[Een gesprek tussen de zesde patriarch Hui Neng en prefect Wei - KH.]

Hui Neng over verdienste, karma en de geest

Karma in het Zen Boeddhisme

'Er werd mij gezegd,' sprak prefect Wei, 'dat tijdens het lange gesprek van Bodhidharma met keizer Wu van Liang er aan Bodhidharma gevraagd werd met welke verdienste de keizer beloond zou worden voor zijn goede daden, als het bouwen van tempels, instemmen met het inwijden van nieuwe monniken [waarvoor in die tijd de toestemming van de keizer nodig was], het schenken van aalmoezen en het steunen van de Boeddhistische gemeenschap. Zijn antwoord was dat dit helemaal geen verdienste zou opleveren. Ik begrijp niet waarom hij dit antwoord gaf. Kunt u mij dit uitleggen?'

'Dit zou inderdaad geen verdienste opleveren', antwoordde de patriarch. 'U moet niet twijfelen aan de woorden van de wijze. De geest van de keizer was misleid, en hij kende de ware leer niet. Goede daden als het laten bouwen van tempels, instemmen met de inwijding van nieuwe monikken, het schenken van aalmoezen en het steunen van de boeddhistische gemeenschap zullen slechts bezoedelde verdienste opleveren. Dit mag men niet verwarren met echte verdienste. Echte verdienste wordt aangetroffen in de dharmakaya, en dit heeft helemaal niets te maken met daden die bezoedelde verdienste opleveren.'

De patriarch vervolgde: 'Het realiseren van de essentie van de geest is kung [(juiste) verdienste] en gelijkmoedigheid is te [de juiste houding]. Als onze geest functioneert zonder enige belemmering, zodat we in staat zijn voortdurend de ware aard en het mysterieuze functioneren van onze geest te doorgronden, dan kunnen we zeggen dat we kung te [echte verdienste] verworven hebben. Innerlijk de geest nederig houden is kung, en zich uiterlijk op de juiste manier gedragen is te. Dat alle dingen een manifestatie zijn van de essentie van de geest is kung, en dat de essentie van de geest volledig vrij is van ego´stische gedachten is te. Als je verdienste in de dharmakaya wenst te verwerven, en je doet wat ik je zopas gezegd heb, dan zal dat wat je verwerft echte verdienste zijn. Iemand die echte verdienste wil verwerven minacht anderen niet. Onder alle omstandigheden behandelt hij iedereen met respect. Iemand die de gewoonte heeft om op anderen neer te kijken, heeft het verkeerde denkbeeld van een afgescheiden ik nog niet afgeworpen, en dit wijst op een gebrek aan kung. Door zijn ego´sme en door zijn gewoonte om anderen te minachten kan hij onmogelijk de essentie van zijn geest leren kennen, en dit bewijst dat hij te ontbeert. Geleerd publiek, als onze geest zonder enige belemmering functioneert, dan is dit kung, en als onze geest op een volkomen spontane wijze functioneert, dan is dit te. Geacht publiek, verdienste moet worden verworven in de essentie van onze geest en kan niet worden verworven door het schenken van aalmoezen, het steunen van monniken, enzovoorts. Het antwoord van onze patriarch was niet verkeerd. Het was keizer Wu die het ware pad niet kende.


De Sutra van Hui-Neng, vertaald door Mou-Lam. Uitgever Ank-Hermes, p. 52-54, 2001, Deventer