Uit de archieven van de Theosofie-groep, een e-mailgroep met theosofie als onderwerp.

From: Kees van Asperen
Date: Thu Jun 29, 2000
Subject: Nuchterheid is waarom ik Theosoof ben geworden

Beste Katinka, je schreef mbt mensen met een Indische achtergrond:

>Tja, ik weet niet, in veel gevallen lijken deze mensen toch veel over genomen te hebben
>van de indische cultuur. Zo lijkt het mij toe dat we in de vereniging relatief veel ex-
>indiegangers hebben, omdat daar de nederlandse nuchterheid veel minder sterk was.<

en toen bedacht ik dat ik juist lid ben geworden van de TVN, omdat ik daar de meest nuchtere en minst opdringerige manier ervaarde om met spiritualiteit om te gaan. Inmiddels bijna 20 jaar geleden. Ik ben opgevoed in een atheÔstisch gezin. Vooral mijn vader sprak met een duidelijke afkeer over godsdiensten en hun uitwassen. Hij was zonder meer een materialist. En toch had ik het idee dat er 'iets' moest zijn dat de oorzaak is van het aanwezig zijn van materie. Een 'schepper'. Ikzelf was dus, achteraf gezien, een agnost. Ik herinner me ook dat ik in mijn puberteit een boekje heb gelezen, dat achteraf gezien wel de Tao-Te-Ching zal zijn geweest, dat een merkwaardig mengsel was van adviezen aan de Keizer over het landsbestuur en een beschrijving van zo'n schepper, Tao, waar een bestuurder dan op moest vertrouwen, en een voor mij schokkend ideaalbeeld van burgers die eenvoudig leefden en zo dom mogelijk moesten worden gehouden. Ik denk dat ik sindsdien altijd wel op de een of andere manier met dat boekje aan het worstelen ben geweest. Gesprekken met Christenen, die ik af en toe had, overtuigden mij nooit, omdat de stap van geloven dat er 'iets' is naar allerlei leefregels en beperkingen voor mij altijd te groot is gebleven, ik denk door mijn vaders invloed. Ook de bijbel vond ik een nagenoeg onleesbare hutspot van verhalen en stellingen waar kop noch staart aanzit. Ik had het idee, dat je met zorgvuldig gekozen bijbelcitaten vrijwel elke ethische stellingname kon 'verdedigen' en dat Christenen dat in ieder geval met verve probeerden. Aangezien de bijbel voor mij geen enkel gezag had, vond ik dat sowieso een onderbouwing van niks. Maar theologie hield me wel bezig. Op een bepaald moment begon ik boeken over magie en satanisme te lezen. Het denkbeeld dat de Christelijke god de vijand is van normaal menselijk functioneren (sexuele onderdrukking, maatschappelijk onrecht instandhouden, Marx 'de kerk is opium voor het volk') bracht mij vanzelf tot de keuze van een 'anti-god' i.c. Satan. Ook zoiets is voor een nuchtere agnost uiteindelijk onhoudbaar. Het kan toch niet zijn dat jouw keuze gaat tussen een onrechtvaardige en wrede schepper, die jou de worst van een prettig hiernamaals voorhoudt als je nu je menselijke natuur loochent, of een rare pias, die het opneemt voor jouw menselijke natuur en jouw streven naar lustbevrediging met als gevolg: de hel. Mijn keuze lag uiteraard voor de hand: als dat god is, kies ik de hel. Mijn belangstelling was door de boeken van Eiphas Levi en Aleister Crowley toch gewekt voor het occulte en ik ging avonden bezoeken die verzorgd werden door de rozekruisers. Die gingen al gauw in de fout. Ze wisten het verschil niet tussen demonen en fantomen, en het begrip dialectiek stelden ze gelijk met dualisme, waarna de opmerking volgde dat het rozenkruis leerde dat je dualisme moest overstijgen door de tegenstellingen met elkaar te verbinden. Ik wist dat Hegel dat nou net bedoelde met dialectiek in een poging om te verklaren waarom er evolutie bestaat in de materie. Ook had ik een intigerend boek gekocht met de titel 'De Geheime Leer' Het vreemde van de GL vond ik dat alle controleerbare uitspraken juist waren, wat gunstig afstak bij veel andere occulte boeken. En er stond ook veel in dat ik bij Levi en Crowley al had gelezen. En nou trof het dat de theosofen ook avonden verzorgden in Utrecht, dus ik hoopte dat zij mij wel verder wegwijs zouden willen maken in die Geheime Leer. De theosofen gingen niet in de fout, zijn nuchter en intelligent, praten desalniettemin met gemak over de meest diepzinnige en spirituele zaken, hebben geen leefregels (als voorwaarde voor het lidmaatschap), laten je vrij en daarom sloot ik me bij ze aan. Tot nu toe zijn ze nog nooit in de fout gegaan. Ze hebben mij afgeholpen van verwarring over god en satan. De Geheime Leer begrijp ik nog steeds niet. Wat ik van Crowley moet denken weet ik nog steeds niet. Maar theosofie staat als een huis, er is geen speld tussen te krijgen, het is volkomen nuchter, het is erg mooi en het verklaart alles op een logische manier. Ik ben dus geen agnost meer. En nu die IndiŽgangers: ik denk dat ze nuchterheid en logica zochten die tegemoed komt aan hun occulte ervaringen.

Met vriendelijke groet,
Kees van Asperen