Uit: The Theosophist, april 2003, Theosofia 104/4, augustus 2003, blz. 136-7

De drie toevluchten

Radha Burnier


De drie toevluchten in het Boeddhisme zijn: Boeddha, Dharma en Sangha. Boeddha staat hier voor Gautama Boeddha, voor elke persoon die de boeddha-natuur in zichzelf verwezenlijkt heeft of voor de boeddha-natuur zoals die in ieder van ons aanwezig is volgens het Mahayana Boeddhisme. Dharma staat in het Hindoeisme voor religieuze/spirituele plicht. Sangha is de gemeenschap van boeddhistische monniken, maar kan ook gezien worden als de gemeenschap van mensen die serieus met het spirituele leven bezig zijn. Radha Burnier legt elk van deze drie begrippen uit op een manier die binnen een universele spiritualiteit past - dus niet sectarisch religieus.


Het woord ‘Boeddha’ verwijst niet alleen naar een historische figuur van grote spirituele eminentie; het verwijst naar een staat van verlichting, van grenzenloze wijsheid en liefde, en andere spirituele eigenschappen van de hoogste orde. Zo’n verlichting of ontwaakt zijn transcendeert de normale staat van menselijk bewustzijn en ligt volkomen buiten zijn illusies, verwarring en zelfgeschapen spanningen. Zonder onszelf te etiketteren als boeddhisten of op welke andere manier ook, kunnen we allemaal zeggen, ‘Ik zoek mijn toevlucht in de Boeddha’, dat wil zeggen, in het principe van verlichting, wetende dat het denkvermogen bevrijd is van zijn beperkte ideeŽn en dwaze begeerten en wakker is voor de waarheid van het leven.

Op soortgelijke wijze kunnen wij onze toevlucht nemen tot het Dhamma (Sanskriet Dharma), een woord dat moeilijk te vertalen is. Laten we zeggen, ter vereenvoudiging, dat het de grote kosmische orde is die zich manifesteert in alles wat bestaat en die leidt tot een gevoel van schoonheid in het denkvermogen van de mens. Het nemen van zijn toevlucht in het Dharma betekent het erkennen dat wat de Wijsheidslering genoemd wordt, die lering is die de goddelijke natuurlijke orde verklaart. Deze natuurlijke orde bestaat op verschillende niveaus. Sedert Newtons ontdekking hebben wij aanvaard dat er op het stoffelijk gebied een onderlinge aantrekkingskracht is tussen alle dingen die massa bezitten, in verhouding tot de afstand ertussen, de dichtheid enzovoort. Deze zelfde wet bestaat ook op andere niveaus, ook al leven wij zonder kennis van hoe dit werkt op de psychologische en spirituele niveaus. Het drukt zich uit als het verlangen naar liefde, die ieder wezen ervaart.

Ieder kind heeft liefde nodig en bloeit op door de liefde die zijn moeder over hem uitstort. Het is zoals zonneschijn op een onzichtbaar niveau, die innerlijke groei bevordert. Ieder wezen dat volledig verstoken blijft van liefde wordt innerlijk misvormd. Alle wezens moeten niet alleen liefde ontvangen maar ook geven. In schaduwvorm verklaart zij zelfs het universele verlangen gewaardeerd te worden. Ongetwijfeld zit er egoÔsme en ijdelheid in dat verlangen, maar het is ook een natuurlijke respons jegens iemand die het goede in een ander ziet. Wanneer iemand echt waarderend is, steunend en vol respect jegens iemand anders’ goedheid, worden er trillingen geschapen in aanwezigheid waarvan er innerlijke groei optreedt. Liefde is een van de belangrijkste factoren in de vooruitgang van individuen.

Liefde is niet een persoonlijk gevoel, geen seksuele hartstocht; in zijn zuiverste vorm is het een deel van de natuurlijke orde van het gemanifesteerde universum. Dus is er onderlinge aantrekkingskracht, zelfs op het schijnbaar inerte niveau van materiŽle voorwerpen, en de behoefte samen te komen. Volgens de wet van overeenkomsten, verschijnt dit op een hoger of dieper niveau als een behoefte aan relatievorming, vriendschap en liefde. Voelt de gemiddelde goede mens zich niet gelukkig bij het geven van een cadeautje aan iemand anders? Het voorwerp dat gegeven wordt en ontvangen doet er weinig toe. Maar het gevoel waarvoor het een symbool is – het willen geven en niet alleen te ontvangen – heeft wel waarde. Het is de behoefte aan warme, harmonieuze, hartelijke interactie. Op het diepste spirituele niveau wordt het zuivere liefde, een soort uitstraling van binnenuit onze ziel die niets vraagt, en die spontaan geeft, zonder beslissingen te nemen vanuit het denkvermogen. Het is een wonderbaarlijk iets om zijn toevlucht te zoeken in de Wet, vooral de Wet van de Liefde.

Als we doorgaan naar de derde toevlucht van de boeddhisten – toevlucht in de sangha, of religieuze gemeenschap – zien we weer een bredere betekenis. De sangha hoeft niet alleen te verwijzen naar een gemeenschap van monniken; er is een andere gemeenschap van Heiligen en Wijzen die verbonden zijn in een broederschap van liefde en wijsheid die nooit verbroken of zelfs maar beroerd wordt. Naar deze broederschap is verwezen in alle spirituele tradities van de wereld met verschillende namen. In de theosofische literatuur worden haar leden Adepten genoemd, Mahatma’s, Meesters van de wijsheid, Oudere Broeders enzovoort.

Zij zijn inderdaad de oudere broeders van onze mensheid. Elk van zijn leden heeft de worstelingen van de gewone mens in de wereld doorgemaakt, een worsteling die er fundamenteel een is waardoor de goddelijke mens de dierlijke natuur binnenin hem moet overwinnen. In Brieven van de Meesters wordt gezegd dat een adept wordt wat hij is; hij ontstaat niet op een willekeurige manier. In incarnatie na incarnatie wordt de weerstand van de verschillende lichamen – het fysieke, emotionele en mentale – afgebroken tot het ware innerlijke individu, soms genoemd ‘het Wijsheidszelf’, triomfeert en volkomen beheersing bereikt van alle voertuigen die het gebruikt. Vandaar dat het woord ‘Meester’ verwijst naar diegenen die een staat van volmaking bereikt hebben, zonder tegenstellingen, illusies of beperkingen die hun bewustzijn overschaduwen.

Dit is niet alleen maar verbeelding. Het is niet meer dan logisch dat naarmate het evolutionaire proces langzamerhand plaatsvindt gedurende millennia, sommigen sneller gaan dan anderen, net zoals in een stromende rivier sommige delen van het water dichter bij de zee zijn dan de rest, ofschoon alle uiteindelijk de oceaan zullen bereiken. Diegene die vooraan zijn kennen de moeilijkheden van het spirituele pad en hebben ook waardevol advies te geven over hoe verder te gaan. Door onszelf af te stemmen op hen, hebben wij daar groot voordeel van, want begrijpen komt niet noodzakelijkerwijs door woorden, maar ook door de ontwikkeling van fijnere eigenschappen die ons in harmonie brengen met alle leven.

Zijn toevlucht nemen in de grote broederschap der wijzen betekent niet dat wij afhankelijk worden van hen of gunsten denken te ontvangen. Daar wij al een glimp hebben opgevangen van de universaliteit van de kosmische orde, beseffen wij dat innerlijke vooruitgang alleen dan plaatsvindt wanneer de juiste voorwaarden geschapen worden voor het produceren van enig resultaat. Vandaar dat wij geen gunsten vragen of beloning verlangen van de leden van die heilige broederschap van gerealiseerde mensen. Toch verheffen wij, door vooruit te kijken en de wonderbaarlijke lotsbestemming te herkennen die ieder mens wacht die zijn egoÔstische aard heeft overwonnen en is opgestegen tot een toestand van volmaakte liefde en wijsheid, ons eigen bewustzijn.

Aldus verschaffen de drie toevluchten richtlijnen aan alle mensen, ongeacht hun verbondenheid met een bepaalde religieuze traditie of filosofie.


Vertaling: A.M.I.