Quest, may, june 2003, p. 91-95
Het Tibetaanse boek van Leven en Sterven (*), een rondleiding
Joann S. Bakula
Joann S. Bakula is de schrijfster van “Esoteric Psychology: a model for the Development of Human Consciousness” (esoterische psychologie: een model voor de ontwikkeling van menselijk bewustzijn) en vele artikelen. Ze geeft les in spiritualiteit, filosofie en over het Tibetaans Boek van Leven en Sterven op de Universiteit van Zuid Oregon en transpersoonlijke psychologie aan de online studenten van Greenwich University.
De Bardo
Thödrol, ofwel het Tibetaans boek van Leven en Sterven , is het
bekendste en meest mysterieuze boek van Tibet, wijd en zijd bekend.
Velen beginnen eraan, maar weinigen lezen het helemaal uit. Zoals een
hoge bergtop die door velen bewonderd wordt, maar moeilijk te beklimmen
is. De bedoeling van dit artikel is de hoogten toegankelijker te maken.
De Bardo Thödrol is een van de schatten of ‘termas’ die Padmasambhava,
de Indiase leraar die het boeddhisme in Tibet introduceerde, verborg in
grotten en in de gedachten van zijn toekomstige discipelen. Hij leerde
over drie van de zes bardos ofwel toestanden van samsara, de cyclus van
leven en sterven. Alle zes zijn het overgangsstadia, de een leidt
natuurlijk en onvermijdelijk tot de volgende, behalve als dit process
onderbroken wordt doordat verlichting gebeurt.
Drie van de
zes bardos zijn toestanden in het leven:
wakker zijn, de slaap en droom toestand en de meditatieve toestand
(Karma-glin-pa 169). Deze drie beginnen met de geboorte en eindigen met
de dood. De drie bardos besproken in het Tibetaans boek van leven en
sterven, daarentegen, beginnen met de dood en eindigen met
wedergeboorte. Deze drie bardos van de dood worden de bardo van helder
licht, de bardo van schijnende waarheid of realisatie van Werkelijkheid
en de bardo van worden, genoemd.
Het meest waarschijnlijke
tijdstip om spontaan
verlichting te bereiken en het proces van overgang van de ene bardo
naar de andere te onderbreken, is tijdens de ‘natuurlijke bevrijding’
ofwel de dood. Om die reden schreef Padmasambhava zijn handleiding voor
degenen die recent overleden zijn, om aan hen negenenveertig dagen voor
te lezen. Maar het is ook bedoeld om de lezer te instrueren. Elk deel
begint met zoiets als “O gij van bevoorrechte geboorte, maak gebruik
van uw mogelijkheden en gebruik uw goed onderwezen mentale krachten om
werkelijke vrijheid te verkrijgen!” De tekst van de eerste bardo wordt
drie tot vier dagen voorgelezen, de tweede twee weken lang en de derde
eenendertig dagen lang. Opgeteld zijn dit negenenveertig dagen dat het
boek overdacht en voorgelezen moet worden door de levenden voor de
gestorvene. Er wordt gezegd dat de precieze tijd die de overledene in
elke bardo doorbrengt nogal varieert, afhankelijk van het individu.
De eerste bardo: grond realiteit of helderheid
De ervaring van de eerste bardo, de chikhai bardo, onmiddelijk na de
dood, wordt beschreven als helder licht, de ervaring van de
oorspronkelijke staat die nooit geboren is en nooit dood gaat. “De
grond realiteit van alles is open, leeg en naakt als het luchtruim.
Lichtgevende leegte zonder centrum of omtrek ... verschijnt (Sogyal
259). Deze toestand komt als een totale en onverwachte verassing voor
de meeste mensen, die in een zwijm door haar licht gaan, onbewust dat
het heldere licht hun eigen meest innerlijke essentie en de Grond van
hun Wezen is, en dat het niets bevat dat zou kunnen veroorzaken dat het
sterft. De Dalai Lama
schrijft in zijn boek Dzogchen over Helder Licht,
Ati Yoga (Adi in de theosofische traditie, het eerste of goddelijke
niveau), en de Grote Volmaaktheid.
Openheid cultiveren voor
deze toestand via meditatieve
oefening maakt het waarschijnlijker dat, op het moment van
uiteindelijke waarheid en gelegenheid, we het licht zullen kunnen zien,
herkennen en ons er mee kunnen identificeren, ons realiserend dat we
Dat zijn. Het Tibetaans boek van leven en sterven maant ons om de kans
te grijpen door te denken, “Ik ben aangekomen op het moment van de
dood, dus nu, door middel van de dood, zal ik alleen de houding
aannemen die grenzeloos als de ruimte is, een verlichte toestand van
denken, vriendschappelijkheid en compassie is en volmaakte verlichting
bereiken voor alle bewuste wezens.” (Fremantle en Trungpa 84-5)
Om ons voor te bereiden op deze unieke kans, is het
verstandig om voortdurend te bedenken en de gedachte te versterken dat
de essentie van geest even onbeperkt en leeg is als de nachtelijke
hemel zonder sterren of melkwegstelsels; het is zonder grens of plaats,
zonder punten van licht. “Maar deze bewustzijnstoestand is niet slechts
een leeg niets, het is zonder obstakels, sprankelend, zuiver en helder
... Onsterfelijk Licht.”(Fremantle en Trungpa 86-7). Het
dramatische en traumatische loslaten van dat wat we denken dat we zijn
– alle gedachten, emoties, interesses, relaties, wat we bereikt hebben,
voorkeur en afkeur – brengt ons terug tot onze zuivere, naakte
essentie. Op het moment dat de Boeddha verlichting bereikte, bracht het
een bijna totale herinnering van alle duizenden levens die hij geleefd
had en stervensprocessen die hij meegemaakt had. De lucht, dag of
nacht, is een grote leraar van de uiteindelijke realiteit, een
realiteit waarin we gevormd worden, waarin de zon leeft, een perfecte
voorstelling van onze eigen innerlijke essentie. “Ruimte is een
Entiteit”, schreef H.P. Blavatsky en dit wordt uit de eerste hand
ervaren op het moment van de dood, iedereen heeft die mogelijkheid.
De
eerste bardo van de Grond heeft twee fasen. De
eerste wordt het opkomen van het oorspronkelijke witte licht, de natuur
van de Grond Realiteit genoemd, ook wel Moeder Glans of Moeder
Realiteit, gezien op het moment van sterven. De tweede is de Secundaire
Glans, ofwel Kinder Glans, onmiddelijk na de dood gezien. Robert
Thurman (130) beschrijft dit als het “schijnbare heldere licht,
doorzichtig maar nog steeds gefilterd door concepten.” De Dalai Lama
(Varela 208) heeft gezegd dat het heel waarschijnlijk is dat het
heldere licht van de bijna dood ervaring een exacte kopie is van het
heldere licht.
De Tweede Bardo: Visioenen van Goden
Als we het primaire of secundaire heldere licht van ons eigen
bewustzijn in de eerste bardo niet herkennen, zakken we af naar de
tweede bardo, de chonyid bardo, die minder abstract is. Het is
tweezijdig: een week visioenen van fantastische, goede goden en de
tweede week dezelfde goden in hun wraakzuchtige vorm. Beide gebeuren in
vijf groepen of families van schitterende kleuren. Dit is de centrale
mandala van de Boeddhistische meditatie, geordend als vijf cirkels die
verschijnen in het centrum, het oosten, het zuiden, het westen en het
noorden van het hart. Visualisatie van de primaire cirkel van het hart
zal helpen het volgende te begrijpen.
Het verschijnen van
de godheden, de Dhyani Boeddhas,
in hun positieve aspecten, tijdens zeven dagen, is extra interessant
voor bestudeerders van De Geheime Leer en de theorie van de zeven
stralen. H.P. Blavatsky schrijft dat de “Dhyani-Boeddha’s,
of
Dhyan-Chohans” dezelfde zijn als de “Elohim of Zonen Gods, de
Planeetgeesten van alle landen” (8) en de aartsengelen (23). Deze zijn
verbonden met de “zevenvoudige hierarchie van bewuste Goddelijke
Machten ... de ontwerpers, vormers, en uiteindelijk de scheppers van
het hele gemanifesteerde universum; ... zij bezielen en leiden, zij
zijn de intelligente Wezens die de evolutie aanpassen en controleren
... Als groep zijn ze bekend als Dhyan Chohans”(15-6). Ze zijn verwant
aan de Bijbelse zeven “dagen” van de schepping, de “Zeven Scheppingen”
van de Purana’s, en de zeven stanzas van het boek van Dzyan, die de
“zeven grote stadia van het evolutionaire process” beschrijven. Elke
familie brengt haar eigen entourage van Bodhisattva’s met zich mee, die
H.P. Blavatsky definieert als “de menselijke tegenhangers van de
Dhyani-Boeddha’s.” De Dhyani Boeddha’s en hun bodhisattva’s verschijnen
alle in zowel mannelijke als vrouwelijke vorm, met hun
wijsheidsleringen en hun goddelijke attributen. Blavatsky schrijft ook
nog, “Esoterisch, daarentegen, zijn er zeven Dhyani-Buddha’s, waarvan
er vijf gemanifesteerd zijn, .. twee zullen komen in het Zesde en
Zevende Wortel Ras.” (55)
Sogyal Rinpoche’s book Het
Tibetaanse boek van leven
en sterven en zijn traditie zijn onmisbaar bij de diepere studie van
deze bardo, ook wel de dharmata of “Intrinsieke Glans” genoemd en
gedefinieerd als “de intrinsieke natuur van alles, de essentie van de
dingen zoals ze zijn ... de naakte, ongeconditioneerde waarheid, de
essentie van realiteit, of de werkelijke natuur van fenomenaal
bestaan.” (274) Rinpoche schrijft dat deze bardo kan “langsflitsen als
een bliksemflits; je zult nauwelijks weten wat er gebeurd is,” tenzij
je voorbereid bent. Als je dat bent, dan verschijnt helderheid als een
“vloeiende trillende wereld van geluid, licht, en kleur” als een
luchtspiegeling; dit is de “spontane verschijning van Rigpa, de simpele
stralen en kleuren beginnen te integreren en komen samen in punten of
ballen van licht” die zich ontrollen vanuit het hart. Deze worden
tiklés of bindus genoemd. Uit deze punten van licht komen de visioenen
van eenheid met de goden, jouw hart één met het hunne. Ontelbare
lichtende bollen verschijnen in hun stralen, die zich vergroten en dan
“oprollen,” op het moment dat de goden zich in jou oplossen. Dan komt
de voorstelling van de vier wijsheidsleringen in een dramatisch
vertoon van kleden, ballen, en baldakijnen van gekleurde
lichten.
Elke mogelijkheid wordt getoond, van wijsheid en verlichting, tot
verwarring en wedergeboorte. “Het hele visioen lost dan weer op in haar
oorspronkelijke essentie, zoals een tent inelkaar stort als de
scheerlijnen doorgesneden worden” (276-8).
Als voorbeeld
van de taal die in het Tibetaans boek
van leven en sterven gebruikt wordt: de eerste dag van de grote
visioenen daagt met “de lichtstraal van de gezegende Vairochana’s
mededogen” emanerend vanuit het centrum van het hart, het Centrale
Rijk, de oorspronkelijke manifestatie waar al het andere uit voort
kwam. “De hele Ruimte zal schijnen met een blauw licht ... helder,
brilliant, heel scherp en blauw licht van opperste wijsheid ... zoek er
uw toevlucht in” (Fremantle en Trungpa 96-7).
De
vijfvoudige verzameling waaruit het menselijk
lichaam is opgebouwd, de skanda’s (vijf hopen), heeft hier ook haar
wortels. Elk van de skanda’s wordt geassocieerd met de verschijning van
een van de Dhyani Buddha families en wijsheidsleringen, en elk bevat
een “gif,” ontstaan vanuit de identificatie met het afgescheiden
bestaan. Deze vergiften zorgen ervoor dat de mens van elke
archetypische godheid wegrent, inplaats van ernaar toe. Op die manier
rent hij elke keer weer naar wedergeboorte in plaats van naar
verlichting. De vijf wijsheden en de vijf vergiften, of blokkerende
menselijke eigenschappen, laten in combinatie zien wat de relatie is
tussen de goddelijke vonk en het menselijke dier in al zijn
fantastische en verschrikkelijke schoonheid – van dier naar levende
God, zoals Blavatsky zei.
De zeven dagen van het hart kunnen
als volgt samengevat worden (Fremantle en Trungpa 92-133):
Dag 1: Centraal Zaden Rijk, oneindige wijsheid, het gif van oneindige onwetendheid, de skanda of het geheel van bewustzijn, blauw.
Dag 2: Oostelijk Rijk van Complete Vreugde, wijsheid als een spiegel, het gif van haat en agressie, de skanda van vorm, wit.
Dag 3: Zuidelijke Glorieuze Rijk, wijsheid van gelijkheid, het gif van trots, de skanda van gevoel, geel.
Dag 4: Westerlijke Heerlijke Rijk, onderscheidingsvermogen, het kennen van echt en onecht, het gif van verlangen en lust, de skanda van waarneming, rood.
Dag 5: Noordelijke Rijk van Opgebouwde Handelingen, de wijsheid van het volbrengen van handelingen, het gif van afgunst, de skanda van concepten, groen.
Dag 6: Alle vijf families samen, met hun wijsheden, skanda’s en vergiften, met daarbij de beschermers van de poort zoals Yamantaka, de Vernietiger van de Dood, al met al 42 godheden.
Dag 7: Het rijk van zuivere ruimte, het opkomen van de vijf families van Adepten-kennis vasthoudende goden, die nu gaan naar de keelchakra, met de heren en dakini’s van dans en vele anderen, die verschijnen als niet bijzonder vredelievend, niet bijzonder angstaanjagend. Dit leidt tot de eerste dag van het opkomen van de wraakzuchtige godheden.
De
tweede week
van visioenen, die in negatieve beelden verschijnen, worden beschreven
met afschrikwekkende bijvoegelijke naamwoorden. Ze verschijnen niet uit
het hart, maar uit het brein. Deze goden worden vaak beschreven als
“bloed drinkend,” symbolisch voor de dorst naar leven die in Samsara,
de wereld van verschijnselen, overheerst. Padmasambhava herinnert ons
er herhaaldelijk aan dat de Buddha Herukas (of wraakzuchtige vormen)
dezelfde energiën zijn die we eerder zagen, alleen dan in hun negatieve
toestand. Dit aspect van de verlichte families – een nieuwe betekenis
gevend aan de vijf families die even beroemd zijn als de Godfather –
kan goed gebruikt worden om alle obstakels naar vreugde (bliss) en
verlichting op te heffen, of het nu gaat om onwetendheid, verlangen,
versluieringen, verdraaiingen, “sluiers,” of wat ook verlichting in de
weg staat. Ze zijn bewapend met “wijsheidswapens” voor het verslaan van
lijden, zoals stroppen, zwaarden en bijlen. Samuel Johnson herinnert
ons eraan dat er niets geschikter is dan een strop om concentratie te
oefenen.
Evens-Wentz (133n) vergelijkt de wraakzuchtige
figuren met de “wachter op de drempel.” Een voorbeeld moet voldoende
zijn: Nu, op de achtste dag, zullen de bloed drinkende wraakzuchtige
goden verschijnen. Herken hen zonder afgeleid te worden.” De
“Glorieuze, Grote Boeddha-Heruka zal vanuit uw brein verschijnen,” het
centrale deel, “zijn negen ogen staren in de jouwe met een
wraakzuchtige uitdrukking. Zijn wenkbrouwen zijn als bliksemflitsen.”
Hij maakt “luide en fluitende geluiden ... zijn hoofden zijn bekroond
met gedroogde schedels en de zon en de maan.” Zijn zes handen houden
een wiel, een bijl, een zwaard, een bel, een ploegschaar en een
schedelbeker vast. (Fremantle and Trungpa, 140). Na twee weken
boeddha’s en boeddha heruka’s, komt men terug in de bardo van wording.
De Derde Bardo: De Bardo van Wording
De ervaring van de dood betekent voor de meeste mensen tijdens de eerste twee bardo’s een toestand van vergetelheid, en een wakker worden wanneer “lucht en aarde zich scheiden” en al onze gewoonte neigingen geactiveerd en weer wakker worden. We zijn nu in de volle complexiteit van verschijnselen en ontmoeten een veelvoud van echt lijkende vormen en gebeurtenissen. De derde bardo overbrugt de tijd tussen het opnieuw wakker worden van zelfbewustzijn en het ingaan in de baarmoeder van het volgend leven. Het ontstaat door ons falen de twee eerdere bardo’s te herkennen als de werkelijke essentie van bewustzijn. Deze derde en langste bardo wordt de sipa bardo genoemd, de bardo van worden en bestaan – het bestaan van een mentaal of bardo lichaam en het innerlijke bestaan van bewustzijn. Het is in deze bardo dat het verschil tussen de Tibetaanse lering en de Theosofische Lering het meest duidelijk is. De eerste ontmoedigt comfort waar dan ook als onderdeel van haar boodschap van verlichting. De tweede benadrukt de continuiteit van bruikbaarheid, leerlingschap, groei en dienst.Het mentaal lichaam
De voornaamste eigenschap van het derde bardo is de dat het
denkvermogen een fundamentele rol speelt; dit heeft weer een lichaam,
een mentaal lichaam, met veel grotere helderheid dan in levende
toestand en een ongelimiteerde bewegingsvrijheid, slechts beperkt door
gewoonte neigingen uit het verleden. Dit stadium is het
tegenovergestelde van ontbinding. Hier begint al het mentale dat bij de
dood ontbonden was, weer te verschijnen, zoals de bewustzijnstoestanden
van onwetendheid, verlangen en boosheid. De herinnering aan karma uit
het verleden is nog vers en een mentaal of bardo lichaam ontstaat. Dit
is als het ware je Brigitte Bardo lichaam.
“We ontmoeten en
praten tijdens korte momenten met
vele andere reizigers in de bardo wereld, zij die voor ons gestorven
zijn,” schrijft Sogyal (289). We hebben er helderziende vermogens,
zoals spoken die hebben, en er wordt gezegd dat we de sexe en culturele
identiteit behouden van ons vorig leven. Dat wat eerder gedacht en
gedaan werd, gaat door. Ons wordt geadviseerd gehechtheid aan mensen en
bezittingen op te geven. Verlang niet naar een lichaam. Houd je
verlangens, boosheid, vijandigheid en angst in, maar ontwikkel liefde
en mededogen. Tenslotte kan het bardo lichaam niet vernietigd worden.
Welke angstwekkende dingen er ook gebeuren, het mentaal lichaam heeft
geen fysiek brein en kan niet overwonnen worden. Net als in een droom
kun je weliswaar angst en verschrikking ervaren, maar ze lossen snel
weer op en je bent zoals je was: de dromer en ontwerper van je eigen
wereld. “Al deze zijn niets meer dan je eigen verwarde projecties, in
essentie leeg en zonder substantie,” zoals het bardo lichaam dat zelf
ook is. “Leegte kan leegte geen pijn doen.” (Sogyal, 294)
Terugkijk op het leven en oordeel
Er komt een intens terugkijken op het vorig leven. Ervaringen worden opnieuw doorleefd. Miniscule details die al lang vergeten waren worden bekeken en plekken waar men leefde worden opnieuw bezocht. (Sogyal 290) Dan wordt er geoordeeld. “Je goede geweten, een witte beschermengel, treedt op als je advocaat... terwijl je slechte geweten, een zwarte demon, de rol van openbare aanklager op zich neemt. De ‘Heer van de Dood,’ die voor zit, kijkt in de spiegel van karma en oordeelt ... Uiteindelijk vindt al het oordelen plaats in ons eigen bewustzijn. Wij zijn zowel rechter als aangeklaagde” (Sogyal 292) Zij die bijna-dood ervaringen hebben doorgemaakt, vertellen dat de uiteindelijke vraag is: “Kan je jezelf vergeven?” De berechtingsprocedure omvat het ervaren van het effect dat we op anderen gehad hebben, door gedachte, woord en daad.
Wedergeboorte
Naarmate het moment van wedergeboorte naderbij komt, wordt het
verlangen naar een lichaam sterker. Verslaving aan begeerte uit het
verleden komt weer terug. Omdat het mentaal lichaam de vijf elementen
in zich heeft, kan het hunkeren naar voedsel en plezier en gaat het
waar deze aanwezig zijn. Opnieuw is er verlangen naar een fysiek
lichaam en begint de zoektocht naar een mogelijkheid om herboren te
worden. Het toekomstige leven heeft langzaam meer invloed dan het
vorige leven.
Op dit punt worden instructies gegeven om de
ingang naar de baarmoeder te sluiten. “Denk weerstand,” wordt ons
gezegd. “Op dit moment zullen beelden van mannen en vrouwen die de
liefde bedrijven opkomen. Als je hen ziet, kom dan niet tussen hen in,
maar herinner je eraan te mediteren op de man en de vrouw als de guru
en zijn gezellin.” Een andere methode is afkeren van “passie en
agressie.” “Als je als man geboren zult worden, zul je jezelf ervaren
als man, en geweldadige agressie voelen voor de voor en jaloezie en
verlangen naar de moeder. Als je als vrouw geboren zult worden, gebeurt
het omgekeerde. Dit zal er voor zorgen dat je het pad opgaat dat naar
de baarmoeder leidt, en je zult een opzichzelf staande extase voelen op
het moment dat ovum en sperma elkaar ontmoeten. (Fremantle en Trungpa
201-2). Deze overeenkomst met het lot van koning Oedipus is een van
vele overeenkomsten met het klassieke Griekse gedachtegoed.
Wat volgt is een gruwel voor de meeste
westerlingen: “Je zult je ogen openen en je bent een jonge hond,” een
voorbeeld van het boeddhistische geloof in de loka’s, of de zes vormen
van bestaan mogelijk op dit moment: een god, een semi-god, een mens,
een dier, een hongerige geest, of een helwezen. Het wijdverspreide
geloof in zo’n transmigratie onder Hindus en Buddhisten wordt niet
gedeeld door de meeste hedendaagse westerlingen, die de Theosofische
Traditie volgend, de theorie van karma en reincarnatie combineren met
het geloof in evolutie.
Het kiezen van een baarmoeder
Als de instructies om de ingang tot de baarmoeder te sluiten niet succesvol waren, dan is het tijd om wedergeboorte te aanvaarden, een “menselijke baarmoeder te kiezen,” op een van de vier continenten, waarvan op slechts een de dharma bloeit. Het Tibetaans boek van leven en sterven besluit met het advies: “het boek hardop te lezen en te overdenken,” omdat het een “diepgaande instructie is die bevrijding brengt door gezien, gehoord en gelezen te worden.” Carl Jung (in Evan-Wentz) suggereert het boek van achter naar voren te lezen, wat de manier is om in ons bewustzijn tot onze bron terug te keren.Bronnen
- Blavatsky, Helena Petrovna. An Abridgement of “The Secret Doctrine.” Ed. Elizabeth Preston and Christmas Humphreys. Wheaton, IL: Theosophical Publishing House, 1968.
Dalai Lama XIV (Bstan-‘dzin-rgya-mtsho). Dzogchen: the Heart Essence of the Great Perfection. Ithaca, NY: Snow Lion, 2000.
- Evans-Wentz, W. Y., ed. The Tibetan Book of the Dead; or, The After-death Experiences on the Bardo Plane. 3rd ed. New York: Oxford University Press, 1960.
- Fremantle, Francesca, and Chögyam
Trungpa. The Tibetan Book of the Dead: The Great Liberation through
Hearing in the Bardo. Boston, MA: Shambhala, 1992.
Het Tibetaans dodenboek, C. Trungpa, C. Trungpa & Karma-glin -pa
- Sogyal,
Rinpoche The Tibetan Book of Living and Dying. San Francisco:
HarperSanFrancisco, 1992.
Het Tibetaanse boek van leven en sterven, Sogyal Rinpoche - Karma-glin-pa and Padmasambhava, with commentary by Gyatrul Rinpoche. Natural Liberation: Padmasambhava’s Teachings on the Six Bardos. Boston, MA: Wisdom, 1998.
- Thurman, Robert A. F., ed, The
Tibetan Book of the Dead: The Great Book of Natural Liberation through
Understanding in the Between. New York: Bantam, 1993.
Het Tibetaanse dodenboek, Robert A.F. Thurman
- Varela, Francisco J., ed. Sleeping, Dreaming, and Dying: An Exploration of Consciousness with the Dalai Lama. Boston: Wisdom, 1997.
Vertaling: Katinka Hesselink, 2004
Online voetnoot
(*) De woorden 'Het Tibetaans Boek van Leven en Sterven' blijken bij de lezers van dit artikel verwarring op te roepen. De Bardo Thödrol is in een klassiek geworden Nederlandse vertaling het Tibetaans Dodenboek genoemd (Lama Kazi Dawa-Samdup en Evans-Wentz, Ankh-Hermes, Deventer, 1973). Sogyal Rinpoche heeft een commentaar (en inleiding) geschreven op de Bardo Thödrol die in het Nederlands vertaald is als 'Het Tibetaans Boek van Leven en Sterven'. Bovenstaand artikel is een veel korter commentaar op de Bardo Thödrol, gebaseerd op onder andere beide hierboven genoemde boeken (zie bronnen). Kortom Bardo Thödrol kan op minstens twee manieren in het Nederlands worden vertaald: 'Het Tibetaans Dodenboek' of 'Tibetaans Boek van Leven en Sterven'.