Zeedraken. De golven van de oceaan aanschouwend en de geestestoestand ziend van de menigte om hem heen, dacht hij aan die oceaan die het Opslagbewustzijn vormt, waarin de immer in beweging zijnde Vijnanas (bewustzijnen), als waren het golven, voortdurend aan de gang worden gehouden door (als het ware) de constante winden die in het (omvattende) bewustzijn worden aangewakkerd door het ervaren van de wereld-van-objecten. Terwijl hij daar zo stond zag Ravana hem en gaf een schreeuw van vreugde. Hij zei, "Ik ga er heen; ik zal de Boeddha vragen om Lanka te betreden, want deze lange, komende nacht zou hij, als hij kwam, waarschijnlijk zowel goden als mensen profijt brengen, goed doen, blij maken."

Toen kwam Ravana, Heer over de Rakshasas naar de plaats waar de Gezegende was, rijdend in zijn bloemenwagen, vergezeld van zijn personeel. Daar aangekomen stapten Ravana en zijn manschappen uit. En terwijl ze drie keer om de Gezegende heen liepen, de rechterschouder naar hem toegekeerd, bespeelden ze een muziekinstrument; ze sloegen er op met een drumstick van blauwe Indra (safier). En spelend op een luit die ingelegd was met de beste kwaliteit lapis lazuli, een luit die ze naar een kant over de schouder droegen aan een onbetaalbaar duur lint, geel-wit als Priangu, zongen ze. Hun stemmen harmonieerden fraai met de klank van de fluit en de cadans van de volgende gatha.

1. "Dit Weten, die rijke schat die als principe de zelf-aard van het bewustzijn heeft, is zonder zelf (nairatmyam). Dit staat boven alle redeneren, en is smetteloos rein. Het wijst naar de kennis die je in je diepste wezen hebt gerealiseerd. Heer, wijs me de weg naar dit Weten.

2. "De Welgegane is het lichaam waarin smetteloze waardigheden zijn opgeslagen. In hem zien we zowel het getransformeerde als het transformeren. Hij mag zich verheugen in dat Weten dat hij diep binnenin zichzelf heeft gerealiseerd. Mocht hij Lanka toch bezoeken! Muni, Wijze, nu is de tijd!

3. "In het verleden was Lanka de verblijfplaats van de Boeddhas. Ze waren omringd door hun [Dharma-]zonen in velerlei gedaanten. Heer, toon me nu de hoogste Waarheid; al die verschillende Yakshas zullen luisteren."

Daarna ging Ravana over op het Totaka-ritme dat zich goed leent voor de volgende gatha.

4. "Na zeven nachten staat de Gezegende die de oceaan, verblijfplaats van de Makara, het paleis van de zeekoning, verliet, nu op de kust.

5. "Nu, op het moment dat Boeddha verrijst gaat Ravana, vergezeld van vele Apsaras en Yakshas, vergezeld van Suka, Sarana en geleerden

6. "als door een wonder naar de plaats waar de Heer nu staat. Uit de bloemenwagen komend groet hij eerbiedig de Tathagata, overhandigt geschenken, zegt zijn naam, en staat terzijde.

7. "Ik, die hier gekomen ben, wordt Ravana genoemd, de tienhoofdige koning van de Rakshashas. Vergun mij de eer mij en Lanka met al zijn inwoners te ontvangen.

8. "Dit is wat ik zeg, in deze stad werd door Verlichtten uit het verleden, Verlichtten die de diepste staat van bewustzijn realiseerden, het Weten onthuld, hier op deze bergtop die versierd is met kostbare juwelen.

9. "Laat dan nu ook deze Gezegende, deze Overwinnaar, omringd door zijn [Dharma]zonen, de smetteloze Waarheid onthullen, hier, op deze bergtop versierd met kostbare edelstenen. Wij en de inwoners van Lanka zouden het graag horen.

10. "De Soetra over de Afdaling op Lanka, geprezen door Boeddhas uit het verleden, onthult hun diepste staat van bewustzijn, een staat die zij realiseerden en die in geen enkel ander religieus-filosofisch systeem te vinden is.

11. "Ik herinner me hoe Boeddhas, Overwinnaars uit het verleden, omringd door hun [Dharma]zonen deze Soetra reciteerden. Nu zal ook de Gezegende spreken.

12. "In tijden die nog komen gaan zullen er Boeddhas en Boeddha-zonen zijn die in hun medelijden met de Yakshas over deze magnifieke leer zullen spreken, hier op de bergtop versierd met edelstenen.

13. "Deze schitterende stad Lanka is getooid met een keur aan edelstenen, is omgeven door bergtoppen, is fris, koel en mooi, en er boven hangt een net van edelstenen.

14. "Gezegende, hier wonen Yakshas die vrij zijn van negatieve eigenschappen zoals hebzucht. Ze overdenken het Weten dat in je diepste innerlijk gerealiseerd kan worden, en offeren aan de Boeddhas uit het verleden. Ze geloven in het Grote Voertuig en zijn bereid elkaar correct gedrag te tonen.

15. "Er zijn jongeren onder de Yakshas, jongens en meisjes, die het Grote Voertuig willen kennen. Gezegende, kom, wees onze leraar, kom naar Lanka op de berg Malaya.

16. "De Rakshashas die in de stad verblijven en die Kumbhaharna als hoofdman erkennen zijn het Grote Voertuig toegedaan; ze wensen over die innerlijke realisering te horen.

17. "Ze hebben vol ijver offerandes gebracht aan de Boeddhas uit het verleden, en vandaag gaan ze dat weer doen. In de naam van het mededogen, kom naar Lanka, en breng uw [Dharma-]zonen mee.

18. "Mahamati, ik geef u mijn woning. De Apsaras zullen u gezelschap houden; ik geef u een varieteit aan halskettingen, en ik geef u de heerlijke Asokatuin cadeau.

19. "Ik zelf zal de Boeddha en zijn zonen bedienen. Niets van wat ik heb zal ik achterhouden als het hen geschonken kan worden. Grote Wijze, heb medelijden met mij!

20. Toen hij Ravana zo hoorde spreken zei de Heer over de Drievoudige Wereld: "Koning der Yakshas, de Leiders uit het verleden bezochten deze berg van edelstenen.

21. "Uit compassie droegen ze aangaande dat Weten dat zich toonde in hun diepste bewustzijn, hun inzicht aan u over. En ook de Boeddhas van de toekomst zullen, hier op deze zelfde juwelenberg, hetzelfde verklaren.

22. "Dit diepste Weten is dat wat de yogins zien; het is tezelfdertijd hun verblijfplaats. Yaksha-koning, u hebt dezelfde compassie als de [andere] Sugatas en ikzelf."

23. Door stil en onbewogen te blijven stemde De Gezegende toe, en stapte in de bloemenwagen die Ravana hem aanbood.

24. En zo bereikten Ravana en de anderen, wijze zonen van de Overwinnaar, al zingend en dansend de stad.

25. Aangekomen in deze heerlijke stad was Boeddha opnieuw het voorwerp van alle mogelijk eerbetoon: de Yakshas, Ravana inbegrepen, en de Yaksha-vrouwen eerden hem.

26. De jongere Yakshas, jongens en meisjes, offerden hem een net van juwelen, en Ravana omhing Boeddha en zijn zonen met halskettingen versierd met edelstenen.

27. De Boeddha, omringd door Boeddhazonen en wijzen aanvaardde deze offerandes; hij sprak over het Weten, over die staat van geest die diep binnenin je gerealiseerd wordt.

28. Ravana eerde deze beste van alle sprekers. Hijzelf en het gezelschap Yakshas eerden (bodhisattva) Mahamati, en de anderen verzochten hem meer dan eens de Boeddha te vragen een en ander te herhalen: [Ravana zei:]

29. "U (Bodhisattva-mahasattva Mahamati,) bent degeen die de Boeddhas uit het verleden consulteert over die staat van bewustzijn die zij in zichzelf realiseerden, een onderwerp waarover wij, Yakshas zowel als de Boeddhazonen willen horen. Ik, uit naam van de Yakshas, de Boeddhazonen en de wijzen, verzoek u te spreken.

30. "U bent de beste van alle sprekers en de yogin die de grootste inspanning levert. Vol vertrouwen stel ik nu mijn vraag: Vraagt u, Kundige, toch de Boeddhas [uit heden en verleden] omtrent deze leer.

31. "De Kennis die in het diepste bewustzijn wordt gerealiseerd heeft niet de fouten die geleerden, Zelf-Verlichtten en Toehoorders maken. Dat Weten is volkomen rein en leidt uiteindelijk tot de staat van Boeddhaschap."

32. Daarop creeerde de Gezegende juwelenbergen en andere voorwerpen die schitterend waren versierd met edelstenen - een immens aantal.

33. Op de top van iedere berg toonde Boeddha zowel zijn gedaante als die van Ravana en de Yakshas.

34. Zo was de hele vergadering op iedere bergtop zichtbaar, en alle [Boeddha]landen waren daar, en in ieder sprak een Leider.

35. Ook hier waren de Koning der Rakshasas en de bewoners van Lanka, en de Lankas die de Boeddha zo manifesteerde konden zich meten met elkaar en met de echte.

36. Daar waren nog meer dingen: daar was het Asoka-park met zijn glanzend gebladerte, en op iedere bergtop ging Mahamati te rade bij de [menigte vroegere en huidige] Boeddhas

37. die de Leer verklaarden voor de Yakshas, die Leer die leidt tot de diepste realisering. Op iedere bergtop sprak Boeddha een gehele soetra. Hij sprak met een prachtige, welluidende stem, met honderdduizend verschillende stembuigingen.

38. Hierna losten de Leraar en zijn [Dharma-]zonen op in lucht, en lieten Ravana daar staan, in zijn woning.

39. Die dacht: "Wat is dit? Wat heeft dit te betekenen? Wie heeft het gehoord? Wat heb ik gezien? Wie heeft het nog meer gezien? Waar is de stad? en waar is Boeddha?

40. "Waar zijn die landen, waar zijn die als juwelen glanzende Boeddhas, die Sugatas? Heb ik gedroomd? Was het een visioen? of hebben hier de Gandharvas een luchtkasteel gebouwd?

41. "Of had ik stof in mijn ogen, of zag ik een luchtspiegeling, of was het een gedroomd kind, als dat van een onvruchtbare vrouw, of was het als rook dat van een vuurwiel afkomt? Was het dat wat ik hier zag?"

42. Toen overwoog Ravana: "Dit is de ware aard (dharmata) van alle dingen; ze behoren tot het rijk van de geest, en dit is iets dat onwetenden, omdat ze verward raken door iedere vorm die de geest zichzelve schept, niet kunnen vatten.

43. "Daar [in die ervaring van dharmata] is noch degeen die ziet, nog het geziene; daar is noch spreker noch het gesprokene; daar is noch de vorm van de Boeddha noch die van zijn Dharma, noch de manier waarop ze verschijnen - het zijn niets dan voorstellingen in de geest.

44. "Zij die nu de dingen nog steeds zien als voorheen, zien Boeddha niet. Wanneer het relatieve weten (vikalpa) wordt aangewend zie je Boeddha niet. De Boeddha, die volmaakt verlicht is, wordt gezien waar de wereld geen gestalte heeft."

Op datzelfde moment was de heer van Lanka Ontwaakt, voelde hij een omwenteling in geest (paravritti), en realiseerde hij dat de wereld in en uit bewustzijn zelve is. Hij vestigde zich in het rijk waar het relatieve weten geen vat op heeft, aangespoord als hij werd door het reservoir van goede daden uit het verleden. Hij was nu schrander genoeg om alle teksten te kunnen begrijpen. Hij kon nu alle dingen naar hun ware aard zien, was niet meer afhankelijk van anderen, beschouwde de dingen met zijn eigen ontwaakte geest (buddhi), had nu dat inzicht dat in niets lijkt op discursiveren en redeneren, was nu een grote yogin in de Boeddha's Leer, en kon zichzelf in allerlei voortreffelijke gedaanten tonen. Bovendien had hij nu de kennis over de kenmerken van ieder (bodhisattva-)stadium, een kennis die hij nu vaardig kon aanwenden om diezelfde stadia te overstijgen. Hij schouwde nu met vreugde in de zelf-aard van Citta, Manas en Manovijnana. Hij had nu een wereldbeschouwing die hem in staat stelde zichzelf te bevrijden van het drievoudig voortgaan [door de keten van bestaan: heden, verleden en toekomst]. Hij had nu voldoende kennis om ieder argument van geleerden over oorzakelijkheid te weerleggen. Hij begreep nu ten volle [het begrip] Tathagatagarbha, het stadium van Boeddhaschap, en je diepste innerlijk. Hij was er zich van bewust dat hij nu een was met Boeddha-kennis - en toen hoorde hij plotseling een hemelse stem die zei: "Je moet het zelf te weten komen."

[Die stem vervolgde:] "Goed gedaan, goed gedaan, heer van Lanka! Ik zeg het nog eens: goed gedaan! Zoals u dat doet zo dient iedere yogin zichzelf te disciplineren. De Tathagata en alle andere dingen dienen gezien te worden zoals u dat doet; wie het anders ziet geeft zich over aan nihilisme (c.q. vernietigingsleer). De dingen kunnen alleen maar juist gezien worden door de citta, manas en vijnana te overstijgen - en dat is wat u deed. Men moet introspectief zijn en niet gehecht aan formuleringen, noch aan oppervlakkige beschouwingen over de dingen. Zorg ervoor dat u niet vervalt in dat wat de Toehoorders, de Zelf-Verlichtten en de geleerden zich als doel stellen; blijf niet steken in hun concepten, ervaringen, meningen en samadhis. Geef u niet over aan loos gebabbel en grappenmakerij. Hecht niet aan de opinies zoals de Vedas die aandragen. Peins ook niet over de ijdele glorie die heersers te beurt valt, en blijf niet steken in de zes dhyanas en dergelijke meer.

"Heer van Lanka, dit realiseren de grote yogins: ze weerleggen de meningen die naar voren gebracht worden door anderen [niet-boeddhisten]; ze maken gehakt van kwalijke opinies, ze houden zich ver van opinies over ego, zelf; in hun binnenste veroorzaken ze een ommekeer, en ze kunnen dat omdat ze volmaakte kennis hebben. Zo zijn Boeddha's zonen die de Grote Weg (Mahayana) bewandelen. Om nu het stadium van de Tathagata's zelf-realisatie te kunnen bereiken, moet u deze discipline volhouden.

"Heer van Lanka, zo voortgaand zult u verder gezuiverd worden op de weg die u al ingeslagen bent. Train uzelf goed in samadhi en samapatti. Volg niet de staat die gerealiseerd wordt door Toehoorders, Zelf-Verlichtten en geleerden, een staat waarin zij zich verheugen en die ontspruit aan de fantasieen van allen die zich trainen naar de woorden van geleerden wier weten nog onvolmaakt is. Ze hechten aan individuele vormen van de wereld, die geschapen zijn door hun ego-gerichte denken. Ze houden er ideeen op na over "element", "kwaliteit" en "substantie". Ze hechten ferm aan opinies die er alleen maar kunnen zijn omdat er onwetendheid is. Ze raken verward door ideeen over ontstaan - terwijl ledigheid (sunyata) toch de werkelijkheid is. Ze hechten aan onderscheid-aanleggen. Ze vervallen in die denkwijze waar onderscheid is tussen kwalificeren en het gekwalificeerde.

"Heer van Lanka, dit is het dat leidt tot diverse uitstekende resultaten van meditatief bezig zijn; dit is het dat ons bewust maakt van onze innerlijke realisering, dit is het realiseren [van het Grote Weten] van de Mahayana, dit zal leiden tot een bestaan van hoge kwaliteit.

"Heer van Lanka, wanneer we de Mahayana-praktijk aanvatten wordt het net van onwetendheid vernietigd, en wenden we ons af van het oneindige aantal golven die de vijnanas veroorzaken, en geven we ons niet over aan het streven en de praktijk van geleerden.

"Heer van Lanka, de praktijk van de geleerden vindt geboorte in hun ego-gerichte hechten. Hun akelige praktijken ontstaan omdat ze hechten aan dualistische opinies over de zelf-aard van vijnana.Goed gedaan, "Heer van Lanka! denk na over de betekenis van deze dingen, net zoals u nadacht over de woorden van de Tathagata toen hij nog zichtbaar aanwezig was, want, en dit is wat ik zeg: dit is de Tathagata zien."

Toen dacht Ravana: "Ik wil de Gezegende weer zien. Ik wil hem zien omdat hij alle oefeningen en technieken volmaakt beheerst, omdat hij zich afgewend heeft van de praktijken van de geleerden, omdat hij geboren is uit de realisering die hij in zijn binnenste ervoer, en omdat hij zowel het transformeren als het getransformeerde heeft overstegen. Hij is de kennis die de yogins realiseerden. Hij IS de realisering behaald door hen die zich verheugen in de perfecte vreugde van samadhi. Die vreugde verworven zij door, dankzij hun meditatie, tot een intuitief begrijpen te komen. Moge ik daarom zien hoe de Mededogende zijn wonderbaarlijke vermogens aanwendt om zich te tonen, hij in wie de brandstof voor passies en het relatieve weten is opgeraakt, hij die omringd is door Boeddhazonen, hij die in het bewustzijn en de gedachten van alle wezens is doorgedrongen, hij IS de realisering, die alles weet, die zich ver houdt van ageren (kriya) en van gestaltegeving (lakshana). En als ik hem dan zie, moge ik dat bereiken wat ik nog niet bereikt heb, moge ik behouden wat ik tot zover behaalde, moge ik in de staat verkeren waar het relatieve weten geen toegang tot heeft, moge ik de vreugde van samadhi en samapatti smaken, en moge ik die grond betreden die de Tathagatas betreden - moge ik in al deze dingen vorderingen maken."

De Gezegende zag dat de heer van Lanka rijp was om de staat genaamd de anutpattikadharmakshanti tot de zijne te maken. Daarom toonde hij opnieuw zijn glorieuze compassie met de tienhoofdige en verscheen opnieuw op de bergtop die versierd is met vele juwelen, en omgeven door een netwerk van edelstenen.

Lankavatara Sutra, Hoofdstuk 1, Tekst 2  

Toelichting bij tekst 1

In de antieke cosmologie was de wereld een platte schijf. Waar de zeelui die over de kim verdwenen nu precies naar toe gingen, dat wisten weinigen. Dus wellicht gingen ze naar een of ander mysterieus land, een Naga-land. In deze Soetra vaart de Boeddha voorbij het eiland Lanka. Op deze manier toont hij zijn aanwezigheid en stelt de bewoners, inclusief de demon Ravana die Lanka in zijn greep heeft, in staat zich voor te bereiden op zijn komst. Zijn schip verdwijnt over de einder, en wanneer hij na zeven dagen, omstuwd door een enthousiaste menigte, meegereisd vanaf een verre kust weer aan de horizon verschijnt is hij, uiteraard zeggen vele Lankanen dan, in Naga-land geweest, en zijn zijn vreemde begeleiders die er anders uitzien, zich anders kleden, een andere taal spreken en zich anders gedragen ongetwijfeld "Naga-lui", Nagakanyas. Dat maakt indruk op Ravana, temeer daar Boeddha ook wordt vergezeld door Sakra (Indra) en Brahma, de Oppergoden over hemel en aarde. Ravana kennen we uit de Hinduistische epen. Ravana was geen Boeddhist, en daarom benaderde Boeddha hem met symbolen en voorstellingen die pasten in zijn culturele bagage. In deze hele episode zien we dus wat wij in het Boeddhisme noemen Boeddha's upaya, een vlot en vaardig middel. Dit keer wordt upaya ingezet om vredig en waardig een eiland te kunnen betreden waar de tienhoofdige Ravana heerst. Om dat eiland succesvol te kunnen betreden zijn nu, op dit moment, de voorwaarden en condities vervuld: de winden zijn gunstig, de Boeddha vaart langs, de eilandbewoners hebben voldoende "good roots" om de lang niet makkelijke Dharma te kunnen ontvangen, en Ravana staat op het punt te veranderen van een gewelddadige demon in een vredig wezen. Dat de eilandbewoners "good roots" hebben wordt geillustreerd door de passage waarin Ravana zegt dat zijn onderdanen weinig last van hebzucht hebben, en bovendien vermeldt de tekst dat de bergtop is verfraaid met kostbare edelstenen. Edelstenen staan in Boeddhisme voor perfecte kwaliteiten. Zo staat diamant voor verlichting, en vertegenwoordigt lapis lazuli perfecte moraliteit.
Zie voor upaya tekst 9 van Het Ontwaken van Geloof in de Mahayana, eveneens onderdeel van deze site.

2. - Bodhisattva-Mahasattva. Bodhisattva kent een paar interpretaties. De ene betekenis geeft "wezen dat naar verlichting streeft", de andere "verlicht wezen" of "verlichtend wezen". Mahayana geeft over het algemeen de voorkeur aan de laatste twee interpretaties.

3. - Mahasattva. Maha betekent Groot, en sattva betekent wezen. Letterlijk staat hier dus Groot Wezen. Dit is een titel voor Bodhisattvas die Boeddha's Verlichting hebben gerealiseerd en nu die formidabele Boeddhakracht in de wereld aanwenden om anderen naar die zelfde staat te brengen. Bodhisattva-Mahasattvas zijn min of meer gespecialiseerd. Groot Mededogen wordt Avalokiteshvara genoemd. Grote Wijsheid heet Manjushri. Perfecte (meditatieve) Activiteit heet Samantabhadra, enzovoorts. Echter, Grote Wijsheid toont zich in Mededogen, en Perfecte Actie gaat niet zonder Wijsheid; de Bodhisattva-Mahasattva's specialisatie is niet eenzijdig of star.

4. - Samadhi. Een aardige vertaling hiervoor is het duitse woord Versenkung. Samadhi is een meditatieve praktijk of meditatieve staat. Ook wel vertaald als concentratie.

5. - "Het relatieve weten" heeft te maken met het begrip samvrti satya.

Hier wordt het verwoordt met "vikalpa": onderscheiden. Hoewel in deze Yogacara-paraktijk alle onderscheiden wordt afgewezen, komt het begrip toch een aantal keren terug, zowel als gewoon maar "onderscheiden", als dat "Juist Onderscheiden" waarbij de gearriveerde yogin toch even achterom kan kijken om te zien dat het goed was.
Verder hebben we nog het begrip "onderscheid-aanleggen" dat in het Sanskriet prapanca heet en dat in alle gevallen verkeerd is. Het staat voor het wikken en wegen, het gebabbel in de geest, voor de verslaving overal een ja/nee-mening over te moeten hebben, voor de obsessie alles te moeten beoordelen in termen van relatieve, respectievelijk absolute waarheid, en voor de verkeerde zienswijze fenomenen te moeten verdelen naar "bestaan" of "niet-bestaan".

6. - De tien krachten en de zes bovennatuurlijke vermogens zijn: de 6: 1) kennis van bovenwereldse oorden; 2) het vermogen om hemelse wezens te zien, of te zien zoals een deva, een hemels wezen, ziet; 3) het vermogen deze wezens te horen, of te kunnen horen zoals zij; 4) kennis van anderman's geest; 5) kennis over de aard en plaats van wedergeboorte; 6) bezit van de perfecte wijsheid om aan morele obstakels en onwetendheid een eind te maken. De 10 zijn: kennis van voorgaande bestaansvormen, bovennatuurlijk vermogen tot horen, kennis van andermans geest, bovennatuurlijk gezichtsvermogen, bovennatuurlijke kracht of vermogen, op alle plaatsen vele vormen kunnen aannemen, het vermogen bezitten om glorie over je eigen leefsfeer te kunnen afroepen, het tonen van een transformatie-lichaam (je in andere, vele gedaanten kunnen voordoen), de macht om kwaad en wedergeboorte een halt toe te roepen.

7. - De vijf Dharmas. De Chinees-Japanse lijsten van Vijf Dharmas komen niet altijd overeen met die van de Afdaling op Lanka. De Vijf zijn, zie tekst 63, naar de mening van Suzuki: Verschijningsvorm of Beeld (nimitta), Namen (nama), Onderscheiden (Samkalpa), Juiste Kennis (samyagjnana) en Zoheid. De eerste drie corresponderen met de twee eerste svabhavas, en de laatste twee met de laatste en hoogste betekenis van svabhava - zie hierna.

8. - De drie Svabhavas. Sva betekent "zelf", en hoe "zelf" wordt geinterpreteerd is een hoofdthema van het Boeddhisme. Bhava betekent bestaan of bestaand. Svabhava kan derhalve vertaald worden met "in zichzelf bestaand" en is daarmee identiek aan het, voornamelijk in het Hinduisme gebezigde, "svayambhu" - waarover hierna meer.

In het Ontwaken van Geloof in de Mahayana, eveneens een onderdeel van deze website, wordt svabhava vrij eenvoudig aangeduid als "dat wat voor zijn bestaan niet afhankelijk is van iets anders" - zonder meer. Die tekst, die verder aangeduid zal worden met "de shastra", is van commentaar voorzien door de monnik Fatsang; zie zijn biografische aantekeningen onder het hoofd "commentatoren" dat voorafgaat aan "de shastra". Hij becommentarieerde ook de Avatamsaka soetra, en bij het woord svabhava aangekomen verklaarde hij dit begrip nader door te zeggen dat het de definitieve, onweerlegbare, niet-herleidbare en in zichzelf-bestaande entiteit is waar, bij gebrek aan woorden, "zijn" tegen wordt gezegd. We vinden het begrip svabhava vooral in samenhang met de Tathagatagarbha-leer (Schoot-waaruit-de-Boeddhas-Voortkomen). Er wordt gezegd dat svabhava, het in zichzelf bestaande, en sunyata, ledigheid, elkaar onderling uitsluiten. Dit wordt echter weersproken door het feit dat zowel de Lanka als "de shastra" ze samen noemen, en als identiek aan elkaar.

Nagarjuna, die vier, misschien wel vijf eeuwen eerder leefde dan degenen die de Lanka en "de shastra" optekenden, wees het begrip svabhava zoals dat door de boeddhistische vroeg-orthodoxe en inmiddels uitgestorven Sarvastivada- traditie werd gebruikt af. De sarvastivada-gedachte "presenteerde een theorie van "zelf-natuur" of "substantie", die ze svabhava noemden. "De Sarvastivadin sloten hun analyse van dharmas (dingen) af met de erkenning van ultieme, uiterst kleine atomaire elementen ... Het resultaat was dat ze zich genoodzaakt zagen om een nogal ongewoon metafysisch concept van "zelf- natuur", svabhava, verantwoordelijk te stellen voor de ervaring van continuiteit van dergelijke discrete elementen." (D.J. Kalupahana; Mulamadhyamakarika of Nagarjuna, Delhi 1991; p.1, en pp 22/23). Nagarjuna definieerde svabhava "als dat wat niet geschapen is, en onafhankelijk van wat dan ook, en nooit veranderend" (zie P.L. Swanson, "Tien-T'ai Buddhism"). Inderdaad is dat ook de invulling van het begrip Svayambhu.
Wat is dan Svayambhu? Svayambhu is een naam, of eerder, een adjectief, dat wordt gegeven aan de Hindu-goden Brahma, Vishnu en anderen, en wat Hinduisme zegt over zijn of niet-zijn van deze goden varieert, en is niet in een paar woorden te vatten, zeker niet door iemand die het Hinduisme slechts van buitenaf beschouwt. In alle gevallen is het zeker dat een stupa als de Svayambhunath in Nepal, alleen al op basis van de er aan gegeven naam, zowel een boeddhistisch als een hinduistisch heiligdom is geworden, ook al zullen Boeddhisten het hebben gebouwd.

Terug naar svabhava:

In de optiek van het esoterische Boeddhisme zijn Mind, Boeddha, het Lichaam van de Leer, d.w.z. de Dharmakaya, alle gelijk en hetzelfde, en svabhava als in de zin hierboven aangegeven.
Over svabhava in de Lankavatara soetra: Hier wordt svabhava eigen-aard of zelf-aard genoemd, en in drie categorieen onderverdeeld, met als enige oogmerk de kennis over niet-zelf er grondig in te stampen. Het gaat hier dan om drie vormen van kennen: weten dat wezens en dingen als een luchtspiegeling zijn (parikalpita), weten dat datgene wat we met de zintuigen waarnemen afhankelijk bestaat (paratantra), en wetenschap, of het realiseren van een "perfecte weg" (parinishpanna), een realisering waarin beide voorgaande vormen van kennen naar hun ware aard worden geactualiseerd. Kortom, de eigen-aard van wezens en de dingen is dat ze geen zelf, ziel, of vaste kern hebben, geen eigen aard. Derhalve, om terug te keren naar de eerste regels, svabhava, de eigen-aard, is-gelijk substantieloosheid. En daarvan zeggen zowel de Lanka als Ashvaghosa, de auteur van "de shastra" dat ze eeuwig is, niet vernietigbaar, zelfs niet door het grote vuur dat na vele eonen een eind aan de aarde zal maken - want ook dat vuur zal substantieloos, svabhava, zijn.
Zie ook de aanvulling in tekst 2 van "de shastra."

9. - De acht Vijnanas. Dit zijn de vijf zintuigen met denken als zesde, plus een bewustzijn dat al deze 6 aanstuurt en overschouwt, plus het Opslagbewustzijn waarover nog uitgebreid gesproken zal worden.

10. - Tathagata. Zo-gekomene of Zo-gegane, een van de titels van Boeddha.

11. - Geleerden, Toehoorders (sravakas) en Zelf-Verlichtten (Pratyekaboeddhas). De laatste twee bevinden zich in het Kleine Voertuig.

12. - Rakshasa. Een van de niet-menselijke bestaansvormen.

13. - Gatha. Zang of lied.

14. - Sugata. Welgegaan; een titel voor Boeddha.

15. - Apsaras. Hemelse mannen en vrouwen; in boeddhistische iconografie voorgesteld als muzikanten.

16. - Yakshas. Oorspronkelijk "een lichtflits" waargenomen bij nacht. Later geinterpreteerd als een niet-menselijk wezen.

17. - De wereld-van-objecten. Boeddhisme heeft het over Twee Waarheden: de Relatieve Waarheid en de Absolute Waarheid. De eerste, de Relatieve Waarheid vinden we in de wereld van dingen of objecten, of fenomenen om ons heen. Daar kunnen we zeggen "de hemel is blauw"-- en dat doen we dan ook, we blijven redeneren over de wereld zoals die zich aan ons voordoet. Op het tweede vlak, dat van de Absolute Waarheid gaan we over die Relatieve Waarheid heen en realiseren dat die hemel niets "vastigs" heeft, geen kern ("zelf" genaamd) en dat onze ervaring ervan afhankelijk is van wat we zoal aan ervaringsmogelijkheden naar dit leven hebben meegebracht, alsook van wat we menen te weten over concepten als "hemel" en "blauw". Die Absolute Waarheid realiserend is ons bewustzijn rustig en onbewogen. Maar zolang we ons nog op het vlak bevinden van de Relatieve Waarheid zijn al die meningen, weetjes, overwegingen, vragen, als de wind die het in principe rustige water van een oceaan, of in ons geval de geest, opzweept. Die wind te doen ophouden, dat is de meditatieve weg van Boeddhisme. Is dat gelukt dan toont zich de hoogste waarheid die zelfs voorbij het weten van niet-zelf, afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan gaat.

18. - Het getransformeerde en het transformeren (punt 2 van Ravana's gatha). Veel wordt gesproken over de Boeddhas' en Bodhisattvas' vermogen om zogenaamde transformatie-lichamen te doen zien. Daar is echter ook een andere interpretatie mogelijk, en wel de wetenschap dat het bewustzijn getransformeerd kan worden, dat er een dramatische omwenteling kan plaatsvinden richting Boeddhaschap.

19. - Het Grote Voertuig. Grofweg kent Boeddhisme twee paden waarlangs geoefend kan worden: het Kleine Voertuig, vaak de orthodoxie genoemd, en het Grote dat in het verleden reformatie heeft toegelaten.

20. - Annutpattikadharmaksanti. Zie tekst 46.

21. - Drievoudige wereld. De werelden van verleden, heden en toekomst.

22. - Vers 18. Hier krijgt Boeddha de naam Mahamati, de naam die we overigens tegenkomen als die van Boeddha's interlocuteur. In veel Mahayana soetras, zoals de Bloemenkrans soetra, zien we dat Boeddhas uit een bepaald boeddhaland, en de bodhisattva-mahasattva die hem daar als het ware vertegenwoordigt dezelfde naam dragen. Dit is gedaan om aan te tonen dat de Bodhisattva-mahasattva die voorbij het negende stadium is gekomen identiek is aan Boeddhaschap. Zie voor "stadium" de desbetreffende aantekeningen.

23. - Vers 22. Eenzelfde uiting vinden we in de Bloemenkrans Soetra: "Met hun oog van wijsheid zagen ze [de Bodhisattvas] de waarheid - een meteloos rijk. "Kennis" was de naam van hun land. Wijds was het, uitgestrekt, grenzeloos, als de ruimte." (Zie de aanhef tot de gevesifieerde passages uit het boek Zangen vanuit Tushita.)

24. - vers 33-37. In deze verzen herkennen we de filosofie van de Bloemenkrans Soetra (Avatamsaka) waarin bij voortduring wordt herhaald hoe een sfeer of wereld alle andere insluit en hoe in al die gemanifesteerde sferen, Boeddhalanden genaamd, allen die aanwezig zijn op het moment en op de plaats van Boeddha's uiteenzetting, Lanka in dit geval, zich tegelijkertijd ook in al die andere sferen bevinden, en hoe daar exact hetzelfde geschiedt als in de tekst die nu, hier, gesproken wordt. Het is het belangrijkste kenmerk van de chinese Huayen (Bloemenkrans soetra) filosofie, waar meesters zoals Fatsang benadrukken hoe alle dingen elkaar insluiten of omvatten zonder dat dit leidt tot verlies van eigen vorm van die dingen of wezens.

25. - vers 34. Boeddhaland is een veelomvattend begrip. Het wordt gezien als een al dan niet mentale sfeer van zuiverheid waarover een Boeddha zich ontfermt. Diezelfde filosofie volgend wordt ook gezegd dat een boeddhaland je binnenste is, in zijn meest pure staat. De Himalaya-tradities en een deel van de oost-aziatische zeggen dat dit de getransformeerde staat van geest is die je op het moment van overlijden kunt binnengaan. De zen en daarmee gelijkstellende tradities gaan ervan uit dat deze transformatie - revolutie, zegt D.T. Suzuki - al tijdens dit leven bereikt kan worden. Wanneer dan een tekst als de Lanka zegt dat bodhisattvas "vele boeddhalanden" hebben bezocht, betekent het dat ze ofwel op vele grenzen van een leven naar een ander die getransformeerde staat zijn binnengegaan, ofwel dat ze tijdens dit of vele levens vele verlichte(ende) momenten hebben ervaren.

26. - vers 37. Dat wil zeggen, de Boeddha sprak de Soetra over de Afdaling op Lanka. Sommige vertaling zeggen dat hij "honderdduizend perfecte soetras" sprak, maar hier wordt vastgehouden aan de versie waarin hij zijn perfecte stemgeluid op vele manieren laat horen - dat perfecte stemgeluid dat een van de kenmerken is van een "Mahapurusha", een Groot Wezen.

27. - vers 42. Dharmata. Dit is een moeilijk begrip. Het wordt vertaald met "aard zoals het (nu eenmaal) is", " de aard van de bevrijdde", "ware aard", "weg of aard van de fenomenen of de dingen". We kunnen het niet vertalen met "zoheid" omdat zoheid in 't Sanskriet "tathata" is. Dharmas zijn "de dingen", "alles in en aan het universum". Als we het achtervoegsel -ta zien als de Instrumental, dan impliceert het begrip dharmata dat de dingen gebruikt worden, ja zelfs nodig zijn, om de ware staat aan te duiden. In deze analyse is de logische volgende stap het zien dat de dingen (dharmas) en het absolute "gelijk", "hetzelfde" zijn. Je kunt de verhevenste staat niet realiseren zonder dat er de dingen in de wereld zijn, en vanuit die verhevenste staat gezien zijn de dingen van de wereld niet anders dan het Absolute zelf. Of zoals de Hart soetra zegt: "Vorm is sunyata, en sunyata is vorm." Sunyata is dan dat conglomeraat van niet-zelf of kernloosheid, veranderlijkheid, en afhankelijkheid van voorwaarden en condities - de dingen gezien als illusoir.

28. - Vers 44. Boeddha zien is, in de filosofie van de Lanka (en van zen), afstand gedaan hebben van discursisch denken. Die stille staat-van-geest is zowel Boeddha, verlichting zelf, als dat wat die stille geest al dan niet meemaakt.

29. - "Waar de wereld geen gestalte heeft." Dit verwijst naar die stille geest waarin we ons geen beelden maken van wat er dan ook maar voorstelbaar is. Deze staat van geest inspireerde de Enkel Bewustzijn-traditie (Yogacara) tot de leerstelling dat alles uit de geest voorkomt - hetgeen de tekst van het belangrijkste Dharmapada-vers volgt: "De geest gaat vooraf aan alle dingen." In die Yogacara-filosofie "scheppen" we dus geen wereld zoals een godheid wordt verondersteld dat te doen, maar wordt de wereld pas, uit componenten samengesteld, een wereld, d.w.z. zichtbaar, hanteerbaar, benoembaar zodra de geest met het voorhanden materiaal aan de slag gaat en er beeld, geluid, geur enzovoorts van maakt. Zowel in de Surangamasutra als in het boek Zangen vanuit Suyama uit de Bloemenkrans Soetra vinden we de metafoor van een schilder "die [met verf, penselen en doek] een wereld schept." Die schilder, zeggen beide heilige teksten, is de geest. Herlees ook verzen 42 en 43.

30. - Paravritti. Ook vertaald met "omwenteling". Op het moment van verlicht geraken, zo wordt gezegd, keert de geest zich als het ware om, en af van het Relatieve, en gaat terug naar de oorspronkelijke Absolute staat, die verlichting is, of waar verlichting wordt gevonden.

31. - Buddhi. Buddh betekent ontwaakt of verlicht.

32. - De stadia op de weg naar Boeddhaschap. De Bloemenkrans Soetra bevat het boek De Tien Stadia (Dasabhumi). Dit is het bekenste werk dat zich bezig houdt met wat de bodhisattva, al dan niet in-spe, allemaal moet doen om Boeddhaschap te bereiken.

33. - Citta, Manas en Manovijnana. Meestal worden deze drie begrippen gezien als synoniem, maar hier moeten we Lanka's interpretatie volgen. Citta staat in de Lanka voor een opslagfaciliteit waarin de "zaden" van alle gedachten en daden zijn opgeslagen. Manas is het denken: het wenst, onderscheidt, beoordeelt, en leidt uiteindelijk tot het ervaren van dualiteit, tot overwegingen als "ik en de anderen." Hieraan moet worden toegevoegd dat, onder invloed van een grote belangstelling voor het Taoisme in het westen begrippen als het Ene versus dualiteit binnen boeddhistische teksten over het algemeen worden herleid naar de discussie daarover in de klassieke Taoistische geschriften. Echter, wanneer duidelijk uit de indiase invloedssfeer stammende canonieke werken aan de orde zijn spreken over het Ene en de Dualiteit, dan stoelen dergelijke uitspraken op filosofieen uit de indiase traditie. Die woorden over eenheid in de indiase filosofische geschriften vinden dan weer hun basis in de Hindu theologie en yogische ervaringen. "Hindu-revelatie en yogische ervaringen" zegt Gavin Flood in zijn Introduction to Hinduism, p. 229, "verwijzen naar een absolute realiteit die Een is, zonder twee..."
. Manovijnana: Er zijn vijf zintuigen plus denken of mentaal actief (manas) zijn als zesde. Manovijnana is het zevende: het superviserende bewustzijn.

34. - De geleerden en de leer van oorzakelijkheid. De lezer wordt er aan herinnerd dat Boeddhisme zich vooral van andere wereldbeschouwingen onderscheidt door het feit dat wij geen Eerste Oorzaak erkennen, noch een volledig gedetermineerd zijn, al dan niet door een macht of kracht die ons leven in de hand houdt. Kies voor dit onderwerp uit de vele introducties tot Boeddhisme die in de loop der jaren zijn verschenen.

35. - Tathagatagarbha. Schoot van of waaruit de Boeddhas voortkomen. Dit onderwerp komt nog uitgebreid aan bod.

- De passage beginnend met "Goed gedaan!"
36.
. Nihilisme. De voorgaande passage liet zien hoe de geest als het ware "de schilder is die een wereld schept" - zie boven. Met deze zienswijze wordt voorkomen dat de Enkel-Bewustzijn-filosofie wordt uitgelegd als een volstrekt niet bestaan van een externe wereld - een veel gemaakte fout die in de canon wordt omschreven met "vernietigingsleer."

37.
. De opinies van de Vedas. Vroege chinese vertalers verwezen hiermee impliciet naar niet-boeddhistische filosofieen over eeuwig zelf en soortgelijke omschrijvingen.

38.
. De zes dhyanas. De orthodoxie spreekt in nagenoeg alle soetras over vier dhyanas, vier meditatieve stadia: van een gelukservaring tot het stadium van noch wel, noch niet ervaren. Door het bereiken van de vierde dhyana verkrijgt de yogin de zes bovennatuurlijke vermogens, deze worden de zes dhyanas genoemd. De laatste ervan bestaat uit het totaal verwijderen van ook de laatste restanten van de wortels tot kwaad of onheilzaam gedrag. De Lanka vertelt hier dus dat zelfs dit niet alles is, dat ook deze zes overstegen moeten worden.

39.
- Gezegende. Sanskriet: bhagavant.

Lankavatara Sutra, Hoofdstuk 1, Tekst 2