Het Kwaad

Aarzel niet het goede te doen.
Wie aarzelt,
brengt het denken in verleiding
naar het kwade over te hellen.

Zorg dat het kwade zich niet herhaalt.
Een opeenstapeling van slechte daden
leidt tot opeenhoping van smart.

Richt uw hart onafgebroken op het goede.
Hoe groter uw goedheid,
hoe groter uw geluk.

Het is voorgoed afgelopen
met het geluk van de onwetende
zodra de gevolgen van zijn daden
zich tegen hem keren.

De wijze zal geen slechte dagen meer kennen
zodra de gevolgen van zijn goede daden
zichtbaar worden.
Aan zijn vreugde zal nooit een einde komen.

Denk nooit lichtvaardig over uw slechte daden.
Zeg nooit: 'wat maakt dat nu uit.'
Zoals de druppel de kruik uiteindelijk vult,
zal de onwetende steeds meer van het kwaad vervult raken.

Spreek nooit geringschattend over uw goede daden.
Zeg nooit: 'Het stelt niets voor.'
Zoals de drup de kruik uiteindelijk vult,
zal de wijze steeds meer vna deugdzaamheid vervult raken.

Wie rijk is en weinig dienaren heeft,
mijdt een gevaarlijke weg.
Wie van het leven houdt,
blijft uit de buurt van vergif.
Wees altijd op uw hoede voor gevaren van begoocheling en kwaad.

Vergif kan een hand die geen wond heeft, niet deren.
Het kwaad heeft geen vat op een zuiver geweten.

Maar wie zand gooit tegen de wind in
en het zuivere en weerloze kwaad doet,
gooit zand in zijn eigen gezicht.

Nergens,
niet in de lucht,
niet in de diepste diepten van de zee
of ver weg in de bergen
kan een mens ontkomen aan de uitwerking van zijn slechte daden.

Nergens,
niet in de lucht,
niet in de diepste diepten van de zee
of ver weg in de bergen
kan een mens ontsnappen aan de dood.


De Dhammapada, p. 43-45, uitgave Altamira Heemstede, 1994